Mastodon
Nieuws
04.11.26

Nederlands-Duitse Commissie voor Ruimtelijke Ordening bijeen in Grevenbroich

Hoe geef je een voormalig mijnbouwgebied een nieuwe toekomst? En hoe zorg je daarbij voor voldoende grondstoffen, natuurherstel en draagvlak onder inwoners? Deze en andere vragen stonden centraal tijdens de bijeenkomst van de Nederlands-Duitse Commissie voor Ruimtelijke Ordening Subcommissie Zuid op donderdag 8 oktober bij bruinkoolmijn Tagebau Garzweiler in Grevenbroich/Frimmersdorf.

Voorafgaand aan de bijeenkomst presenteerde een medewerker van RWE de ingrijpende veranderingen in het Rheinisches Revier. In het gebied zijn nog drie bruinkoolmijnen actief: Hambach, Inden en Garzweiler. De volledige beëindiging van de bruinkoolwinning is voorzien voor 2030. In de aanloop daarnaartoe wordt gewerkt aan een flexibelere inzet van de elektriciteitscentrales.

De transformatie gaat niet alleen over energie en industrie, maar ook over de inrichting van het landschap. Het Rheinisches Revier bouwt daarbij voort op honderd jaar ervaring met het herstellen en opnieuw inrichten van voormalige mijnbouwgronden. Inmiddels is meer dan 200 vierkante kilometer omgevormd tot landbouwgrond, bos en water.

Een belangrijk onderdeel is de aanleg van meren in de voormalige bruinkoolmijnen. De geplande Rheinwassertransportleitung (RWTL) moet Rijnwater aanvoeren om deze te vullen. De meren moeten tevens bijdragen aan het stabiliseren van de grondwaterhuishouding in het gehele Rheinisches Revier.

Ruimtelijke planning als basis voor verandering

De Bezirksregierung Köln lichtte vervolgens toe hoe de bruinkoolwinning en de herontwikkeling ruimtelijk worden vastgelegd. Daarbij kwamen de regionale planning en de specifieke bruinkoolplannen aan bod. Voor Garzweiler en Hambach werden respectievelijk het masterplan voor de ontwikkeling van het meer en de planning van de waterafvoer besproken. Voor het kleinere Inden is er geen afzonderlijk expliciet plan opgesteld.

Tijdens de bijeenkomst ging het Ministerium für Wirtschaft, Industrie, Klimaschutz und Energie van Noordrijn-Westfalen verder in op de rol van de deelstaat Noordrijn-Westfalen bij deze transformatie, waarin tot dusverre al 14,8 miljard euro werd geïnvesteerd. Vier terreinen staan daarbij centraal: energie en industrie, agribusiness en grondstoffen, innovatie en onderwijs, en ruimte en infrastructuur.

Ook de strategie 2038+ en de toekomstige inrichting van de mijnbouwgebieden kwamen aan bod.

Grondstoffenwinning vraagt om maatschappelijk draagvlak

De Provincie Limburg bracht het Nederlandse perspectief in met een toelichting op het ontgrondingenbeleid. De Provinciale Omgevingsvisie (POVI) en de Omgevingsverordening Limburg (OVL) vormen daarvoor belangrijke kaders.

In de discussie stonden vooral de praktische knelpunten centraal. De ontgrondingssector signaleert dat te weinig vergunningen worden verleend en vraagt aandacht voor de beschikbaarheid van bouwgrondstoffen in de komende tien jaar. Tegelijkertijd moeten projecten kunnen rekenen op steun van omwonenden en gemeenten en aantoonbare maatschappelijke meerwaarde bieden.

In de uitwisseling werd benadrukt dat het vraagstuk niet uitsluitend om beschikbare hoeveelheden draait, maar vooral ook om acceptatie. Werken aan draagvlak en het importeren van grondstoffen uit andere landen werden als mogelijke oplossingsrichtingen genoemd.

De conclusie: aan beide zijden van de grens is grondstoffenwinning een ingewikkelde opgave en verdiepende gesprekken tussen experts zijn nodig.

Een andere prioriteit betreft het verkennen van het onderwerp ruimtelijke ordening in het grensgebied binnen de Grenslandagenda. Daarbij werd de mogelijkheid besproken om instituten te betrekken bij de ontwikkeling van een gezamenlijke visie voor het grensgebied.

Tot besluit werd de wens geuit om opnieuw een werkbezoek op een nog nader te bepalen locatie te organiseren.

Vervolg in Bocholt

De Grenslandconferentie op 2 december 2026 in Bocholt biedt gelegenheid om de uitwisseling voort te zetten. Op het programma staan twee workshops: ‘Uw stem bij projecten op het gebied van ruimtelijke ordening’ en ‘Hoe geeft ruimtelijke ordening vorm aan het grensgebied.’