Werkbezoek Tweede Kamerlid Neijenhuis aan Euregio Rijn-Waal in teken van grensarbeid en arbeidsmigranten
Op maandag 22 juni bracht Tweede Kamerlid Stephan Neijenhuis (D66) op uitnodiging van de Gelderse commissaris van de Koning Daniël Wigboldus een werkbezoek aan de Euregio Rijn-Waal. Het bezoek stond volledig in het teken van de grensoverschrijdende arbeidsmarkt en de positie van arbeidsmigranten die wonen in Duitsland en werken in Nederland.
Het werkbezoek begon met een korte presentatie van het GrensInfoPunt (GIP) Rijn-Waal, waarin GIP-coördinator Marco Flipse en EURES-adviseur Carola Schroer een toelichting gaven op de dagelijkse praktijk van grensoverschrijdend werken. Zij schetsten de werkzaamheden van dit adviespunt en de kansen en uitdagingen die werken in het buurland met zich meebrengen. “Als je vlak over de grens woont in Duitsland en werkt in Nederland moet je een complete administratie bijhouden als je een dag of soms zelf minder per week thuiswerkt. Ook al is het maar een half uurtje op een dag”, concludeerde Neijenhuis na afloop van zijn bezoek. Het is voor grenswerkers mogelijk om jaarlijks maximaal 34 dagen thuis te werken zonder dat dit fiscale consequenties heeft. Een regeling die voor lang niet alle grenswerkers toereikend is, in een wereld waarin hybride werken de dagelijkse praktijk is geworden.
Het onderwerp Grensarbeid is tevens een belangrijk thema in de actuele Grenslandagenda, met het Actieplan grensarbeiders dat ten doel heeft om verdere verbetering te zoeken voor een praktijkgerichte thuiswerkregeling en het terugdringen van bureaucratische belemmeringen bij de belastingheffing.
Huisvesting van arbeidsmigranten
Na de gesprekken in Kleve reisde het gezelschap door naar Emmerich voor een ontmoeting met burgemeester Claudia Lindlahr. Neijenhuis ging hier bovendien met medewerkers van het Ordnungsamt in gesprek over de woonomstandigheden van arbeidsmigranten in de grensstreek. Nederlandse bedrijven huisvesten hun – vaak Oost-Europese – werknemers regelmatig in Duitsland, waar woningen goedkoper zijn. In sommige gevallen is daarbij sprake van slechte huisvesting, hoge huren en een sterke afhankelijkheid van de werkgever.
Tijdens het gesprek lichtte Scott Schwickert van het Ministerium für Heimat, Kommunales, Bau und Digitalisierung van Noordrijn-Westfalen het nieuwe handboek huisvesting arbeidsmigranten toe.
Striktere regelgeving
In Emmerich werd ook duidelijk dat Duitsland op een aantal punten al strengere regels kent dan Nederland. Zo geldt er in Duitsland een sectoraal uitzendverbod voor de vleessector en is het koppelen van woning en arbeid verder ingeperkt, zodat arbeidsmigranten niet in één klap werk én woonruimte kunnen verliezen. Ook zijn er strengere beperkingen op bepaalde uitzendconstructies.
Nederland loopt daarentegen achter met de uitvoering van het rapport van het Aanjaagteam Bescherming Arbeidsmigranten onder leiding van Emile Roemer uit 2020. Het rapport pleit voor een integrale aanpak waarin werk, wonen en registratie samen worden aangepakt, zodat arbeidsmigranten daadwerkelijk als volwaardige deelnemers van de samenleving worden behandeld. De uitvoering daarvan verloopt traag. In 2025 zijn er stappen gezet, zoals strengere wetgeving voor uitzendbureaus, meer toezicht en eerste regels voor betere huisvesting.
TRAM: samen bouwen aan sociale begeleiding over de grens
In het licht daarvan is in 2023 het Interreg-project TRAM (Transnationale ArbeitsMigratie) opgezet. Binnen TRAM worden grensoverschrijdende uitwisselingsstructuren ontwikkeld voor de sociale begeleiding van arbeidsmigranten. Doelstellingen zijn de ontwikkeling van modellen voor goed werk en goede huisvesting voor transnationale arbeidsmigranten in de Euregio en de ontwikkeling van een actieplan ‘Grensoverschrijdende sociale begeleiding’.