Kabinet en provincies investeren in GrensInfoPunten

De GrensInfoPunten worden vanaf volgend jaar structureel gefinancierd. Staatssecretaris Tamara van Ark van Sociale Zaken en Werkgelegenheid sloot daartoe op 25 november in Nijmegen een overeenkomst met vertegenwoordigers van de grensregio’s.

Het kabinet en de regio’s dragen vanaf 2020 ieder jaarlijks een miljoen euro bij. Voor de centrale back office, uitgevoerd door de Sociale Verzekeringsbank, stelt het Rijk per jaar negen ton beschikbaar. Daarnaast dragen onder andere de provincies Overijssel, Gelderland, Limburg en Noord-Brabant, arbeidsmarktregio’s Twente en Achterhoek en diverse grensgemeenten bij.

Ook de financiering aan Duitse kant lijkt rond te zijn. Christoph Almering, directeur-bestuurder van de EUREGIO in Gronau/Enschede en een van de medeondertekenaars van de overeenkomst, zei hierover: “De signalen voor de toekomst van het grenspendelaars-advies zijn ook aan Duitse kant heel positief. Noordrijn-Westfalen en Nedersaksen hebben zich bereid verklaard een stabiele financiering te garanderen.“

Verschillende regels per land

De tien infopunten aan de Nederlands-Duitse en Nederlands-Belgische grens bieden dienstverlening aan werknemers die werken, wonen of studeren in een van de buurlanden, dit van plan zijn of dit in het verleden gedaan hebben. Ruim 20.000 Nederlanders pendelen dagelijks voor werk tussen Nederland en Duitsland of België en bijna 80.000 mensen uit deze buurlanden werken in Nederland. Nog eens duizenden Nederlanders wonen vlak over de grens. De regels voor het opbouwen van pensioen, het betalen van belastingen of de ziektekostenverzekering verschillen per land. Dit geldt ook voor zaken als diplomawaardering, het halen van een rijbewijs, de regels bij ontslag of de hoogte van de kinderbijslag. Het is door deze verschillen lang niet altijd duidelijk wat wonen of werken over de grens betekent voor iemands persoonlijke situatie.

“Arbeidsmarkt stopt niet bij de grens”

“Het is belangrijk om de hobbels die er zijn om over de grens te werken of wonen zoveel mogelijk weg te nemen met goede en gemakkelijk beschikbare informatie. Daar voorzien de GrensInfoPunten in”, aldus staatssecretaris Van Ark. “Door structureel te investeren in deze loketten laat het kabinet zien dat het belang hecht aan een goed functionerende grensoverschrijdende arbeidsmarkt. De arbeidsmarkt stopt niet bij de grens, maar biedt juist mogelijkheden voor werknemers, bedrijven en regio’s aan beide zijden. Daar kunnen we nog veel meer gebruik van maken.”

Daar is Gedeputeerde van de Provincie Overijssel voor Energie, Milieu en Arbeidsmarkt Tijs de Bree het mee eens. “Als provincie Overijssel willen we dit soort barrières wegnemen. Het GrensInfoPunt draagt bij aan het bevorderen van een grensoverschrijdende arbeidsmarkt, en aan een sterkere, internationale economie”, zegt De Bree. “Informatieverstrekking is daarin een belangrijk onderdeel. Het GrensInfoPunt voorziet daar in, en blijkt succesvol. Vandaar dat wij meewerken aan een structurele financiering.”

Samenwerking tussen diverse organisaties

Onder andere de provincies, de SVB, het UWV, de Belastingdienst, het CAK en partnerorganisaties in Duitsland en België werken samen in de GrensInfoPunten. Er zijn loketten in Terneuzen, Maastricht, Bergen op Zoom, Baarle Nassau, Eindhoven, Bad Nieuweschans en, over de grens, in Aachen-Eurode, Mönchengladbach, Kleef en Gronau. Digitaal biedt de website www.grensinfo.nl informatie.

Overleg Mobility NL-NRW: veel ontwikkelingen op gebied van grensoverschrijdende mobiliteit

Op 7 november vond tussen de provincies Gelderland, Overijssel, Limburg, Noord-Brabant en Zuid-Holland, vertegenwoordigers van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en een afvaardiging van het ministerie van verkeer van Noordrijn-Westfalen het mobiliteitsoverleg Mobility NL-NRW plaats. Wat gebeurt er allemaal op het gebied van grensoverschrijdende mobiliteit, en welke onderwerpen stonden er tijdens deze bijeenkomst op de agenda? Coen Mekers, senior beleidsstrateeg mobiliteit bij de Provincie Gelderland, vertelt er meer over.

In februari 2019 hebben Nederlandse en Duitse bestuurders de Werkagenda Mobility NL-NRW ondertekend, waarin de belangrijkste onderwerpen op het gebied van grensoverschrijdende mobiliteit zijn opgenomen. Deze agenda is onderbouwd met een werkprogramma met daarin de concrete activiteiten voor de komende maanden en jaren. “Onderwerpen die in de agenda aan bod komen zijn onder meer verkeer en vervoer op spoor, wegen en water, Smart Mobility en mobiliteitsmanagement, de Europese TEN-T corridors en innovatieve en duurzame aandrijftechnieken”, zegt Mekers. “’Hot items’ zijn vooral Smart Mobility, logistiek en duurzaamheid. Ook spoorverbindingen staan hoog op de agenda.”

Belangrijke stappen gezet

Sinds de ondertekening zijn er belangrijke stappen gezet: de thema’s uit de werkagenda zijn geconcretiseerd in een bijbehorend werkprogramma en er zijn expert meetings georganiseerd over logistiek, binnenvaart en duurzame brandstoffen. “Daarnaast is sinds september de nieuwe werkgroep Smart Mobility Solutions actief, die al concrete acties aan het werkprogramma heeft toegevoegd. Er is bijvoorbeeld een bijeenkomst georganiseerd over autonome voertuigen”, aldus Mekers.

Grensoverschrijdende pilots, workshops en expert meetings

Aan welke projecten wordt op dit moment concreet gewerkt? Als eerste noemt Mekers de grensoverschrijdende Mobility as a Service (MaaS)-pilot voor openbaar vervoer tussen Limburg en Aken. “Bovendien vinden er triple-helix workshops plaats rond de ervaringen met geautomatiseerd vervoer en wordt tot maart 2020 een grensoverschrijdende pilot met betrekking tot de uitbreiding van truck parkings gedetailleerd uitgewerkt. Daarnaast wordt er bij de afstemming van concrete spoorverbindingen en bij projecten op het gebied van duurzame alternatieve brandstoffen voor de scheepvaart en de ontwikkeling van Clean Energy Hubs intensief samengewerkt”, legt Mekers uit. Ook staan er voor het eerste halfjaar van 2020 verschillende expert meetings voor ov-tarieven, fietsroutes, logistieke netwerken en MaaS gepland.

Ook EGTC Rhine-Alpine belangrijk thema tijdens mobiliteitsoverleg

Op de Rijn-Alpen-corridor wordt sinds een aantal jaren interregionaal samengewerkt tussen de regio’s en de havens: de EGTC Rhine-Alpine. De Gelderse gedeputeerde Christianne van der Wal werd op 8 november tot voorzitter verkozen. De partners in de EGTC gaan uit van het motto ‘One corridor – One strategy’. De focus ligt daarbij op grensoverschrijdende onderwerpen, een groene ontwikkeling van de corridor, robuustheid van de corridor, slimme mobiliteit en het verminderen van geluidsoverlast. Volgens Mekers is ook de ontwikkeling van de corridor een belangrijk thema in de werkagenda met Noordrijn-Westfalen. “We bespreken gezamenlijke standpunten en kijken samen naar de mogelijkheden van Europese cofinanciering van projecten”, legt Mekers uit.

“Succesvol voorbeeld van grensoverschrijdende samenwerking”

Mobility NL-NRW bestaat al ruim tien jaar. Mekers is erg tevreden over de ontwikkeling die het mobiliteitsoverleg heeft doorgemaakt. “De collega’s aan beide zijden van de grens zijn erg enthousiast. Ze tonen veel inzet en daardoor kunnen bestaande mobiliteitsvraagstukken en problemen goed opgepakt worden. Er wordt op een gestructureerde manier samengewerkt en men heeft veel vertrouwen in elkaar”, aldus Mekers. Volgens hem is Mobility NL-NRW inmiddels een succesvol voorbeeld van grensoverschrijdende samenwerking. Vertrouwen en communicatie zijn de sleutel tot dit succes: “Daardoor lukt het elk keer weer om de verschillen in structuur, regelgeving, procedures en taal en cultuur te overbruggen. Daardoor kunnen we efficiënt op de inhoud focussen”, sluit Mekers af.

Het jaarlijks Bestuurlijk Overleg tussen de minister voor verkeer van Noordrijn-Westfalen en de Gedeputeerden van de provincies zal eind januari 2020 in Noordrijn-Westfalen plaatsvinden. Het volgende Ambtelijk Coördinatie Overleg staat voor eind maart 2020 in Nederland gepland.

Gelderse trainees maken kennis met Bezirksregierung Düsseldorf

Vanaf 2014 onderhouden de ambtelijke organisaties van de Provincie Gelderland en het Bezirk Düsseldorf intensieve contacten. In dat kader bezochten op 23 september 2019 de Gelderse trainees het Bezirk Düsseldorf.

Eerder dit jaar, in februari, was een groep medewerkers in opleiding van de Bezirksregierung Düsseldorf al naar Gelderland gekomen voor een nadere kennismaking met de provincie Gelderland. Regierungspräsidentin mevrouw Birgitta Radermacher en de Regierungsvizepräsident Roland Schlapka heetten de Gelderse gasten van harte welkom. Daarbij benadrukten ze beiden het belang van wederzijdse ontmoeting en de uitwisseling van medewerkers.

Overeenkomsten en verschillen in verantwoording

Diverse medewerkers van Bezirksregierung Düsseldorf gaven daarna een inkijkje in hun werkzaamheden. Uit de informatietafels bleek dat de verantwoordelijkheden van Bezirk en provincie deels overeenkomen, maar er ook grote verschillen bestaan. Zo heeft de Bezirksregierung Düsseldorf een bredere verantwoordelijkheid voor bijvoorbeeld luchthavens, de veiligheid en de reizigersstromen dan de provincie Gelderland. Beide, de provincie Gelderland en Bezirksregierung Düsseldorf, hebben programma’s die de afstand tot de arbeidsmarkt moeten verkleinen, zodat mensen (weer) aan het werk kunnen. De Bezirksregierung heeft ook een grotere zorgtaak dan Gelderland, bijvoorbeeld als het gaat om de aanpak van dakloosheid. In Nederland ligt deze verantwoordelijkheid bij de gemeente.

Verschillen in bestuurlijk systeem

Een Gelderse trainee: “Ik vond vooral de verschillen in het bestuurlijke systeem in Duitsland en Nederland opvallend. Dit was op diverse manieren zichtbaar, zoals aan het verschil in onderwerpen die door de Provincie Gelderland en de Bezirksregierung van Düsseldorf worden behandeld en in de interne manier van werken. In Duitsland is die meer hiërarchisch en op status is gericht, waar deze bij ons meer uitgaat van gelijkwaardigheid en toegankelijkheid.”StagiairsBijzondere gasten in de groep Gelderse trainees waren drie medewerkers van het Bezirk die stage gaan lopen bij de provincie Gelderland. Op hun eerste werkdag bij de provincie Gelderland kwamen ze op bezoek bij hun eigen organisatie. Van september tot en met december 2019 werken Juliane Klappert, Melina Mostert en Jan Preussner bij de provincie Gelderland in Arnhem. Eerst zullen ze daarbij de Gelderse organisatie leren kennen. Daarna gaan ze aan de slag bij verschillende beleidsafdelingen.

“Samenwerken met buren is logisch”: INTERREG-project ‘NL + DE Startups X-Border’ van start

Nederlandse en Duitse start-ups die kennis en netwerken met elkaar delen om zo bewustzijn te creëren voor het aanbod aan beide zijden van de Nederlands-Duitse grens. Dat is het doel van het nieuwe INTERREG-project ‘NL + DE Startups X-Border’. Op 3 september vond bij ontwikkelingsmaatschappij Oost NL de kick-offbijeenkomst van het project plaats.

Het project is een partnerprogramma tussen de Provincie Gelderland en het ministerie van Economie, Innovatie, Digitalisering en Energie van de deelstaat Noordrijn-Westfalen. Oost NL is lead partner. “Nederlanders en Duitsers vullen elkaar op veel vlakken aan. Tegelijkertijd zien we dat de ecosystemen in beide landen nog onvoldoende met elkaar vervlochten zijn. Met het X-Borders-programma willen wij de interactie tussen start-ups en hubs in Nederland en Duitsland versterken,” aldus projectleider Hans Brouwers.

Een week bij een partner-hub in het buurland

Het project bestaat uit een ‘Event Exchange’ en een ‘Get Connected Week’. Tijdens de ‘Event Exchange’ kunnen Nederlandse en Duitse start-ups evenementen in het buurland bezoeken om de groei van hun bedrijf te stimuleren. De bedrijven kunnen hun ideeën voor een publiek met gevestigde bedrijven en investeerders pitchen en hun netwerk uitbreiden. Tijdens de ‘Get Connected Week’ worden start-ups gedurende een werkweek bij een partner-hub in het buurland ondergebracht. Start-ups volgen daarbij een intensief programma waarin zij onder begeleiding van de hub hun business cases kunnen valideren. Zo kunnen ze toegang krijgen tot nieuwe markten en de kans op investeringen vergroten. Digital start-ups die aan het programma willen deelnemen, kunnen zich hier aanmelden.

Diverse Nederlandse en Duitse partners betrokken

Vanuit Gelderland zijn Health Valley, Foodvalley NL, Briskr, KIEMT, IPKW, StartLife, Starthub Wageningen, Novio Tech Campus en Gelderland Valoriseert betrokken. Vanuit Limburg en Overijssel zijn respectievelijk Brightlands en Novel-T aangehaakt. Daarnaast is ook Techleap.NL, het voormalige StartupDelta met special Envoy Prins Constantijn van Oranje, aan het project verbonden. Aan Duitse zijde nemen de zes verschillende ‘Digihubs’ uit Münster, Essen, Düsseldorf, Köln, Aachen en Bonn deel aan het X-Borders-project.

“Zakendoen over de grens is moeite waard”

Op 19 april 2018 werd al de intentieverklaring ‘Hubs connected, crossing borders’ getekend. Michiel Scheffer, voormalig Gedeputeerde Economie, Innovatie, Europa van provincie Gelderland, was toen al enthousiast over het project. ‘Door samen te werken zorgen we voor een zachte landing voor start-ups op de Nederlandse en Duitse markt. Veel start-ups werken al samen met andere ‘hubs’ in de wereld. Maar wat is er nu logischer dan samenwerken met onze buren?”, aldus Scheffer. “Voor startende ondernemers is het vaak lastig om zaken te doen over de grens. Toch is dat beslist de moeite waard. Met 18 miljoen inwoners is Nordrhein-Westfalen de grootste deelstaat van Duitsland. Andersom biedt Gelderland start-ups uit Nordrhein-Westfalen toegang tot de Nederlandse markt.”

Veertig ambtenaren in spé van Bezirk Düsseldorf bezoeken provincie Gelderland

Op vrijdag 15 februari bezocht een groep van veertig ambtenaren in opleiding van het Bezirk Düsseldorf de provincie Gelderland. Een jonge groep mensen van voornamelijk vrouwen (en een enkele man) van rond de 21 jaar. Ze waren hier op eigen verzoek om nader kennis te maken, te zien hoe men hier te werk gaat en met als uiteindelijk doel het stimuleren van een verdere uitwisseling van stagiairs en trainees tussen de provincie Gelderland en het Bezirk.

Na een hartelijk welkom van directeur van de provincie Gelderland Henrice Wittenhorst werden er korte presentaties gegeven over mobiliteit, energie, cultuur, arbeidsmarkt en onderwijs. Onderwerpen waarbij ook de samenwerking met de Duitse overheden van groot belang is. Ook de verschillen tussen de Nederlandse en Duitse manier van werken kwamen aan bod. Daarnaast werden de ambtenaren in spé rondgeleid door het provinciehuis en werd in samenhang met het traineeprogramma aansluitend nog een opdracht uitgevoerd. Dit om een indruk te geven van de werkwijze en van de sfeer binnen de provincie Gelderland en om enthousiasme te wekken voor een eventuele stage. De reacties waren erg positief en een aantal was dan ook direct geïnteresseerd om bij de provincie Gelderland stage te komen lopen.
De dag werd afgesloten met een gezellige borrel. Afgesproken is ook dat de nieuwe trainees in het voorjaar een tegenbezoek gaan afleggen aan het Bezirk Düsseldorf.

Provincie Gelderland nam afscheid van Commissaris van de Koning Cornielje

Op woensdag 23 januari 2019 werd er afscheid genomen van Commissaris van de Koning in Gelderland, Clemens Cornielje. Sinds 2005 vervulde hij met veel plezier deze functie: “De mooiste baan in bestuurlijk Nederland, in de mooiste provincie van ons land”.

In aanwezigheid van Provinciale Statenleden, leden van Gedeputeerde Staten en ambtenaren werd Cornielje in het zonnetje gezet. Hij werd door diverse bewindslieden toegesproken, waaronder Kajsa Ollongren, minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, en Willibrord van Beek, Commissaris van de Koning in Utrecht en persoonlijke vriend van Cornielje. Namens het college van Gedeputeerde Staten sprak gedeputeerde Jan Markink. Het geheel werd door Het Gelders Orkest muzikaal omlijst.

Cornielje was niet alleen het boegbeeld van de provincie Gelderland, maar zette zich ook in voor de grensoverschrijdende samenwerking. Hij was ruim dertien jaar lid van het Nederlands-Duitse 3+3-overleg. Hij wordt opgevolgd door John Berends.

 

Foto: (c) Provincie Gelderland.

John Berends nieuwe commissaris van de Koning van Gelderland

De Provinciale Staten (PS) van Gelderland hebben voorgesteld om de heer drs. J.C.G.M. (John) Berends bij de minister aan te bevelen voor benoeming tot de 17e commissaris van de Koning in Gelderland. John Berends moet Clemens Cornielje gaan opvolgen die na ruim 13 jaar per 1 februari 2019 stopt als commissaris van de Koning.

De heer Berends is sinds 19 maart 2012 burgemeester van de gemeente Apeldoorn en was daarvoor 7 jaar burgemeester van de gemeente Harderwijk. Van 1998-2005 was hij wethouder en locoburgemeester in de gemeente Zwolle.

Na de aanbeveling van de Provinciale Staten brengt het ministerie van Binnenlandse Zaken een voordracht uit aan de koning.  Naar verwachting zal vervolgens John Berends per Koninklijk Besluit benoemd worden voor een periode van 6 jaar. Naar alle waarschijnlijkheid wordt John Berends dan op 6 februari 2019 tijdens de Statenvergadering geïnstalleerd als de 17e commissaris van de provincie Gelderland.

Foto (c): Door Apdency – Eigen werk, CC0, https://commons.wikimedia.org/w/index.php?curid=19576416

Reactivering spoorlijn Kleve-Nijmegen definitief van de baan

Er zullen de komende tijd geen treinen tussen Kleve en Nijmegen gaan rijden. “De reactivering van de lijn is definitief van de baan”, aldus Wolfgang Spreen, Landrat van Kreis Kleve, tijdens een zitting van de Commissie voor Milieu en Ruimtelijke Ordening, in bijzijn van burgemeester Günter Steins van Kranenburg en vertegenwoordigers van de gemeente Berg en Dal en de Provincie Gelderland. De meest recente gesprekken in Berg en Dal deden alle (Duitse) hoop teniet.

“De vertegenwoordigers van Nederlandse zijde, met name van de gemeente Berg en Dal, hebben duidelijk gemaakt dat reactivering niet gewenst is. Ze willen er in ieder geval in deze zittingsperiode niet meer over praten”, aldus Spreen over het voorlopige einde van de grensoverschrijdende gesprekken. “De Nederlandse kant richt zich op grensoverschrijdend busvervoer en de uitbreiding van de snelle fietsroute. De fietslorrie moet behouden blijven en het spoor moet worden gebruikt voor toeristische doeleinden”, zegt Spreen.

In een brief bevestigt de Provincie Gelderland, die verantwoordelijk is voor het openbaar vervoer, dit standpunt. De gemeente Berg en Dal ziet een spoorlijn door het heringerichte centrum van Groesbeek als een belangrijk struikelblok. De stad Nijmegen wilde zich bovendien concentreren op de uitbreiding van het Centraal Station en het station Heyendael bij de Radboud Universiteit.

Studie: 3400 reizigers per dag

De Provincie Gelderland had opdracht gegeven voor een onderzoek naar mogelijke passagiersaantallen op de route Kleve-Nijmegen, waarbij ook rekening moest worden gehouden met een nauwere samenwerking tussen de Hochschule Rijn-Waal en de Radboud Universiteit en de groeiende bevolking in de grensregio. De studie voorspelt een aantal van ongeveer 3400 reizigers per dag. Het cijfer is bijna identiek aan de resultaten van een andere studie in 2013.

De Provincie Gelderland stelt in de Statenbrief dat trein en bus bij gelijktijdige exploitatie elkaar zouden beconcurreren. Het aantal nieuwe reizigers dat met deze ontwikkeling dan wordt aangetrokken blijft beperkt tot zo´n 800 die daadwerkelijk grensoverschrijdend zullen reizen.

De Duitse partners (Kranenburg, Stadt Kleve, Kreis Kleve, Verkehrsverbund Rhein Ruhr (VRR) en Nordrhein-Westfalen) hebben aangegeven dat ze het betreuren dat de Provincie Gelderland geen verdere studie wil laten doen naar de reactivering van de spoorlijn. In het plan van NRW was dat namelijk als langetermijndoel opgenomen. Daarbij is vermeld dat er tot aan de reactivering moet worden ingezet op een snelle busverbinding.

“Als de gemeenten in de regio het onderling niet eens zijn, heeft het weinig zin om verder te praten”, aldus Sjaak Kamps, directeur van de Euregio Rijn-Waal, die het bemiddelingsproces in goede banen leidde. “Tot aan de reactivering van de spoorlijn hadden nog diverse obstakels moeten worden overwonnen”, benadrukte hij. “Het is jammer dat het proces niet zover komt dat we een antwoord kunnen geven op het kosten-batenvraagstuk.”

Mochten de Duitse partijen besluiten om zelf verder onderzoek te doen naar de reactivering van het spoor aan Duitse zijde, kan de Provincie Gelderland besluiten om aan deze studie mee te werken. De studie zelf en de uitkomsten ervan zouden dan aanleiding kunnen zijn voor een nieuwe discussie over de reactivering van het spoor, aldus de Provincie Gelderland in de Statenbrief.

Euregio: SB 58 is een succes

Euregio-directeur Kamps wees ook op de positieve ontwikkelingen in het grensoverschrijdende openbaar vervoer: “We zijn blij dat de snelbuslijn 58 een succesnummer is geworden.” Deze bus rijdt tussen Nijmegen en Emmerich. Naast het verder verbeteren van deze lijn wil de Euregio ook verbindingen zien tussen Emmerich en Doetinchem. “Het zou goed zijn als de Provincie Gelderland hierin een actieve rol zou kunnen spelen”, aldus Sjaak Kamps.

Overzicht van beschikbare documenten

De Statenbrief
https://gelderland.stateninformatie.nl/document/7025706/3#search=%22kleve%22

De brief van de gemeente Berg en Dal
https://gelderland.stateninformatie.nl/document/7025707/2/BOC_-_Bijlage_brief_Gemeente_Berg_en_Dal_geen_reactivering_voormalige_spoorlijn_Nijmegen-Kleve_%28PS2018-751%29

De brief van Landtag NRW

https://gelderland.stateninformatie.nl/document/7025708/2/BOC_-_Bijlage_brief_Landtag_Nordrhein-Westfalen_Reactivierung_der_Bahnlinie_Kleve-Nijmegen_%28PS2018-751%29

De brief van Verkehrsverbund Rhein-Ruhr (VRR)

https://gelderland.stateninformatie.nl/document/7025709/2/BOC_-_Bijlage_brief_Verkehrverbund_Rhein-Ruhr_brief_Reactivierng_Bahnlinie_Kleve-Nijmegen_%28PS2018-751%29

De notitie reizigersaantallen OV Nijmegen Kleve

https://gelderland.stateninformatie.nl/document/7025710/1/BOC_-_Bijlage_notitie_reizigersaantallen_OV_Nijmegen-Kleve_%28PS2018-751%29

Nederlandse provincie-afvaardiging op bezoek bij de Landtag

Op 5 juli jongstleden waren vertegenwoordigers van de Provincies Gelderland, Overijssel en Limburg in Düsseldorf te gast bij de president van de Landtag, André Kuper. Het belangrijkste onderwerp op de agenda: verdere intensivering van de grensoverschrijdende samenwerking

President Kuper benadrukte de bijzondere relatie tussen Noordrijn-Westalen en Nederland. “We hebben aan beide kanten door een goede samenwerking een vertrouwensband opgebouwd. En we hebben de grenzen in de hoofden weten te slechten. Samen verwezenlijken wij de Europese gedachte.”

Een van de hoofdthema´s van het werkbezoek was het enthousiasmeren van jonge mensen voor de politiek. De president vertelde over de driedaagse Landtag voor de jongeren, die eind juni in het parlement van Noordrijn-Westfalen is gehouden.  Gedurende deze drie dagen is duidelijk geworden dat jonge mensen enthousiast gemaakt kunnen worden voor democratie, benadrukte Kuper.

De Commissaris van de Koning in Gelderland, Clemens Cornielje, bedankte de president voor het bezoek aan de Landtag. Ook hij ging in op de bijzondere band tussen de twee landen. “Wij beschouwen deze jarenlange, goede samenwerking en vertrouwensband als waardevol. Met name ook met het oog op de wereldwijde problemen, die niet ophouden bij de grens.

Na de ontvangst stond er een werkbespreking met de Parlamentarieregruppe NRW-Benelux op de agenda. Daarnaast werd er gesproken over het meerjarig financieel kader van de EU.

Marcus Optendrenk, voorzitter van de Parlamentariergruppe Benelux, en Clemens Cornielje, Commissaris van de Koning van de Provincie Gelderland

Nederland en Noordrijn-Westfalen willen hun samenwerking verder intensiveren. Zowel in de Landtag als bij Provinciale Staten worden hiertoe voorstellen ingediend.

Minister van Verkeer Wüst van NRW te gast in Gelderland

Vlnr: Jan Mulder, directeur ProRail; Hendrik Wüst, verkeersminister NRW en Gedeputeerde Conny Bieze

Verkeersminister Hendrik Wüst van Noordrijn-Westfalen was op 8 maart op bezoek in Nederland. In Den Haag ontmoette hij zijn Nederlandse collega Cora van Nieuwenhuizen. Zij spraken onder andere over de organisatie van de verkeersstromen in het achterland van de havens, de problematiek rond bruggen en grensoverschrijdende samenwerking bij verkeersvraagstukken.

“In Nederland is de verkeerssector te land, ter zee en op het spoor op veel vlakken al jarenlang goed georganiseerd. Ik denk dat we daarvan het een en ander kunnen leren,” aldus Wüst. Minister Van Nieuwenhuizen nodigde Wüst uit om deel te nemen aan de ‘Benelux-Roadmap’ mobiliteit. Dit is een afspraak tussen de verkeersministers uit de Benelux-landen om de groeiende verkeersstromen op de weg, het spoor en het water in de toekomst duurzamer en innovatiever te maken.

Verbetering infrastructuur
Tijdens de afspraak met de Nederlands-Duitse Handelskamer (DNHK) was ook de directrice van Straßen.NRW, Elfriede Sauerwein-Braksiek aanwezig. Onderwerpen als de versnelling van planningsprocedures en de uitvoering van bouwplannen stonden op de agenda. Tijdens het aansluitende bezoek aan de haven van Rotterdam stonden verbeteringen voor de binnenscheepvaart op het gebied van digitalisering en energievoorziening centraal. Bij de Regionale Verkeerscentrale Midden-Nederland in Utrecht werd gesproken over de verdere intensivering van de bestaande samenwerking met de verkeerscentrale in Leverkusen en om het grensoverschrijdend sturen van verkeersstromen.

Centrale rol Arnhem bij treinverkeer
Tot slot bracht Wüst een bezoek aan de provincie Gelderland. Op Arnhem Centraal werd hij ontvangen door gedeputeerde Conny Bieze en Jan Mulder, directeur ProRail regio Noord-Oost Nederland. Tijdens het werkbezoek stonden zij stil bij de centrale plaats van Arnhem in het internationale treinverkeer met Duitsland, de Rhine-Alpine corridor. Ook het sneller, vaker en betrouwbaarder laten rijden van de ICE Amsterdam– Arnhem–Frankfurt stond op het programma. Met 1,46 miljoen reizigers per jaar is deze ICE een onmisbare schakel in het treinverkeer tussen Nederland en Duitsland. De ICE verbindt de regio met het economische hart van Duitsland en de belangrijke Europese luchthavens in Frankfurt, Düsseldorf en Köln-Bonn.

Sneller en vaker
De Provincie Gelderland en deelstaat Noordrijn-Westfalen willen de ICE sneller en vaker laten rijden. Door de frequentie te verhogen van 16 naar 26 treinen per dag kan het aantal reizigers dat jaarlijks van de ICE gebruik maakt, groeien naar 2,3 miljoen. Gedeputeerde Conny Bieze: ‘Als goede buren werken Gelderland en Noordrijn-Westfalen nauw samen om het treinverkeer over de Nederlands-Duitse grens te verbeteren. Door de ICE treinen sneller en vaker te laten rijden, verleggen we de grenzen van het internationale treinverkeer. Goed voor de reiziger en goed voor de economie in de regio.’

Op de foto vlnr: Jan Mulder, directeur ProRail; Hendrik Wüst, verkeersminister NRW en Gedeputeerde Conny Bieze