Eerste Grenslandconferentie tussen Noordrijn-Westfalen en Nederland: “Het afbouwen van grenzen verrijkt mensen”

(c) Land NRW/R. Sondermann

Op uitnodiging van Stephan Holthoff-Pförtner, minister van Europese Zaken, en Raymond Knops, staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, tevens verantwoordelijk voor grensoverschrijdende samenwerking, zijn op 9 mei meer dan 300 actoren, actief op het gebied van grensoverschrijdende samenwerking, bijeen in Venlo voor de eerste Grenslandconferentie tussen Noordrijn-Westfalen en Nederland.

Minister Holthoff-Pförtner en staatssecretaris Knops hadden tijdens de eerste Regeringsdialoog tussen Nederland en Noordrijn-Westfalen in november besloten tot de organisatie van de Grenslandconferentie. Minister Holthoff-Pförtner: “De Grenslandconferentie is een nieuwe mijlpaal in de intensivering van onze betrekkingen met Nederland. Eenmaal per jaar zullen in de toekomst alle belangrijke partners bijeenkomen om gezamenlijk de prioriteiten van de grensoverschrijdende samenwerking vast te leggen. Ik hoop dat de Grenslandconferentie zich zal ontwikkelen tot een soort ‘familiereünie’ tussen onze landen.”

“Belangrijk dat inwoners van de grensregio zich Euregionale burgers voelen”

De conferentie werd geopend door Antoin Scholten, burgemeester van Venlo en voorzitter van euregio rijn-maas-noord. Hij liet aan de hand van een aantal voorbeelden zien dat de grens tussen Nederland en Duitsland in Venlo nauwelijks nog bestaat. Raymond Knops, zelf ook opgegroeid in de grensregio, pleitte hartstochtelijk voor initiatieven die jongeren laten kennismaken met hun Duitse leeftijdsgenoten: “Ik bewaar goede herinneringen aan een uitwisseling die ik als 12-jarige met de voetbalclub in Kempen had. Die ervaring zal ik nooit meer vergeten, en juist omdat jongeren tegenwoordig niet meer zo gemakkelijk met Duitse radio en televisie in aanraking komen, is het belangrijk dat ze via andere wegen hun Duitse buren leren kennen.” Volgens Theo Bovens, Commissaris van de Koning van de Provincie Limburg, is het belangrijk dat inwoners van de grensregio’s, en ook de komende generaties, zich Euregionale burgers blijven voelen. “Ze moeten zich blijven interesseren voor de andere kant van de grens; de grens mag niet in hun hoofden terechtkomen. Grenzen maken mensen armer, en het afbouwen van grenzen verrijkt mensen. En daarmee maak je de wereld rijker.”

GrensInfoPunten gaan intensiever samenwerken met arbeidsbemiddelingsorganisaties

Daarna werd een aantal resultaten van het grensoverschrijdende werk van de afgelopen tijd gepresenteerd. Eén concreet resultaat betrof de GrensInfoPunten, die aan de grens van Nederland met Noordrijn-Westfalen en Nedersaksen liggen. Deze bieden niet alleen praktische hulp en informatie over werken, wonen en studeren over de grens aan de ongeveer 48.000 grensarbeiders, maar ook aan werkgevers, stagiairs en studenten. Tot nu toe was het niet mogelijk om via de GrensInfoPunten directe arbeidsbemiddeling aan te bieden. Dit gaat nu veranderen. In sommige grensregio’s is met onmiddellijke ingang al een arbeidsbemiddelingsbureau opgericht bij de GrensInfoPunten, in andere regio’s wordt hier momenteel nog aan gewerkt. Daarnaast zijn minister Holthoff-Pförtner en staatssecretaris Knops op de Grenslandconferentie overeengekomen de financiering van de GrensInfoPunten ook na 2020 te waarborgen.

Betere diploma-erkenning voor pedagogisch medewerkers

Een nieuwe personeelsovereenkomst in Noordrijn-Westfalen zal het mogelijk maken dat Nederlandse pedagogisch medewerkers kinderopvang in de toekomst als ‘sozialpädagogische Fachkraft in einer Kindertageseinrichtung’ worden erkend en op een Duits kinderdagverblijf aan de slag kunnen gaan. Net als in het verleden moeten geïnteresseerden contact opnemen met de desbetreffende Bezirksregierung om de gelijkwaardigheid van hun diploma te laten controleren. Anders dan in het verleden kan de Bezirksregierung nu echter “gedeeltelijke toegang” verlenen op grond van de EU-wetgeving, d.w.z. belangstellenden de mogelijkheid bieden om op een kinderdagverblijf te werken zonder de volledige gelijkwaardigheid van hun opleiding aan de Duitse opleiding vast te stellen. De nieuwe verordening is sinds maart 2019 van kracht. Ook in Duitsland opgeleide docenten zouden in de toekomst gemakkelijker in Nederland moeten kunnen werken.

Concessie-overeenkomst voor intercity tussen Eindhoven en Düsseldorf ondertekend 

Daarnaast ondertekenden Stientje van Veldhoven, Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat, en Hendrik Wüst, minister van Verkeer van Noordrijn-Westfalen, voorafgaand aan de Grenslandconferentie de concessie-overeenkomst voor de rechtstreekse intercityverbinding tussen Eindhoven en Düsseldorf. Deze zal vanaf 2025 gaan rijden. Op basis van deze overeenkomst kan het Verkehrsverbund Rhein-Ruhr (VRR) de aanbesteding van een concessie voor deze treinverbinding ter hand nemen.

Intensivering van uitwisseling tussen Nederlands en Duitse jongeren

Bovendien gaven minister Holthoff-Pförtner en staatssecretaris Knops op de Grenslandconferentie het startsein voor een jeugdprogramma dat gericht is op het intensiveren van de uitwisseling tussen de twee landen. “Onbegrensd” is de naam van het programma, dat bedoeld is om een breed spectrum aan ontmoetingen van jongeren op het gebied van sport en cultuur, maar ook tussen scholen, mogelijk te maken. Belangstellenden kunnen zich onmiddellijk kandidaat stellen.

‘Grenslandaward’: prijs voor grensoverschrijdende initiatieven

Tot slot zijn minister Holthoff-Pförtner en staatssecretaris Knops overeengekomen een ‘Grenslandaward’ uit te reiken aan speciale grensoverschrijdende initiatieven. De prijs zal jaarlijks worden uitgereikt.

Volgende Grenslandconferentie in Duisburg

Tijdens de conferentie bespraken de deelnemers een toekomstige grensagenda gericht op de arbeidsmarkt, onderwijs en vervoer. De plannen omvatten onder andere de invoering van een grensoverschrijdend semesterticket voor Duitse studenten aan Nederlandse universiteiten. De volgende Grenslandconferentie zal in 2020 in Duisburg plaatsvinden.

 

Foto (c) Land NRW/R. Sondermann

Knops bezoekt Provincie Overijssel en Regio Twente

Maandag 1 oktober kwam Raymond Knops (staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties) samen met Gedeputeerde Eddy van Hijum (portefeuille Economie, Innovatie en Recreatie & Toerisme) naar Twente. Het werkbezoek was bedoeld om kennis te maken met concrete initiatieven in de grensregio en daarover het gesprek te voeren met lokale bestuurders uit Nederland en Duitsland.

Gedeputeerde Eddy van Hijum begeleidde de delegatie die startte bij de Universiteit Twente. President van Twente Board Geert Braaksma beet de spits af en zoomde in op de regiodeal van Twente. Regiovoorzitter Onno van Veldhuizen ging dieper in op het thema grensoverschrijdende arbeidsmarkt en de bredere samenwerking tussen Oost-Nederland en het Münsterland. Biba Visnjicki business development officer en prof. dr. Ir. Fred van Houten (Universiteit Twente) vertelden een inspirerend verhaal vanuit het Frauenhofer Project Center over grensoverschrijdende samenwerking in productietechnologie.

Ook het thema digitale dorpen kwam uitgebreid aan bod: Connected Villages en glasvezel in het buitengebied als succesverhaal vanuit Overijssel. De provincie is koploper als het gaat om supersnel internet in het buitengebied en de ontwikkeling van het platteland. Dat biedt kansen om digitalisering in te zetten voor het verbeteren van de leefbaarheid van het platteland. Dit werd geïllustreerd met een enthousiaste pitch van een regionaal projectinitiatief Dag!enDoen!

Knops vervolgde zijn reis naar De Lutte. Hier verzorgden Wethouder Marcel Wildschut (gemeente Losser) en burgemeester Volker Pannen (Bad Bentheim) vervolgens een presentatie en pitch van een regionaal initiatief op het gebied van energiesamenwerking Duitsland–Nederland: het project power2gas en het project grensoverschrijdend windpark. Samen met burgemeester Cia Kroon keken ze vanaf de Losserse Dijk naar de windmolens op Duits grondgebied. Losser wil samen met Bad Bentheim ook een aantal windmolens bouwen op Nederlands grondgebied. Regelgeving maakt dit nu nog niet mogelijk. Het ministerie van Binnenlandse zaken, provincie Overijssel en gemeente Losser zoeken hiervoor gezamenlijk naar een oplossing.

Het werkbezoek werd afgesloten in Gronau. Hier bezocht men GrensWerk, het Duits-Nederlandse bureau voor grensoverschrijdende arbeidsbemiddeling. EUREGIO-voorzitter Rob Welten en Duitsland coördinator Economie & Arbeid Peter Schildkamp leidden het gesprek waarin eveneens van gedachten werd gewisseld met medewerkers over successen en knelpunten van de dagelijkse werkzaamheden.

Staatssecretaris Raymond Knops: “Kennis van de Duitse taal maakt je wereld letterlijk groter“

Staatssecretaris Knops op bezoek bij Fontys

“Het is eigenlijk te gek voor woorden dat we het er überhaupt over moeten hebben”. Staatssecretaris Raymond Knops van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties windt er geen doekjes om. De samenwerking met Duitsland is voor hem als geboren Limburger vanzelfsprekend. Knops was op dinsdag 19 juni 2018 te gast bij de 5e euregionale masterclass van Fontys Crossing Borders en de Business Club Maas-Rhein in Venlo. Hij vertelde in een vraaggesprek met moderator Ruud Stikkelbroeck waarom hij in grensoverschrijdende samenwerking gelooft.

Vier jaar geleden was er nog geen bewindspersoon die grensoverschrijdende samenwerking in zijn portefeuille had. Dit is tegenwoordig gelukkig anders. Staatssecretaris Knops kent de grensregio en weet hoe belangrijk de samenwerking met de buren is. Hij erkent dat er belemmeringen zijn op het gebied van werken en studeren in het buurland, maar denkt zelf vooral in praktische oplossingen. “Iets waar ze in Den Haag nog even aan moeten wennen”, aldus Knops. Voorafgaand aan de masterclass ging de staatssecretaris in gesprek met vertegenwoordigers van Fontys Venlo, de Business Club Maas Rhein, Ondernemend Venlo en de euregio rijn-maas-noord. Hierdoor kreeg Knops een duidelijk beeld van de vele grensoverschrijdende initiatieven en projecten in deze euregio.

Provinciale medewerkers in Den Haag

Om kennis en ervaring uit de provincies naar Den Haag te halen, wil de staatssecretaris medewerkers uit de provincie bij het Rijk laten werken. Vanwege de afstand zijn ze wekelijks 1 á 2 dagen in Den Haag, de rest van de dagen op hun eigen stek in de provincie. Door de combinatie van werken bij het Rijk en provincie worden kennis en inzichten uitgewisseld. Knops: “De Directeur-Generaal vond het een goed idee. Dit gaan we dus doen. Ik moedig het van harte aan dat provinciale en landelijke bestuurders samen gaan werken”. De staatssecretaris heeft gedeputeerde Theo Bovens van de provincie Limburg opdracht gegeven om het plan verder uit te werken.

Investeren in relatie

Het opbouwen van een goede basis voor samenwerking kost tijd, aldus Knops. “Je moet eerst investeren in de relatie, en dan pas zakendoen. Dit geldt voor ondernemers, maar ook voor politici.” Een-op-een contact vindt hij erg belangrijk. Als jongetje van 8 ging hij al met zijn voetbalclub uit Hegelsom op bezoek bij een Duitse club net over de grens. “Juist op jonge leeftijd is contact met onze oosterburen belangrijk. Het vergroot je wereld. Ik stimuleer uitwisselingen tussen sportverenigingen dan ook van harte.”

Grensjob-app

De afgelopen maanden is Knops van Groningen naar Limburg langs de grens getrokken om een kijkje te nemen bij grensoverschrijdende projecten en organisaties. Als ‘best practice’ noemt hij de GrensInfoPunten. “Voor mensen die aan de andere kant van de grens willen werken of studeren zijn deze adviespunten een groot goed. De regels in Duitsland zijn vaak ingewikkeld. De adviseurs bij de GrensInfoPunten geven praktische oplossingen op maat en kunnen naar de juiste mensen doorverwijzen.” Iemand uit de zaal merkt op dat werkzoekenden vaak niet weten welk vacature-aanbod er is in het buurland. Ook hier heeft Knops een praktische oplossing voor: “We zijn bezig met een ‘grensjob-app’, waarin informatie over de arbeidsmarkt in het buurland wordt ontsloten. Ook willen we de ‘Euregio-jobroboter’ (een grensoverschrijdende vacaturezoekmachine, red.) verder uitrollen.”

Belang van Duitse taal

Duits is nog steeds een ondergesneeuwd vak in het middelbaar onderwijs, zeker in het westen van Nederland. Knops is niet voor verplichting van het vak Duits, maar wil jongeren en docenten bewust maken van het belang van de Duitse taal. “De Duitse taal maakt je wereld letterlijk groter.” Tot slot geeft hij de aanwezige studenten nog wat advies mee: “Wees nieuwsgierig en kijk goed om je heen. Denk niet in barrières, maar doe dingen anders dan de rest. En vooral: geniet ervan!”

Foto: (c) Andre Diedrichs

Vertegenwoordigers grensregio pleiten voor tussentijdse financiering GrensInfoPunten

De 3+3 bijeenkomst in Schloss Moyland werd deze week afgesloten met een goede afspraak over het voortbestaan van de GrensInfoPunten. Er werd gepleit voor een tussentijdse financiering om deze adviescentra voor grenswerkers in stand te houden. De 3+3 bijeenkomst – overleg tussen drie Duitse Regierungspräsidentinnen (Düsseldorf, Keulen en Münster) en drie Commissarissen van de Koning (Limburg, Gelderland en Overijssel) – werd ditmaal georganiseerd door de Regierungspräsidentin van Düsseldorf in het Kunstmuseum am Niederrhein.

Voor het eerst waren prominente afgevaardigden van beide regeringen op de bijeenkomst aanwezig: Raymond Knops, staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, en Stephan Holthoff-Pförtner, minister van Europese Zaken van NRW. Beiden prezen het werk van de GrensInfoPunten en beloofden te werken aan een financiële oplossing.

Samen oplossingen ontwikkelen

Andere onderwerpen die onder leiding van Birgitta Radermacher, Regierungspräsidentin van Düsseldorf, aan de orde kwamen, waren verkeer, onderwijs en veiligheid, maar ook milieubescherming. Radermacher: “Problemen als criminaliteit of hoogwater houden niet op bij de grens. We moeten de knelpunten in kaart brengen en samen oplossingen ontwikkelen. Daarom is het belangrijk dat we nauw samenwerken.”

Zo worden er al gezamenlijke workshops en oefeningen op het gebied van rampenbestrijding georganiseerd. De Werkgroep Hoogwater werkt aan een grensoverschrijdend onderzoek naar de risico’s op overstroming. Een test voor een buslijn tussen Aalten en Bocholt werd succesvol afgerond. Op het gebied van onderwijs wordt gewerkt aan verdere samenwerking tussen scholen en kinderdagverblijven.

Diploma-erkenning

Wederzijdse erkenning van diploma’s op het gebied van onderwijs en zorg is lastiger, omdat de opleidingen in beide landen zeer verschillend zijn. Regierungspräsidentin Dorothee Feller (Münster) stelde voor om mentoren in te zetten om de verschillende onderwijseisen te verduidelijken en de juiste contactpersonen te vinden. Deze taak zouden de GrensInfoPunten op zich kunnen nemen.

Op veel gebieden is men al op de goede weg, benadrukte Theo Bovens, Commissaris van de Koning in Limburg: “Veel zaken kunnen we ter plekke in de grensregio aanpakken en oplossen”.

Samenwerking verder uitbouwen

NRW-minister Holthoff-Pförtner van Europese Zaken vatte samen: “Noordrijn-Westfalen ligt als agglomeratie in het hart van Europa. Wij profiteren sterk van de nabijheid van Nederland. Wij willen dit potentieel nog beter benutten en de grensoverschrijdende samenwerking verder uitbouwen. De thema’s infrastructuur en werk, onderwijs en veiligheid zijn voor ons van bijzonder belang. De 3+3-gesprekken bieden hiervoor waardevolle impulsen.“

“Niet verzanden in bureaucratie, maar resultaten boeken”

Staatssecretaris Raymond Knops van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties bracht woensdag 16 mei een bezoek aan de Provincie Gelderland, de tweetalige Euregio Realschule in Kranenburg en de Euregio Rijn-Waal in Kleef. De voormalig officier van de Koninklijke Luchtmacht is vastbesloten om spijkers met koppen te slaan op het gebied van grensoverschrijdende samenwerking.

Knops woonde ’s ochtends in het Huis der Provincie in Arnhem verschillende presentaties over nieuwe grensoverschrijdende initiatieven bij. In het bijzijn van Commissaris van de Koning Clemens Cornielje en gedeputeerde Michiel Scheffer luisterde Knops onder meer naar een presentatie van prof. dr. Paul Sars, hoogleraar Duitse taal en cultuur aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Hij stelde het Grensland Instituut Nederland Duitsland voor, dat Nederlandse en Duitse partijen bij elkaar wil brengen op het gebied van onder meer infrastructuur, onderwijs en ondernemerschap. Ook o.a. de Hogeschool Arnhem Nijmegen en diverse bedrijven (o.a. NXP) zijn bij dit initiatief betrokken.

Onderwijsconcept voor de grensregio

’s Middags was staatssecretaris Knops te gast bij de tweetalige Euregio Realschule, net over de grens in Kranenburg. Deze school geeft lessen zowel in het Nederlands als in het Duits. De school werkt nauw samen met het Notre Dames des Anges (havo) in Beek-Ubbergen. De enthousiaste duo-presentatie van Ulrich Falk, schoolhoofd van de Euregio Realschule, en Marije van Deutekom, directeur van het Notre Dame College maakte veel indruk op de staatssecretaris: “Jullie leveren hier echt pionierswerk en laten je niet weerhouden door eventuele regeltjes uit Den Haag, Düsseldorf of Berlijn. Door samen te werken en pragmatische oplossingen te zoeken hebben jullie een onderwijsconcept ontwikkeld, dat perfect aansluit op de behoefte van de grensregio”.

Betrokken aanspreekpartner

Vervolgens legde de staatssecretaris zijn oor te luister bij de Euregio Rijn-Waal in Kleef, waar hij werd ontvangen  door Hubert Bruls, burgemeester van Nijmegen en tevens voorzitter van de Euregio Rijn-Waal. Tijdens een gesprek met het bestuur beloofde Knops onder meer dat hij voor de zomer nog met een plan komt voor structurele financiering van de GrensInfoPunten. Matthijs Huizing (o.a. coördinator externe betrekking bij expertisecentrum ITEM van de universiteit van Maastricht) is op dit moment in gesprek met betrokken partijen over de inhoud van dit plan. Bruls is blij met de steun uit Den Haag: “Het is fijn, dat wij met de staatssecretaris Knops een betrokken aanspreekpartner in Den Haag hebben, die open staat voor de wensen en noden in de grensregio”.

Resultaten boeken

In het Euregio Forum maakte Knops een ronde langs allerlei stands van projecten waar de Euregio Rijn-Waal bij betrokken is. De projecten waren ingedeeld naar thema: arbeidsmarkt, onderwijs, veiligheid en zorg en bereikbaarheid. Alvorens de projectmedewerkers naar eigen zeggen “het hemd van het lijf te vragen” benadrukte Knops dat er momenteel in Den Haag veel enthousiasme is om de schouders eronder te zetten wat grensoverschrijdende samenwerking betreft. “Dit is wel eens anders geweest”, aldus de staatssecretaris. “Ik heb drie jaar de tijd om de handen uit de mouwen te steken. Dit betekent dat ik een beetje haast heb. Ik wil niet teveel verzanden in bureaucratie, maar vooral resultaten boeken. En dat kunnen we alleen maar samen met elkaar.” De staatssecretaris gaf na afloop van het bezoek aan zeer onder de indruk te zijn van het grote enthousiasme en commitment in de Euregio Rijn-Waal en graag te delen “in de verantwoordelijkheid om de grensregio elke dag een beetje beter te maken”.

Foto: Euregio Rijn-Waal, (c) Axel Breuer

Staatssecretaris Knops wil meer grensoverschrijdende kennis in Den Haag

‘Niet grenzen aan de groei, maar groeien aan de grens’. Met dit motto begint staatssecretaris Knops van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties zijn brief over Grensoverschrijdende Samenwerking (GROS) van 20 april jl. Onder meer deze brief werd behandeld tijdens het Algemeen Overleg (AO) Voortgang Grensoverschrijdende Samenwerking dat op 25 april 2018 plaatsvond in de Tweede Kamer. Knops hamerde tijdens dit overleg op de eigen verantwoordelijkheid van de grensregio’s: “Ik kom niet met gestandaardiseerd beleid, de regio’s moeten zelf met initiatieven komen. Dit gaan we niet vanuit Den Haag opleggen”. Hij pleit wel voor meer grensoverschrijdende kennis in Den Haag. Deze kennis wil hij bij gemeenten en provincies ontsluiten en naar Den Haag halen.

Het debat werd van de zijde van de Kamer gevoerd door de Kamerleden Özütok (GL), Den Boer (D66), Middendorp (VVD), Van der Molen (CDA), en Van der Graaf (CU). Zij complimenteerden allen de staatssecretaris met zijn inzet voor de grensregio’s: “De staatssecretaris is nu al vaker in de grensregio’s geweest dan al zijn voorgangers”, aldus Van der Molen (CDA). De Kamerleden lieten overigens niet onvermeld dat ook zij werkbezoeken aan grensregio’s hadden afgelegd (CU-Kamerlid Van der Graaf de week ervoor nog aan het Grens Informatie Punt Enschede/Gronau).

Kamervragen

Elke fractie bracht een aantal hete hangijzers naar voren, zoals het grensoverschrijdende OV (GroenLinks), de grensoverschrijdende ambulancezorg, Interreg en diploma-erkenning (D66), het tekort aan leraren Duits (VVD), veiligheid aan beide zijden van de grens (CDA), onderwijs en de grenseffectentoets (CU). In zijn beantwoording ging Knops eerst in op de vraag hoe hij zijn eigen rol ziet: “Het leuke van deze functie is dat ik andere leden van het kabinet kan overtuigen met goede argumenten. Ik zie veel enthousiasme. Maar ik kan ook hulp bieden bij hardnekkige problemen; wat dat betreft is het handig dat er een bewindspersoon is die daarin geïnteresseerd is en zelf uit een grensregio komt, hoewel dat laatste geen voorwaarde is.”

Pragmatische oplossingen

Knops benadrukte dat de grensregio’s zeer actief zijn in de aanpak van problemen die zij tegenkomen. Hij is groot voorstander van experimenten met pragmatische oplossingen die, als zij in de ene grensregio’s slagen, ook in andere regio’s kunnen worden ingezet. In dit verband noemde hij het voorbeeld van praktijkschool ProNova in Winterswijk, waar leerlingen heel praktijkgerichte Duitse les krijgen: “Winterswijk is een laagdrempelig voorbeeld dat in de hele grensregio gekopieerd kan worden. Het werkt en is succesvol. Als het in Winterswijk kan, waarom zou het dan niet in Enschede of Venlo kunnen?” Ook pleitte hij ervoor om Duitse leraren in te zetten in Nederland. Veel Duitse leraren zitten zonder baan, terwijl er in Nederland een tekort is aan leraren Duits. “Eén en één is twee“, aldus Knops.

Grens Informatie Punten

Over de Kamerbreed geuite wens tot structurele financiering van de GIP’s zei Knops dat hij zich daarvoor hard inzet: “Iedereen wil ermee doorgaan, ik ben in goed overleg met SZW. Ik hoop dat hierover vóór de zomer, of in elk geval zo snel mogelijk, duidelijkheid komt. Ik kan me niet voorstellen, dat we hier niet uitkomen. Het zou een schande zijn als we dit niet kunnen regelen.” De staatssecretaris zegde toe voor de zomer nog met informatie te komen rondom de stand van zaken m.b.t. de financiering van de GIP´s.

Over Interreg zei Knops dat hij daarover deze week nog had gesproken met Eurocommissaris Cretu. Hij benadrukte dat juist de grensregio’s niet vergeten moeten worden in de nieuwe fase.

Grensoverschrijdende ambulancezorg

Op de vraag van Den Boer (D66) over een continuering van de grensoverschrijdende ambulancezorg PrePare zei Knops: “Dit is een mooi initiatief uit de grensregio (Enschede). Het ging in 2015 van start met een Interreg-financiering voor drie jaar. Het is nu aan de partijen in de regio om te kijken hoe ze dit structureel gaan borgen. De verwachting is dat de voordelen zodanig zijn dat je dit in een businesscase zou moeten kunnen wegzetten, waarbij het door de regio kan worden opgepakt.”

Kennis bij de grensregio’s ontsluiten

Tot slot zegde Knops toe dat er na het zomerreces een samenvattende governance reportage komt met uitkomsten van de verkenningen van de CdK´s van de grensprovincies en later dit jaar over alle zaken die betrekking hebben op grensoverschrijdend onderwijs (toelaten van leraren Duits in Nederland, diploma-erkenning, MBO). Eind 2018 moet er een plan van aanpak over flankerend beleid op tafel liggen, onder andere gericht op de beoordeling van grenseffecten. Zijn mantra bleef, tijdens het hele debat: “Ik kom niet met gestandaardiseerd beleid, de regio’s moeten zelf kijken en met initiatieven komen, we gaan het niet vanuit Den Haag opleggen.” Hij wil meer kennis over grensoverschrijdende samenwerking bij gemeenten en provincies ontsluiten, en naar Den Haag halen. “Neem die mensen een dag in de week bij BZK in dienst”, aldus de staatssecretaris. Hij is naar eigen zeggen bezig met de uitwerking van dit plan.

Met dank aan Hans Verbeek, Senior Public Affairs adviseur van de Regio Twente, Provincies Overijssel en Gelderland, voor zijn bijdrage aan dit artikel.

Grenzen bieden ruimte voor doorontwikkeling

Op dinsdag 20 maart kwamen op uitnodiging van de Duitse ambassadeur Dirk Brengelmann in Den Haag circa tachtig deelnemers uit Nederland en Duitsland bijeen om samen van gedachten te wisselen over grensoverschrijdende samenwerking.

Op dinsdag 20 maart kwamen op uitnodiging van de Duitse ambassadeur in Nederland, Dirk Brengelmann, circa tachtig deelnemers uit de Nederlands-Duitse grensregio, van enkele Nederlandse ministeries en de Tweede Kamer bijeen bijeen om samen van gedachten te wisselen over grensoverschrijdende samenwerking. Raymond Knops, staatssecretaris van Buitenlandse Zaken en verantwoordelijk voor grensoverschrijdende samenwerking, was ook van de partij en onderstreepte het belang daarvan. Knops kondigde aan in mei te zullen komen met een brief aan de Tweede Kamer over grensoverschrijdende samenwerking.

De algemene teneur: voor mensen die aan de grens wonen is de leefwereld groter en interessanter omdat ze niet alleen de blik naar het eigen land richten. Dit benadrukte ook Professor dr. Gert-Jan Hospers, economisch geograaf aan de Universiteit Twente en bijzonder hoogleraar transitie in Stad en Regio aan de Radboud Universiteit, in zijn lezing over ‘Grenzglück’. Hieronder verstaat hij het geluk om aan de grens te mogen leven en van het beste van twee werelden te mogen genieten. “Grenzen zijn niet alleen verbonden met problemen, maar bieden ons ruimte om ons gezamenlijk verder te ontwikkelen“, aldus Hospes.

Staatssecretaris Knops benadrukte in zijn toespraak de betekenis van de grensregio. De grensregio heeft een groot potentieel, dat door over de grens heen samen te werken, nog groter wordt. Dit potentieel moet geactiveerd worden. De staatssecretaris beschrijft de grensregio´s als “regio´s die bruisen van de energie en ideeën” en vervolgt: “De spelers in de regio weten zelf het beste, wat de regio nodig heeft. De inwoners van de grensregio moeten weer het gevoel krijgen, dat er daadwerkelijk wat verbetert. De regering in Den Haag wil daarbij graag pragmatisch, inhoudelijk en financieel ondersteunen”, aldus de staatssecretaris. Daarbij keek hij ook kritisch naar de rol van de nationale regering en gaf aan, dat Den Haag te lang niet voldoende rekening hield met de grensregio. “Maar nu staan alle signalen op groen”, besloot Knops zijn toespraak.

Sybille Katharina Sorg, binnen het Duitse ministerie van Buitenlandse Zaken verantwoordelijk voor de betrekkingen met de EU-lidstaten en grensoverschrijdende en regionale samenwerking, gaf aan dat grensregio’s wat haar betreft nog meer ideeën moeten uitwisselen voor het oplossen van praktische problemen aan de grens. Dit vormde de inleiding op een gespreksronde met vertegenwoordigers van de Euregio’s aan de Duits-Nederlandse grens. Er werd hen gevraagd wat zij van ‘Brussel’ en daarmee dus van hun eigen lidstaten vinden, die samen het beleid op Europese schaal bepalen. Er werden onderwerpen genoemd als de vermindering van de bureaucratie, aandacht voor de menselijke maat in projecten en ‘people-to-people’-projecten, als verplicht onderdeel van de toekomstige programma’s.

Tijdens de  paneldiscussie benadrukte Euregio-voorzitter Hubert Bruls, dat Nederland en Duitsland veel van de problemen en uitdagingen samen aan kunnen. Belangrijk daarbij is, dat men samen actief wordt. “We moeten ons zelf doelen opleggen en er alles aan doen om deze de komende 10 jaar ook te realiseren. Niet alleen praten, maar ook handelen. Ondersteuning uit Den Haag en Düsseldorf en natuurlijk van Europa voor initiatieven als de “Euregionale – NiederRheinLande” of de vereenvoudiging van de subsidies voor kleinere projecten zijn daarbij een belangrijke voorwaarde om de grensregio verder te ontwikkelen.”

Ter afsluiting spraken de Commissarissen van de Koning van Limburg en Drenthe nog over de toekomst van de grensoverschrijdende samenwerking en de positieve aandacht die het onderwerp oproept bij de regeringen in Nederland, Noordrijn-Westfalen en Nedersaksen.

Met de uitnodiging aan anderen om het onderwerp verder ook op te pakken en in dat kader bijvoorbeeld in Düsseldorf een volgende bijeenkomst te organiseren, sloot ambassadeur Dirk Brengelmann de bijeenkomst af.