“We moeten veel meer grensontkennend werken”

Het Mobiliteitsoverleg tussen Noordrijn-Westfalen en Nederland bestaat al meer dan tien jaar. Het is voor de grensprovincies, Gelderland, Overijssel, Limburg en Noord-Brabant bij uitstek de gelegenheid om met het ministerie van Verkeer van de Duitse deelstaat van gedachten te wisselen over grensoverschrijdende mobiliteitsvraagstukken. Coen Mekers, senior-beleidsmedewerker bij de Provincie Gelderland en namens de provincie coördinator van het meerjarenprogramma transport, is met een aantal collega´s nauw betrokken bij het Mobiliteitsoverleg. Grenspost sprak met hem.

Wat houdt uw functie precies in?

Ik houd me bezig met het leggen van verbindingen tussen de provinciale Gelderse doelen, projecten, belangen en die van partners. Concreet voer ik overleg en maak ik afspraken met bijvoorbeeld het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, maar ook met de Europese Commissie en Noordrijn-Westfalen over gezamenlijke thema’s en projecten.

Welke onderwerpen staan er zoal op de agenda tijdens het Mobiliteitsoverleg?

Het Mobiliteitsoverleg draait om hele praktische zaken zoals het afstemmen van wegwerkzaamheden, de aanleg van wegen en spoorverbindingen en het uitwisselen van verkeersgegevens. Maar er staan ook meer strategische onderwerpen op de agenda, zoals corridorontwikkeling en innovatieve oplossingen voor mobiliteitsvraagstukken.
Onze bestuurders komen elke twee jaar bij elkaar om de voortgang te bespreken en nieuwe afspraken te maken. Op ambtelijk niveau gebeurt dat halfjaarlijks. Daarnaast worden er regelmatig conferenties en expertbijeenkomsten georganiseerd over actuele thema’s en zijn er werkgroepen voor bijvoorbeeld logistiek en informatie-uitwisseling.

Als coördinator van de samenwerking van de Nederlandse provincies met Noordrijn-Westfalen op het gebied van mobiliteitsvraagstukken komt u in aanraking met grensoverschrijdende zaken. Wat vindt u het leukste aspect hieraan?

Het ontmoeten van mensen en het in gesprek gaan en zo ontdekken wat ons gezamenlijk in de grensregio’s bezighoudt. En dan vervolgens actie ondernemen om bijvoorbeeld barrières weg te nemen en projecten uit te voeren.

Welke Duitse eigenschap weet u het meest te waarderen? Wat kunnen Nederlanders van Duitsers leren en andersom?

Duitsers bereiden besprekingen altijd tot in de puntjes voor en dat waardeer ik zeer. Dat komt ook door hun kenniscultuur. Nederlanders hebben vaak de neiging om tijdens een overleg pas na te denken over onderwerpen en dan aan het einde voor te stellen om er nog eens over na te denken of een notitie te maken. Nederlanders kunnen van Duitsers leren dat een goede voorbereiding het halve werk is. En Duitsers kunnen van Nederlanders leren om zaken meer integraal en vanuit een helicopterperspectief te bekijken.

Welke kansen ziet u op het gebied van mobiliteit door samen te werken met Noordrijn-Westfalen?

Mobiliteit houdt zich niet aan grenzen. In de dagelijkse praktijk steken we al vaak de grens over om te gaan winkelen, voor een stedentrip of voor het werk. Dat doen we nu nog voor een groot deel met de auto, maar we zouden veel meer met het openbaar vervoer kunnen doen. Er zijn plannen voor verbetering van de verbinding tussen Eindhoven, Venlo en Düsseldorf en ook de verbinding tussen Hengelo en Bielefeld is van start gegaan.

De Provincie Gelderland heeft samen met onder andere Noordrijn-Westfalen een nieuwe regionale spoorverbinding tussen Düsseldorf en Arnhem gerealiseerd. Bovendien liggen er grote kansen als we kijken naar de verbetering van de ICE-verbinding Amsterdam – Arnhem – Frankfurt. Deze ICE rijdt nu maar eens per twee uur naar Duitsland. Dat zou toch op zijn minst elk uur moeten zijn. Onze economieën zijn sterk met elkaar verbonden. Daar moeten we langs de grens veel meer gebruik van maken.

Kunt u een voorbeeld noemen van actuele samenwerkingsthema´s en ‘hete hangijzers’?

Heel actueel is het ontwikkelen van nieuwe manieren om de mobiliteitsvraagstukken aan te gaan.
Verkeersminister Hendrik Wüst van Noordrijn-Westfalen heeft onze gedeputeerde Conny Bieze onlangs in het kader van zijn eerste bezoek in Arnhem opgeroepen om samen innovatieve ideeën te ontwikkelen voor de verkeersvraagstukken. Dat noemen we dan slimme mobiliteit of intelligente vervoerssystemen.
In het verleden was vaak de hamvraag wie dan de eerste stap gaat zetten en wie er binnen de verschillende organisaties het juiste aanspreekpunt is. Inmiddels weten we elkaar door de jarenlange ervaring en samenwerking goed te vinden. Hierin hebben we dus al een flinke stap gemaakt.

Waar ligt volgens u de grootste uitdaging?

Grensoverschrijdende samenwerking gaat niet vanzelf en vraagt om continue inzet en een lange adem. We moeten veel meer grensontkennend werken, Daar hebben de inwoners van Noordrijn-Westfalen en de grensprovincies het meeste baat bij.