“Van buren goede buren maken”

Gouverneur Theo Bovens

Sinds 2011 zit Theo Bovens in het zadel als Gouverneur (commissaris van de koning) van de Provincie Limburg. Een rol die hij al negen jaar met verve vervult – niet in de laatste plaats omdat internationalisering en grensoverschrijdende samenwerking hierin een belangrijke plek innemen. Grenspost Düsseldorf ging met hem in gesprek over het belang van ‘goede buren’.

U bent geboren en getogen in Maastricht: de Duitse (en Belgische) grens waren nooit ver weg. Hoe was het voor u om in de grensstreek op te groeien?

“Hoewel ik nog heb meegemaakt dat er aan de grens slagbomen stonden en er douanecontroles waren, heb ik de grens ook in mijn kinderjaren nooit als grens ervaren. Ook omdat er grensoverschrijdende familiebanden bestonden. Mijn oma was Duitse, afkomstig uit Aken. Het was de normaalste zaak van de wereld om de grens over te steken om te winkelen en voor familiebezoek. En daar was ik niet de enige in: de Limburgse bevolking is redelijk internationaal van afkomst. Er zijn maar weinig Limburgers die twee of drie generaties lang alleen Limburgers in hun stamboom hebben. Bovendien groeide ik op met de Duitse televisie. Op zaterdag keken we met het gezin naar de Duitse sport en de televisieshows die vele malen groter en interessanter waren dan de Nederlandse tegenhangers.”

Tegenwoordig is het voor jongeren lang niet meer zo vanzelfsprekend om in aanraking te komen met de Duitse taal. Hoe kijkt u daar tegenaan?

“Daar maak ik me wel zorgen over. Het is bijna niet meer mogelijk om nog op natuurlijke wijze met Duits op te groeien. Tegenwoordig moet je langs tientallen kanalen zappen voordat je een Duitse zender tegenkomt. Vroeger stonden deze bij de eerste drie. Het is op scholen niet meer altijd vanzelfsprekend dat er iets met Duits wordt gedaan, daarin moeten zij toch worden aangespoord. Hierin zijn zeker nog stappen te maken.”

Waarom is de functie van Gouverneur u op het lijf geschreven?

“Ik vind de enorme breedte en de variëteit van de functie het leukst. En het persoonlijke contact met heel veel verschillende soorten mensen. En dat is dan ook meteen hetgeen ik tijdens de coronacrisis het meest heb gemist. In deze functie schud je al snel duizenden handen per jaar en spreek je mensen face-to-face. Als dat dan gedurende een paar maanden grotendeels wegvalt, realiseer je je des te meer wat je eigenlijk mist.”

Zou u ook commissaris van de koning van een andere provincie kunnen zijn?

“Ik ben Limburger in hart en nieren en woon en werk in een provincie die vrij overzichtelijk is en waar alle maatschappelijke organisaties ook op provinciale schaal georganiseerd zijn. Dat maakt dat ik me als een vis in het water voel. In een provincie als bijvoorbeeld Noord-Holland zou ik waarschijnlijk minder op mijn plek zijn, omdat de structuren daar wat diffuser onduidelijker zijn. Bijvoorbeeld een stad als Amsterdam met bijna een miljoen inwoners brengt natuurlijk andere uitdagingen met zich mee dan Maastricht met 120.000 inwoners.”

Wat vindt u het leukste aspect van grensoverschrijdende samenwerking?

“Dat je probeert van buren goede buren te maken die beter zijn dan verre vrienden. Niet voor niets hebben we in Limburg in het kader van 75 jaar bevrijding meteen gezegd dat we de vieringen samen met de Duitsers wilden oppakken. En, ik leen hier maar even een uitspraak van Armin Laschet: “dat je probeert om van Nederland en Duitsland zoveel mogelijk één economische ruimte te maken”. Dat er grensoverschrijdende gebieden ontstaan, waarin je cultuurverschillen als een rijkdom ervaart en grenzen worden afgebroken. Het realiseren van deze economische ruimte kan op twee manieren: door het harmoniseren van regelgeving of door het bouwen van bruggetjes en het vinden van achterdeurtjes. Dat maakt het ingewikkeld, maar ook leuk.”

Dan deed het u vast een beetje pijn toen de grens met België tijdens de coronacrisis werd gesloten.

“Dat heeft me zelfs echt teleurgesteld. Met pijn in mijn hart keek ik naar de roadblocks op de grenzen en andere fysieke afsluitingen. Dat is eigenlijk echt niet meer van deze tijd. Mocht er een tweede golf komen, dan heb ik mij voorgenomen om er letterlijk alles aan te doen om te voorkomen dat de grenzen opnieuw worden gesloten.”

Het is gelukkig wel gelukt om de grens met Duitsland open te houden.

“Daar ben ik dan ook heel bij mee. De samenwerking in de bilaterale teams was heel goed en allemaal vanuit de overtuiging om de grens open te willen houden. Wat ik wel vervelend vond, is dat we af en toe Duitsers moesten ontmoedigen om naar Nederland te komen. Dat had uiteraard niets met de nationaliteit te maken, maar puur met het vermijden van drukte. En een groot aantal bezoekers in Limburg is nu eenmaal Duits. En dat is positief: het is volstrekt normaal geworden dat Duitsers de Nederlandse grens oversteken en vice versa.”

Wat is voor u terugblikkend een van de belangrijkste verworvenheden in de Nederlands-Duitse samenwerking?

“Dat we er een heel eind in zijn geslaagd om het Duitse vijandbeeld af te breken. Hier gaan we op 10 december met een conferentie over ‘Zivilcourage’ en weerbaarheid in de samenleving nog mee verder. De politiesamenwerking verloopt goed, net als de samenwerking in de gezondheidszorg. En tijdens de recente brand in natuurgebied de Meinweg was een telefoontje naar de Duitse brandweer voldoende om hulp in te schakelen. Een andere mijlpaal is natuurlijk dat het buurlandenbeleid sinds 2017 is opgenomen in het regeerakkoord, waar dat twee kabinetten eerder niet lukte. Ik durf wel te stellen dat Grenspost Düsseldorf en het feit dat er al zoveel met Noordrijn-Westfalen werd samengewerkt, dit proces gemakkelijker hebben gemaakt.”

De goede samenwerking met Noordrijn-Westfalen is echter niet alleen voor de grensprovincies van belang.

“Dat klopt. Er zijn meer provincies die belang hebben bij een goede relatie met deze deelstaat. Dat is niet alleen aan de grens zo, maar ook in de rest van Nederland. We proberen dan ook steeds meer om ook andere provincies mee te nemen. We maken ons niet alleen sterk voor de burgers in onze grensregio, maar ook voor de mensen in de rest van Nederland. We bedrijven feitelijk geen regionale politiek, maar voeren internationaal beleid ten behoeve van het hele land. We hebben bijvoorbeeld gepleit voor een goede treinverbinding tussen Heerlen en Aken, die lang werd gezien als een regionale kwestie. Het betreft hier echter wel de verbinding van de Randstad naar het Duitse achterland en vice-versa. Dat internationale karakter mag nog wel wat meer worden benadrukt.”

Op welk vlak van grensoverschrijdende samenwerking valt er volgens u nog het meest te winnen?

“Boodschappen doen of vakantie vieren in Duitsland is voor inwoners van de grensstreek de normaalste zaak van de wereld. Ook werken in Duitsland wordt steeds gemakkelijker, alleen moet je de mensen nog wel zover krijgen dat ze ook in Duitsland willen en gaan werken. En ondernemers zover dat ze producten niet in Groningen bestellen, maar dichter bij huis in Jülich. De open grenzen moeten we wat dat betreft nog wat meer tussen de oren krijgen. De afgelopen tijd hebben we vaak gehoord dat de voedselketens weer Nederlands zouden moeten worden. Waarom zouden die niet Duits-Nederlands kunnen zijn? We denken soms nog te veel nationaal en te weinig in 360 graden. Op dat vlak is er nog wel wat winst te boeken.”

“Op (inter)nationaal niveau zou meer belang gehecht moeten worden aan grensoverschrijdende samenwerking op lokaal en regionaal niveau”

Nederland en Duitsland werken op talloze vlakken met elkaar samen. Zo ook op cultureel gebied. Hoe gaat dat vanuit de grensprovincies precies in zijn werk? Lin Verbrugge is beleidsmedewerker cultuur bij Provincie Limburg en houdt zich o.a. bezig met grensoverschrijdende samenwerking, die in belangrijke mate gericht is op culturele samenwerking met Duitsland. In gesprek met Grenspost Düsseldorf schetst ze hoe Provincie Limburg grensoverschrijdende culturele projecten ondersteunt en wat belangrijke voorwaarden zijn voor een goede grensoverschrijdende culturele samenwerking.

Grensoverschrijdende samenwerking is onderdeel van het nieuwe beleidskader cultuur van de Provincie Limburg. Als beleidsmedewerker cultuur bij Provincie Limburg houdt u zich hier onder andere mee bezig. Kunt u hier iets meer over vertellen?

Aangejaagd door de kandidatuur van Maastricht voor Europese Culturele Hoofdstad 2018 heeft de samenwerking tussen culturele en overheidspartners in de Euregio Maas-Rijn de afgelopen jaren een boost gekregen. Daarom had het cultuurbeleid van Provincie Limburg in de afgelopen jaren een focus op Euregionale culturele samenwerking. Met ons nieuwe Beleidsprogramma Cultuur 2020-2021 hebben we het effect hiervan willen uitbreiden tot de gebieden waar wij de meeste duurzame kansen zien, te weten Vlaanderen en Noordrijn-Westfalen.

De basis van ons cultuurbeleid is dat grensoverschrijdende culturele samenwerking een meerwaarde heeft voor zowel het culturele veld als het publiek. Bovendien kunnen grensregio’s zich hiermee profileren en onderscheiden. In dit kader neem ik bijvoorbeeld deel aan bijeenkomsten met Duitse en Belgische overheidspartners. Doel van deze bijeenkomsten is om goede randvoorwaarden voor grensoverschrijdende culturele samenwerking te creëren en in stand te houden en concrete projecten mogelijk te maken. Tijdens deze gesprekken vervul ik een ambassadeursfunctie voor het Limburgse culturele veld. Een voorbeeld hiervan is onze ambtelijke deelname in de jury van het regionale culturele subsidieprogramma (RKP) van Noordrijn-Westfalen in de regio Aken. Grensoverschrijdende projecten genieten in het kader van dit programma hoge prioriteit.

Op welke manier ondersteunt Provincie Limburg grensoverschrijdende cultuurprojecten? Kunt u eens enkele projecten noemen?

Wij richten ons vooral op het stimuleren en ondersteunen van grensoverschrijdende culturele samenwerkingsprojecten. Hiervoor hebben wij dan ook een subsidieregeling. Van deze laagdrempelige regeling wordt veel gebruikgemaakt, ook door Duitse initiatiefnemers. Ook zij kunnen subsidie aanvragen – mits er sprake is van samenwerking met een Limburgse partner.

Met onze regeling hebben wij bijgedragen aan allerlei kleine en grote projecten: van gezamenlijke concerten van muziekgezelschappen tot de graffitimanifestatie UNFRAMED en van Poetry SLAM-festival Borderlines tot meerjarige museumsamenwerkingen. Een goed voorbeeld van dat laatste is het project ‘Naar het museum!’ van het Zweckverband Region Aachen. Dit initiatief ging in 2017 met een combiticket en bijbehorende marketingcampagne voor acht Duitse musea van start. In 2019 hebben in totaal 28 musea uit het hart van de Euregio Maas-Rijn zich aangesloten bij dit project, waaronder 7 musea uit de regio Parkstad. Het project – tevens een Euregionaal netwerk – werd in 2019 door ons ondersteund en heeft de ambitie om een Euregionale museumkaart te gaan aanbieden.

Wat al deze projecten kenmerkt is dat de grensoverschrijdende culturele samenwerking is ontstaan vanuit of gedragen wordt door de betrokken culturele partners uit Limburg én die van over de grens.

Waar valt op het gebied van grensoverschrijdende cultuursamenwerking wat u betreft nog terrein te winnen?

Op het gebied van kennisuitwisseling. Mijns inziens is er over en weer vrij weinig kennis over bijvoorbeeld de manier waarop het cultuurbeleid in de partnerlanden is ingericht, zowel op nationaal, regionaal als gemeentelijk niveau, en welke impact dit precies heeft. En dat terwijl je die context vaak wel nodig hebt om goed met elkaar te kunnen samenwerken. Ook ten aanzien van actuele vraagstukken in de culturele sector zelf kunnen we zeker nog van elkaar leren.

Met het oog op duurzaamheid en efficiëntie in het brede (nationale) kader van internationalisering zou er bovendien veel meer belang gehecht moeten worden aan grensoverschrijdende samenwerking op lokaal en regionaal niveau. Daar gebeurt het namelijk echt.

Wat zijn volgens u belangrijke voorwaarden voor een goede culturele samenwerking tussen Nederland en Duitsland?

Voor een geslaagde samenwerking op cultureel vlak is het volgens mij essentieel dat de betrokken partners aan beide zijden van de grens profijt hebben van de samenwerking. Er moet sprake zijn van een win-winsituatie – of in elk geval uitzicht daarop. Directe successen zijn helaas zeldzaam, meestal moeten beide partijen over een lange adem beschikken.

Wat waardeert u als Nederlandse aan Duitsers?

Alles eigenlijk – de taal, de cultuur. Misschien vooral vanwege de overeenkomsten die wij met elkaar hebben. Hierbij geloof ik dat onze ‘verschillen’, onze wederzijdse typische eigenschappen, vaak ook complementair zijn aan elkaar. Dat is een vruchtbare bodem voor samenwerking.

Wat vindt u het leukste aspect van grensoverschrijdende samenwerking?

Het samenwerken met Duitse collega-ambtenaren en mensen uit de culturele sector in Duitsland geeft mij een ander referentiekader. Ik vind het leuk om mijn horizon te verbreden.

Overleg Mobility NL-NRW: veel ontwikkelingen op gebied van grensoverschrijdende mobiliteit

Op 7 november vond tussen de provincies Gelderland, Overijssel, Limburg, Noord-Brabant en Zuid-Holland, vertegenwoordigers van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en een afvaardiging van het ministerie van verkeer van Noordrijn-Westfalen het mobiliteitsoverleg Mobility NL-NRW plaats. Wat gebeurt er allemaal op het gebied van grensoverschrijdende mobiliteit, en welke onderwerpen stonden er tijdens deze bijeenkomst op de agenda? Coen Mekers, senior beleidsstrateeg mobiliteit bij de Provincie Gelderland, vertelt er meer over.

In februari 2019 hebben Nederlandse en Duitse bestuurders de Werkagenda Mobility NL-NRW ondertekend, waarin de belangrijkste onderwerpen op het gebied van grensoverschrijdende mobiliteit zijn opgenomen. Deze agenda is onderbouwd met een werkprogramma met daarin de concrete activiteiten voor de komende maanden en jaren. “Onderwerpen die in de agenda aan bod komen zijn onder meer verkeer en vervoer op spoor, wegen en water, Smart Mobility en mobiliteitsmanagement, de Europese TEN-T corridors en innovatieve en duurzame aandrijftechnieken”, zegt Mekers. “’Hot items’ zijn vooral Smart Mobility, logistiek en duurzaamheid. Ook spoorverbindingen staan hoog op de agenda.”

Belangrijke stappen gezet

Sinds de ondertekening zijn er belangrijke stappen gezet: de thema’s uit de werkagenda zijn geconcretiseerd in een bijbehorend werkprogramma en er zijn expert meetings georganiseerd over logistiek, binnenvaart en duurzame brandstoffen. “Daarnaast is sinds september de nieuwe werkgroep Smart Mobility Solutions actief, die al concrete acties aan het werkprogramma heeft toegevoegd. Er is bijvoorbeeld een bijeenkomst georganiseerd over autonome voertuigen”, aldus Mekers.

Grensoverschrijdende pilots, workshops en expert meetings

Aan welke projecten wordt op dit moment concreet gewerkt? Als eerste noemt Mekers de grensoverschrijdende Mobility as a Service (MaaS)-pilot voor openbaar vervoer tussen Limburg en Aken. “Bovendien vinden er triple-helix workshops plaats rond de ervaringen met geautomatiseerd vervoer en wordt tot maart 2020 een grensoverschrijdende pilot met betrekking tot de uitbreiding van truck parkings gedetailleerd uitgewerkt. Daarnaast wordt er bij de afstemming van concrete spoorverbindingen en bij projecten op het gebied van duurzame alternatieve brandstoffen voor de scheepvaart en de ontwikkeling van Clean Energy Hubs intensief samengewerkt”, legt Mekers uit. Ook staan er voor het eerste halfjaar van 2020 verschillende expert meetings voor ov-tarieven, fietsroutes, logistieke netwerken en MaaS gepland.

Ook EGTC Rhine-Alpine belangrijk thema tijdens mobiliteitsoverleg

Op de Rijn-Alpen-corridor wordt sinds een aantal jaren interregionaal samengewerkt tussen de regio’s en de havens: de EGTC Rhine-Alpine. De Gelderse gedeputeerde Christianne van der Wal werd op 8 november tot voorzitter verkozen. De partners in de EGTC gaan uit van het motto ‘One corridor – One strategy’. De focus ligt daarbij op grensoverschrijdende onderwerpen, een groene ontwikkeling van de corridor, robuustheid van de corridor, slimme mobiliteit en het verminderen van geluidsoverlast. Volgens Mekers is ook de ontwikkeling van de corridor een belangrijk thema in de werkagenda met Noordrijn-Westfalen. “We bespreken gezamenlijke standpunten en kijken samen naar de mogelijkheden van Europese cofinanciering van projecten”, legt Mekers uit.

“Succesvol voorbeeld van grensoverschrijdende samenwerking”

Mobility NL-NRW bestaat al ruim tien jaar. Mekers is erg tevreden over de ontwikkeling die het mobiliteitsoverleg heeft doorgemaakt. “De collega’s aan beide zijden van de grens zijn erg enthousiast. Ze tonen veel inzet en daardoor kunnen bestaande mobiliteitsvraagstukken en problemen goed opgepakt worden. Er wordt op een gestructureerde manier samengewerkt en men heeft veel vertrouwen in elkaar”, aldus Mekers. Volgens hem is Mobility NL-NRW inmiddels een succesvol voorbeeld van grensoverschrijdende samenwerking. Vertrouwen en communicatie zijn de sleutel tot dit succes: “Daardoor lukt het elk keer weer om de verschillen in structuur, regelgeving, procedures en taal en cultuur te overbruggen. Daardoor kunnen we efficiënt op de inhoud focussen”, sluit Mekers af.

Het jaarlijks Bestuurlijk Overleg tussen de minister voor verkeer van Noordrijn-Westfalen en de Gedeputeerden van de provincies zal eind januari 2020 in Noordrijn-Westfalen plaatsvinden. Het volgende Ambtelijk Coördinatie Overleg staat voor eind maart 2020 in Nederland gepland.

“Samenwerken met buren is logisch”: INTERREG-project ‘NL + DE Startups X-Border’ van start

Nederlandse en Duitse start-ups die kennis en netwerken met elkaar delen om zo bewustzijn te creëren voor het aanbod aan beide zijden van de Nederlands-Duitse grens. Dat is het doel van het nieuwe INTERREG-project ‘NL + DE Startups X-Border’. Op 3 september vond bij ontwikkelingsmaatschappij Oost NL de kick-offbijeenkomst van het project plaats.

Het project is een partnerprogramma tussen de Provincie Gelderland en het ministerie van Economie, Innovatie, Digitalisering en Energie van de deelstaat Noordrijn-Westfalen. Oost NL is lead partner. “Nederlanders en Duitsers vullen elkaar op veel vlakken aan. Tegelijkertijd zien we dat de ecosystemen in beide landen nog onvoldoende met elkaar vervlochten zijn. Met het X-Borders-programma willen wij de interactie tussen start-ups en hubs in Nederland en Duitsland versterken,” aldus projectleider Hans Brouwers.

Een week bij een partner-hub in het buurland

Het project bestaat uit een ‘Event Exchange’ en een ‘Get Connected Week’. Tijdens de ‘Event Exchange’ kunnen Nederlandse en Duitse start-ups evenementen in het buurland bezoeken om de groei van hun bedrijf te stimuleren. De bedrijven kunnen hun ideeën voor een publiek met gevestigde bedrijven en investeerders pitchen en hun netwerk uitbreiden. Tijdens de ‘Get Connected Week’ worden start-ups gedurende een werkweek bij een partner-hub in het buurland ondergebracht. Start-ups volgen daarbij een intensief programma waarin zij onder begeleiding van de hub hun business cases kunnen valideren. Zo kunnen ze toegang krijgen tot nieuwe markten en de kans op investeringen vergroten. Digital start-ups die aan het programma willen deelnemen, kunnen zich hier aanmelden.

Diverse Nederlandse en Duitse partners betrokken

Vanuit Gelderland zijn Health Valley, Foodvalley NL, Briskr, KIEMT, IPKW, StartLife, Starthub Wageningen, Novio Tech Campus en Gelderland Valoriseert betrokken. Vanuit Limburg en Overijssel zijn respectievelijk Brightlands en Novel-T aangehaakt. Daarnaast is ook Techleap.NL, het voormalige StartupDelta met special Envoy Prins Constantijn van Oranje, aan het project verbonden. Aan Duitse zijde nemen de zes verschillende ‘Digihubs’ uit Münster, Essen, Düsseldorf, Köln, Aachen en Bonn deel aan het X-Borders-project.

“Zakendoen over de grens is moeite waard”

Op 19 april 2018 werd al de intentieverklaring ‘Hubs connected, crossing borders’ getekend. Michiel Scheffer, voormalig Gedeputeerde Economie, Innovatie, Europa van provincie Gelderland, was toen al enthousiast over het project. ‘Door samen te werken zorgen we voor een zachte landing voor start-ups op de Nederlandse en Duitse markt. Veel start-ups werken al samen met andere ‘hubs’ in de wereld. Maar wat is er nu logischer dan samenwerken met onze buren?”, aldus Scheffer. “Voor startende ondernemers is het vaak lastig om zaken te doen over de grens. Toch is dat beslist de moeite waard. Met 18 miljoen inwoners is Nordrhein-Westfalen de grootste deelstaat van Duitsland. Andersom biedt Gelderland start-ups uit Nordrhein-Westfalen toegang tot de Nederlandse markt.”

Ambassadeur Kingma op bezoek in Limburg

In het kader van zijn oriëntatiereis langs de Nederlands-Duitse grensregio’s bracht de Nederlandse ambassadeur in Berlijn, Wepke Kingma, op 24 en 25 januari 2019 een werkbezoek aan de Provincie Limburg. Sinds 2017 is hij ambassadeur in Duitsland.

Als eerste bekeek Kingma de proefboringen voor de Einstein-telescoop in Epen, waarop een gesprek hierover volgde. Tijdens een daaropvolgende ontmoeting en een diner in het Gouvernement aan de Maas sprak hij met het Limburgse provinciebestuur over de actuele grensoverschrijdende samenwerking met Duitsland.

Werkbezoek van ambassadeur Kingma aan Provincie Limburg. Foto: (c) Johannes Timmermans/Provincie Limburg.

Samenwerking tussen universiteiten van Maastricht en Aken

Op 25 januari werd de Brightlands Chemelot Campus in Sittard-Geleen bezocht. Hier werd ook het Aachen Maastricht Institute for Biobased Materials (AMIBM) gepresenteerd, een unieke samenwerking tussen de RWTH Aachen en Maastricht University. Daarna stond een bezichtiging van autofabriek VDL Nedcar in Born op het programma. De dag werd afgesloten met een bezoek aan de dies natalis van Maastricht University.

Werkbezoek van ambassadeur Kingma aan Brightland Campus Geleen. Foto: (c) Johannes Timmermans/Provincie Limburg.

Delegatie

Tijdens zijn bezoek aan Limburg werd Kingma vergezeld door o.a. Theo Bovens, Commissaris van de Konings in de Provincie Limburg, en Joost van den Akker, Lid van Gedeputeerde Staten van Limburg. Ook Ward Vleugels, Honorair Consul van Duitsland in Maastricht, en Christane Vaeßen en Freddy Heinzel, Honorair Consuls van Nederland in respectievelijk Aken en Kleef, waren aanwezig.

Limburg als proefregio

Limburg is als grensprovincie economisch sterk verweven met de deelstaat Noordrijn-Westfalen. De grensligging heeft echter ook nadelen. Een van die nadelen heeft te maken met het verschil in wetgeving tussen beide landen. Den Haag heeft intussen Limburg aangewezen als proefregio om eventuele barrières te slechten.

Betere grensoverschrijdende treinverbindingen

Zo bestaat er sinds kort een grensoverschrijdende vacaturebemiddeling en wordt er hard gewerkt aan betere treinverbindingen, zoals Eindhoven-Venlo-Düsseldorf en Eindhoven-Heerlen-Aken. Ook wordt criminaliteit gezamenlijk aangepakt. Zowel Noordrijn-Westfalen als Limburg investeren miljarden in de kenniseconomie en innovatie. Zo werken de universiteiten van Aken en Maastricht samen bij de ontwikkeling van nieuwe materialen op basis van groene grondstoffen.

Transformatie naar Duits voorbeeld

Naar Duits voorbeeld (IBA) werkt Limburg op dit moment aan een transformatie van Parkstad Limburg. IBA staat voor Internationale Bau Ausstellung. Het is een beproefd concept om steden en regio’s uit het slop te trekken met vernieuwende projecten. IBA Parkstad is de eerste IBA buiten Duitsland.

 

Foto: (c) Johannes Timmermans/Provincie Limburg. 

Onderzoek naar diploma-erkenning in grensregio´s

Solliciteren naar een baan over de grens is vaak lastig omdat diploma’s niet altijd worden erkend in het buitenland. Het project “Vergroten transparantie erkenning van diploma’s voor kansberoepen” gaat deze belemmeringen aanpakken. Om hier uitvoering aan te geven schakelt de Provincie Limburg de expertise van het instituut ITEM in. Gedeputeerde Marleen van Rijnsbergen (Werk en Welzijn): “Werk moet voor iedereen beschikbaar zijn. Ook over de grens. Limburg maakt zich daarom sterk voor een grenzeloze arbeidsmarkt.”

Bijna een derde van de bevolking in Europa woont in een grensregio. Deze regio’s en de mensen die er in leven, ondervinden nadelen van het leven in een dergelijk grensgebied omdat vakdiploma’s niet overal worden erkend. Ze worden daardoor ontmoedigd om naar een baan in het nabije buitenland te solliciteren. Dat komt vooral door versnipperde wetgeving en het grote aantal organisaties dat zich met de erkenning van diploma’s bezighoudt. Om de belemmeringen, die in het grensgebied ervaren worden, te verlagen heeft de Europese Unie begin 2018 een call uitgeroepen voor pilotprojecten (budget € 400.000 voor 20 projecten). Het project “Vergroten transparantie erkenning van diploma’s voor kansberoepen” is één van de toegekende pilotprojecten.

Bij het project zijn ook het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW), Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) en Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties (BZK), de Euregio’s en partners van Nedersaksen, Noord-Rijn-Westfalen, Vlaanderen en de Benelux betrokken. De Provincie Limburg is leadpartner van dit project en heeft 20.000 euro ontvangen om dit project op te starten.

Gedeputeerde van den Akker te gast in Mönchengladbach

Gedeputeerde Joost van den Akker (Economie en Kennisinfrastructuur) bracht op woensdag 15 augustus een bezoek aan Mönchengladbach in de euregio rijn-maas-noord. Hij besprak met de directie van de euregio de samenwerking in het grensgebied. Tevens bekeek hij een aantal INTERREG-projecten die in de euregio worden uitgevoerd. Gedeputeerde Van den Akker benadrukte het belang van grensoverschrijdende samenwerking voor Limburg. “Als vooruitgeschoven post richting Noordrijn-Westfalen is het voor grensregio Limburg essentieel om te weten wat er in dit nabijgelegen Ruhrgebied gebeurt op het gebied van innovatie bij maakindustrie en logistiek. Op die manier zijn we als provincie beter in staat om onze ambities te matchen met die van aangrenzende regio’s”.

Van den Akker bezocht als eerste het bedrijf Helmut Beyers GmbH. Dit bedrijf met zo’n 160 medewerkers bouwt en ontwikkelt elektronische componenten en systemen zoals printplaten voor zeer geavanceerde apparaten voor ruim 80 klanten in Duitsland en Nederland. Het INTERREG-project LOGwear is een proeftuin voor het testen van “wearables” – kleine elektronische apparaten waarmee de inkomende distributiegoederen snel kunnen worden geregistreerd. Dit gebeurt door het ter plaatse opstellen en printen van etiketten met complexe (streepjes)codes. Samen met o.a. Fontys Venlo en de Hochschule Niederrhein wordt de software op maat aangepast en geïmplementeerd. Van den Akker kon in de productiehal een testversie van het systeem live zien en uitproberen. Aan Limburgse zijde is KLG een van de bedrijven die partner is binnen dit project.

Na het bezoek bij Helmut Beyers stond bij Instituut GEMIT de digitalisering centraal. Dit instituut van de Hochschule Niederrhein is partner in de INTERREG-projecten STRASUS en Digipro. STRASUS is gericht op maatschappelijk verantwoord ondernemen in de logistieke sector. Grote bedrijven zijn verplicht om een rapport over hun Corporate Social Responsibility (CSR) voor te leggen. Klanten uit bijvoorbeeld de supermarktbranche, vragen aan vervoerders steeds vaker te bewijzen dat zij maatschappelijk verantwoord ondernemen. Kleine en middelgrote bedrijven hebben vaak niet de capaciteit om hierover uitgebreid te rapporteren. STRASUS helpt ondernemers uit de regio om zelf met behulp van serious gaming toegang te krijgen tot de uitgangspunten van CSR en een bijbehorende rapportages op te stellen. “Digipro” biedt MKB-ondernemers mogelijkheden in de ondersteuning van hun digitale transformatie en op deze manier concurrerend te blijven.

OV-tickets NRW nu ook geldig in grensoverschrijdende bussen Arriva

Tot voor kort was het voor inwoners van de Provincie Limburg best ingewikkeld om met het openbaar vervoer van het Nederlandse Heerlen naar het Duitse Aken te reizen, aangezien de ticketsystemen in beide landen niet op elkaar waren afgestemd. Hiervoor is nu een oplossing gevonden.

In de gemeenten Landgraaf, Heerlen en Kerkrade mogen reizigers met een ‘NRW-Ticket’, dat gewoon verkrijgbaar is bij Arriva, nu gebruik maken van de verbindingen naar alle grote bestemmingen in de Duitse buurregio.

De grensprovincies hebben er groot belang bij om grensoverschrijdend reizen met het openbaar vervoer te stimuleren: “In het dagelijks leven trekken we ons in deze regio niets aan van de grens”, zegt mobiliteitswethouder Charles Claessens van de gemeente Heerlen. “Wij gaan net zo gemakkelijk winkelen in Aken als zij naar het theater komen in Heerlen. We proeven naar hartenlust van de verschillende culturen binnen een straal van 50 kilometer.”

Ook Arriva is blij dat ze nu het NRW-ticket kan aanbieden. Momenteel exploiteert de vervoerder alleen een busverbinding tussen Heerlen en Aken, maar eind dit jaar komt hier ook een treinverbinding bij.

Lees het volledige artikel hier

Foto: (c) Gerbenbakker at Dutch Wikipedia [GFDL (http://www.gnu.org/copyleft/fdl.html) or CC-BY-SA-3.0 (http://creativecommons.org/licenses/by-sa/3.0/)], from Wikimedia Commons

Nederlandse provincie-afvaardiging op bezoek bij de Landtag

Op 5 juli jongstleden waren vertegenwoordigers van de Provincies Gelderland, Overijssel en Limburg in Düsseldorf te gast bij de president van de Landtag, André Kuper. Het belangrijkste onderwerp op de agenda: verdere intensivering van de grensoverschrijdende samenwerking

President Kuper benadrukte de bijzondere relatie tussen Noordrijn-Westalen en Nederland. “We hebben aan beide kanten door een goede samenwerking een vertrouwensband opgebouwd. En we hebben de grenzen in de hoofden weten te slechten. Samen verwezenlijken wij de Europese gedachte.”

Een van de hoofdthema´s van het werkbezoek was het enthousiasmeren van jonge mensen voor de politiek. De president vertelde over de driedaagse Landtag voor de jongeren, die eind juni in het parlement van Noordrijn-Westfalen is gehouden.  Gedurende deze drie dagen is duidelijk geworden dat jonge mensen enthousiast gemaakt kunnen worden voor democratie, benadrukte Kuper.

De Commissaris van de Koning in Gelderland, Clemens Cornielje, bedankte de president voor het bezoek aan de Landtag. Ook hij ging in op de bijzondere band tussen de twee landen. “Wij beschouwen deze jarenlange, goede samenwerking en vertrouwensband als waardevol. Met name ook met het oog op de wereldwijde problemen, die niet ophouden bij de grens.

Na de ontvangst stond er een werkbespreking met de Parlamentarieregruppe NRW-Benelux op de agenda. Daarnaast werd er gesproken over het meerjarig financieel kader van de EU.

Marcus Optendrenk, voorzitter van de Parlamentariergruppe Benelux, en Clemens Cornielje, Commissaris van de Koning van de Provincie Gelderland

Nederland en Noordrijn-Westfalen willen hun samenwerking verder intensiveren. Zowel in de Landtag als bij Provinciale Staten worden hiertoe voorstellen ingediend.

“Meer aandacht voor grensoverschrijdende successen”

Als het gaat om grensoverschrijdend samenwerken, zijn de thema’s onderwijs en arbeidsmarkt hete hangijzers. Beleidsmedewerker Tom Martinussen is expert op dit gebied en houdt zich binnen de provincie Limburg bezig met onderwerpen als grensinformatievoorziening, grensoverschrijdende arbeidsbemiddeling en diploma-erkenning. Grenspost Düsseldorf wilde hier meer over weten en stelde de heer Martinussen een aantal vragen.

Tom Martinussen
Tom Martinussen

U bent beleidsmedewerker onderwijs en arbeidsmarkt bij de Provincie Limburg: wat houdt uw functie precies in?

Ik houd mij binnen de provincie Limburg vooral bezig met het provinciale “Actieplan Grensoverschrijdend Leren en Werken”. Gezien het feit dat wij bijna alleen maar grenzen aan de buurlanden en nog veel te weinig gebruik maken van de kansen die dat biedt, willen wij daar via het versterken van de Euregionale component in het onderwijs en stimuleren van de grensoverschrijdende arbeidsmarkt (grensinfopunten, grensoverschrijdende bemiddeling en diploma-erkenning) een impuls aan geven.

Wat vindt u het leukste aspect aan grensoverschrijdende samenwerking?

Het leuke aan dit werk vind ik de culturele verschillen: onze buren hebben toch andere omgangsvormen. Overigens merk ik dat de taal hierin wel een barrière vormt. Al kom je er met wat steenkolen Duits en Google Translate uiteindelijk wel. Daarnaast is het mooi dat het thema grensoverschrijdende samenwerking op dit moment ook in de landelijke politiek echt de aandacht krijgt. Dit is een kans voor ons als grensregio’s.

Welke Duitse eigenschap weet u het meest te waarderen? Wat kunnen Nederlanders van Duitsers leren en andersom?

Ik denk dat het niet verrassend is, dat ik de zorgvuldigheid en beschaafdheid waarmee Duitsers werken enorm waardeer. Daar kunnen wij nog wat van leren. De Duitsers kunnen andersom weer wat leren van onze creativiteit.

Welke kansen ziet u in het onderwijs en op de arbeidsmarkt door samen te werken met Duitsland?

Duitsland en Nederland zijn elkaars belangrijkste handelspartners. Toch zie je dat we in het onderwijs veel te weinig aandacht hebben voor dit belangrijke buurland. Wanneer mensen de arbeidsmarkt betreden, ontbreekt het bewustzijn voor en de kennis van de mogelijkheden vlak over de grens. Met een gerichte aanpak is hier nog veel winst te behalen voor werkgevers en werknemers. Overigens staat zowel in onderwijs en arbeidsmarkt wederkerigheid voorop! Het gaat er niet alleen om, Nederlanders in Duitsland aan het werk te krijgen maar ook andersom.

Wat moet er volgens u nog gebeuren om de drempels weg te werken die nu nog een barrière vormen bij de samenwerking met onze oosterburen, zoals de erkenning van diploma’s?

Er moet veel meer en structureel samengewerkt worden, zodat het vertrouwen in elkaar groeit. Daarmee hoop ik dat de grondhouding rondom erkenning van diploma’s groeit. Daarnaast moeten we zeker niet alleen over de problemen communiceren. Er gaat iedere dag namelijk ook heel veel goed! Dat moet nog veel beter inzichtelijk worden gemaakt.

Foto: (c) EUREGIO