Overijssels gedeputeerde Roy de Witte: een ‘rasechte grensbewoner’ uit Manderveen

Roy de Witte

Wanneer gedeputeerde van Overijssel Roy de Witte in zijn woonplaats Manderveen (gemeente Tubbergen) uit het raam kijkt, kan hij de Duitse grens zo ongeveer zien liggen. Hij groeide letterlijk op steenworp afstand van de grens op en noemt zichzelf dan ook een ‘rasechte grensbewoner’. En dat komt hem ook ten goede in zijn functie als gedeputeerde, waarin hij naast Recreatie en Toerisme, Leefbaar Platteland, Cultuur en Sociale Kwaliteit ook Grensoverschrijdende Samenwerking in zijn portefeuille heeft.

Hoe was het voor jou om zo dicht bij de grens op te groeien?

“Ik ben echt opgegroeid in twee werelden. Voor ons was boodschappen doen in Duitsland net zo vanzelfsprekend als een bezoekje aan het zwembad in Uelsen. Ik denk dat ik me tot mijn zevende eigenlijk helemaal niet bewust was van het bestaan van de Nederlands-Duitse grens. Ik zag hooguit dat voetbalshirts van Duitse clubs er anders uitzagen dan die van FC Twente.”

Hoe valt het thema grensoverschrijdende samenwerking te combineren met de andere onderwerpen uit jouw portefeuille?

“Eigenlijk heel goed. Mijn collega-gedeputeerden zorgen vanuit hun portefeuilles voor de inhoud en ik fungeer vervolgens vooral als kruiwagen, coördinator en verbinder om de thema’s grensoverschrijdend op tafel te krijgen.”

Als je kijkt naar het afgelopen jaar, waar ben je dan het meest trots op? Welke successen zijn er behaald?

“Ik ben het meest trots op het veiligstellen van de financiering van de GrensInfoPunten, waar ook Nedersaksen in november vorig jaar een handtekening onder zette. De GrensInfoPunten hebben een grote impact en kunnen met hun advies voor (potentiële) grenspendelaars, werkgevers en studenten echt het verschil maken. Met name voor de inwoners van de grensstreek moet dit soort dienstverlening eigenlijk vanzelfsprekend zijn en blijven.”

Welke verbeterpunten zijn er nog?

“Gekeken naar de diverse grensoverschrijdende samenwerkingsagenda’s had ik gehoopt dat we al wat verder zouden zijn. Het blijft toch altijd lastig om hier heel concreet resultaten te behalen, dat is toch vaak iets van de lange adem. Elkaar fysiek zien helpt daarbij ondanks alle digitale mogelijkheden die er zijn. Zodra de situatie het toelaat, hoop ik dan ook dat we face-to-face de bestuurlijke gezamenlijkheid weer op kunnen zoeken. Grensoverschrijdende samenwerking is voor mij pas echt geslaagd wanneer grensbewoners hier concreet iets van merken en er de vruchten van kunnen plukken.”

Welke thema’s moeten er volgens jou in 2021 worden aangepakt?

“Ik hoop dat we dit jaar verdere stappen kunnen zetten op het gebied van grensoverschrijdende gezondheidszorg. Het is natuurlijk prachtig dat het ziekenhuis in Münster bijvoorbeeld meteen klaar stond om coronapatiënten uit Enschede op te vangen. Dat hebben we echt te danken aan de goede grensoverschrijdende betrekkingen waar de afgelopen jaren veel in is geïnvesteerd. Op dit terrein is echter nog veel te winnen. Denk bijvoorbeeld aan de grensoverschrijdende ambulancezorg, die nog niet geheel probleemloos mogelijk is. En verder droom ik van een medische Euregiohelikopter als vast onderdeel van de Nederlands-Duitse gezondheidszorg in de grensregio.”

Zijn er naar jouw idee nog nieuwe grensoverschrijdende problemen of juist kansen ontstaan door de coronacrisis?

“Ik vind dat we moeten oppassen dat de cultuurverschillen tussen Nederland en Duitsland door de coronapandemie niet groter worden. Het virus heeft er naar mijn idee voor gezorgd dat we in negatieve zin meer op elkaar zijn gaan letten en sneller een oordeel over onze buren klaar hebben.
Verder hebben onze recreatieondernemers geleerd dat de voucherregeling voor geannuleerde boekingen bij Duitsers minder goed werkt, ook vanwege de onbekendheid ervan. Wij hebben onze ondernemers dan ook geadviseerd om de betaalde bedragen indien mogelijk gewoon terug te storten.”

Wat is je wens voor 2021?

“Dat de coronapandemie een vliegwiel gaat zijn om elkaar grensoverschrijdend nog vaker en intensiever op te zoeken. Verder ben ik persoonlijk erg blij dat de huidige minister-president van Noordrijn-Westfalen Armin Laschet is verkozen tot nieuwe partijvoorzitter van het CDU. Dat is een goed signaal voor de grensoverschrijdende samenwerking. Verder doe ik graag een oproep aan het kabinet om de lijn van grensoverschrijdende samenwerking ook na de Tweede Kamerverkiezingen op 17 maart voort te zetten!”

Digitaal werkbezoek gedeputeerden aan EUREGIO

Een werkbezoek in tijden van corona, hoe doe je dat? Digitaal natuurlijk. En zo verzamelden de voorzitter van EUREGIO, Rob Welten, de directeur-bestuurder van EUREGIO, Christoph Almering, zich met hun medewerkers op vrijdagmorgen 6 november op het beeldscherm om daar de Gelderse gedeputeerde Peter van ’t Hoog en zijn collega-gedeputeerde uit Overijssel, Roy de Witte, te ontvangen. Het bezoek was met de hoop op een fysieke ontmoeting al uitgesteld, maar uiteindelijk is toch gekozen voor een ontmoeting in deze vorm.

Doel van het bezoek was kennismaken met EUREGIO en enkele hoofdthema’s in de grensoverschrijdende samenwerking wat verder uitdiepen.  Als eerste de ‘Strategie EUREGIO 2030’, waar Christoph Almering uiteenzette hoe de leden van EUREGIO (gemeenten en waterschappen aan Nederlandse kant en de Gemeinden en Kreise aan Duitse kant) het gebied voor alle grensbewoners tot een 360-graden leefgebied willen maken.

Hoe EUREGIO daar nu al aan werkt werd duidelijk in presentaties over de intensieve samenwerking tussen deze partners (maar dan inclusief provincies en Bezirk Münster) rond arbeidsmarkt, onderwijs, economie en mobiliteit. Ondanks de remmende werking van de coronapandemie wordt er op tal van terreinen doorgewerkt aan het oplossen van concrete problemen aan de grens.

Peter van ’t Hoog, gedeputeerde Provincie Gelderland (c) Provincie Gelderland

Drukte bij GIP’s

De coronacrisis met alle gevolgen voor de grensoverschrijdende bedrijvigheid en pendelaars was ook te merken aan de enorme drukte die ontstond bij het GrensInfoPunt (GIP) van EUREGIO. Daar kunnen burgers en bedrijven terecht met vragen over wonen, werken en ondernemen aan de andere kant van de grens. De huidige crisis bewijst de waarde van deze organisaties, ook omdat snel informatie geleverd kon worden over nieuwe problemen die ontstaan bij snel genomen – en daarom niet altijd helemaal grensoverschrijdend doordachte – crisismaatregelen.  Vanaf volgend jaar krijgen deze GIP’s structureel financiering vanuit Nederland en vanuit Duitsland.

Dat we elkaar aan de grens graag en in alle diversiteit willen ontmoeten bewijst het grote succes van het Kaderproject voor kleinere INTERREG-projecten. Ook in het nieuwe INTERREG-programma, dat volgend jaar van start moet gaan, wil EUREGIO ruimte voor deze initiatieven.

Roy de Witte, gedeputeerde Provincie Overijssel (c) Provincie Overijssel

Grensoverschrijdende gezondheidszorg centraal

Veel ruimte was ingeruimd voor een gesprek over grensoverschrijdende gezondheidszorg. Mevrouw Manon Bruens van het Bureau Acute Zorg Euregio was te gast om te vertellen over de huidige stand van zaken. Er is al veel geregeld op dat terrein, maar de stap van project naar soepel lopende praktijk vraagt permanente aandacht. Er moet gezorgd worden voor het uitvoeren van de adviezen die voortkomen uit de projecten, maar ook de zorgverleners zelf moeten regelmatig bijgepraat kunnen worden over de mogelijkheden aan de andere kant van de grens. De beide gedeputeerden zegden toe in gesprek te willen gaan over de vraag hoe de beide provincies hieraan zouden kunnen bijdragen.

De geplande discussie over stikstof, natuur, water, duurzame landbouw en ondermijning in het grensgebied moest helaas – omdat over het bovenstaande al zoveel informatie uit te wisselen was – naar een volgende bijeenkomst worden verschoven.