Forse tijdswinst mogelijk voor treinverbinding Randstad-Zwolle-Twente-Münster

De treinverbinding tussen de Randstad, Zwolle en Twente kan met zeker een half uur worden verkort. Dat blijkt uit onderzoek in opdracht van de provincie Overijssel. Dit is niet alleen gunstig voor de treinverbinding tussen de Randstad en Twente, maar ook voor de grensoverschrijdende spoorverbinding Zwolle-Twente-Münster.

Tijdens een bijeenkomst in Den Haag op donderdag 30 september pleitten de provincie Overijssel, Regio Zwolle, Twente Board, het Nederlands-Duitse samenwerkingsverband Euregio en het Duitse NWL (Nahverkehr Westfalen-Lippe) voor actie. Gezamenlijk roepen zij de Tweede Kamer en het nieuwe kabinet met klem op om deze spoorverbinding tussen Zwolle, Twente en Münster de komende jaren als prioriteit aan te merken. Zo wordt een snelle opwaardering van deze belangrijke binnenlandse en grensoverschrijdende spoorverbinding mogelijk.

Uit een quick scan onder leiding van Royal HaskoningDHV blijkt dat door aanpassingen aan het spoor tussen Zwolle en Twente veel reistijdwinst behaald kan worden. De investeringen op het spoor die hiervoor nodig zijn (ongeveer 3,5 miljard euro) betreffen onder meer de verdubbeling en de versnelling van de nu nog grotendeels enkelsporige spoorverbinding,  de aanpak van het spoorknelpunt bij Wierden en aanpassingen van stations.

Betere grensoverschrijdende verbinding

Met deze aanpassingen worden ook de grensoverschrijdende treinverbindingen verbeterd. Tussen Münster en Enschede reizen dagelijks vele forenzen, studenten en toeristen met de trein, waarvan circa twee derde in Enschede overstapt van/naar Nederlandse treinen. Uit een verkenning binnen het project EuregioRail blijkt dat met een eerste investering van € 100 miljoen op relatief korte termijn de treindiensten naar Münster en Dortmund kunnen worden verduurzaamd en doorgekoppeld, waardoor de overstap in Enschede verdwijnt. Om dit te bereiken vragen de partijen om steun van de regering bij de opname van de verbinding Zwolle-Enschede-Münster in het Europese Comprehensive Network van de Trans-European Networks (TEN-T). Dit is een belangrijke voorwaarde voor Europese financiering.

De investeringen kunnen op termijn ook ten goede komen van een extra snelle trein naar Berlijn, bovenop de huidige verbinding. De treinreis tussen Amsterdam en Berlijn wordt zo, inclusief de maatregelen die al op deze verbinding worden genomen, met anderhalf uur verkort tot minder dan vijf uur. Dat sluit aan bij een lang gekoesterde wens van Nederland, Duitsland en Brussel.

“Enkelspoor is onbegrijpelijk”

Om de oproep tot steun en investeringen kracht bij te zetten pleitten de provincie Overijssel, Regio Zwolle, Twente Board, Euregio en NWL gezamenlijk tijdens een bijeenkomst met Kamerleden voor een snelle aanpak. Gedeputeerde Bert Boerman van de provincie Overijssel reageert verheugd op de resultaten van de quick scan: “Hiermee wordt zwart-op-wit aangetoond dat snellere treinverbindingen tussen de Randstad en Oost-Nederland tegen redelijke investeringen mogelijk zijn. Ook leveren die veel rendement op in termen van milieuwinst, economische ontwikkeling, de werkgelegenheid en kennisuitwisseling. In onze ogen is het onbegrijpelijk en achterhaald dat de spoorverbinding tussen de twee economische topregio’s in onze provincie, Regio Zwolle en Twente, nog altijd enkelsporig is. Dat moet snel worden aangepakt. Dat is een kwestie van nationaal belang. Het spoor in Nederland moet echt beter worden benut.”

Op de website van EUREGIO is een filmpje over Euregiorail te vinden.

Overleg Mobility NL-NRW: veel ontwikkelingen op gebied van grensoverschrijdende mobiliteit

Op 7 november vond tussen de provincies Gelderland, Overijssel, Limburg, Noord-Brabant en Zuid-Holland, vertegenwoordigers van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en een afvaardiging van het ministerie van verkeer van Noordrijn-Westfalen het mobiliteitsoverleg Mobility NL-NRW plaats. Wat gebeurt er allemaal op het gebied van grensoverschrijdende mobiliteit, en welke onderwerpen stonden er tijdens deze bijeenkomst op de agenda? Coen Mekers, senior beleidsstrateeg mobiliteit bij de Provincie Gelderland, vertelt er meer over.

In februari 2019 hebben Nederlandse en Duitse bestuurders de Werkagenda Mobility NL-NRW ondertekend, waarin de belangrijkste onderwerpen op het gebied van grensoverschrijdende mobiliteit zijn opgenomen. Deze agenda is onderbouwd met een werkprogramma met daarin de concrete activiteiten voor de komende maanden en jaren. “Onderwerpen die in de agenda aan bod komen zijn onder meer verkeer en vervoer op spoor, wegen en water, Smart Mobility en mobiliteitsmanagement, de Europese TEN-T corridors en innovatieve en duurzame aandrijftechnieken”, zegt Mekers. “’Hot items’ zijn vooral Smart Mobility, logistiek en duurzaamheid. Ook spoorverbindingen staan hoog op de agenda.”

Belangrijke stappen gezet

Sinds de ondertekening zijn er belangrijke stappen gezet: de thema’s uit de werkagenda zijn geconcretiseerd in een bijbehorend werkprogramma en er zijn expert meetings georganiseerd over logistiek, binnenvaart en duurzame brandstoffen. “Daarnaast is sinds september de nieuwe werkgroep Smart Mobility Solutions actief, die al concrete acties aan het werkprogramma heeft toegevoegd. Er is bijvoorbeeld een bijeenkomst georganiseerd over autonome voertuigen”, aldus Mekers.

Grensoverschrijdende pilots, workshops en expert meetings

Aan welke projecten wordt op dit moment concreet gewerkt? Als eerste noemt Mekers de grensoverschrijdende Mobility as a Service (MaaS)-pilot voor openbaar vervoer tussen Limburg en Aken. “Bovendien vinden er triple-helix workshops plaats rond de ervaringen met geautomatiseerd vervoer en wordt tot maart 2020 een grensoverschrijdende pilot met betrekking tot de uitbreiding van truck parkings gedetailleerd uitgewerkt. Daarnaast wordt er bij de afstemming van concrete spoorverbindingen en bij projecten op het gebied van duurzame alternatieve brandstoffen voor de scheepvaart en de ontwikkeling van Clean Energy Hubs intensief samengewerkt”, legt Mekers uit. Ook staan er voor het eerste halfjaar van 2020 verschillende expert meetings voor ov-tarieven, fietsroutes, logistieke netwerken en MaaS gepland.

Ook EGTC Rhine-Alpine belangrijk thema tijdens mobiliteitsoverleg

Op de Rijn-Alpen-corridor wordt sinds een aantal jaren interregionaal samengewerkt tussen de regio’s en de havens: de EGTC Rhine-Alpine. De Gelderse gedeputeerde Christianne van der Wal werd op 8 november tot voorzitter verkozen. De partners in de EGTC gaan uit van het motto ‘One corridor – One strategy’. De focus ligt daarbij op grensoverschrijdende onderwerpen, een groene ontwikkeling van de corridor, robuustheid van de corridor, slimme mobiliteit en het verminderen van geluidsoverlast. Volgens Mekers is ook de ontwikkeling van de corridor een belangrijk thema in de werkagenda met Noordrijn-Westfalen. “We bespreken gezamenlijke standpunten en kijken samen naar de mogelijkheden van Europese cofinanciering van projecten”, legt Mekers uit.

“Succesvol voorbeeld van grensoverschrijdende samenwerking”

Mobility NL-NRW bestaat al ruim tien jaar. Mekers is erg tevreden over de ontwikkeling die het mobiliteitsoverleg heeft doorgemaakt. “De collega’s aan beide zijden van de grens zijn erg enthousiast. Ze tonen veel inzet en daardoor kunnen bestaande mobiliteitsvraagstukken en problemen goed opgepakt worden. Er wordt op een gestructureerde manier samengewerkt en men heeft veel vertrouwen in elkaar”, aldus Mekers. Volgens hem is Mobility NL-NRW inmiddels een succesvol voorbeeld van grensoverschrijdende samenwerking. Vertrouwen en communicatie zijn de sleutel tot dit succes: “Daardoor lukt het elk keer weer om de verschillen in structuur, regelgeving, procedures en taal en cultuur te overbruggen. Daardoor kunnen we efficiënt op de inhoud focussen”, sluit Mekers af.

Het jaarlijks Bestuurlijk Overleg tussen de minister voor verkeer van Noordrijn-Westfalen en de Gedeputeerden van de provincies zal eind januari 2020 in Noordrijn-Westfalen plaatsvinden. Het volgende Ambtelijk Coördinatie Overleg staat voor eind maart 2020 in Nederland gepland.