Vijf jaar na overstromingen: Nederland en Noordrijn-Westfalen maken balans op
Vijf jaar na de verwoestende overstromingen van juli 2021 in de Eifel, de Ardennen en Limburg maakten de Nederlandse minister Vincent Karremans, zijn Noordrijn-Westfaalse collega Oliver Krischer en diverse waterexperts en onderzoekers op woensdag 8 juli in het waterlab van de RWTH Aachen in Aken de balans op: welke stappen zijn er sinds de ramp gezet en hoe ziet de toekomst van grensoverstijgend waterbeheer eruit?
Nederland en Duitsland – en in het bijzonder Noordrijn-Westfalen – werken al meer dan dertig jaar intensief samen op het gebied van hoogwaterbescherming langs de Rijn. Het extreme hoogwater van de jaren 1990 vormde de start van een uniek partnerschap, waarin beide landen kennis en praktijkervaring met elkaar uitwisselen.
Samen tegen hoogwater
De beelden van vijf jaar geleden hebben zich diep in het geheugen gegrift, aldus minister Karremans. Ook al kunnen overstromingen nooit volledig worden voorkomen, de opdracht is helder: schade en slachtoffers zo veel mogelijk beperken. En daarvoor, zo zei hij, is samenwerking met de ‘rivierpartners’ cruciaal. Hoogwater stopt niet bij de grens – en dus mag de samenwerking dat ook niet doen. “Ik wil dat we samen nog een stap verder gaan: grensoverschrijdende afspraken maken over hoogwaterbescherming, langs de Rijn en de Roer”, aldus Karremans.
Krischer benadrukte in Aken dat Noordrijn-Westfalen sinds de ramp in 2021 het tempo in de hoogwaterbescherming aanzienlijk heeft opgevoerd. Sinds 2021 zijn in Noordrijn-Westfalen ongeveer 600 projecten opgestart, van dijkversterking tot retentiegebieden en lokale beschermingsmaatregelen. Daarnaast zijn circa 120 renatureringsprojecten met een direct beschermend effect in voorbereiding. In totaal werd 490 miljoen euro geïnvesteerd in hoogwaterbescherming.
Nederlandse bedrijven werken momenteel mee aan de sanering van de dijken bij Emmerich en Rheinberg. Bij Keulen-Worringen ontstaat één van de grootste gecontroleerde hoogwaterpolders van Duitsland. Deze moet hoogwaterpieken met ongeveer 17 cm kunnen verlagen. Daarmee worden niet alleen Duitse gemeenten, maar ook Nederlandse benedenstroomse gebieden langs de Rijn en IJssel beter beschermd. De eerste bouwwerkzaamheden moeten in 2027 van start gaan.
Onderzoek als motor: JCAR ATRACE verbindt praktijk en wetenschap
Een andere pijler van de samenwerking is gezamenlijke, toepassingsgerichte kennisontwikkeling. Het programma JCAR ATRACE vormt hierbij een belangrijk bouwsteen. Het stelt Nederlandse en Duitse waterbeheerders in staat om concrete vragen uit de praktijk rechtstreeks neer te leggen bij de onderzoekers van het Institut für Wasserbau und Wasserwirtschaft van de RWTH Aachen en het Nederlandse instituut Deltares.
In het waterlaboratorium in Aken worden op grote schaal dijken, bruggen en ophoping van drijfvuil getest. Door ‘stress tests’ uit te voeren, kunnen extreme scenario’s – zoals een dijkdoorbraak – worden gesimuleerd en zwakke plekken geïdentificeerd.
Ruimte voor de rivier als gemeenschappelijk kompas
Inhoudelijk groeien Nederland en Noordrijn-Westfalen naar elkaar toe rond een gedeelde filosofie: hoogwaterbescherming berust niet alleen op techniek, maar ook op het samenspel van technische en natuurlijke maatregelen.
In Nederland is het programma ‘Ruimte voor de river’ al jaren richtinggevend. De kern: dijken niet eindeloos verhogen, maar daar waar mogelijk rivieren opnieuw ruimte geven door uiterwaarden te herstellen, dijken terug te leggen en obstakels weg te nemen. Dit uitgangspunt wordt nu ook in Noordrijn-Westfalen breder toegepast, bijvoorbeeld bij het terugleggen van de dijken in Duisburg-Mündelheim en Rees. Grootschalige renaturering aan de Lippe bij Haltern, Lippramsdorf en Marl vergroot het retentievolume en vermindert hoogwaterpieken – met als bijkomend voordeel dat de biodiversiteit toeneemt.
Hein Pieper, dijkgraaf bij het Waterschap Rijn en IJssel, wees tijdens de bijeenkomst op een andere, vaak onderschatte factor: mensen. In de grensregio werken Duitse en Nederlandse waterautoriteiten al jarenlang nauw samen. In een crisis is het cruciaal dat men elkaar kent, begrijpt en vertrouwt. “In Krisen muss man Köpfe kennen”, aldus Pieper. Persoonlijke relaties en wederzijds vertrouwen zijn een voorwaarde om ook in extreme situaties snel te kunnen handelen.
Regionale pacten en het perspectief van stroomgebieden
Hoogwater stopt niet bij gemeente- of landsgrenzen, maar volgt de logica van stroomgebieden. Noordrijn-Westfalen heeft daarop gereageerd met zogeheten ‘Regionalpakten für den Hochwasserschutz’. In deze regionale pacten worden samen met alle betrokken partijen concepten ontwikkeld voor hele stroomgebieden van de Rijn, de Maas en hun zijrivieren.
De Nederlandse partners zijn actief betrokken bij de uitwerking van het Regionalpakt Eifel-Rur (Maas-Süd); pacten voor de Rijn en het noordelijk deel van de Maas volgen. Doel is compatibele beschermingssystemen voor grensoverschrijdende rivieren zoals de Roer, Niers en IJssel, zodat maatregelen elkaar versterken in plaats van tegenwerken.
Breder dan hoogwater: klimaatbestendige watersystemen
De samenwerking tussen Nederland en Noordrijn-Westfalen richt zich inmiddels nadrukkelijk op meer dan alleen hoogwater. Klimaatverandering brengt ook langere droogteperiodes en regionale waterschaarste met zich mee. Dat vraagt om een integrale blik op het watersysteem: hoe houden we water vast in natte perioden, hoe verdelen we het in droge fasen, en hoe zorgen we ervoor dat maatregelen voor hoogwater en droogte elkaar niet ondermijnen?
Programma’s als Waterveiligheid en Ruimte Limburg (WRL) in Limburg laten zien dat deze benadering al in de praktijk wordt toegepast. Gemeenten, Waterschap Limburg, Provincie Limburg en het Rijk werken daar samen aan een ‘waterweerbaar Limburg’. Het uitgangspunt: niet langer denken in losse maatregelen of bestuursgrenzen, maar in de schaal van hele stroomgebieden – inclusief de verbinding naar Duitsland en België.
Foto © MUNV NRW Marcel Kusch