Interregionale samenwerking versterken: Trilaterale ontmoeting landbouwministers

De coronapandemie en de afgekondigde lockdowns vormden geen belemmering voor een ontmoeting tussen de landbouwministers van Noordrijn-Westfalen, Nedersaksen en Nederland. Op 14 december troffen Ursula Heinen-Esser, minister van Milieu en Landbouw van Noordrijn-Westfalen, Barbara Otte-Kinast, minister van Landbouw van Nedersaksen en de Nederlandse minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit Carola Schouten elkaar tijdens een online videoconferentie. De drie ministers spraken over de intensivering van de samenwerking en gemeenschappelijke uitdagingen, zoals de Afrikaanse varkenspest, mest, klimaatverandering en stikstof. Daarnaast stonden er actuele landbouwpolitieke kwesties op de agenda.

Ursula Heinen-Esser, minister van Milieu en Landbouw van Noordrijn-Westfalen: “De door ons in het leven geroepen traditie om ook interregionaal voortdurend met elkaar in gesprek te blijven over actuele onderwerpen is al zeer succesvol gebleken. Nederland, Nedersaksen en Noordrijn-Westfalen beschikken over veel raakvlakken die we met elkaar moeten verbinden en waarvan we meer moeten profiteren. Nedersaksen en Noordrijn-Westfalen zijn voor Nederland de belangrijkste Duitse handelspartners op het gebied van landbouwproducten. Ongeveer twee derde van de landbouwexport gaat naar deze twee deelstaten.”

Carola Schouten, minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit van Nederland: “De Duitse deelstaten Noordrijn-Westfalen en Nedersaksen zijn van oudsher belangrijke handelspartners voor Nederland. Vandaag sprak ik met mijn collegaministers over deze samenwerking en onze gezamenlijke uitdagingen. We hebben veel gemeen, bijvoorbeeld in de strijd tegen de Afrikaanse varkenspest, vermindering van de stikstofuitstoot en klimaatverandering. Daarom ben ik ervan overtuigd dat het vinden van gezamenlijke oplossingen zal bijdragen aan het verbeteren van de omstandigheden in het dagelijkse leven van onze boeren, natuurliefhebbers en burgers.”

Een ander gespreksonderwerp was de terugkeer van de wolf, die in Europa een beschermde status geniet. Op dit moment hebben meerdere roedels en solitair levende wolven zich in Nederland, Nedersaksen en Noordrijn-Westfalen gevestigd. Met name jonge dieren verplaatsen zich regelmatig tussen de regio’s.

“De landbouwsector maakt momenteel ongekende veranderingen door. De samenleving roept om meer milieu- en klimaatbescherming, biodiversiteit en dierenwelzijn. Tegelijkertijd hebben onze boeren met felle concurrentie te maken en oogsten ze vaak weinig waardering voor hun zware werkzaamheden. De centrale thema’s tijdens onze drielandenbijeenkomst waren de omgang met stikstof en fosfaat, de strijd tegen de Afrikaanse varkenspest en de Europese etiketteringsregels voor vlees. Aangezien we allemaal met deze onderwerpen te maken hebben, is er behoefte aan grensoverschrijdende afstemming”, aldus minister Barbara Otte-Kinast uit Nedersaksen. Concurrentieverstoring tussen de regio’s moet worden vermeden.

Verder werd er gesproken over vermindering van de uitstoot door de veehouderij en de uitwisseling van mest tussen de regio’s. Daarbij lag de focus op de effectieve inzet van deze waardevolle grondstof voor de akkerbouw en controles van grensoverschrijdende transporten, zodat de veiligheid van mens en natuur niet in het geding komt. De landbouwministers van Nedersaksen en Noordrijn-Westfalen benadrukten dat beide deelstaten op mestgebied belangrijke partners zijn. Door strengere wetgeving in Noordrijn-Westfalen voor het gebruik van meststoffen en strengere controles is de invoer uit Nederland naar Noordrijn-Westfalen sinds 2016 met ongeveer 40 procent gedaald.

“We hebben afgesproken dat we nauw blijven samenwerken. De belangrijkste uitdagingen in dit verband vormen wederzijdse transparantie op handelsgebied, zo min mogelijk administratieve lasten voor bedrijven en een doeltreffende controle en traceerbaarheid”, aldus de ministers. Ze spraken tevens af om nauwer samen te gaan werken om de ammoniakuitstoot door de landbouw te verminderen. Duitsland heeft toegezegd de emissies, die grotendeels afkomstig zijn van de landbouw, tot 2030 met bijna 40 procent te zullen verminderen. Noordrijn-Westfalen stimuleert al enkele jaren met succes het gebruik van technologie om mest emissiearm over het land te verspreiden en mestopslagplaatsen af te dekken.

Ook Peter Vermeij, landbouwraad op de Nederlandse ambassade in Berlijn, onderstreept het belang van deze ontmoeting: “De drie landbouwministers hechten veel waarde aan intensievere samenwerking. Bij de voorbereiding van dit overleg zijn de onderlinge contacten tussen de ministeries al versterkt en dat is een goede opmaat voor 2021. We weten elkaar te vinden en dat geldt ook voor de provincies. De uitdagingen zijn fors en des te belangrijker is het samen te werken aan oplossingen.”

Grensoverschrijdende samenwerking in de landbouw

Première in Wageningen: de ministers van Landbouw van Nederland, Noordrijn-Westfalen en Nedersaksen kwamen op 27 augustus voor het eerst bijeen voor een drielandenbijeenkomst. Op uitnodiging van minister Carola Schouten reisden haar collega’s Barbara Otte-Kinast uit Nedersaksen en Ursula Heinen-Esser uit Noordrijn-Westfalen af naar de Wageningen University voor gezamenlijke gesprekken.

De bijeenkomst was een vervolg op eerdere bijeenkomsten van de drie landen over regionale samenwerking die reeds hadden plaatsgevonden. Er werd gesproken over een verdieping van de samenwerking en gemeenschappelijke uitdagingen zoals Afrikaanse varkenspest en mestbeheer. Ook actuele kwesties op het gebied van het landbouwbeleid, zoals het gemeenschappelijk landbouwbeleid van de EU, stonden op de agenda.

De minister van Milieu en Landbouw van Noordrijn-Westfalen, Ursula Heinen-Esser, informeerde haar collega’s over het volgende: “We werken momenteel aan een digitale strategie voor Noordrijn-Westfalen en we zullen ook de burgers erbij betrekken. Ook Noordrijn-Westfalen staat er goed voor op het gebied van wetenschap en onderzoek: in september start de Hochschule Ostwestfalen-Lippe met de opleidingen ‘Precision Farming’ en ‘Digitaal management van de vrije ruimte’ en is daarmee de eerste die deze opleidingen in Duitsland aanbiedt.

De deelstaten Nedersaksen en Noordrijn-Westfalen zijn de belangrijkste Duitse handelspartners van Nederland voor landbouwproducten. Ongeveer tweederde van de Nederlandse landbouwexport gaat naar deze twee bondslanden.

Bezoek aan het Plant Ecophenotyping Centre

De ministers bezochten het Plant Ecophenotyping Centre van de Universiteit Wageningen. Daar informeerden zij zich over de digitalisering op het gebied van plantenonderzoek in de landbouw.

De minister van Landbouw van Neder-Saksen, Barbara Otte-Kinast, was zeer onder de indruk van het centrum en benadrukte het belang van digitalisering voor de toekomst van een efficiënte en milieuvriendelijke landbouw. Nedersaksen heeft onlangs ingestemd met een uitgebreide digitaliseringsstrategie. “Deze hete zomer heeft het belang van diversificatie op de akkers aangetoond. Daarom is er behoefte aan innovatief plantonderzoek nodig.”

Na hun bezoek aan de universiteit spraken de ministers over de uitwisseling van mest tussen de regio’s. De vraag hoe deze waardevolle grondstof effectief gebruikt kan worden in de landbouw zonder mens en natuur te schaden stond daarbij centraal. De ministers van Nedersaksen en Noordrijn-Westfalen benadrukten dat hun deelstaten belangrijke partners zijn in het mestbeheer.

“Kunnen veel van elkaar leren”

“We hebben afgesproken dat we nauw zullen blijven samenwerken om ervoor te zorgen dat deze uitwisseling soepel en transparant verloopt. Wederzijdse transparantie in de handel, zo min mogelijk administratieve rompslomp voor bedrijven en effectieve controle en traceerbaarheid zijn daarbij de belangrijkste uitdagingen”, aldus de ministers.

Ook is overeengekomen de samenwerking en de uitwisseling van kennis over de thema’s “De toekomst van het gemeenschappelijk landbouwbeleid”, “Verbetering van het dierenwelzijn” en “Voorkoming van de insleep van Afrikaanse varkenspest” voort te zetten en te intensiveren.

Ook werd er overeenstemming bereikt over de toekomst van het gemeenschappelijk landbouwbeleid, de verbetering van het dierenwelzijn en de preventie tegen de Afrikaanse varkenspest.

“We hebben voor een groot deel te maken met dezelfde uitdagingen en kunnen daarom veel van elkaar leren. Dat geldt bijvoorbeeld voor de collectieve aanpak van agrarisch natuurbeheer in Nederland en veehouderijstrategieën in Duitsland”, aldus minister Schouten.

Foto (c): Land NRW / R. Sondermann

Ursula Heinen-Esser nieuwe minister van Milieu in NRW

Op 24 mei heeft de Duitse minister-president van Noordrijn-Westfalen, Armin Laschet (CDU), zijn nieuwe minister van Milieu en Landbouw gepresenteerd. Vanaf komende week neemt Ursula Heinen-Esser het stokje over van haar voorgangster Christina Schulze Föcking (CDU).

Heinen-Esser was vanaf 2007 in het kabinet Angela Merkel eerst parlementaire staatssecretaris bij het Duitse ministerie van Landbouw en vanaf 2009 bij het ministerie van Milieu. Heinen Esser was van 1998 tot 2013 lid van de Bondsdag

 Milieubescherming en landbouw

Ze vindt het een “eer“ dat ze zich nu voor Noordrijn-Westfalen mag gaan bezighouden met onderwerpen “waarmee ik me al jarenlang bezighoudt“, zo zei de 52-jarige Heinen-Esser op 24 mei in Düsseldorf. Haar doel: “een duurzaam milieu en natuurbeschermingsbeleid”. Tegelijkertijd wil ze ook zorgen voor “de randvoorwaarden voor moderne landbouw”.

Haar voorgangster Christina Schulze Föcking (CDU) had een week eerder haar functie als minister van Milieu, Landbouw, Natuur en Consumentenbescherming neergelegd. Van begin af aan had de voormalige agrariër te kampen met flinke kritiek vanuit de samenleving en de oppositie.

Foto (c) Land NRW