Mastodon
Nieuws
22.06.26

Water stopt niet bij de grens: eerste Waterconferentie Nedersaksen - Nederland een feit

Hoog- en laagwater, waterbeschikbaarheid, klimaatadaptatie en governance: de eerste gezamenlijke waterconferentie Nedersaksen - Nederland op donderdag 18 juni in Osnabrück stond in het teken van deze onderwerpen. Vertegenwoordigers van overheden, waterschappen, kennisinstellingen en het (agrarisch) bedrijfsleven uit beide landen kwamen samen om hierover van gedachten te wisselen. Steeds met dezelfde rode draad: water kent geen grenzen – en de aanpak ervan dus ook niet. De conferentie werd georganiseerd onder verantwoordelijkheid van het Nederlandse ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en het Ministerium für Umwelt, Energie und Klimaschutz van de deelstaat Nedersaksen.

Christian Meyer, de Nedersaksische minister für Umwelt, Energie und Klimaschutz, en Jaap Slootmaker, directeur-generaal Water & Bodem bij het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, onderstreepten in hun keynotes het toenemende politieke belang van effectief waterbeheer en nauwe afstemming tussen beide landen. De nieuwe Wasserstrategie van Nedersaksen, de actualisatie van de Europese Richtlijn Overstromingsrisico’s richting 2027 en de aflopende drinkwatercontracten tussen Nederlandse en Duitse partijen in 2028 maken de noodzaak van structurele samenwerking groter dan ooit. Bovenstroomse maatregelen in Duitsland hebben bovendien directe gevolgen voor waterveiligheid en waterbeschikbaarheid in Nederland.

 

Christian Meyer tijdens zijn keynote
De Nedersaksische minister tijdens zijn keynote

 

Van droogte tot overstroming: gedeelde uitdagingen in extremere klimaatomstandigheden

Tijdens de levendige paneldiscussie over de uitdagingen in het waterbeheer bij extreme weersomstandigheden stond de praktijk centraal. Lokale en regionale bestuurders, waaronder Antoinet Looman, Heemraad Waterschap Rijn en IJssel, en de Overijsselse gedeputeerde Martijn Dadema gingen in gesprek met de Duitse partners Anna Kebschull (Landrätin Landkreis Osnabrück) en Michael Kiehl (Kreisbaurat Landkreis Emsland).  Men was het er snel over eens dat een gemeenschappelijk stroomgebied vraagt om een gemeenschappelijke aanpak, maar ook om gedeelde verantwoordelijkheid. Het initiatief om tot deze conferentie te komen ziet men als stimulans om aan de grens de samenwerking met nieuw elan verder vorm te geven. Dadema constateerde dat in alle bijdragen precies dezelfde gebeurtenissen aan bod komen – gebeurtenissen die de grenzen van de eigen werkgebieden overstijgen. Alle reden om de samenwerking op te pakken. Looman refereerde aan het gemeenschappelijke Interreg A-project DIWA (Droogtestrategieën in Watermanagement), volgens haar een goede aanvulling op de eigen regionale visie om er voor te zorgen dat “iedere druppel de grond in moet”. Dadema merkte op dat er in delen van Overijssel in de zomer nu al sprake is van een watertekort: “Water kost niets, maar het is ontzettend kostbaar”. Kiehl benadrukte nog eens dat het een helder signaal van beide ministers is om ons gezamenlijk te bekommeren om de toestand van het water in onze regio’s. Ook gaf hij aan dat we te lang hebben gedacht dat het probleem wel beheersbaar was – en we vergeten een crisis maar graag al te snel – maar wie wie bij een hoogwater de kracht van het water ziet, weet dat we op een andere manier naar ons watersysteem moeten gaan kijken. Volgens Looman gaat het nu niet meer om waterbewustzijn, maar gaat het nu echt om waterbewust gedrag. En misschien hoort daar ook wel bij dat we in de grensoverschrijdende dijkringen en stroomgebieden zouden kunnen streven naar grensoverschrijdende waterschappen.

Workshops: van kennisdeling naar concrete gezamenlijke stappen

In het middagprogramma vormden vier korte bijdragen uit de Nederlands-Duitse waterwereld over de staat van het water en de samenwerking aan de grens de opmaat voor zes workshops. Daarin verkenden deelnemers gezamenlijk waar de grootste behoeften liggen op het gebied van kennis, samenwerking en de te zetten vervolgstappen.

Zo ging het in de workshop over overstromingsrisicobeheer onder meer over voorspellings- en waarschuwingssystemen (real-time datauitwisseling) en de vraag hoe deze tussen Nederland en Duitsland beter op elkaar kunnen worden afgestemd. In sessies over waterstrategieën en waterschaarste wisselden deelnemers ervaringen uit met prioritering van water in tijden van droogte en de rol van bestuurlijke keuzes daarin.

Andere workshops richtten zich op de voorbereiding op extreme omstandigheden, bijvoorbeeld via stresstests en monitoring, en op klimaatadaptatie via sponssteden, sponslandschappen, waterretentie in het gebied en een zorgvuldige omgang met grondwater.

 Verder werd nog gewerkt aan waterbewustzijn en communicatie. Deelnemers spraken over manieren om burgers, bedrijven en politiek beter te betrekken bij de keuzes die nodig zijn voor een duurzaam waterbeheer, en over het belang van een consistente, grensoverschrijdende boodschap.

De verwachting mag zijn – zo spraken de organisatoren uit bij de afronding – dat deze conferentie een vervolg zal krijgen.

Vorige artikel

Volgende artikel