“Meer aandacht voor grensoverschrijdende successen”

Als het gaat om grensoverschrijdend samenwerken, zijn de thema’s onderwijs en arbeidsmarkt hete hangijzers. Beleidsmedewerker Tom Martinussen is expert op dit gebied en houdt zich binnen de provincie Limburg bezig met onderwerpen als grensinformatievoorziening, grensoverschrijdende arbeidsbemiddeling en diploma-erkenning. Grenspost Düsseldorf wilde hier meer over weten en stelde de heer Martinussen een aantal vragen.

Tom Martinussen
Tom Martinussen

U bent beleidsmedewerker onderwijs en arbeidsmarkt bij de Provincie Limburg: wat houdt uw functie precies in?

Ik houd mij binnen de provincie Limburg vooral bezig met het provinciale “Actieplan Grensoverschrijdend Leren en Werken”. Gezien het feit dat wij bijna alleen maar grenzen aan de buurlanden en nog veel te weinig gebruik maken van de kansen die dat biedt, willen wij daar via het versterken van de Euregionale component in het onderwijs en stimuleren van de grensoverschrijdende arbeidsmarkt (grensinfopunten, grensoverschrijdende bemiddeling en diploma-erkenning) een impuls aan geven.

Wat vindt u het leukste aspect aan grensoverschrijdende samenwerking?

Het leuke aan dit werk vind ik de culturele verschillen: onze buren hebben toch andere omgangsvormen. Overigens merk ik dat de taal hierin wel een barrière vormt. Al kom je er met wat steenkolen Duits en Google Translate uiteindelijk wel. Daarnaast is het mooi dat het thema grensoverschrijdende samenwerking op dit moment ook in de landelijke politiek echt de aandacht krijgt. Dit is een kans voor ons als grensregio’s.

Welke Duitse eigenschap weet u het meest te waarderen? Wat kunnen Nederlanders van Duitsers leren en andersom?

Ik denk dat het niet verrassend is, dat ik de zorgvuldigheid en beschaafdheid waarmee Duitsers werken enorm waardeer. Daar kunnen wij nog wat van leren. De Duitsers kunnen andersom weer wat leren van onze creativiteit.

Welke kansen ziet u in het onderwijs en op de arbeidsmarkt door samen te werken met Duitsland?

Duitsland en Nederland zijn elkaars belangrijkste handelspartners. Toch zie je dat we in het onderwijs veel te weinig aandacht hebben voor dit belangrijke buurland. Wanneer mensen de arbeidsmarkt betreden, ontbreekt het bewustzijn voor en de kennis van de mogelijkheden vlak over de grens. Met een gerichte aanpak is hier nog veel winst te behalen voor werkgevers en werknemers. Overigens staat zowel in onderwijs en arbeidsmarkt wederkerigheid voorop! Het gaat er niet alleen om, Nederlanders in Duitsland aan het werk te krijgen maar ook andersom.

Wat moet er volgens u nog gebeuren om de drempels weg te werken die nu nog een barrière vormen bij de samenwerking met onze oosterburen, zoals de erkenning van diploma’s?

Er moet veel meer en structureel samengewerkt worden, zodat het vertrouwen in elkaar groeit. Daarmee hoop ik dat de grondhouding rondom erkenning van diploma’s groeit. Daarnaast moeten we zeker niet alleen over de problemen communiceren. Er gaat iedere dag namelijk ook heel veel goed! Dat moet nog veel beter inzichtelijk worden gemaakt.

Foto: (c) EUREGIO

“Wederzijdse diploma-erkenning hoogste prioriteit”

Marcus Optendrenk

Telg uit de grensregio, verbinder, netwerker en aanspreekpunt voor grensoverschrijdende samenwerking: dat is Marcus Optendrenk, afgevaardigde voor de CDU in de Landtag van Noordrijn-Westfalen en voorzitter van de Parlamentariergruppe NRW-Benelux, in een notendop. Grenspost sprak met hem over de aantrekkingskracht en uitdagingen rond grensoverschrijdende samenwerking. Deze week het tweede en laatste deel van het interview.

Wat wilt u doen tegen het verdwijnen van kennis van de buurtaal?

Wederzijds begrip ontstaat dankzij talenkennis. Het feit dat de jongere generatie nog maar weinig Nederlands c.q. Duits spreekt, is zeker een punt van zorg. De meesten van hen spreken Engels en denken dat ze daarmee de wereld kunnen veroveren. Dat heeft tot gevolg dat ze veel zaken die slechts 5 kilometer verderop gebeuren, niet begrijpen, ook omdat taal te maken heeft met mentaliteit. De oplossing ligt in het bijeenbrengen van mensen, het liefst van jongs af aan. Ik zet me ook persoonlijk in voor het stimuleren van uitwisselingsprogramma´s tussen peuterspeelzalen en basisscholen. Dat is de kortste weg. In Düsseldorf zijn we in gesprek over de reactivering van instrumenten als het Duits-Nederlandse jeugdwerk, om dit als platform voor het stimuleren van grensoverschrijdend contact tussen jongeren te gebruiken. Als zij contact met elkaar hebben en daarbij geen obstakels zien, wordt samenleven over grenzen heen vanzelfsprekend.

Wat zijn de grootste bestuurlijke verschillen tussen Nederland en Duitsland?

De aanpak op dit vlak verschilt fundamenteel van elkaar. Dat zie je bijvoorbeeld wanneer je kijkt naar de uitvoering van Europese wet- en regelgeving. Een gemiddelde Nederlandse bestuurder probeert deze in te passen in het eigen systeem en als het even kan zo goed mogelijk voor het eigen systeem te benutten. Duitsers handelen veel meer vanuit ideologisch oogpunt. Zij steken veel energie in de vraag, hoe een 1-op-1 implementatie van deze regelgeving kan worden gerealiseerd, of nog extra regelgeving nodig is en of de regels strikter geïnterpreteerd moeten worden. Daaruit vloeit dan vaak een beweging voort, die veelal tegen de invoering van de Europese regels is.

Wat kunnen Nederlanders van Duitsers leren?

De Nederlandse aanpak om gewoon alvast te beginnen, heeft een paar belangrijke voordelen omdat er minder obstakels worden opgeworpen om iets nieuws op poten te zetten. Voor een groot aantal grensoverschrijdende projecten zou het echter goed zijn wanneer men, na het besluit om alvast te beginnen, even een pas op de plaats zou doen om zich af te vragen: “Hoe gaan we nu verder?” Anders wordt het aan Nederlandse kant vaak chaotisch. Als je deze verschillende manieren van aanpak beter met elkaar koppelt, profiteren alle betrokkenen daarvan.

De drie grensprovincies Gelderland, Overijssel en Limburg hebben inmiddels elk een ‘Deutschlandbeauftragte’ in Düsseldorf. Wat vindt u van deze investering door deze provincies?

Doordat er vanuit de provincies ook in Düsseldorf gezichten zijn die graag aanspreekpunt voor grensoverschrijdende kwesties zijn, staan de provincies in elk geval sterker. Daarom kan ik deze ontwikkeling alleen maar toejuichen. Nu gaat het erom, dat wij elkaar nog beter leren kennen om goed te kunnen bepalen wat wij in NRW precies kunnen doen om een bijdrage te leveren aan hun succes en te dienen als multiplicator.

Wat heeft voor u op het moment de hoogste prioriteit? Wat is de grootste uitdaging?

Dat is de wederzijdse diploma-erkenning, al jarenlang een groot probleem. De wil is er voor een groot deel wel, maar de bureaucratie zit in de weg. Als je bijvoorbeeld ziet dat er aan de HAN in Arnhem uitstekende pedagogen en psychologen worden opgeleid, en zij met een beetje pech in Duitsland, ondanks de personeelstekorten, niet aan de slag kunnen omdat hun diploma niet erkend is, dan is dat een doorn in het oog. En als ze wel in Duitsland een baan vinden, dan worden ze bij gebrek aan diploma-erkenning slechter betaald. Werkgevers in beide landen zouden aan de hand van bijvoorbeeld een stempel van een hogeschool of universiteit moeten kunnen zien, dat een afgestudeerde over de juiste vaardigheden beschikt. Het wordt tijd dat jongeren, voor wie de grens er sowieso geen meer is, merken dat deze ook in het onderwijs geen rol meer speelt. Daarin loopt het bestuurlijke apparaat 20 jaar achter op de mensen. En dat geldt niet voor de individuele bestuursmedewerker, maar voor de structuur als geheel.

 

3 + 3-overleg als scharnier voor grensoverschrijdende samenwerking

3 + 3-overleg

Op 29 november jongstleden stond tijdens het 3 + 3-overleg in het Limburgse Steyl de toekomst van grensoverschrijdende samenwerking op de agenda. Gastheer en gouverneur van Limburg de heer Bovens verwelkomde de Regierungspräsidentin van Düsseldorf, mevrouw Rademacher, de Regierungspräsidentin van Keulen, mevrouw Walsken, de Regierungspräsidentin van Münster, mevrouw Feller, de Commissaris van de Koning de heer Cornielje, de Nederlands Consul-Generaal de heer Lansink en de heer Brengelmann, Duits ambassadeur in Nederland, op het overleg.

Dhr. Bovens refereert in zijn betoog op het 3 + 3-overleg aan het nieuwe coalitieakkoord in Noordrijn-Westfalen (NRW), het werk van het Nederlandse Actieteam Grensoverschrijdende Economie en Arbeid (GEA) en de positieve opmerkingen over grensoverschrijdende samenwerking in het Nederlandse regeerakkoord. Het is zijn wens om nu de focus te leggen op veiligheid, verkeer en infrastructuur, arbeidsmarkt en scholing. Mevrouw Feller stelt op het gebied van scholing en onderwijs voor om het thema erkenning van beroepsdiploma´s op te gaan pakken. 

Kansen benutten
Ook de heer Cornielje is blij dat deze samenwerking hoog op de agenda van Nederland en NRW staat. Er zijn aan de grens kansen die niet voldoende worden benut. In het licht daarvan onderstreept mevrouw Radermacher de rol van het aanwezige gezelschap in het bijeenbrengen van mensen om te zorgen dat het grensoverschrijdende werk gedaan wordt. Een sleutelrol hierin heeft de persoonlijke inzet als basis voor een succesvolle ontwikkeling. 

Mevrouw Feller geeft aan dat juist de provincies en Bezirke in staat zijn de eigen ervaringen uit de regio mee te nemen in de samenwerking, aangezien deze een meerwaarde zijn voor de gezamenlijke ontwikkeling. Op het gebied van veiligheid vindt zij het zinvol als er meer thematisch gewerkt zou kunnen worden, met een uiteindelijke focus op concreet handelen.  Het 3 + 3-overleg moet hierin een herkenbare rol krijgen, als scharnier in de samenwerking tussen beide landen.

Landtag NRW maakt zich sterk voor grensoverschrijdende samenwerking

Landtag

De cijfers liegen er niet om: met een handelsvolume van meer dan 50 miljard euro is Nederland de belangrijkste handelspartner van de deelstaat Noordrijn-Westfalen, daarnaast bestaan er momenteel al 56 stedenbanden tussen Nederland en NRW. Toch is er ook nog steeds een groot aantal obstakels dat de samenwerking bemoeilijkt. De politieke partijen CDU en FDP dienden daarom vorige maand een motie in voor de verdere verbetering van samenwerking over de grenzen heen. De Landtag van Noordrijn-Westfalen vraagt de deelstaatregering daarom onder andere op om zich sterk te maken voor de wederzijdse erkenning van diploma´s en de problematiek hieromtrent op te lossen. Daarnaast wenst de Landtag de opzet van de Dag van de Duitse taal als tegenhanger van de in Nederland reeds bestaande Dag van de Duitse taal en extra steun voor grensoverschrijdende onderwijsinitiatieven.
De volledige inhoud van de motie is hier te vinden.

Foto: (c) Bildarchiv des Landes Nordrhein-Westfalen