Duitse parlementariërs op bezoek in Nederland

Grensoverschrijdend treinverkeer, de energiesector en belastingproblemen voor mensen die in het buurland werken: het zijn enkele onderwerpen die deze week aan bod kwamen bij het bezoek van een Duitse delegatie uit de Bondsdag aan Nederland.

Aanleiding van het bezoek was de delegatiereis van de Duitse parlementaire groep Benelux, die namens de Bondsdag contact onderhoudt met het Nederlandse parlement. Onder andere Pieter Omtzigt (CDA), Hayke Veldman, Aukje de Vries, Judith Tielen en Jan Middendorp (allen VVD) van de Contactgroep Duitsland van de Tweede Kamer spraken met Otto Fricke (FDP), Patrick Schnieder (CDU/CSU), Udo Schiefner (SPD), Sven Lehmann (Bündnis 90/Die Grünen) en Ansgar Heveling (CDU/CSU). Onderwerp van gesprek waren de mogelijkheden om de samenwerking op het gebied van mobiliteit, opleiding, werk en economie beter te stroomlijnen. Ook werd gesproken over digitalisering en de energiesector.

Verbeteren van grensoverschrijdend treinverkeer

De parlementariërs kwamen op maandagavond 3 februari met de trein aan in Enschede. Op 4 februari werd de groep in het Stadhuis van Enschede ontvangen, waarna via een tussenstop bij het station een bezoek gebracht werd aan de Universiteit Twente en Kennispark en het bedrijvenpark Technology Base. Daarna stond Grenswerk, het Nederlands-Duitse informatiepunt voor werkzoekenden en werkgevers, op het programma. Aan het einde van het bezoek ontmoette de delegatie vertegenwoordigers van Deutsche Bahn en de NS om te spreken over het verbeteren van het grensoverschrijdend treinverkeer. Na het bezoek aan Twente reisde de delegatie door naar Den Haag. Daar vonden overleggen met de eigen fracties plaats. Ook bracht de delegatie een bezoek aan Rotterdam.

Pioniers voor Europese energiemarkt

Op 5 februari bezochten de parlementariërs de Duits-Nederlandse Handelskamer (DNHK). Hier lag de focus op mobiliteit en infrastructuur, digitalisering en de energiesector. “Vooral op het gebied van netwerkuitbreiding, efficiëntie, energieopslag en CO2-reductie zijn er veel mogelijkheden voor samenwerking”, zegt directeur van de DNHK Günter Gülker. “Duitsland en Nederland kunnen pioniers zijn voor een Europese energiemarkt.”

Naar aanleiding van dit bezoek informeerde de DNHK de politiek over onderwerpen die voor ondernemers op dit moment reden tot zorg zijn, zoals de grote hoeveelheid bureaucratie en de hoge energieprijzen. Bovendien stelde de DNHK voor dat politici de wederzijdse erkenning van diploma’s en grensoverschrijdend studeren en werken bevorderen.

Grensoverschrijdende samenwerking van cruciaal belang

Volgens Pieter Omtzigt kunnen inwoners van de grensregio niet om grensoverschrijdende samenwerking heen: “Voor ons in de grensregio is het van cruciaal belang dat die samenwerking goed zit.” Erg belangrijk is volgens hem het grensoverschrijdende treinverkeer: “Tot de jaren vijftig van de vorige eeuw reden de intercity’s gewoon door tussen Amsterdam en Münster. Daarna is dat opgehouden.” Bovendien wil hij zich inzetten voor de problemen die grensarbeiders ondervinden. “Vroeger was het makkelijker om over de grens te werken. En dat moet makkelijker zijn, omdat dat goed is voor de economie aan beide kanten van de grens”, aldus Omtzigt.

Foto: De delegatie op station Enschede. De parlementariërs verbazen zich over het stootblok dat doorgaand treinverkeer van en naar Duitsland vanuit Enschede onmogelijk maakt. Het stootblok staat symbool voor de hobbels die genomen moeten worden bij grensoverschrijdende samenwerking.

Tweede Kamer stimuleert grensoverschrijdende sport en cultuur

Een ruime meerderheid van de Tweede Kamer wil dat de regering grensoverschrijdende sport- en cultuurevenementen gaat stimuleren. Dat bleek tijdens de behandeling van de begroting van het Ministerie van Buitenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK).

De Tweede Kamer nam een motie aan die was ingediend door CDA-kamerlid Harry van der Molen en medeondertekend werd door Monica den Boer (D66), Stieneke van der Graaf (CU) en Jan Middendorp (VVD).
Volgens de motie belemmeren cultuurverschillen en de taalbarrière een goede samenwerking op het gebied van onderwijs en arbeidsmarkt, vooral met Duitsland. Gezamenlijke evenementen voor de jeugd op het gebied van cultuur en sport moeten hier verandering in brengen.

Naast grensoverschrijdende evenementen stelde Jan Middendorp de Grens-App aan de orde. CU-kamerlid Stieneke van der Graaf drong aan op een ‘Regio-Toets’ om zo de effecten van beleidskeuzes op het gebied van zorg, mobiliteit, arbeidsmarkt enonderwijs vooraf in kaart te brengen.

Grenzen slechten

Staatssecretaris Raymond Knops (BZK) benadrukte dat hij er alles aan doet om knelpunten bij grensoverschrijdende samenwerking weg te nemen. Hij meldde dat de governance feitelijk gereed is en bekrachtigd zal worden bij de ontmoeting van de regeringen van Nederland en respectievelijk Vlaanderen en Noordrijn-Westfalen in november. Daarin krijgen ook de vakministers een rol.
Over de Grens-App, het pleidooi van de VVD, zei Knops dat de GrensInfoPunten hebben aangegeven daaraan geen behoefte te hebben.

Regio-Toets

De ChristenUnie vervatte het pleidooi voor een Regio-Toets eveneens in een motie. Hierin wordt de regering opgeroepen om een ‘regiocheck’ uit te werken, waarbij effecten van nieuw beleid en nieuwe wet- en regelgeving op relevante terreinen voor regio’s, die onderhevig zijn aan bevolkings- en huishoudensdaling, vooraf inzichtelijk worden gemaakt.  Met het oog op het versterken van economie en leefbaarheid in krimpregio’s wordt zo regionaal maatwerk mogelijk. De Kamer stemde in met beide moties; zie hier voor de stemmingsuitslagen.

Staatssecretaris Knops wil meer grensoverschrijdende kennis in Den Haag

‘Niet grenzen aan de groei, maar groeien aan de grens’. Met dit motto begint staatssecretaris Knops van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties zijn brief over Grensoverschrijdende Samenwerking (GROS) van 20 april jl. Onder meer deze brief werd behandeld tijdens het Algemeen Overleg (AO) Voortgang Grensoverschrijdende Samenwerking dat op 25 april 2018 plaatsvond in de Tweede Kamer. Knops hamerde tijdens dit overleg op de eigen verantwoordelijkheid van de grensregio’s: “Ik kom niet met gestandaardiseerd beleid, de regio’s moeten zelf met initiatieven komen. Dit gaan we niet vanuit Den Haag opleggen”. Hij pleit wel voor meer grensoverschrijdende kennis in Den Haag. Deze kennis wil hij bij gemeenten en provincies ontsluiten en naar Den Haag halen.

Het debat werd van de zijde van de Kamer gevoerd door de Kamerleden Özütok (GL), Den Boer (D66), Middendorp (VVD), Van der Molen (CDA), en Van der Graaf (CU). Zij complimenteerden allen de staatssecretaris met zijn inzet voor de grensregio’s: “De staatssecretaris is nu al vaker in de grensregio’s geweest dan al zijn voorgangers”, aldus Van der Molen (CDA). De Kamerleden lieten overigens niet onvermeld dat ook zij werkbezoeken aan grensregio’s hadden afgelegd (CU-Kamerlid Van der Graaf de week ervoor nog aan het Grens Informatie Punt Enschede/Gronau).

Kamervragen

Elke fractie bracht een aantal hete hangijzers naar voren, zoals het grensoverschrijdende OV (GroenLinks), de grensoverschrijdende ambulancezorg, Interreg en diploma-erkenning (D66), het tekort aan leraren Duits (VVD), veiligheid aan beide zijden van de grens (CDA), onderwijs en de grenseffectentoets (CU). In zijn beantwoording ging Knops eerst in op de vraag hoe hij zijn eigen rol ziet: “Het leuke van deze functie is dat ik andere leden van het kabinet kan overtuigen met goede argumenten. Ik zie veel enthousiasme. Maar ik kan ook hulp bieden bij hardnekkige problemen; wat dat betreft is het handig dat er een bewindspersoon is die daarin geïnteresseerd is en zelf uit een grensregio komt, hoewel dat laatste geen voorwaarde is.”

Pragmatische oplossingen

Knops benadrukte dat de grensregio’s zeer actief zijn in de aanpak van problemen die zij tegenkomen. Hij is groot voorstander van experimenten met pragmatische oplossingen die, als zij in de ene grensregio’s slagen, ook in andere regio’s kunnen worden ingezet. In dit verband noemde hij het voorbeeld van praktijkschool ProNova in Winterswijk, waar leerlingen heel praktijkgerichte Duitse les krijgen: “Winterswijk is een laagdrempelig voorbeeld dat in de hele grensregio gekopieerd kan worden. Het werkt en is succesvol. Als het in Winterswijk kan, waarom zou het dan niet in Enschede of Venlo kunnen?” Ook pleitte hij ervoor om Duitse leraren in te zetten in Nederland. Veel Duitse leraren zitten zonder baan, terwijl er in Nederland een tekort is aan leraren Duits. “Eén en één is twee“, aldus Knops.

Grens Informatie Punten

Over de Kamerbreed geuite wens tot structurele financiering van de GIP’s zei Knops dat hij zich daarvoor hard inzet: “Iedereen wil ermee doorgaan, ik ben in goed overleg met SZW. Ik hoop dat hierover vóór de zomer, of in elk geval zo snel mogelijk, duidelijkheid komt. Ik kan me niet voorstellen, dat we hier niet uitkomen. Het zou een schande zijn als we dit niet kunnen regelen.” De staatssecretaris zegde toe voor de zomer nog met informatie te komen rondom de stand van zaken m.b.t. de financiering van de GIP´s.

Over Interreg zei Knops dat hij daarover deze week nog had gesproken met Eurocommissaris Cretu. Hij benadrukte dat juist de grensregio’s niet vergeten moeten worden in de nieuwe fase.

Grensoverschrijdende ambulancezorg

Op de vraag van Den Boer (D66) over een continuering van de grensoverschrijdende ambulancezorg PrePare zei Knops: “Dit is een mooi initiatief uit de grensregio (Enschede). Het ging in 2015 van start met een Interreg-financiering voor drie jaar. Het is nu aan de partijen in de regio om te kijken hoe ze dit structureel gaan borgen. De verwachting is dat de voordelen zodanig zijn dat je dit in een businesscase zou moeten kunnen wegzetten, waarbij het door de regio kan worden opgepakt.”

Kennis bij de grensregio’s ontsluiten

Tot slot zegde Knops toe dat er na het zomerreces een samenvattende governance reportage komt met uitkomsten van de verkenningen van de CdK´s van de grensprovincies en later dit jaar over alle zaken die betrekking hebben op grensoverschrijdend onderwijs (toelaten van leraren Duits in Nederland, diploma-erkenning, MBO). Eind 2018 moet er een plan van aanpak over flankerend beleid op tafel liggen, onder andere gericht op de beoordeling van grenseffecten. Zijn mantra bleef, tijdens het hele debat: “Ik kom niet met gestandaardiseerd beleid, de regio’s moeten zelf kijken en met initiatieven komen, we gaan het niet vanuit Den Haag opleggen.” Hij wil meer kennis over grensoverschrijdende samenwerking bij gemeenten en provincies ontsluiten, en naar Den Haag halen. “Neem die mensen een dag in de week bij BZK in dienst”, aldus de staatssecretaris. Hij is naar eigen zeggen bezig met de uitwerking van dit plan.

Met dank aan Hans Verbeek, Senior Public Affairs adviseur van de Regio Twente, Provincies Overijssel en Gelderland, voor zijn bijdrage aan dit artikel.