Mastodon
Interviews
19.03.26

Vincent Pijnenburg: “Zuid-Limburg ontkomt niet aan euregionaliteit, en dat is maar goed ook”

Wie in Zuid-Limburg werkt aan regionale ontwikkeling, kan niet om de grens heen. Voor Vincent Pijnenburg, sinds november 2025 directeur van het nieuwe regiobureau stichting Samenwerking Zuid-Limburg, is dat geen abstracte constatering, maar iets dat er met de paplepel is ingegoten. Hij groeide in Venlo letterlijk op aan de grens, in een straat waar de Duitse bakker met Kaiserbrötchen om de hoek was en het al net zo gewoon was om in het weekend uitstapjes naar Duitsland te maken. Duitsland hoorde er voor hem van jongs af aan gewoon bij; het ‘euregionale sausje’ kreeg hij vanuit huis mee. Pas later realiseerde hij zich dat dat helemaal niet zo vanzelfsprekend is. Die vanzelfsprekendheid wil de kersverse directeur nu vertalen naar een meer structurele en strategische samenwerking – in de eigen regio én over de Duitse en Belgische grens heen.

De directe aanleiding voor de oprichting van de stichting Samenwerking Zuid-Limburg met bijbehorend regiobureau was het binnenslepen van twee Regio Deals, samen goed voor 30 miljoen euro, dat met cofinanciering oploopt tot tenminste 60 miljoen euro aan investeringen. Waar normaal gesproken een Regio Deal door een bestaand regiobureau wordt geworven, was het in Zuid-Limburg precies andersom: de regio had de Regio Deals al in de wacht gesleept en besloot vervolgens een regiobureau op te richten om de uitvoering in goede banen te leiden. De tien Zuid-Limburgse gemeenten Beek, Beekdaelen, Eijsden-Margraten, Gulpen-Wittem, Maastricht, Meerssen, Sittard-Geleen, Stein, Vaals en Valkenburg aan de Geul sloegen daarvoor de handen ineen.

Bewust is daarbij gekozen voor een stichting, niet voor een gemeenschappelijke regeling. “Veel regiobureaus zijn GR-verbanden met een duidelijk mandaat om gemeentelijke taken over te nemen. Wij zijn nadrukkelijk iets anders: als stichting die vanaf dag één is opgezet als multihelix-samenwerking. Overheden, onderwijs, bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties trekken hier gezamenlijk op. Dat is noodzakelijk om de complexe regionale opgaven aan te pakken. Dat kun je niet als overheid alleen. Onze kracht ligt niet in mandaat, maar in verbinding”, aldus Pijnenburg.

Samen met Stadsregio Parkstad Limburg trekt Samenwerking Zuid-Limburg op om de drie inhoudelijke programmalijnen van de agenda Zuid-Limburg op te pakken. Eén daarvan gaat expliciet over de landsgrenzen heen.

Grensoverstijgende kenniseconomie als ruggengraat

Die programmalijn draagt de naam ‘Grensoverstijgende, innovatieve en circulaire kenniseconomie’. De ambitie is om Zuid-Limburg stevig te verankeren in een euregionaal ecosysteem. Dat belang wordt in de regio breed gezien, gevoeld en gedragen, maar de praktijk laat zien dat grensoverschrijdende verbindingen niet vanzelf ontstaan en in stand blijven.

Zuid-Limburg heeft meer kilometers grens met Duitsland en België dan met de rest van Nederland. “Dat vraagt om euregionaliteit in bijna alle opzichten: van infrastructuur en openbaar vervoer tot kennisinfrastructuur, onderwijs en talentbinding. Je kunt je beleid hier simpelweg niet binnen de nationale landsgrenzen organiseren.”

Concrete thema’s op deze grensoverstijgende programmalijn zijn onder meer de samenwerking tussen universiteiten, hogescholen en bedrijven in de Euregio Maas-Rijn, trinationale curricula en het gezamenlijk aantrekken en vasthouden van talent. Vanuit zijn achtergrond als lector cross-border business development bij Fontys Venlo en voorzitter van de Business Club Maas Rhein weet Pijnenburg hoe belangrijk het is om verschillende perspectieven bij elkaar te brengen. Hij benadrukt dat programmatische samenhang cruciaal is: het mag geen optelsom van losse projecten worden. De opgave is om projecten, sectoren en thema’s zo met elkaar te verbinden dat er echte integraliteit ontstaat.

Infrastructuur, Einstein Telescope en waterveiligheid

De grensoverstijgende agenda van Zuid-Limburg beperkt zich niet tot kennis en talent. Infrastructuur vormt ook een belangrijke pijler. De ontwikkeling van Brainport Eindhoven als schakel tussen de Randstad, Noord-Brabant en het zuidoosten van Nederland maakt duidelijk hoe hard betere verbindingen nodig zijn, zowel richting Maastricht en Luik als over de as Heerlen – Aken. Het gaat daarbij om goederenvervoer binnen het Europese TEN‑T-netwerk, maar zeker ook om personenvervoer.

Ook de Einstein Telescope, waarvoor de Euregio Maas-Rijn naast Sardinië één van de twee overgebleven kandidaat-regio’s is, is een project van wereldformaat. “In dit project komen veel regionale thema’s terug: grensoverschrijdende samenwerking, innovatie en ondernemerschap aanjagen, talent aantrekken en behouden voor de regio en onderwijsorganisaties verbinden.” Middels onder meer Interreg-projecten wordt hier al volop in geïnvesteerd, ondanks dat nog niet bekend is of de Einstein Telescope hier ook daadwerkelijk gaat komen.  

Waterveiligheid vormt een derde belangrijk thema, mede ingegeven door de grote overstromingen van 2021. De gevolgen van hoogwater werden aan beide zijden van de grens ervaren. Dat heeft het besef versterkt dat Limburg alleen samen met Duitse en Belgische partners structurele oplossingen kan ontwikkelen.

Die thema’s illustreren een breder patroon: vrijwel ieder onderwerp – van wonen en studentenhuisvesting tot toerisme en ecologie – laat zich in Zuid-Limburg over de landsgrenzen heen trekken. “Dat is precies waarom euregionaliteit hier geen keuze is, maar een gegeven”, zegt Pijnenburg.

Schengen onder druk: symboliek met grote impact

Tegen die achtergrond kijkt de directeur met zorg naar de verlengde grenscontroles. In zijn ogen hebben ze vooral een sterke, maar negatieve signaalwaarde. “Schengen draait om wederzijds vertrouwen en open grenzen; juist in de grensregio’s, waar samenwerking vooral bottom-up tot stand komt, wordt de meeste hinder van grenscontroles ondervonden. Daarmee schuren de maatregelen met wat er in de dagelijkse praktijk in Zuid-Limburg en andere grensregio’s wordt opgebouwd.”

Tegelijkertijd richt hij zijn hoop op het nieuwe kabinet in Den Haag. Dat er meerdere Limburgse bewindslieden zijn, wordt in de provincie gezien als kans. De verwachting is dat de specifieke realiteit van de grensregio daardoor beter wordt gezien, gehoord en vertaald in nationaal beleid.

Samenwerking is mensenwerk

Met een team dat dit voorjaar uitgroeit tot acht medewerkers staat Pijnenburg aan de basis van een nieuwe organisatie. Hij ziet duidelijke parallellen met zijn eerdere rol als lector bij Fontys Venlo, waar hij eveneens pionierde met een nieuw team en nieuwe vormen van samenwerking. Succes hangt volgens hem vooral af van goede relaties: “We hebben geen formeel mandaat om taken over te nemen, maar we moeten beweging creëren vanuit verbinding. Dat vraagt tijd, vertrouwen en het vermogen om voortdurend te zoeken naar manieren om samen sterker te staan. De kunst van regionale samenwerking is juist om belangen en acties met elkaar in lijn te brengen en daar zet ik me graag met hart en ziel voor in.”

Blik vooruit: brede welvaart als kompas

Gevraagd naar zijn verwachtingen over vijf jaar schetst Pijnenburg een ambitieus maar concreet beeld. Hij hoopt dat Zuid-Limburg dan vanuit één agenda merkbaar in beweging is gebracht, met projecten die voldoende robuust zijn om op eigen benen te staan en aantoonbaar bijdragen aan de brede welvaart in de regio. Die brede welvaart is voor hem geen loos begrip, benadrukt hij. “We moeten scherper krijgen wat we daar precies onder verstaan en het ook tastbaar maken. Alleen als duidelijk is waar de regio vandaan komt, waar zij nu staat en welk verschil programma’s daadwerkelijk maken, kan overtuigend worden aangetoond dat de inspanningen meer zijn dan goede bedoelingen en vergaderingen.”

Brede welvaart bevorderen vraagt om een integrale blik op de regio, aldus Pijnenburg. Zonder oog voor bijvoorbeeld gezondheid en een prettige leefomgeving heeft het aantrekken van talent en bedrijvigheid niet het gewenste effect: “Er moet oog zijn voor de menselijke maat. Groei van de economie en werkgelegenheid moet hand in hand gaan met de groei van de ervaren kwaliteit van leven. Het één mag niet ten koste gaan van het ander. Dat vraagt vooral om uitwisseling en gesprek. Samen verkennen en ontdekken waar het mogelijk schuurt. En samen uiteindelijk bepalen wat goed is voor de regio. Niet alles kan en moet overal.”

De komende jaren staat regiobureau Samenwerking Zuid-Limburg voor de opgave om de middelen van de Regio Deal strategisch in te zetten, samen met partners als Parkstad en andere regionale spelers. Daarbij is het volgens Pijnenburg niet nodig om overal het wiel opnieuw uit te vinden; er gebeurt al veel goeds in de regio. “Onze taak is om daar samenhang in te brengen, de euregionale dimensie bewust mee te nemen en ervoor te zorgen dat Zuid-Limburg zijn positie als grensregio voluit benut – niet ondanks de grens, maar dankzij.”