“We moeten ophouden kwaad te spreken over Europa“

Sinds 2017 is dr. Stephan Holthoff-Pförtner minister van Europese Zaken van Noordrijn-Westfalen. Met de verkiezingen voor het Europese Parlement achter de rug stelde Grenspost Düsseldorf hem enkele vragen.

Meneer Holthoff-Pförtner, de vier provincies Limburg, Overijssel, Gelderland en Zuid-Holland hebben sinds een paar jaar elk een ‘Deutschlandbeauftragte(r)’ in Düsseldorf. Wat vindt u van dit engagement van de grensprovincies?

“Dat is natuurlijk fantastisch. Hiermee wordt de politieke uitwisseling tussen Nederland en Noordrijn-Westfalen versterkt. Alles wat bijdraagt aan een groter begrip voor elkaar, aan een betere omgang met elkaar, is van groot belang voor Noordrijn-Westfalen. Het is essentieel om hindernissen grensoverschrijdend af te bouwen.”

Op 9 mei – de Dag van Europa – vond in Venlo de Grenslandconferentie plaats. Welke betekenis had deze conferentie voor de samenwerking tussen Nederland en Noordrijn-Westfalen?

“De Grenslandconferentie maakt de cirkel rond. We hebben op het gebied van grensoverschrijdende samenwerking tussen Nederland en Noordrijn-Westfalen namelijk drie netwerken. Ten eerste is dat het 3+3-overleg – een overleg tussen drie Duitse Regierungspräsidentinnen (Düsseldorf, Keulen en Münster) en drie Commissarissen van de Koning (Limburg, Gelderland en Overijssel). Daarnaast hebben we de gesprekken tussen onze regeringen, en nu dus ook de Grenslandconferentie. Van deze drie netwerken is de Grenslandconferentie het meest open: iedereen kan ideeën aandragen en deelnemen aan gesprekken. We luisteren naar alle voorstellen en pakken obstakels één voor één aan.”

U bent nu twee jaar minister van Europese Zaken van Noordrijn-Westfalen. Welke Europese thema’s gaan u persoonlijk aan het hart?

“Dat zijn ten eerste de onderwerpen die nu onder een vergrootglas liggen: open grenzen en veiligheid. Die thema’s kun je niet los van elkaar zien. Ze zijn essentieel voor de vrijheden die we koesteren. We mogen niet denken dat het principe van open grenzen onverwoestbaar is. Kijk alleen al naar wat er in Joegoslavië is gebeurd. Buren die jarenlang vreedzaam naast elkaar hadden geleefd, schoten ineens op elkaar.

De rechtsstaat is van fundamenteel belang voor Europa en daarom vind ik ook thema’s die daarmee te maken hebben zeer belangrijk. Denk bijvoorbeeld aan de vrijheid van meningsuiting, de persvrijheid en de burgermaatschappij. Die thema’s gaan me echt aan het hart.”

Voor velen was Europa altijd vanzelfsprekend. Dat is tegenwoordig niet meer zo: deze vanzelfsprekendheid verdwijnt steeds meer. Hoe ziet u dat?

“Dat is inderdaad helaas zo. We moeten ons afvragen waarom dat zo is. Wat hebben we sinds de Val van de Muur en het verdwijnen van het IJzeren Gordijn fout gedaan? Hebben we verkeerde signalen gegeven? Als Europese Unie kunnen lidstaten als gelijken in gesprek gaan met de Verenigde Staten, China en Rusland. Afzonderlijk kunnen ze dat niet. Het probleem is dat dit niet ter discussie gesteld wordt, we denken allemaal dat het wel goed komt. Maar dat is niet het geval – kijk maar naar de Brexit. Daarom is het ook zo belangrijk om te gaan stemmen. In Groot-Brittannië lieten jonge mensen het massaal afweten tijdens het referendum over het lidmaatschap van de Europese Unie. Zij zijn nu degenen die de gevolgen het hardst gaan merken. Wanneer je echter een duidelijk beeld hebt van de samenleving waarin je wilt leven, moet je ook gaan stemmen om daar invloed op uit te kunnen oefenen.”

Hoe kan men in de huidige tijd het belang van Europa aan degenen die eraan twijfelen of ertegen zijn, uitleggen?

“Als eerste moeten we ophouden kwaad te spreken over Europa. Wanneer iets in de openbaarheid bekritiseerd wordt, neigen veel landen ernaar om te zeggen: dat was ‘Brussel’. Een goed voorbeeld hiervan is de Algemene Verordening Gegevensbescherming, die in mei 2018 in heel Europa ingevoerd werd. Alle regeringen van de lidstaten van de Europese Unie hebben na een jarenlang proces uiteindelijk afzonderlijk ingestemd met de wet. Nadat de wet ook door het Europese Parlement goedgekeurd was, was het aan de landen om de wet in te voeren. En ineens had ‘Brussel’ het gedaan. We moeten niet verbaasd zijn dat de opinie over de Europese Unie vaak negatief is, wanneer we de Europese Unie regelmatig de schuld in de schoenen schuiven. We zouden de successen van de Europese Unie veel meer moeten benoemen – die worden vaak onderschat. We hebben al zo veel bereikt.”

Hoe zal de samenwerking tussen Noordrijn-Westfalen en Nederland zich ontwikkelen, denkt u? Waar ziet u uitdagingen in deze samenwerking?

“De ontwikkeling van de samenwerking met Nederland valt of staat met de mensen met wie wij samenwerken. Daarmee hadden we het nu niet beter kunnen treffen. Op veel gebieden denken de Nederlanders hetzelfde als wij, we streven dezelfde doelen na. Wanneer dat niet zo zou zijn, zou de samenwerking veel lastiger zijn. De uitdagingen voor deze samenwerking hangen hier sterk mee samen: doordat veel mensen met wie wij nu samenwerken Europagezind zijn, kunnen we veel bereiken. Dat kan veranderen wanneer hun opvolgers dat in mindere mate zijn.”

Foto: Land NRW / R. Sondermann