Commissaris van de Koning John Berends op werkbezoek in de Euregio

John Berends werd een paar maanden geleden geinstalleerd als Commissaris van de Koning in de provincie Gelderland. Op uitnodiging van Euregio-voorzitter Ulrich Francken bracht hij samen met Doede Sijtsma, Deutschlandbeauftragter van de Provincie Gelderland in Düsseldorf, op 11 juli een werkbezoek aan de Euregio Rijn-Waal.

Het programma begon met een bezoek aan het Duitse Elten bij Emmerich, waar burgemeester Hinze met de heer Berends sprak over thema´s als grenspendelaars, het ontbreken van OV-chipkaartlezers op de stations van Elten en Emmerich en de aanleg van de Betuweroute door zijn gemeente. Ook het belang van de haven van Emmerich voor de Liemers en de Achterhoek kwam aan bod. De onderwerpen kwamen tot leven tijdens enkele tussenstops bij het station van Elten en de haven van Emmerich.

Het bezoek werd voortgezet met een kort bezoek aan het secretariaat van de Euregio Rijn-Waal in Haus Schmithausen en de Hochschule Rhein-Waal. Tijdens een wandeling over de campus berichtte Dr. Gerd Heusipp over de snelle ontwikkeling van deze nog nieuwe hogeschool, die in tien jaar tijd is uitgegroeid tot een hogeschool met meer dan 7.000 studenten. Ook de samenwerking met de HAN, de Radboud Universiteit en de Universiteit Wageningen werd gethematiseerd.

De dag werd afgesloten met een bezoek aan Kranenburg. Tijdens een stop bij de Euregio Realschule werd dit bijzondere concept toegelicht en werd er verder gesproken over de erkenning van diploma´s en het belang van buurtaalonderwijs voor de grensstreek. In het oude station van Kranenburg sprak de commissaris met locoburgemeester Norbert Janssen tenslotte nog over het belang van goede (OV-)verbindingen tussen Kleve en Kranenburg en Groesbeek en Nijmegen. Een geslaagd voorbeeld is het op 7 juni geopende snelfietspad tussen Kleve en Kranenburg, dat aansluit op het al bestaande fietspad tussen Kranenburg en Groesbeek.

Euregio-secretaris Sjaak Kamps blikt met een goed gevoel terug op het bezoek: “Gelderland is een belangrijke provincie voor onze organisatie en wij zijn blij, dat ook de nieuwe commissaris John Berends oog heeft voor de grensoverschrijdende thema´s en uitdagingen en verheugen ons op een prettige samenwerking”.

Foto: Commissaris van de Koning John Berends (3.v.l.) en Doede Sijtsma van de Provincie Gelderland (2.v.r.) praten met Euregio-voorzitter Ulrich Francken, burgemeester Peter Hinze van Emmerich, Euregio-secretaris Sjaak Kamps en plaatsvervangend Euregio-secretaris Andreas Kochs over grensoverschrijdende onderwerpen als logistiek en openbaar vervoer.

“Het komt er nu op aan om de aandacht voor grensoverschrijdende samenwerking vast te houden”

Sjaak Kamps, al sinds 1990 werkzaam bij de Euregio Rijn-Waal, en is met recht ‘door de wol geverfd’ waar het gaat om het onderhouden en uitbreiden van grensoverschrijdende betrekkingen. In dit eindejaarsinterview met Grenspost kijkt de directeur van de Euregio Rijn-Waal terug op bijna 30 jaar samenwerking over de Nederlands-Duitse landsgrenzen heen – en blikt vooruit naar de komende jaren.

Kunt u iets meer vertellen over uw achtergrond? 

Dat ik 28 jaar geleden in het Nederlands-Duitse wereldje ben beland, is misschien niet geheel toevallig. Ik ben opgegroeid in het Nederlandse Siebengewald, letterlijk op steenworp afstand van de Duitse grens. Van huis uit waren er altijd al veel contacten met de oosterburen en toen in mijn middelbareschooltijd Europese samenwerking op het lesrooster stond, was mijn interesse voor grensoverschrijdende samenwerking definitief gewekt. Na mijn studie geografie in Nijmegen kwam ik terecht op de afdeling regionale economische samenwerking voor de regio Nijmegen. Hier ontstond het eerste contact met de Euregio Rijn-Waal, toen nog Regio Rijn-Waal.

Kunt u een beeld schetsen van de ontwikkelingen die de grensoverschrijdende samenwerking sinds 1990 heeft doorgemaakt?

In de beginjaren was de Regio Rijn-Waal nog een organisatie met een secretaris, die zijn werk voor de Regio naast zijn pensioen deed. Er was slechts een handjevol medewerkers in dienst. Dit veranderde langzaam toen er in 1989/90 vanuit Brussel voor het eerst wat grotere bedragen voor grensoverschrijdende samenwerking beschikbaar kwamen. In 1991 kwam het eerste INTERREG-programma met een volume van een paar miljoen euro tot stand. Met aan de Euregio de taak om te bedenken hoe je dit geld projectmatig op een goede manier zou kunnen inzetten. En ik mocht meedenken over de manier waarop. Uiteindelijk ben ik nooit meer weggegaan.

Wat zijn de grootste veranderingen?

In de beginjaren was er vanuit de overheid maar weinig belangstelling voor grensoverschrijdende samenwerking. Dat is nu anders. In het begin waren het vooral de gemeenten, later kwamen daar voor de financiering het ministerie van Economische Zaken en het Wirtschaftsministerium bij. Ook zijn de provincies in de afgelopen 28 jaar hier een steeds nadrukkelijker rol gaan spelen. En dat maakt het wel een stuk gemakkelijker: zij zitten toch dichter bij het vuur dan Den Haag. We mogen ook niet vergeten dat de Nederlands-Duitse verhoudingen in de loop der jaren flink zijn verbeterd, en zeker de manier waarop de Nederlanders naar de Duitsers zijn gaan kijken. Na het WK Voetbal in 2006 was er sprake van een meer dan positieve kentering.

Wat vindt u het leukste aan uw baan?

Het is en blijft fascinerend om te proberen verschillende partijen uit twee landen bij elkaar te brengen, om vervolgens te kijken hoe je op diverse vlakken een meerwaarde kunt creëren voor de inwoners van de grensregio. Dat vind ik nog steeds leuk.

Als u kijkt naar het afgelopen jaar, waar bent u dan het meest trots op?

Ik wil er graag drie zaken uitlichten. Ten eerste de structurele financiering van de GrensInfoPunten, ook zonder INTERREG-subsidie. Het is een mooi signaal dat de verantwoordelijke ministeries bereid zijn om hierin een stuk verantwoordelijkheid te nemen. Daar ben ik heel erg blij mee.
Een tweede hoogtepunt is voor mij de Nederlands-Duitse scholenwedstrijd, die de Euregio Rijn-Waal in opdracht van Land NRW en de Provincie Gelderland georganiseerd heeft. Als je de jeugd in hun jonge jaren al meegeeft dat samenwerking over de landsgrenzen heen belangrijk is, dan blijft dit voor de rest van je leven.
En last but not least natuurlijk de regeringsdialoog als heel belangrijk signaal voor de intensivering van grensoverschrijdende samenwerking. Hier hebben veel partijen samen hard aan getrokken. Iets om heel trots op te zijn.

Wat zijn de belangrijkste uitdagingen voor 2019? Kunt u een voorbeeld noemen van actuele onderwerpen die hoog op de agenda staan?

Het vasthouden van de aandacht voor GROS. We plukken er nu de vruchten van en het is zaak dat dat zo blijft. Dat we niet op onze lauweren gaan rusten. Dat we ons blijven afvragen, wat de burgers in de grensstreek nodig hebben. Namelijk een goed functionerende samenleving waarin de grens geen barrière vormt, waarin je gemakkelijk kunt wonen en werken over de grens. En dat we problemen onder de aandacht brengen van de verantwoordelijke overheden. Dat is en blijft de leidraad in ons werk. De grens mag dan optisch wel zijn verdwenen, maar we bijten ons stuk op de regelgeving op het gebied van bijvoorbeeld pensioenen, diploma-erkenning en grensoverschrijdende inzet van brandweerdiensten. Als Euregio kunnen we pragmatische oplossingen bedenken om de regelgeving heen, maar voor duurzame oplossingen hebben we echt de overheid nodig.

Op welke punten is er verder nog terrein te winnen?

Het is mij een doorn in het oog dat het grensoverschrijdend ambulancevervoer nog steeds niet geregeld is. En daarbij gaat het met name om de inzet van de Nederlandse ambulance in Duitsland. Dat is nog steeds niet toegestaan, aangezien er in een Nederlandse ambulance geen arts aanwezig is, terwijl dat in Duitsland verplicht is. Ministeries beloven al jaren om hier iets aan te doen, maar concreet is er nog niets gebeurd. Er zijn gelukkig wel wat pilotprojecten waarbij Duits personeel wordt geschoold om ook aan Nederlandse zijde aan de slag te kunnen, maar we zijn er nog lang niet.
Een tweede pijnpunt is wat mij betreft de gebrekkige beschikbaarheid van grensoverschrijdend openbaar vervoer. In de Euregio Rijn-Waal kennen we met de busverbinding van Emmerich naar Nijmegen en de regionale trein van Arnhem naar Düsseldorf slechts twee succesverhalen. Als we willen dat een grensoverschrijdende arbeidsmarkt binnen handbereik komt, moet dat ook geregeld zijn.

Waar gaan we ons in de grensoverschrijdende samenwerking naartoe bewegen?

Ik kan alleen de hoop uitspreken dat we op deze voet door kunnen gaan en de aandacht hiervoor vast weten te houden. We moeten deze aandacht gebruiken om stappen te zetten en vooruit te komen. Dat wordt de uitdaging voor de komende jaren. Denk daarbij onder meer aan de ontwikkeling van een arbeidsmarktplatform ter bevordering van de grensoverschrijdende arbeidsmobiliteit. Een andere mooie stap is het herdenken en vieren van 75 jaar vrijheid, volgend jaar en in 2020, waar we ook onze oosterburen bij willen betrekken.