Noordrijn-Westfalen en Benelux-landen intensiveren samenwerking

De minister-president van Noordrijn-Westfalen, Armin Laschet, heeft samen met minister-president Mark Rutte, de Belgische premier Charles Michel en de Luxemburgse premier Xavier Bettel op dinsdag 2 april de ‘Politieke verklaring tot samenwerking’ tussen de Benelux-landen en Noordrijn-Westfalen vernieuwd. In 2019, ruim tien jaar na de eerste politieke verklaring over samenwerking, halen de landen de banden dus verder aan. Luxemburg is momenteel voorzitter van de Benelux Unie.

Minister-president Armin Laschet: “Noordrijn-Westfalen wil meer Europa. Daarom is het voor ons erg belangrijk om de betrekkingen met onze Europese buren verder te intensiveren. Noordrijn-Westfalen en de Benelux-landen vormen samen een uniek Europees economisch en cultureel leefgebied waar meer dan 45 miljoen mensen op een oppervlakte van 100.000 vierkante kilometer wonen en waar het bruto binnenlands product bijna 1,8 biljoen euro per jaar bedraagt. We willen dit verhogen, onze competenties bundelen en de nauwe samenwerking nog succesvoller maken. De politieke verklaring die wij samen met Nederland, België en Luxemburg ondertekenen, is voor ons van groot belang. Grensoverschrijdende samenwerking is een antwoord op de concrete behoeften van de lokale bevolking en een krachtig signaal tegen populisme en nationalisme, een tegengeluid voor ‘Mijn land eerst’. We willen juist nu het gevoel van saamhorigheid in onze gemeenschappelijke regio versterken en op die manier Europa tastbaar maken in het dagelijks leven en zijn concrete voordelen laten zien.”

De hernieuwde politieke verklaring tussen Noordrijn-Westfalen en de Benelux-landen omvat nauwere samenwerking op het gebied van interne veiligheid, energie, de chemische industrie, de arbeidsmarkt en arbeidsmobiliteit, vervoer, transport, logistiek, crisismanagement en rampenbestrijding, klimaatverandering en digitalisering. In tegenstelling tot de verklaring van 2008 zijn er nu expliciete themavelden benoemd waar grensoverschrijdende samenwerking uitdrukkelijk gewenst is om gezamenlijke oplossingen te vinden voor actuele problemen en vraagstukken.

Bijvoorbeeld op het gebied van interne veiligheid willen de autoriteiten hun samenwerking intensiveren en gemeenschappelijke onderzoeksteams formeren. Vooral de uitwisseling bij de bestrijding van de dagelijkse criminaliteit, de georganiseerde misdaad en de gevaren van het internationale terrorisme moet worden verbeterd.

Op het gebied van energie moet de grensoverschrijdende uitbreiding van het energienetwerk worden versneld, waardoor een betere energievoorziening mogelijk wordt. Op het gebied van vervoer willen de deelnemende landen een duurzaam infranetwerk voor de hele regio ontwikkelen.

Op 9 december 2008 ondertekenden de toenmalige regeringsleiders – de Belgische premier Yves Leterme, de Nederlandse minister-president Jan Peter Balkenende, de Luxemburgse premier Jean-Claude Juncker en de Luxemburgse minister-president Jürgen Rüttgers – in Bonn de gezamenlijke ‘Politieke verklaring tot samenwerking’, waarmee het startsein werd gegeven voor een intensievere samenwerking in de vorm van een geprivilegieerd partnerschap tussen Noordrijn-Westfalen en de Benelux Unie.

Op initiatief van de deelstaatregering van Noordrijn-Westfalen, onder leiding van premier Armin Laschet, werd de politieke verklaring over de gezamenlijke samenwerking nu vernieuwd om het partnerschap een nieuwe dynamiek te geven, extra accenten te leggen en de betrekkingen met de partners structureel te ontwikkelen en flink te verdiepen en uit te breiden.

Achtergrond

Benelux Unie

Het Benelux-Verdrag van 1958 tussen Nederland, België en Luxemburg bevatte tal van maatregelen om de economische en politieke integratie van de drie landen te bevorderen. De Benelux-landen willen als een geheel meer invloed uitoefenen op de gemeenschappelijk markt. De plechtigheid ter gelegenheid van het 60-jarig bestaan van de Benelux-Unie vond plaats op 5 juni 2018 in Brussel, in aanwezigheid van minister-president Armin Laschet.

Benelux-jaar

De samenwerkingsovereenkomst tussen Noordrijn-Westfalen en de Benelux Unie bestaat inmiddels tien jaar. De deelstaatregering van Noordrijn-Westfalen heeft dit jubileum als aanleiding genomen om 2019 uit te roepen tot het eerste Beneluxjaar.NRW in de geschiedenis van Noordrijn-Westfalen.

Het hele jaar door wil de deelstaatregering de inwoners van Noordrijn-Westfalen nader in contact brengen met de buurlanden. In het kader hiervan zullen een fotowedstrijd en een burgerparticipatieproces deel uitmaken van de toekomst van de Benelux-samenwerking. Daarnaast zullen er enkele culturele accenten worden gelegd.

Foto: Land NRW – Mark Hermenau.

“Cruciaal om over de landsgrenzen heen samen te werken”

Sinds kort heeft de provincie Zuid-Holland – net als de provincies Limburg, Gelderland en Overijssel – een Deutschlandbeauftragter op het Nederlandse consulaat-generaal in Düsseldorf. Zuid-Holland werkt daarvoor samen met Gelderland: de Deutschlandbeauftragter voor Gelderland, Doede Sijtsma, behartigt nu een dag in de week ook de belangen van Zuid-Holland in Düsseldorf. Floor Vermeulen, Gedeputeerde Verkeer en Vervoer voor de Provincie Zuid-Holland, beantwoordt enkele vragen van Grenspost Düsseldorf.

Waarom is samenwerking met Duitsland belangrijk voor de provincie Zuid-Holland?

Vanwege een gedeeld eigen belang. Voor de haven van Rotterdam is het bijvoorbeeld cruciaal om over de landsgrenzen heen samen te werken, zodat we het transport over weg, spoor en water kunnen verbeteren. Samen met Noordrijn-Westfalen en vier andere Nederlandse provincies werken we daaraan.

Bovendien vormen de Lage Landen samen met Noordrijn-Westfalen de Eurodelta, die bestaat uit de drie stedelijke regio’s in Vlaanderen, Noordrijn-Westfalen en de Randstad. Dit gebied heeft zo’n 40 miljoen inwoners. Over het belang van samenwerking in dit gebied zei Commissaris van de Koning van Zuid-Holland Jaap Smit: “Vanuit het perspectief van andere belangrijke logistieke regio’s in de wereld, zoals Amerika of Azië, is onze Eurodelta één gebied.” Het is onze ambitie om de economische groei in de Eurodelta te bestendigen voor echte banen en echte mensen in de nabije toekomst. Daar moeten we nu op inzetten.

Waar ziet u de voordelen van samenwerking met de grensprovincies richting Duitsland?

Gelderland, Limburg, Noord-Brabant en Overijssel hebben al langere tijd goede contacten met de deelstaatregering in Düsseldorf. Door de Brexit wordt Zuid-Holland ook een grensprovincie binnen Europa, dus wij kunnen op dat vlak veel van de grensprovincies leren.

Tegelijkertijd voegen wij voor de (verduurzaming van de) corridors ons netwerk en kennis toe, zodat de Werkagenda voor mobiliteit en verkeer op alle gebieden tot concrete acties leidt.

Welke concrete thema’s zijn voor Zuid-Holland belangrijk in de samenwerking met Duitsland?

Digitalisering, de energietransitie en demografische ontwikkelingen vragen om het inslaan van nieuwe wegen. Het moet slimmer, schoner en sterker. Grenzen mogen daarbij geen rol meer spelen. Noordrijn-Westfalen heeft een stevige doelstelling geformuleerd ten aanzien van de verbetering van de samenwerking met haar westelijke buurlanden. De agenda’s van bestuurlijk en ambtelijk Nederland en Noordrijn-Westfalen worden daardoor nu al beter op elkaar afgestemd.

Om de Eurodelta een concurrerende regio te laten blijven, moeten we ervoor zorgen dat de modaliteiten naadloos op elkaar aansluiten. De netwerken moeten voldoende robuust zijn en vooroplopen in slimme en schone technieken. Dat kan alleen als we intensiever samenwerken, zeker ook over landsgrenzen heen.

Aangezien Noordrijn-Westfalen de belangrijkste handelspartner van Nederland is, is verdere samenwerking tussen Zuid-Holland en het Ruhrgebied op het gebied van logistiek en transport interessant. De efficiëntie in de binnenvaart kan verder verhoogd worden – denk bijvoorbeeld aan papierloos varen en data die grensoverschrijdend gedeeld worden. Ook streven we ernaar om meer treinen tussen Nederland en Noordrijn-Westfalen te laten rijden, voor goederen én mensen, en liggen er kansen voor samenwerking op het gebied van energie en bio-economie.

Wat gaat goed, en op welke punten is er nog terrein te winnen?

Veel gaat al goed. Zuid-Holland werkt met Noordrijn-Westfalen samen binnen een aantal Europese netwerken: AIR (luchtkwaliteit), Vanguard (economie) en Clean Inland Shipping. In het laatstgenoemde project worden bijvoorbeeld emissie-reducerende technologieën en alternatieve brandstoffen voor de binnenvaart in de praktijk getest.

Op het gebied van de binnenvaart zijn er daarnaast nog andere lopende projecten met Noordrijn-Westfalen. Door de groei van de bevolking en de opkomst van e-commerce groeit de vraag naar producten en dus transport. Daarom zijn er investeringen nodig in smart shipping en moet de bestaande infrastructuur zo goed mogelijk worden benut. InnovationQuarter, de regionale investeringsmaatschappij van Zuid-Holland, is daarom gestart met een blockchain-pilot in de binnenvaart van Rotterdam naar Duisburg. In deze pilot streven zes samenwerkende partijen naar één digitaal platform, waarin alle documenten voor transport in de binnenvaart veilig worden weggezet.

U was op 25 februari in Zwolle aanwezig bij het Mobiliteitsoverleg tussen een aantal Nederlandse provincies en het Ministerium für Verkehr van Noordrijn-Westfalen. Wat zijn uw eerste ervaringen in deze samenwerking?

Het is heel goed dat Hendrik Wüst als minister van Verkeer van Noordrijn-Westfalen heeft uitgesproken wat zijn ambities betreffende de samenwerking met Nederland en Vlaanderen zijn. De Rotterdamse haven is immers de belangrijkste zeehaven van NRW, dus is het logisch om op het gebied van mobiliteit en ook economie gezamenlijk de handschoen op te pakken. Ik waardeer zijn uitnodiging daarvoor zeer, en wil die namens Zuid-Holland graag vanaf nu concreet ter hand nemen.

Welke afspraken zijn er gemaakt in dit mobiliteitsoverleg?

We waren bij elkaar om de Werkagenda voor mobiliteit en verkeer te ondertekenen. Nu is het tijd om met de uitvoering hiervan aan de slag te gaan.

Hebt u al kennis gemaakt met Nederlands-Duitse cultuurverschillen en, indien ja, welke?

Cultuurverschillen zijn er overal, maar de ambitie om de corridor te verbeteren voert de boventoon. Deze energie in het netwerk zullen we met elkaar vast moeten houden de komende jaren. Met de concrete afspraken die op tafel liggen moet dat lukken.

Hoe is het gesteld met uw kennis van de Duitse taal?

Ik heb eindexamen Duits gedaan op het gymnasium, en door mijn opleiding en internationale ervaring van de laatste jaren is mijn Duits gelukkig goed. Desalniettemin voer ik echt ingewikkelde discussies liever in het Engels.

Foto:
Bron: Provincie Zuid-Holland.

Ambassadeur Kingma op bezoek in Limburg

In het kader van zijn oriëntatiereis langs de Nederlands-Duitse grensregio’s bracht de Nederlandse ambassadeur in Berlijn, Wepke Kingma, op 24 en 25 januari 2019 een werkbezoek aan de Provincie Limburg. Sinds 2017 is hij ambassadeur in Duitsland.

Als eerste bekeek Kingma de proefboringen voor de Einstein-telescoop in Epen, waarop een gesprek hierover volgde. Tijdens een daaropvolgende ontmoeting en een diner in het Gouvernement aan de Maas sprak hij met het Limburgse provinciebestuur over de actuele grensoverschrijdende samenwerking met Duitsland.

Werkbezoek van ambassadeur Kingma aan Provincie Limburg. Foto: (c) Johannes Timmermans/Provincie Limburg.

Samenwerking tussen universiteiten van Maastricht en Aken

Op 25 januari werd de Brightlands Chemelot Campus in Sittard-Geleen bezocht. Hier werd ook het Aachen Maastricht Institute for Biobased Materials (AMIBM) gepresenteerd, een unieke samenwerking tussen de RWTH Aachen en Maastricht University. Daarna stond een bezichtiging van autofabriek VDL Nedcar in Born op het programma. De dag werd afgesloten met een bezoek aan de dies natalis van Maastricht University.

Werkbezoek van ambassadeur Kingma aan Brightland Campus Geleen. Foto: (c) Johannes Timmermans/Provincie Limburg.

Delegatie

Tijdens zijn bezoek aan Limburg werd Kingma vergezeld door o.a. Theo Bovens, Commissaris van de Konings in de Provincie Limburg, en Joost van den Akker, Lid van Gedeputeerde Staten van Limburg. Ook Ward Vleugels, Honorair Consul van Duitsland in Maastricht, en Christane Vaeßen en Freddy Heinzel, Honorair Consuls van Nederland in respectievelijk Aken en Kleef, waren aanwezig.

Limburg als proefregio

Limburg is als grensprovincie economisch sterk verweven met de deelstaat Noordrijn-Westfalen. De grensligging heeft echter ook nadelen. Een van die nadelen heeft te maken met het verschil in wetgeving tussen beide landen. Den Haag heeft intussen Limburg aangewezen als proefregio om eventuele barrières te slechten.

Betere grensoverschrijdende treinverbindingen

Zo bestaat er sinds kort een grensoverschrijdende vacaturebemiddeling en wordt er hard gewerkt aan betere treinverbindingen, zoals Eindhoven-Venlo-Düsseldorf en Eindhoven-Heerlen-Aken. Ook wordt criminaliteit gezamenlijk aangepakt. Zowel Noordrijn-Westfalen als Limburg investeren miljarden in de kenniseconomie en innovatie. Zo werken de universiteiten van Aken en Maastricht samen bij de ontwikkeling van nieuwe materialen op basis van groene grondstoffen.

Transformatie naar Duits voorbeeld

Naar Duits voorbeeld (IBA) werkt Limburg op dit moment aan een transformatie van Parkstad Limburg. IBA staat voor Internationale Bau Ausstellung. Het is een beproefd concept om steden en regio’s uit het slop te trekken met vernieuwende projecten. IBA Parkstad is de eerste IBA buiten Duitsland.

 

Foto: (c) Johannes Timmermans/Provincie Limburg. 

De nauwe vriendschapsband tussen Nederland en Noordrijn-Westfalen

Isabel Pfeiffer-Poensgen

De minister van Onderwijs van Noordrijn-Westfalen, Yvonne Gebauer, en haar collega Isabel Pfeiffer-Poensgen, minister van Cultuur en Wetenschap, hebben in Düsseldorf kennis gemaakt met hun Nederlandse collega Ingrid van Engelshoven, minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. Op de agenda stonden thema’s als leren in het digitale tijdperk, de eigen verantwoordelijkheid van scholen, grensoverschrijdende studieprogramma’s en samenwerking binnen de culturele sector. “Ik ben blij dat in de coalitieprogramma’s van beide landen de nadruk wordt gelegd op het versterken van grensoverschrijdende samenwerking,” aldus minister van Engelshoven.

De ministers Gebauer en Pfeiffer-Poensgen benadrukten dat Nederland en Noordrijn-Westfalen al jarenlang een nauwe vriendschapsband onderhouden, zowel in de grensregio als nationaal.

Minister Gebauer: “Onze onderwijssystemen staan in de toekomst voor dezelfde uitdagingen.” Als voorbeeld noemde de minister de digitalisering, die nieuwe manieren van leren biedt. “Door uitwisseling van kennis over grenzen heen, kunnen we van elkaar leren en gezamenlijk oplossingen aandragen.” De minister wees op de lange traditie van scholenuitwisselingen tussen Nederland en Noordrijn-Westfalen: “Leerlingen doen tijdens een scholenuitwisseling waardevolle ervaring op: ze leren andere denkwijzen en gebruiken kennen en gaan nieuwe vriendschappen aan. Dit draagt bij aan de verdieping van de vriendschapsband tussen onze twee buurlanden.”

Minister Isabel Pfeiffer-Poensgen: “Nederland is niet alleen de belangrijkste handelspartner van Noordrijn-Westfalen, maar we werken ook al lange tijd samen op het gebied van wetenschap en cultuur. De huidige betrekkingen moeten worden geïntensiveerd. Zo willen we samen diverse projecten oppakken en bijvoorbeeld de samenwerking op het gebied van grensoverschrijdende opleidingen en studierichtingen uitbouwen. Ook de contacten binnen de culturele sector willen we verdiepen.”

Tegenwoordig bestaan er 117 schoolpartnerschappen tussen Noordrijn-Westfalen en Nederland. Tijdens het schooljaar 2017/2018 volgen circa Duitse 29.000 leerlingen van 189 scholen op allerlei niveaus Nederlandse les.

In het hoger onderwijs bestaan momenteel 34 grensoverschrijdende studieprogramma’s, van bachelor en master studies tot bilaterale zomercursussen. Nauwe samenwerking is er op het gebied van ICT-veiligheid, zo is momenteel een ‘EU-Cybersecurity Competence Network’ in ontwikkeling.

De samenwerking op cultureel gebied loopt uiteen van dansfestival ‘Schrittmacher‘ tot aan het stipendiumprogramma op kasteel Ringenberg voor beeldende kunstenaars uit Nederland en Noordrijn-Westfalen.

De delegatie bracht ook een bezoek aan de kunstverzameling NRW K21 in Düsseldorf met de spectaculaire installatie ‘in orbit’ van Tomás Saraceno.

Foto: Isabel Pfeiffer-Poensgen
(c) MKW/Bettina Engel-Albustin 2017

Haven Rotterdam gaat samenwerken met Noordrijn-Westfalen

De Haven Rotterdam wil de logistieke verbindingen met Noordrijn-Westfalen verbeteren. De verkeersminister van NRW, Hendrik Wüst, bracht afgelopen week een bezoek aan het havenbedrijf om een goed beeld te krijgen van de omvang, de schaal en het belang van samenwerking tussen de haven van Rotterdam en Noordrijn-Westfalen.

Minister Wüst sprak in Rotterdam onder meer met Allard Castelein (ceo van het Havenbedrijf Rotterdam) en Emile Hoogsteden (vice-president, director containers, breakbulk and logistics bij het havenbedrijf). Ook nam hij een kijkje op verschillende plekken in het havengebied van Rotterdam. De komende tijd volgen er meer gesprekken tussen NRW en het havenbedrijf, met als doel om de achterlandverbindingen en logistieke keten te optimaliseren. Na de zomer zouden de afspraken rond moeten zijn en de samenwerking een feit.

Goede wederzijdse betrekkingen

Castelein is blij met het bezoek van minister Wüst aan de haven in Rotterdam. “Hij zet met dit bezoek de traditie van de nieuwe regering van Noordrijn-Westfalen voort. Dit bezoek is kenmerkend voor de goede wederzijdse betrekkingen en benadrukt de uitdagingen waar Noordrijn-Westfalen en wij in Rotterdam voor staan. We willen er gezamenlijk voor zorgen dat onze klanten en de bedrijven in Noordrijn-Westfalen concurrerend kunnen werken in ’s werelds meest efficiënte logistieke ketens.”

Het Havenbedrijf Rotterdam plant aankomende zomer een tegenbezoek in Düsseldorf.

Foto: Allard Castelein (links, ceo Havenbedrijf Rotterdam) en NRW-verkeersminister Hendrik Wüst willen nauwer samenwerken. (c) Port of Rotterdam

Landesregierung NRW trekt meer geld uit voor overstromingsbescherming

Hoogwater en overstromingen

Het hoogwater van de afgelopen weken heeft nogmaals duidelijk gemaakt, hoe belangrijk overstromingsbescherming niet alleen in Nederland maar ook in Noordrijn-Westfalen is. Alleen al aan de Rijn worden in Noordrijn-Westfalen 1,4 miljoen mensen en goederenkapitaal ter hoogte van circa 125 miljard euro door middel van waterkeringen, dijken etc. beschermd tegen water. Milieuminister Christina Schulze Föcking heeft aangekondigd in 2018 16 miljoen euro extra uit te trekken voor overstromingsbescherming. Daarmee komt het totaal bedrag dit jaar uit op 66 miljoen euro.

Zware stormen als Friederike maar ook het hoogwater en de overstromingen van de afgelopen weken laten zien hoe ernstig de gevolgen van extreem weer kunnen zijn. We moeten er echter rekening mee houden dat extreme weersomstandigheden in het kader van de klimaatveranderingen vaker zullen voorkomen. “We kunnen de klimaatverandering niet meer voorkomen, maar alleen nog inperken”, zei Schulze Föcking tijdens het tweedaagse symposium: ‘Gemeinsam handeln – Risiken vermindern. Hochwasser- und Starkregenrisikomanagement in Nordrhein-Westfalen’. “Daarom moeten we enerzijds de uitstoot van broeikasgassen terugdringen en anderzijds leren om ons beter aan te passen. Door passende maatregelen moeten we erin slagen, de gevolgen van de klimaatverandering dusdanig in te perken dat ze beheersbaar blijven. Overstromingsbescherming is daarbij van centraal belang.”

In het regeringsdistrict Düsseldorf heeft de Bezirksregierung samen met het ministerie van Milieu, de waterschappen en gemeenten een ‘Fahrplan Deichsanierung’, een road map voor het saneren van dijken, ontwikkeld. Voor eind 2025 moeten alle dijken en waterkeringen tussen Monheim en Emmerich worden gemoderniseerd.

Lees meer bij Land.nrw

Coalitiebesprekingen in Noordrijn-Westfalen

Dinsdag 6 juni 2017, is de derde ronde begonnen van de coalitiebesprekingen tussen CDU en FDP voor een nieuwe deelstaatregering in Noordrijn-Westfalen. Voor de besprekingen zijn 13 commissies rondom onderwerpen geformeerd. De (tussen)resultaten worden in hoofdgesprekken geëvalueerd, waarbij naast de partijleiders Armin Laschet en Patrick Lindner, steeds 5 leden van beide partijen aanwezig zijn. Het streven is om voor het zomerreces (17 juli) de nieuwe regering te presenteren.

De gesprekken tussen CDU en FDP voor een nieuwe deelstaatregering in NRW zijn strak georganiseerd zowel qua inhoud als qua tijdsdruk. Vanuit beide partijen wordt gemeld, dat de sfeer uitstekend is en dat men alle vertrouwen heeft op een goede uitkomst. Op 30 mei jl. wist de Kölnische Rundschau al te berichten dat er overeenstemming was over hogescholen, economie, verkeer en bouwen en gemeenten.
Voor meer informatie:

Onderhandelingsresultaten van 30 mei

Onderhandelingsresultaten van 6 juni