Gedeputeerde Christianne van der Wal: ‘Denk Europees, en handel lokaal en regionaal’

Christianne van der Wal

Christianne van der Wal is sinds juni 2019 gedeputeerde voor de Provincie Gelderland en in die functie verantwoordelijk voor economie en innovatie, en mobiliteit en luchtvaart. Daarnaast is ze voorzitter van het Comité van Toezicht INTERREG VA Deutschland-Nederland en houdt ze zich regelmatig bezig met grensoverschrijdende thema’s. Grenspost Düsseldorf ging met haar in gesprek over mobiliteit, de coronapandemie, Europese corridorontwikkeling en het belang van goede Nederlands-Duitse samenwerking.

In uw functie komt u regelmatig in aanraking met grensoverschrijdende kwesties. Er zijn nogal wat verschillen tussen Nederland en Duitsland. Welk verschil heeft u het meeste verrast?

“Dat de samenwerking uitstekend is; we weten elkaar als buren snel en goed te vinden en werken constructief samen. De combinatie van Duitse ‘Gründlichkeit’ en Nederlands koopmanschap werkt goed en levert mooie resultaten op, die vaak sneller worden bereikt dan van tevoren gedacht. Een mooi voorbeeld is de proef met een busverbinding tussen Aalten en Bocholt. Die proef is heel snel tot stand gekomen: niet traditioneel als onderzoek, maar door het geld in het rijden van de bus te stoppen. Dat is een succes gebleken. En we werken nu aan het permanent opnemen van de busverbinding in de dienstregeling van 2021. Dat moet en gaat met Duitse ‘Gründlichkeit’, want er zijn best wat juridische hobbels te nemen.”

Eén van uw verantwoordelijkheden als gedeputeerde is mobiliteit – en die stopt niet bij de grens. Kunt u iets meer vertellen over de grensoverschrijdende samenwerking op het gebied van mobiliteit en infrastructuur en de betekenis daarvan voor Gelderland?

“Wij werken als provincie al een flink aantal jaren samen met Noordrijn-Westfalen. We begonnen met het directe grensgebied en de provincies Overijssel, Limburg en Gelderland. Dat werd later uitgebreid met Noord-Brabant en vorig jaar Zuid-Holland. In die samenwerking hebben we afgesproken dat we rond een aantal thema’s ons beleid afstemmen en gezamenlijk projecten uitvoeren. Want mobiliteit stopt niet bij de grens en wordt steeds internationaler. Maar er ligt hier ook een belangrijke link met mijn economische portefeuille. De economieën van Nederland en Duitsland zijn sterk met elkaar verbonden. Daarvoor is veel en goed transport nodig. Op dat terrein liggen de nodige uitdagingen, ook rond duurzaamheid. Denk bijvoorbeeld aan het goed afstemmen van locaties voor tankstations voor schone brandstoffen (Clean Energy Hubs), zodat we allebei slim investeren. Maar ook goederentransport van de weg naar het spoor of het water krijgen lukt alleen als het grensoverschrijdend goed geregeld is.”

Christianne van der Wal en verkeersminister Hendrik Wüst van NRW tijdens een werkbezoek aan e.GO in Aken in januari 2020
Christianne van der Wal en verkeersminister Hendrik Wüst van NRW tijdens een werkbezoek aan e.GO in Aken in januari 2020

Welke successen zijn er behaald? En aan welke projecten wordt momenteel gewerkt? Kunt u een voorbeeld noemen van actuele samenwerkingsthema’s en ‘hete hangijzers’

“Groot succes is de introductie van de Regional-Express Arnhem-Düsseldorf. Die is een paar jaar geleden in gebruik genomen en is het directe resultaat van onze samenwerking. Daarnaast gebeurt er in Zuid-Limburg veel op het gebied van grensoverschrijdende openbaarvervoersystemen en ticketing. Die ervaringen gebruiken we weer in andere grensregio’s. Verder is er veel in beweging op het gebied van alternatieve brandstoffen. Ik noemde al het voorbeeld van een grensoverschrijdend systeem van tankstations voor schone brandstoffen. Projecten op het gebied van binnenvaart en waterstof (het RH2INE-project) zijn andere voorbeelden. We werken nu ook steeds intensiever samen rond de ontwikkeling van de goederencorridor van de Noordzeehavens naar Duitsland en verder.”

“Eén van de hete hangijzers is de steeds maar vertraagde aanleg van het derde spoor van de Betuweroute in Duitsland. Daardoor komt de gewenste ‘modal shift’ van de weg naar het spoor ook minder snel tot stand.”

In hoeverre heeft de coronapandemie invloed gehad op de grensoverschrijdende samenwerking?

“Door de goede contacten konden we heel snel omschakelen naar digitaal samenwerken, waardoor de vaart erin kon worden gehouden. Maar er is her en der wel vertraging opgelopen.

Dankzij de bestaande goede banden kon er tussen de betrokken ministeries ook snel een ‘Cross-Border Task Force Corona’ worden opgezet. Mede daardoor konden de grenzen zo goed als openblijven. En dat is erg belangrijk gebleken voor de transportsector en de economie in de grensregio. Goederen en grenspendelaars konden zonder grote problemen de grens over. De gezondheidscrisis is al gecompliceerd genoeg, daar moet niet ook nog een probleem met leveringszekerheid van goederen bijkomen. Wel vragen we mensen om voorlopig af te zien van niet-noodzakelijke reizen over de grens.”

Waar valt er grensoverschrijdend wat u betreft nog terrein te winnen?

“We zouden nog meer van elkaar kunnen leren. Bijvoorbeeld van de corona-aanpak. Daarnaast zouden we nog meer gezamenlijke steun en subsidie kunnen krijgen uit de Europese Unie voor specifiek grensoverschrijdende onderwerpen en projecten. Dit ook gelet op de nieuwe fondsperiode 2021-2027 van de Europese Commissie. Daar werken we de komende jaren dan ook aan.

In ons eigen beleid van provincie Gelderland willen we in onze public affairs-agenda de grensoverschrijdende thema’s meer en meer verbinden met de onderwerpen die in de Europese Unie (‘Brussel’) en Den Haag aan de orde zijn. Dat betekent dat we de contacten met Noordrijn-Westfalen ook willen gebruiken om ons bijvoorbeeld gezamenlijk in het Comité van de Regio’s in Brussel hard te maken voor grensoverschrijdende thema’s. In de relatie naar Den Haag speelt dan bijvoorbeeld de samenwerking met het Rijk rond de Grenslandagenda, waar mobiliteit al vanaf de start als een van de speerpunten is opgenomen.”

Op de Rijn-Alpen-corridor wordt sinds een aantal jaren interregionaal en op meerdere niveaus samengewerkt tussen de regio’s en de havens: de EGTC Rhine-Alpine. Ook daar mag u voorzitter van zijn. Hoe staat grensoverschrijdende samenwerking in verbinding met deze veel bredere Europese corridorontwikkeling?

“Alles heeft met elkaar te maken. Wat we in Gelderland doen heeft een directe relatie met de grensoverschrijdende samenwerking met Noordrijn-Westfalen en die op de corridor. Kijk bijvoorbeeld naar de railterminal Gelderland: die ontwikkelen wij in Gelderland, maar heeft een uitstraling en werkingsgebied in de regio, in heel Nederland, het grensgebied en vervult straks een belangrijke rol tussen de verschillende regio’s op de Rijn-Alpen corridor. Mijn motto is dan ook: ‘Denk Europees, en handel lokaal en regionaal’!”

Noordrijn-Westfalen is geen lid van deze EGTC. Gaat u de minister van Verkeer van Noordrijn-Westfalen overtuigen om lid te worden?

“Nee hoor, het grootste deel van Noordrijn-Westfalen is via de Metropolregion Rheinland lid. Daar komt bij dat de EGTC zich richt op regio’s ongeveer ter grootte van een provincie. Noordrijn-Westfalen is net zo groot als Nederland.”

Gelderse commissaris van de Koning John Berends op bezoek in Düsseldorf

De Gelderse commissaris van de Koning John Berends

Hoewel ze elkaar bij diverse gelegenheden al hadden ontmoet, was het er nog niet van gekomen om eens rustig kennis te maken. Op donderdag 27 augustus 2020 was het echter zover en bracht de Gelderse commissaris van de Koning John Berends een bezoek aan Birgitta Radermacher, Regierungspräsidentin van het Bezirk Düsseldorf. Gespreksonderwerpen waren onder meer de coronapandemie, watermanagement, waterstof en de bestrijding van grensoverschrijdende ondermijning.

Uiteraard werd gesproken over de wijze waarop beide organisaties actief waren en zijn rond de economische gevolgen van de Covid-19-crisis en de gevolgen die deze crisis heeft voor de samenleving. Het belang van elkaar blijven ontmoeten werd onderstreept. Dat zou ook in versterkte mate moeten gelden voor ontmoetingen tussen Duitse en Nederlandse scholen, waar beiden zich voor willen inzetten.

Een ander onderwerp op de agenda waren de te lage grondwaterstanden, waar beide zijden van de grens mee te kampen hebben. Birgitta Radermacher gaf aan dat ondanks volle stuwmeren, waardoor de indruk bestaat dat er geen tekort aan water is, het land te weinig water vast kan houden. Het wordt tijd dat we daaraan gezamenlijk gaan werken.

Ook op het punt van de strijd tegen ondermijning wisten beide bestuurders elkaar snel te vinden. Waar de grens voor veel criminelen een kans is, mag die voor de bestrijding van misdaad geen hindernis zijn.

Tenslotte hebben beide bestuurders afgesproken de samenwerking op het terrein van waterstof met elkaar te willen verkennen. Zowel Gelderland als Noordrijn-Westfalen komen dit najaar met een waterstofstrategie.

Na zijn bezoek aan Birgitta Radermacher bracht John Berends nog een kort bezoek aan het consulaat-generaal in Düsseldorf (zie foto), waar hij nog met consul-generaal Peter Schuurman sprak over zijn bezoek aan Regierungspräsidentin Radermacher. Ook kreeg hij een rondleiding door de ruimtes waar de medewerkers van het consulaat-generaal en van de grensprovincies sinds eind vorig jaar samen werken aan grensoverschrijdende samenwerking.

Veel aandacht voor samenwerking Gelderland en NRW tijdens Eindejaarsbijeenkomst Euregio Rijn-Waal

Meer grensoverschrijdende samenwerking voor Gelderland en Noordrijn-Westfalen 

Eregasten waren dit jaar John Berends, Commissaris van de Koning van de provincie Gelderland, en Birgitta Radermacher, Regierungspräsidentin van de Bezirksregierung Düsseldorf. Zij gingen met Euregio Rijn-Waal-voorzitter Ulrich Francken in gesprek over de samenwerking in de grensregio en lieten zien dat zij goed op elkaar ingespeeld zijn. Radermacher gaf het belang aan van samenwerking op de gebieden waterveiligheid, rampenbestrijding en arbeidsmarkt. Deze onderwerpen konden rekenen op instemming van de Commissaris van de Koning. Hij vulde aan dat ook op de gebieden mobiliteit, grensoverschrijdende ondermijning en stikstof behoefte is aan een goede samenwerking.

Voor beide bestuurders was het eveneens duidelijk dat het leren van de buurtaal meer aandacht mag krijgen op de scholen. In de regio Düsseldorf is daarom een aanvraagprocedure voor zogenoemde Euregio-profielscholen gestart. Deze scholen stimuleren het leren van de buurtaal en –cultuur, bijvoorbeeld door uitwisselingen met partnerscholen over de grens. Berends benadrukte het belang van talenkennis in de grensregio en hoopt dat er een oplossing voor het lerarentekort aan weerszijden van de grens gevonden wordt. Tot slot benadrukte hij dat het voor de regio belangrijk is dat er vanuit de regio zelf ook accenten in de grensoverschrijdende samenwerking gezet worden.

Euregio Rijn-Waal erepenning voor Jakob Voss

Francken overhandigde tijdens de bijeenkomst de Euregio Rijn-Waal Erepenning 2019 aan Jakob Voss uit Kranenburg. De erepenning wordt jaarlijks afwisselend aan een Duitse of Nederlandse inwoner verleend die zich op een bijzondere manier inzet voor de grensoverschrijdende samenwerking. Uit de laudatie die Ulrich Francken voor Jakob Voss uitsprak bleek duidelijk hoezeer Jakob Voss zich altijd voor duurzame grensoverschrijdende contacten en verbindingen heeft ingezet. In 1999 nam hij bijvoorbeeld het initiatief voor een trinationale en daarmee unieke stedenband. De stedenband tussen de gemeenten Kranenburg, Groesbeek, Ubbergen en het Hongaarse Körmend hield tot 2017 stand en was uiterst succesvol.

Euregio-voorzitter Ulrich Francken overhandigt Jakob Voss de Euregio Rijn-Waal Erepenning 2019. (c) Euregio Rijn-Waal

Daarnaast nam hij als eerste officiële Duitse vertegenwoordiger aan een herdenkingsbijeenkomst naar aanleiding van de Tweede Wereldoorlog in Ubbergen deel. Deze uitnodiging leidde tot een belangrijke traditie, die nog steeds in ere wordt gehouden. Als bestuurslid van de Nederlandse ‘Stichting de Thornsche Molen’ heeft Voss er mede voor gezorgd dat de tijdens de oorlog verwoeste molen weer werd opgebouwd. De molen is zowel voor fiets- en wandeltoeristen als voor bijvoorbeeld scholieren een belangrijk Nederlands-Duits ontmoetingspunt geworden.

Voss reageerde verheugd en gaf aan dat het voor hem altijd belangrijk was om iets op gang te brengen dat blijvend zou zijn. “Daarvoor is het belangrijk dat wij ons realiseren dat de regio voor ons allen een thuis is. Als wij elkaar waarderen werkt een vreedzame en respectvolle samenleving gegarandeerd”, aldus Voss.

Vier fotografen in de prijzen gevallen

Tijdens de Eindejaarsbijeenkomst huldigde Francken bovendien de winnaars van de jaarlijkse fotowedstrijd. Het motto was deze keer ‘Blik over de grens’. De 38 deelnemende fotografen zijn deze uitdaging aangegaan en hebben hun favoriete plek in het buurland gefotografeerd. Na een eerste selectie door het Dagelijks Bestuur was het vervolgens aan het publiek om de winnaars te bepalen.

De winnaars van de fotowedstrijd met Euregio-voorzitter Ulrich Francken. (c) Euregio Rijn-Waal

Uiteindelijk kwamen de foto’s ‘Heidelandschap op de Posbank’ van Johannes Weyers en  ‘Spoorbrug bij Griethausen’ van Rens Hubers als winnende foto’s uit de bus. Ook waren er twee tweede prijzen. Deze gingen naar Sonja Jonkhout voor haar foto ‘Zicht op de kerk in Elten’ en naar Bertus van het Hekke voor zijn foto ‘Grensoverschrijdende blik op de ondergaande zon’ bij Millingen aan de Rijn. De fotografen hebben resp. € 200,- en € 100,- gewonnen.

Foto bovenaan artikel: Eregasten Birgitta Radermacher, Regierungspräsidentin van de Bezirksregierung Düsseldorf, en John Berends, Commissaris van de Koning van de provincie Gelderland, in gesprek met Euregio-voorzitter Ulrich Francken over de grensoverschrijdende samenwerking. (c) Euregio Rijn-Waal

Kabinet en provincies investeren in GrensInfoPunten

De GrensInfoPunten worden vanaf volgend jaar structureel gefinancierd. Staatssecretaris Tamara van Ark van Sociale Zaken en Werkgelegenheid sloot daartoe op 25 november in Nijmegen een overeenkomst met vertegenwoordigers van de grensregio’s.

Het kabinet en de regio’s dragen vanaf 2020 ieder jaarlijks een miljoen euro bij. Voor de centrale back office, uitgevoerd door de Sociale Verzekeringsbank, stelt het Rijk per jaar negen ton beschikbaar. Daarnaast dragen onder andere de provincies Overijssel, Gelderland, Limburg en Noord-Brabant, arbeidsmarktregio’s Twente en Achterhoek en diverse grensgemeenten bij.

Ook de financiering aan Duitse kant lijkt rond te zijn. Christoph Almering, directeur-bestuurder van de EUREGIO in Gronau/Enschede en een van de medeondertekenaars van de overeenkomst, zei hierover: “De signalen voor de toekomst van het grenspendelaars-advies zijn ook aan Duitse kant heel positief. Noordrijn-Westfalen en Nedersaksen hebben zich bereid verklaard een stabiele financiering te garanderen.“

Verschillende regels per land

De tien infopunten aan de Nederlands-Duitse en Nederlands-Belgische grens bieden dienstverlening aan werknemers die werken, wonen of studeren in een van de buurlanden, dit van plan zijn of dit in het verleden gedaan hebben. Ruim 20.000 Nederlanders pendelen dagelijks voor werk tussen Nederland en Duitsland of België en bijna 80.000 mensen uit deze buurlanden werken in Nederland. Nog eens duizenden Nederlanders wonen vlak over de grens. De regels voor het opbouwen van pensioen, het betalen van belastingen of de ziektekostenverzekering verschillen per land. Dit geldt ook voor zaken als diplomawaardering, het halen van een rijbewijs, de regels bij ontslag of de hoogte van de kinderbijslag. Het is door deze verschillen lang niet altijd duidelijk wat wonen of werken over de grens betekent voor iemands persoonlijke situatie.

“Arbeidsmarkt stopt niet bij de grens”

“Het is belangrijk om de hobbels die er zijn om over de grens te werken of wonen zoveel mogelijk weg te nemen met goede en gemakkelijk beschikbare informatie. Daar voorzien de GrensInfoPunten in”, aldus staatssecretaris Van Ark. “Door structureel te investeren in deze loketten laat het kabinet zien dat het belang hecht aan een goed functionerende grensoverschrijdende arbeidsmarkt. De arbeidsmarkt stopt niet bij de grens, maar biedt juist mogelijkheden voor werknemers, bedrijven en regio’s aan beide zijden. Daar kunnen we nog veel meer gebruik van maken.”

Daar is Gedeputeerde van de Provincie Overijssel voor Energie, Milieu en Arbeidsmarkt Tijs de Bree het mee eens. “Als provincie Overijssel willen we dit soort barrières wegnemen. Het GrensInfoPunt draagt bij aan het bevorderen van een grensoverschrijdende arbeidsmarkt, en aan een sterkere, internationale economie”, zegt De Bree. “Informatieverstrekking is daarin een belangrijk onderdeel. Het GrensInfoPunt voorziet daar in, en blijkt succesvol. Vandaar dat wij meewerken aan een structurele financiering.”

Samenwerking tussen diverse organisaties

Onder andere de provincies, de SVB, het UWV, de Belastingdienst, het CAK en partnerorganisaties in Duitsland en België werken samen in de GrensInfoPunten. Er zijn loketten in Terneuzen, Maastricht, Bergen op Zoom, Baarle Nassau, Eindhoven, Bad Nieuweschans en, over de grens, in Aachen-Eurode, Mönchengladbach, Kleef en Gronau. Digitaal biedt de website www.grensinfo.nl informatie.

Overleg Mobility NL-NRW: veel ontwikkelingen op gebied van grensoverschrijdende mobiliteit

Op 7 november vond tussen de provincies Gelderland, Overijssel, Limburg, Noord-Brabant en Zuid-Holland, vertegenwoordigers van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en een afvaardiging van het ministerie van verkeer van Noordrijn-Westfalen het mobiliteitsoverleg Mobility NL-NRW plaats. Wat gebeurt er allemaal op het gebied van grensoverschrijdende mobiliteit, en welke onderwerpen stonden er tijdens deze bijeenkomst op de agenda? Coen Mekers, senior beleidsstrateeg mobiliteit bij de Provincie Gelderland, vertelt er meer over.

In februari 2019 hebben Nederlandse en Duitse bestuurders de Werkagenda Mobility NL-NRW ondertekend, waarin de belangrijkste onderwerpen op het gebied van grensoverschrijdende mobiliteit zijn opgenomen. Deze agenda is onderbouwd met een werkprogramma met daarin de concrete activiteiten voor de komende maanden en jaren. “Onderwerpen die in de agenda aan bod komen zijn onder meer verkeer en vervoer op spoor, wegen en water, Smart Mobility en mobiliteitsmanagement, de Europese TEN-T corridors en innovatieve en duurzame aandrijftechnieken”, zegt Mekers. “’Hot items’ zijn vooral Smart Mobility, logistiek en duurzaamheid. Ook spoorverbindingen staan hoog op de agenda.”

Belangrijke stappen gezet

Sinds de ondertekening zijn er belangrijke stappen gezet: de thema’s uit de werkagenda zijn geconcretiseerd in een bijbehorend werkprogramma en er zijn expert meetings georganiseerd over logistiek, binnenvaart en duurzame brandstoffen. “Daarnaast is sinds september de nieuwe werkgroep Smart Mobility Solutions actief, die al concrete acties aan het werkprogramma heeft toegevoegd. Er is bijvoorbeeld een bijeenkomst georganiseerd over autonome voertuigen”, aldus Mekers.

Grensoverschrijdende pilots, workshops en expert meetings

Aan welke projecten wordt op dit moment concreet gewerkt? Als eerste noemt Mekers de grensoverschrijdende Mobility as a Service (MaaS)-pilot voor openbaar vervoer tussen Limburg en Aken. “Bovendien vinden er triple-helix workshops plaats rond de ervaringen met geautomatiseerd vervoer en wordt tot maart 2020 een grensoverschrijdende pilot met betrekking tot de uitbreiding van truck parkings gedetailleerd uitgewerkt. Daarnaast wordt er bij de afstemming van concrete spoorverbindingen en bij projecten op het gebied van duurzame alternatieve brandstoffen voor de scheepvaart en de ontwikkeling van Clean Energy Hubs intensief samengewerkt”, legt Mekers uit. Ook staan er voor het eerste halfjaar van 2020 verschillende expert meetings voor ov-tarieven, fietsroutes, logistieke netwerken en MaaS gepland.

Ook EGTC Rhine-Alpine belangrijk thema tijdens mobiliteitsoverleg

Op de Rijn-Alpen-corridor wordt sinds een aantal jaren interregionaal samengewerkt tussen de regio’s en de havens: de EGTC Rhine-Alpine. De Gelderse gedeputeerde Christianne van der Wal werd op 8 november tot voorzitter verkozen. De partners in de EGTC gaan uit van het motto ‘One corridor – One strategy’. De focus ligt daarbij op grensoverschrijdende onderwerpen, een groene ontwikkeling van de corridor, robuustheid van de corridor, slimme mobiliteit en het verminderen van geluidsoverlast. Volgens Mekers is ook de ontwikkeling van de corridor een belangrijk thema in de werkagenda met Noordrijn-Westfalen. “We bespreken gezamenlijke standpunten en kijken samen naar de mogelijkheden van Europese cofinanciering van projecten”, legt Mekers uit.

“Succesvol voorbeeld van grensoverschrijdende samenwerking”

Mobility NL-NRW bestaat al ruim tien jaar. Mekers is erg tevreden over de ontwikkeling die het mobiliteitsoverleg heeft doorgemaakt. “De collega’s aan beide zijden van de grens zijn erg enthousiast. Ze tonen veel inzet en daardoor kunnen bestaande mobiliteitsvraagstukken en problemen goed opgepakt worden. Er wordt op een gestructureerde manier samengewerkt en men heeft veel vertrouwen in elkaar”, aldus Mekers. Volgens hem is Mobility NL-NRW inmiddels een succesvol voorbeeld van grensoverschrijdende samenwerking. Vertrouwen en communicatie zijn de sleutel tot dit succes: “Daardoor lukt het elk keer weer om de verschillen in structuur, regelgeving, procedures en taal en cultuur te overbruggen. Daardoor kunnen we efficiënt op de inhoud focussen”, sluit Mekers af.

Het jaarlijks Bestuurlijk Overleg tussen de minister voor verkeer van Noordrijn-Westfalen en de Gedeputeerden van de provincies zal eind januari 2020 in Noordrijn-Westfalen plaatsvinden. Het volgende Ambtelijk Coördinatie Overleg staat voor eind maart 2020 in Nederland gepland.

Gelderse trainees maken kennis met Bezirksregierung Düsseldorf

Vanaf 2014 onderhouden de ambtelijke organisaties van de Provincie Gelderland en het Bezirk Düsseldorf intensieve contacten. In dat kader bezochten op 23 september 2019 de Gelderse trainees het Bezirk Düsseldorf.

Eerder dit jaar, in februari, was een groep medewerkers in opleiding van de Bezirksregierung Düsseldorf al naar Gelderland gekomen voor een nadere kennismaking met de provincie Gelderland. Regierungspräsidentin mevrouw Birgitta Radermacher en de Regierungsvizepräsident Roland Schlapka heetten de Gelderse gasten van harte welkom. Daarbij benadrukten ze beiden het belang van wederzijdse ontmoeting en de uitwisseling van medewerkers.

Overeenkomsten en verschillen in verantwoording

Diverse medewerkers van Bezirksregierung Düsseldorf gaven daarna een inkijkje in hun werkzaamheden. Uit de informatietafels bleek dat de verantwoordelijkheden van Bezirk en provincie deels overeenkomen, maar er ook grote verschillen bestaan. Zo heeft de Bezirksregierung Düsseldorf een bredere verantwoordelijkheid voor bijvoorbeeld luchthavens, de veiligheid en de reizigersstromen dan de provincie Gelderland. Beide, de provincie Gelderland en Bezirksregierung Düsseldorf, hebben programma’s die de afstand tot de arbeidsmarkt moeten verkleinen, zodat mensen (weer) aan het werk kunnen. De Bezirksregierung heeft ook een grotere zorgtaak dan Gelderland, bijvoorbeeld als het gaat om de aanpak van dakloosheid. In Nederland ligt deze verantwoordelijkheid bij de gemeente.

Verschillen in bestuurlijk systeem

Een Gelderse trainee: “Ik vond vooral de verschillen in het bestuurlijke systeem in Duitsland en Nederland opvallend. Dit was op diverse manieren zichtbaar, zoals aan het verschil in onderwerpen die door de Provincie Gelderland en de Bezirksregierung van Düsseldorf worden behandeld en in de interne manier van werken. In Duitsland is die meer hiërarchisch en op status is gericht, waar deze bij ons meer uitgaat van gelijkwaardigheid en toegankelijkheid.”StagiairsBijzondere gasten in de groep Gelderse trainees waren drie medewerkers van het Bezirk die stage gaan lopen bij de provincie Gelderland. Op hun eerste werkdag bij de provincie Gelderland kwamen ze op bezoek bij hun eigen organisatie. Van september tot en met december 2019 werken Juliane Klappert, Melina Mostert en Jan Preussner bij de provincie Gelderland in Arnhem. Eerst zullen ze daarbij de Gelderse organisatie leren kennen. Daarna gaan ze aan de slag bij verschillende beleidsafdelingen.

“Samenwerken met buren is logisch”: INTERREG-project ‘NL + DE Startups X-Border’ van start

Nederlandse en Duitse start-ups die kennis en netwerken met elkaar delen om zo bewustzijn te creëren voor het aanbod aan beide zijden van de Nederlands-Duitse grens. Dat is het doel van het nieuwe INTERREG-project ‘NL + DE Startups X-Border’. Op 3 september vond bij ontwikkelingsmaatschappij Oost NL de kick-offbijeenkomst van het project plaats.

Het project is een partnerprogramma tussen de Provincie Gelderland en het ministerie van Economie, Innovatie, Digitalisering en Energie van de deelstaat Noordrijn-Westfalen. Oost NL is lead partner. “Nederlanders en Duitsers vullen elkaar op veel vlakken aan. Tegelijkertijd zien we dat de ecosystemen in beide landen nog onvoldoende met elkaar vervlochten zijn. Met het X-Borders-programma willen wij de interactie tussen start-ups en hubs in Nederland en Duitsland versterken,” aldus projectleider Hans Brouwers.

Een week bij een partner-hub in het buurland

Het project bestaat uit een ‘Event Exchange’ en een ‘Get Connected Week’. Tijdens de ‘Event Exchange’ kunnen Nederlandse en Duitse start-ups evenementen in het buurland bezoeken om de groei van hun bedrijf te stimuleren. De bedrijven kunnen hun ideeën voor een publiek met gevestigde bedrijven en investeerders pitchen en hun netwerk uitbreiden. Tijdens de ‘Get Connected Week’ worden start-ups gedurende een werkweek bij een partner-hub in het buurland ondergebracht. Start-ups volgen daarbij een intensief programma waarin zij onder begeleiding van de hub hun business cases kunnen valideren. Zo kunnen ze toegang krijgen tot nieuwe markten en de kans op investeringen vergroten. Digital start-ups die aan het programma willen deelnemen, kunnen zich hier aanmelden.

Diverse Nederlandse en Duitse partners betrokken

Vanuit Gelderland zijn Health Valley, Foodvalley NL, Briskr, KIEMT, IPKW, StartLife, Starthub Wageningen, Novio Tech Campus en Gelderland Valoriseert betrokken. Vanuit Limburg en Overijssel zijn respectievelijk Brightlands en Novel-T aangehaakt. Daarnaast is ook Techleap.NL, het voormalige StartupDelta met special Envoy Prins Constantijn van Oranje, aan het project verbonden. Aan Duitse zijde nemen de zes verschillende ‘Digihubs’ uit Münster, Essen, Düsseldorf, Köln, Aachen en Bonn deel aan het X-Borders-project.

“Zakendoen over de grens is moeite waard”

Op 19 april 2018 werd al de intentieverklaring ‘Hubs connected, crossing borders’ getekend. Michiel Scheffer, voormalig Gedeputeerde Economie, Innovatie, Europa van provincie Gelderland, was toen al enthousiast over het project. ‘Door samen te werken zorgen we voor een zachte landing voor start-ups op de Nederlandse en Duitse markt. Veel start-ups werken al samen met andere ‘hubs’ in de wereld. Maar wat is er nu logischer dan samenwerken met onze buren?”, aldus Scheffer. “Voor startende ondernemers is het vaak lastig om zaken te doen over de grens. Toch is dat beslist de moeite waard. Met 18 miljoen inwoners is Nordrhein-Westfalen de grootste deelstaat van Duitsland. Andersom biedt Gelderland start-ups uit Nordrhein-Westfalen toegang tot de Nederlandse markt.”

Veertig ambtenaren in spé van Bezirk Düsseldorf bezoeken provincie Gelderland

Op vrijdag 15 februari bezocht een groep van veertig ambtenaren in opleiding van het Bezirk Düsseldorf de provincie Gelderland. Een jonge groep mensen van voornamelijk vrouwen (en een enkele man) van rond de 21 jaar. Ze waren hier op eigen verzoek om nader kennis te maken, te zien hoe men hier te werk gaat en met als uiteindelijk doel het stimuleren van een verdere uitwisseling van stagiairs en trainees tussen de provincie Gelderland en het Bezirk.

Na een hartelijk welkom van directeur van de provincie Gelderland Henrice Wittenhorst werden er korte presentaties gegeven over mobiliteit, energie, cultuur, arbeidsmarkt en onderwijs. Onderwerpen waarbij ook de samenwerking met de Duitse overheden van groot belang is. Ook de verschillen tussen de Nederlandse en Duitse manier van werken kwamen aan bod. Daarnaast werden de ambtenaren in spé rondgeleid door het provinciehuis en werd in samenhang met het traineeprogramma aansluitend nog een opdracht uitgevoerd. Dit om een indruk te geven van de werkwijze en van de sfeer binnen de provincie Gelderland en om enthousiasme te wekken voor een eventuele stage. De reacties waren erg positief en een aantal was dan ook direct geïnteresseerd om bij de provincie Gelderland stage te komen lopen.
De dag werd afgesloten met een gezellige borrel. Afgesproken is ook dat de nieuwe trainees in het voorjaar een tegenbezoek gaan afleggen aan het Bezirk Düsseldorf.

Provincie Gelderland nam afscheid van Commissaris van de Koning Cornielje

Op woensdag 23 januari 2019 werd er afscheid genomen van Commissaris van de Koning in Gelderland, Clemens Cornielje. Sinds 2005 vervulde hij met veel plezier deze functie: “De mooiste baan in bestuurlijk Nederland, in de mooiste provincie van ons land”.

In aanwezigheid van Provinciale Statenleden, leden van Gedeputeerde Staten en ambtenaren werd Cornielje in het zonnetje gezet. Hij werd door diverse bewindslieden toegesproken, waaronder Kajsa Ollongren, minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, en Willibrord van Beek, Commissaris van de Koning in Utrecht en persoonlijke vriend van Cornielje. Namens het college van Gedeputeerde Staten sprak gedeputeerde Jan Markink. Het geheel werd door Het Gelders Orkest muzikaal omlijst.

Cornielje was niet alleen het boegbeeld van de provincie Gelderland, maar zette zich ook in voor de grensoverschrijdende samenwerking. Hij was ruim dertien jaar lid van het Nederlands-Duitse 3+3-overleg. Hij wordt opgevolgd door John Berends.

 

Foto: (c) Provincie Gelderland.

John Berends nieuwe commissaris van de Koning van Gelderland

De Provinciale Staten (PS) van Gelderland hebben voorgesteld om de heer drs. J.C.G.M. (John) Berends bij de minister aan te bevelen voor benoeming tot de 17e commissaris van de Koning in Gelderland. John Berends moet Clemens Cornielje gaan opvolgen die na ruim 13 jaar per 1 februari 2019 stopt als commissaris van de Koning.

De heer Berends is sinds 19 maart 2012 burgemeester van de gemeente Apeldoorn en was daarvoor 7 jaar burgemeester van de gemeente Harderwijk. Van 1998-2005 was hij wethouder en locoburgemeester in de gemeente Zwolle.

Na de aanbeveling van de Provinciale Staten brengt het ministerie van Binnenlandse Zaken een voordracht uit aan de koning.  Naar verwachting zal vervolgens John Berends per Koninklijk Besluit benoemd worden voor een periode van 6 jaar. Naar alle waarschijnlijkheid wordt John Berends dan op 6 februari 2019 tijdens de Statenvergadering geïnstalleerd als de 17e commissaris van de provincie Gelderland.

Foto (c): Door Apdency – Eigen werk, CC0, https://commons.wikimedia.org/w/index.php?curid=19576416