Mastodon
Interviews
02.06.26

In gesprek met Michael Bayer van het Deutsch-Niederländisches Jugendwerk: “Als je samen naar de sterren kijkt, stellen landsgrenzen helemaal niets meer voor”

Al dertien jaar staat Michael Bayer aan het hoofd van het Deutsch-Niederländisches Jugendwerk, dat sinds dertig jaar jongeren uit beide landen bij elkaar brengt. Bayer, tevens directeur van de IHK Aachen, werd geboren op nog geen tweehonderd meter van de Duits-Nederlandse grens in Herzogenrath en het oversteken ervan was de normaalste zaak van de wereld. En dat gunt hij ook de jongeren van nu. Zijn missie: jongeren laten ontdekken dat het buurland vol met kansen zit.

Jongeren samenbrengen: van busreis tot binationale projecten

Het Jugendwerk ondersteunt een brede waaier aan uitwisselingen: van klassieke bezoeken en kleine projecten tot meerjarige thematische programma’s. Soms heel praktisch in de vorm van een bijdrage aan een busreis zodat een uitwisseling tussen jongeren überhaupt kan plaatsvinden, en steeds vaker in de vorm van concrete thema’s. Niet de vorm, maar de ontmoeting staat daarbij centraal. “Het onderwerp kan van alles zijn”, zegt Bayer. “Kunst, techniek, klimaat of heel praktisch: samen koken en gezellig bij het kampvuur zitten. Als jongeren elkaar maar ontmoeten en samen iets doen. En ervaren dat je het leuk met elkaar kunt hebben en van elkaar kunt leren, ook als de wederzijdse talenkennis niet perfect is.”

Een voorbeeld dat hem bijzonder is bijgebleven, is een foto- en kunstproject van de Bleiberger Fabrik in Aken en het Fotomuseum aan het Vrijthof in Maastricht. Duitse jongeren leerden er fotograferen in zomerworkshops, bezochten de tentoonstelling in Maastricht en vroegen daarna Nederlanders op straat of zij een portret mochten maken in de stijl van de huidige expositie en stelden daarna de foto’s tentoon. Het doel: samen verhalen vertellen, over (taal)grenzen heen.

Einstein Telescope: nieuwgierigheid wint van taalbarrière

Er is één project waarover Bayer zichtbaar het meest enthousiast raakt: de kandidatuur van de Euregio Maas-Rijn voor de Einstein Telescope. De grensregio is samen met de Duitse deelstaat Saksen en met Sardinië één van de drie overgebleven kandidaatlocaties voor deze grootschalige onderzoeksfaciliteit die zwaartekrachtsgolven moet gaan meten. Het Jugendwerk brengt momenteel Duitse schoolklassen en studenten naar het Einstein Telescope Education Centre (ETEC) in het Discovery Museum in Kerkrade, waar leerlingen in de voetsporen treden van wetenschappers en proberen om technische problemen met natuurkunde als basis op te lossen. “De Einstein Telescope is iets dat jongeren razendsnel aanspreekt: zwarte gaten, het ontstaan van het heelal, onze plaats in de tijd. Als je over miljoenen lichtjaren praat, worden landsgrenzen heel snel heel relatief. Dat maakt het zo’n mooie context voor grensoverbruggende uitwisseling.”

Leren van hoogwater: taal, veiligheid en samenwerking

Niet alle projecten van het Jugendwerk draaien om toekomsttechnologie. Soms staat een heel concreet thema centraal, zoals de grote overstromingen van 2021. “We hebben toen een euregionale scholierengroep ondersteunt die een documentaire heeft gemaakt over de impact en gevolgen”, vertelt Bayer. “Daarbij zagen de jongeren met eigen ogen dat het klimaat niet stopt aan de grens. De resultaten werden in drie talen gepresenteerd: in het Nederlands, Duits en Engels. Tegelijkertijd bleek hoe relevant meertaligheid is, juist als het om veiligheid gaat.”

Gefundeerde basis voor het Jugendwerk

Terwijl de economische banden tussen Nederland en Duitsland onverminderd hecht zijn, maakt Bayer zich zorgen over de afnemende kennis van elkaars taal en cultuur. “Iedereen kent de naam van de Amerikaanse president. Maar wie weet precies wat er in Berlijn of Den Haag gebeurt? Dat wordt steeds minder.”

Daarom pleit hij voor een steviger institutionele basis voor het Jugendwerk, naar voorbeeld van het bekende Deutsch-Französische Jugendwerk. “Voor Frankrijk, Israël, Griekenland en zelfs Rusland bestaan er – of bestonden er – door de staat gefinancierde Jugendwerke. In Nederland niet. Terwijl Nederland voor Noordrijn-Westfalen handelspartner nummer één is.”

Op dit moment draait het Deutsch-Niederländisches Jugendwerk grotendeels op donaties en projectsubsidies, met een beperkte personele bezetting. De vraag en het potentieel zijn echter veel groter, zeker in de onrustige wereld van tegenwoordig. “Als de wereld onzekerder wordt, heb je je naaste buren nog harder nodig. Zoals in een familie: hoe ingewikkelder de buitenwereld is, hoe belangrijker een stevige basis wordt. Bilaterale uitwisseling helpt om democratie en wederzijds begrip te versterken, en om extremistische stromingen een tegenwicht te bieden.”

Stappen in het onderwijs

Ook op scholen valt er volgens Bayer nog een wereld te winnen. Aan de RWTH in Aken studeren bijvoorbeeld duizenden Chinese studenten, maar slechts een handjevol Nederlanders. “En dat terwijl ze maar tien minuten verderop wonen.” Hij wijt dat aan taalbarrières en onbekendheid: “Duits en Nederlands zijn geen wereldtalen. Jongeren kiezen dan eerder voor Engelstalige opleidingen verder weg dan voor een kleine stap over de grens – terwijl daar juist zoveel kansen liggen. Die kansen moeten meer voor het voetlicht worden gebracht.”

Jongerenwerk: geen luxe, maar noodzaak

Ondanks alle uitdagingen is Bayer optimistisch over de toekomst. De projecten rond de Einstein Telescope, de overstromingen en diverse kunstinitiatieven laten zien wat er mogelijk is als jongeren de ruimte krijgen. Zijn wens voor de komende vijf jaar? “Dat het Deutsch-Niederländisches Jugendwerk dan een structurele financiering heeft, die ons in staat stelt om veel meer jongeren te bereiken. En dat in Den Haag en Berlijn nog vanzelfsprekender wordt gezien dat investeren in jongerenuitwisseling geen luxe is, maar een noodzakelijke bijdrage aan een stabiel en democratisch Europa.”

En misschien, hoopt hij, kunnen Nederlandse, Duitse en Belgische scholieren en studenten tegen die tijd gewoon in één adem zeggen dat ze volop samen aan de Einstein Telescope werken. “Want als je samen naar de sterren kijkt,” besluit Bayer, “stellen landsgrenzen opeens helemaal niets meer voor.”