Provincie Zuid-Holland experimenteert met ‘tovergroen’ voor vrachtwagens

Lang wachten voor een rood stoplicht: een bekende frustratie voor menig weggebruiker die zo snel mogelijk van A naar B wil. Vrachtwagenchauffeurs in Zuid-Holland kunnen echter op een aantal wegen in de provincie profiteren van de voordelen van een pilot met intelligente verkeersregelinstallaties, de zogeheten iVRI’s. Door middel van een app kunnen zij bij bepaalde verkeerslichten prioriteit aanvragen waardoor deze langer groen blijven. Vrachtwagens kunnen dan beter doorrijden wat goed is voor de verkeersdoorstroming en voor het milieu. Dit initiatief trok belangstelling uit Duitsland. Ook Duitse logistieke bedrijven kunnen de apps aanschaffen waarmee het systeem gebruikt kan worden.

Connected Transport Corridors (CTC) ging eind 2018 van start als samenwerkingsverband tussen het Rijk, regionale overheden en private actoren uit de transportsector om de lessen uit regionale pilots te vertalen naar de transportpraktijk. Door de digitalisering van de infrastructuur en de inzet van intelligente verkeerslichten moeten de verkeersdoorstroming, verkeersveiligheid en duurzaamheid worden verbeterd. De uitrol in Zuid-Holland startte met een grote kick-off op 12 december 2019 op de N209 bij Bleiswijk. In het Westland zijn inmiddels 17 kruisingen uitgerust met iVRI’s, in het najaar van 2020 komen er 14 langs de N470 bij. Ongeveer 50 vrachtwagens van circa 15 bedrijven zijn inmiddels connected.

Greenflow en Truckmeister

De apps Greenflow en Truckmeister kunnen communiceren met de verkeerslichten en prioriteit aanvragen; de chauffeur ziet met welke adviessnelheid hij groen kan halen. Indien de verkeerssituatie het toelaat, blijft het stoplicht langer groen of verspringt sneller van rood naar groen. Het systeem werkt alleen buiten de spits.

“Wij als provincie vonden het belangrijk dat vrachtwagens bij stoplichten een langere groenfase kunnen aanvragen. Dat is goed voor de verkeersdoorstroming. En ook goed voor het milieu, want je bespaart brandstof en er komt minder CO2 vrij”, aldus Diederik Dijkema, programmacoördinator Conntected Transport Corridor bij de provincie Zuid-Holland, in een bijdrage van de Duitse tv-zender ZDF. Een vrachtwagen bespaart namelijk ca. 1 liter brandstof per verkeerslicht waarvoor hij niet hoeft te stoppen.

Ook toegankelijk voor oosterburen

Het systeem is ook toegankelijk voor Duitse transportbedrijven. Zij kunnen daarvoor contact opnemen met de leveranciers van de apps, Dynnic (marijn.vandijk@dynniq.com) en Be Mobile, (mark.grefhorst@be-mobile.com)

Uiteindelijk moet het systeem van intelligente stoplichten in heel Nederland worden uitgerold. Het is een van de pijlers van Talking Traffic, een landelijk samenwerkingsverband van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, circa 80 regionale overheden en zo’n 20 marktpartijen. Binnen een aantal jaar moeten alle 5500 stoplichten in Nederland zijn omgebouwd tot intelligent verkeerslicht.

Provincies pleiten voor meer en snellere treinen richting Duitsland

De provincies Limburg, Gelderland, Overijssel, Noord-Brabant en Zuid-Holland pleiten in een gezamenlijke brief aan staatssecretaris Stientje van Veldhoven van Infrastructuur en Waterstaat en Enak Ferlemann, parlementair staatssecretaris bij het Bondsministerie van Verkeer en Digitale infrastructuur samen met de deelstaat Noordrijn-Westfalen voor meer en snellere treinen naar Duitsland.

De brief is ondertekend door de gedeputeerden Christianne van der Wal (Provincie Gelderland), Hubert Mackus (Provincie Limburg), Christophe van der Maat (Provincie Noord-Brabant), Bert Boerman (Provincie Overijssel) en Floor Vermeulen (Provincie Zuid-Holland). Hendrik Wüst ondertekende namens het Ministerium für Verkehr van de deelstaat Noordrijn-Westfalen.

Belang van internationale spoorverbindingen

In de brief benadrukken de Nederlandse en Duitse ondertekenaars het belang van onderlinge spoorverbindingen: “In internationaal en Europees verband kunnen snelle, betrouwbare verbindingen per spoor een wezenlijke bijdragen leveren aan onze mobiliteits- en duurzaamheidsdoelen. Zij kunnen een prima alternatief vormen voor het kortere afstand autoverkeer en voor het langere afstand vliegverkeer en wegtransport. De uitwerking van een Green Deal door de Europese Commissie biedt voor ons kansen om de noodzakelijke verbeteringen in het internationale spoorvervoer te realiseren.” Volgens hen kan het spoor een belangrijke bijdrage leveren aan een vlotter, veiliger en schoner goederentransport tussen Nederland en Duitsland en in Europa.

Verdere ontwikkeling van regionale grensoverschrijdende trajecten

De vijf provincies en Noordrijn-Westfalen vragen in de brief aandacht voor de verdere ontwikkeling en verbetering van diverse regionale grensoverschrijdende trajecten. Daarbij gaat het om de verbindingen Zwolle-Münster, Enschede-Dortmund, Eindhoven-Venlo-Düsseldorf, Aken-Maastricht-Luik en Arnhem-Düsseldorf. Volgens de ondertekenaars hebben deze projecten (in)direct voordeel van een duidelijk en afgestemd kader op de nationale schaalniveaus en zijn ze belangrijk voor het Europese netwerk. Daardoor kan de bereikbaarheid per trein in de grensregio’s verbeterd worden.

Verbeteren en versnellen van langeafstandsverbindingen

Daarnaast komt het verbeteren en versnellen van de langeafstandsverbindingen Amsterdam-Frankfurt, Amsterdam-Aken en Den Haag/Rotterdam-Düsseldorf/Keulen in de brief aan bod. Ook stippen de ondertekenaars een substantiële versnelling van de verbinding Amsterdam – Berlijn aan, bijvoorbeeld via Zwolle of Arnhem. Op dit moment rijdt deze trein via Apeldoorn en Hengelo en hebben reizigers ruim zes uur nodig om tussen beide hoofdsteden te reizen. Waar mogelijk zou tot slot onderzocht moeten worden in hoeverre bestaande binnenlandse langeafstandsverbindingen doorgetrokken kunnen worden tot over de grens.

Goederenvervoer essentieel voor toekomstbestendige ontwikkelingen

Op het gebied van goederenvervoer krijgen de Betuweroute en de noordtak hiervan en het onderzoek naar de 3RX-verbinding aandacht. Deze verbinding zou van Antwerpen via Roermond en Venlo naar Duisburg lopen. Volgens de Nederlandse provincies en Noordrijn-Westfalen is goederenvervoer per spoor “de meest duurzame vorm van transport over langere afstanden. Het is daarmee essentieel voor een toekomstbestendige ontwikkeling van onze economieën.”

Samenwerking vijf Nederlandse provincies en Verkeersministerie van Noordrijn-Westfalen

De brief is mede te danken aan de al jaren bestaande samenwerking van de vijf Nederlandse provincies en het Verkeersministerie van Noordrijn-Westfalen op het gebied van mobiliteit en verkeer. Dit heeft de afgelopen jaren onder andere geleid tot verbetering van grensoverschrijdend openbaar vervoer, verbetering in de uitwisseling van verkeersinformatie en tot een nauwere samenwerking tussen de verkeerscentrales.

Mobiliteit stopt niet aan de grens: jaaroverleg verkeersminister Hendrik Wüst met gedeputeerden

(c) Land NRW / R. Sondermann

Op 27 januari 2020 had de minister van Verkeer van Noordrijn-Westfalen, Hendrik Wüst, een ontmoeting met vier Nederlandse gedeputeerden voor het jaaroverleg. De focus lag op grensoverschrijdend spoorvervoer, corridorontwikkeling, bijvoorbeeld tussen de haven van Rotterdam en de regio Rhein-Ruhr, en Smart Mobility.

Tijdens de bijeenkomst op de RWTH Aachen bezocht Hendrik Wüst samen met Christianne van der Wal, gedeputeerde van de provincie Gelderland, Hubert Mackus (provincie Limburg), Christophe van der Maat (provincie Noord-Brabant), Floor Vermeulen (provincie Zuid-Holland) ook de Automated Driving Simulator en de e-Go Showroom. Dit leverde nieuwe ideeën op over het thema ‘Mobiliteit van de toekomst’.

“Alleen wanneer we bij het thema mobiliteit grensoverschrijdend denken, kunnen we het aanbod voor forenzen  in de regio en het goederenvervoer verbeteren”, aldus minister Wüst. “Daarom ben ik erg blij dat de grensoverschrijdende samenwerking zo goed verloopt.”

In februari 2019 ondertekenden Noordrijn-Westfalen en de provincies Gelderland, Limburg, Noord-Brabant, Overijssel en Zuid-Holland een gezamenlijke werkagenda voor grensoverschrijdende samenwerking op het gebied van mobiliteit. De eerste successen zijn al geboekt: sinds 2019 is er één keer per uur een rechtstreekse verbinding van Aken naar Maastricht, die ook zal worden doorgetrokken naar Luik. In mei 2019 ondertekenden het Verkehrsverbund Rhein Ruhr (VRR) en de provincie Noord-Brabant een samenwerkingsovereenkomst voor een directe treinverbinding van Düsseldorf naar Eindhoven. Die moet in 2025 in werking treden. Sinds december 2019 wordt in het kader van het INTERREG-project EuregioRail een studie naar een rechtstreekse treinverbinding tussen Zwolle, Enschede en Münster uitgevoerd. In de regio Aken-Limburg worden stappen gezet op het gebied van grensoverschrijdende e-ticketing. Sinds april 2019 bestaat er een grensoverschrijdend Semesterticket tot Maastricht voor alle studenten in Aken – en er zijn gesprekken met andere hogescholen en universiteiten gaande. Vorig jaar was er bovendien een succesvol testproject met een automatisch rijdende shuttle tussen de parkeerplaats, het hotel en de terminal van Airport Weeze. De resultaten van dit project zullen in de kennisnetwerken in Nederland en Noordrijn-Westfalen worden gedeeld.

De werkgroepen en expertpanels komen regelmatig bijeen om het werk voort te zetten en de doelstellingen van de werkagenda te bereiken.

Foto: (c) Land NRW / R.Sondermann

EuregioRail: Onderzoek naar directe treinverbinding tussen Zwolle en Münster

De EUREGIO start samen met de provincie Overijssel, het Zweckverband SPNV Münsterland (ZVM) en het Zweckverband Nahverkehr Westfalen-Lippe (NWL) een onderzoek naar de mogelijkheden van een directe treinverbinding tussen Zwolle en Münster vanaf 2027. Het onderzoek richt zich op het verduurzamen, versnellen en comfortabeler maken van de treinverbinding. De eerste resultaten zijn eind 2020 beschikbaar.

Met het verbeteren van de verbinding Zwolle-Münster en Dortmund-Enschede wordt de capaciteit vergroot, worden de reistijden verkort, komen er betere aansluitingen en verbetert de luchtkwaliteit door dieseltreinen te vervangen door elektrische treinen. De trein is daarmee een aantrekkelijk alternatief voor de auto. Het zorgt ervoor dat universiteiten en hogescholen aan beide zijden van de grens beter verbonden zijn, het vergemakkelijkt de arbeidsmobiliteit en bevordert de regionale economie.

Meer reizigers

Op dit moment is een overstap in Enschede nodig voor een reis van Münster (D) naar Zwolle. De laatste jaren is het aantal passagiers dat de grens passeert op de route Münster-Enschede al gestegen van 4.000 naar 10.000 per dag. De huidige concessie voor deze route loopt af in 2026. Eerdere studies hebben aangetoond dat het mogelijk is om rechtstreekse treinen tussen Zwolle en Münster in te zetten als het traject Münster-Enschede geëlektrificeerd wordt en station Enschede wordt aangepast. Dit levert ongeveer 75.000 extra passagiers per jaar op met een groei naar 310.000 passagiers per jaar in de komende jaren. Hierbij is alleen het effect van een rechtstreekse treinverbinding beschouwd. Nu wordt ook onderzocht wat een snellere en frequentere verbinding betekent voor de regio’s Münsterland, Twente en Zwolle en welke infrastructuur daarvoor nodig is. Daarnaast zorgt de vervanging van dieseltreinen door zero-emissie treinen op het traject Münster-Enschede voor een CO2-besparing, verbetering van de luchtkwaliteit, vermindering van geluidsoverlast voor de omgeving en een comfortabelere reis.

Europese steun

De Europese Unie ondersteunt het onderzoek naar de verbinding Zwolle-Münster met een subsidie vanuit INTERREG. Daarnaast dragen gemeente Enschede, Kreis Coesfeld, Kreis Steinfurt, Kreis Borken, Regio Achterhoek, Regio Twente, Regio Zwolle, Stadt Osnabrück en Stadt Münster bij.

Verkeersministers NRW roepen regering op tot verbetering Rijn als transportroute

Samen met Baden-Württemberg, Hessen, Rijnland-Palts en Saarland roept Noordrijn-Westfalen de Duitse regering op om de optimaliseringsmaatregelen voor het lossen van binnenvaartschepen op de Midden- en Nederrijn snel uit te voeren. Op de conferentie van de ministers van Verkeer in Saarbrücken op 5 april hebben de deelstaten de desbetreffende motie aangenomen.

Ook in de intentieverklaring tussen Nederland en Noordrijn-Westfalen van 19 november 2018 vormt de binnenvaart een belangrijk speerpunt. De partners zijn nu overeengekomen te zullen onderzoeken of en hoe de partners van de werkagenda van de intentieverklaring een bijdrage aan de realisatie van de optimaliseringmaatregelen kunnen leveren. Hierbij kan gedacht worden aan de uitwisseling van ervaringen over de aanpak van duurzaamheid en het gebruik van alternatieve brandstoffen.

Minister van Verkeer Hendrik Wüst onderbouwde de motie met het belang van de Rijn als transportroute: “De Rijn is voor de buurlanden net zo belangrijk als snelwegen en spoorlijnen. De warme zomer met lange periodes van laag water heeft aangetoond dat enorme transportcapaciteiten veel te snel verloren gaan als we geen preventieve maatregelen nemen en de losdiepte standaardiseren. De maatregelen uit het Bundesverkehrswegeplan 2030 moeten nu snel worden uitgevoerd.”

De ministers van Verkeer roepen de regering op om vaart te maken met de uitbreiding. De vacatures hiervoor zouden snel moeten worden gepubliceerd en ingevuld. Daarnaast vragen de ministers van Verkeer aan de regering om extra banen voor waterwegprojecten op te nemen in de organigrammen voor 2020 en de jaren daarna. Wüst nam ook contact op met het landelijke ministerie van Verkeer en moedigde het aan om gezamenlijk een actieplan voor de waterwegen in Noordrijn-Westfalen te ontwikkelen.

Knelpunten oplossen

De binnenscheepvaart op de Rijn kampt met een tweetal knelpunten waar het gaat om lossen van de lading. Op het deel tussen Mainz en St. Goar is bij lage en gemiddelde waterstanden sprake van een geuldiepte van slechts 1,90. Deze is dus 0,20 m lager dan in de twee aangrenzende delen van de rivier. Ook aan de Nederrijn, tussen Duisburg en Stürzelberg, is een verbetering van de losmogelijkheden en bodemstabilisatie noodzakelijk. Beperkte losdiepte bij lage waterstanden is slecht voor de rendabiliteit van de scheepvaart.  Gestreefd wordt naar een permanente geuldiepte van tenminste 2,10 meter van Basel naar Rotterdam.

Na een technische beoordeling door de Duitse Rijksdienst voor Waterwegen en Scheepvaart (WSV) kunnen de knelpunten in principe met relatief kleine waterbouwkundige ingrepen worden opgelost. Beide projecten werden opgenomen in het Bundesverkehrswegeplan 2030.

De twee verbeterpunten zijn van groot belang voor alle bedrijven langs de Rijncorridor en voor de Moezel en de Saar. Zij zorgen voor voorzieningszekerheid, verlagen de transportkosten en zorgen voor minder vrachtverkeer op de wegen. Industrie, binnenvaart en consumenten zijn afhankelijk van de Rijn als efficiënte transportroute.

“Cruciaal om over de landsgrenzen heen samen te werken”

Sinds kort heeft de provincie Zuid-Holland – net als de provincies Limburg, Gelderland en Overijssel – een Deutschlandbeauftragter op het Nederlandse consulaat-generaal in Düsseldorf. Zuid-Holland werkt daarvoor samen met Gelderland: de Deutschlandbeauftragter voor Gelderland, Doede Sijtsma, behartigt nu een dag in de week ook de belangen van Zuid-Holland in Düsseldorf. Floor Vermeulen, Gedeputeerde Verkeer en Vervoer voor de Provincie Zuid-Holland, beantwoordt enkele vragen van Grenspost Düsseldorf.

Waarom is samenwerking met Duitsland belangrijk voor de provincie Zuid-Holland?

Vanwege een gedeeld eigen belang. Voor de haven van Rotterdam is het bijvoorbeeld cruciaal om over de landsgrenzen heen samen te werken, zodat we het transport over weg, spoor en water kunnen verbeteren. Samen met Noordrijn-Westfalen en vier andere Nederlandse provincies werken we daaraan.

Bovendien vormen de Lage Landen samen met Noordrijn-Westfalen de Eurodelta, die bestaat uit de drie stedelijke regio’s in Vlaanderen, Noordrijn-Westfalen en de Randstad. Dit gebied heeft zo’n 40 miljoen inwoners. Over het belang van samenwerking in dit gebied zei Commissaris van de Koning van Zuid-Holland Jaap Smit: “Vanuit het perspectief van andere belangrijke logistieke regio’s in de wereld, zoals Amerika of Azië, is onze Eurodelta één gebied.” Het is onze ambitie om de economische groei in de Eurodelta te bestendigen voor echte banen en echte mensen in de nabije toekomst. Daar moeten we nu op inzetten.

Waar ziet u de voordelen van samenwerking met de grensprovincies richting Duitsland?

Gelderland, Limburg, Noord-Brabant en Overijssel hebben al langere tijd goede contacten met de deelstaatregering in Düsseldorf. Door de Brexit wordt Zuid-Holland ook een grensprovincie binnen Europa, dus wij kunnen op dat vlak veel van de grensprovincies leren.

Tegelijkertijd voegen wij voor de (verduurzaming van de) corridors ons netwerk en kennis toe, zodat de Werkagenda voor mobiliteit en verkeer op alle gebieden tot concrete acties leidt.

Welke concrete thema’s zijn voor Zuid-Holland belangrijk in de samenwerking met Duitsland?

Digitalisering, de energietransitie en demografische ontwikkelingen vragen om het inslaan van nieuwe wegen. Het moet slimmer, schoner en sterker. Grenzen mogen daarbij geen rol meer spelen. Noordrijn-Westfalen heeft een stevige doelstelling geformuleerd ten aanzien van de verbetering van de samenwerking met haar westelijke buurlanden. De agenda’s van bestuurlijk en ambtelijk Nederland en Noordrijn-Westfalen worden daardoor nu al beter op elkaar afgestemd.

Om de Eurodelta een concurrerende regio te laten blijven, moeten we ervoor zorgen dat de modaliteiten naadloos op elkaar aansluiten. De netwerken moeten voldoende robuust zijn en vooroplopen in slimme en schone technieken. Dat kan alleen als we intensiever samenwerken, zeker ook over landsgrenzen heen.

Aangezien Noordrijn-Westfalen de belangrijkste handelspartner van Nederland is, is verdere samenwerking tussen Zuid-Holland en het Ruhrgebied op het gebied van logistiek en transport interessant. De efficiëntie in de binnenvaart kan verder verhoogd worden – denk bijvoorbeeld aan papierloos varen en data die grensoverschrijdend gedeeld worden. Ook streven we ernaar om meer treinen tussen Nederland en Noordrijn-Westfalen te laten rijden, voor goederen én mensen, en liggen er kansen voor samenwerking op het gebied van energie en bio-economie.

Wat gaat goed, en op welke punten is er nog terrein te winnen?

Veel gaat al goed. Zuid-Holland werkt met Noordrijn-Westfalen samen binnen een aantal Europese netwerken: AIR (luchtkwaliteit), Vanguard (economie) en Clean Inland Shipping. In het laatstgenoemde project worden bijvoorbeeld emissie-reducerende technologieën en alternatieve brandstoffen voor de binnenvaart in de praktijk getest.

Op het gebied van de binnenvaart zijn er daarnaast nog andere lopende projecten met Noordrijn-Westfalen. Door de groei van de bevolking en de opkomst van e-commerce groeit de vraag naar producten en dus transport. Daarom zijn er investeringen nodig in smart shipping en moet de bestaande infrastructuur zo goed mogelijk worden benut. InnovationQuarter, de regionale investeringsmaatschappij van Zuid-Holland, is daarom gestart met een blockchain-pilot in de binnenvaart van Rotterdam naar Duisburg. In deze pilot streven zes samenwerkende partijen naar één digitaal platform, waarin alle documenten voor transport in de binnenvaart veilig worden weggezet.

U was op 25 februari in Zwolle aanwezig bij het Mobiliteitsoverleg tussen een aantal Nederlandse provincies en het Ministerium für Verkehr van Noordrijn-Westfalen. Wat zijn uw eerste ervaringen in deze samenwerking?

Het is heel goed dat Hendrik Wüst als minister van Verkeer van Noordrijn-Westfalen heeft uitgesproken wat zijn ambities betreffende de samenwerking met Nederland en Vlaanderen zijn. De Rotterdamse haven is immers de belangrijkste zeehaven van NRW, dus is het logisch om op het gebied van mobiliteit en ook economie gezamenlijk de handschoen op te pakken. Ik waardeer zijn uitnodiging daarvoor zeer, en wil die namens Zuid-Holland graag vanaf nu concreet ter hand nemen.

Welke afspraken zijn er gemaakt in dit mobiliteitsoverleg?

We waren bij elkaar om de Werkagenda voor mobiliteit en verkeer te ondertekenen. Nu is het tijd om met de uitvoering hiervan aan de slag te gaan.

Hebt u al kennis gemaakt met Nederlands-Duitse cultuurverschillen en, indien ja, welke?

Cultuurverschillen zijn er overal, maar de ambitie om de corridor te verbeteren voert de boventoon. Deze energie in het netwerk zullen we met elkaar vast moeten houden de komende jaren. Met de concrete afspraken die op tafel liggen moet dat lukken.

Hoe is het gesteld met uw kennis van de Duitse taal?

Ik heb eindexamen Duits gedaan op het gymnasium, en door mijn opleiding en internationale ervaring van de laatste jaren is mijn Duits gelukkig goed. Desalniettemin voer ik echt ingewikkelde discussies liever in het Engels.

Foto:
Bron: Provincie Zuid-Holland.

Bus Aalten-Bocholt eind 2019 weer de weg op

Tussen december 2017 en mei 2018 werd er tussen Aalten en Bocholt een proef gedaan met een grensoverschrijdende busverbinding – en met succes. Reden voor Kreis Borken om in oktober 2018 in te stemmen met een vaste verbinding. Nu is bekend geworden wanneer lijn C11 weer gaat rijden: eind 2019. Dat meldt De Gelderlander.

Komende maandag, 11 maart, zal op het gemeentehuis van Bocholt de intentieverklaring ondertekend worden. Volgens Martin Veldhuizen, wethouder in Aalten, moeten er alleen nog wat details ingevuld worden. ,”Er waren nog wat kleine hobbels, bijvoorbeeld over de manier waarop de Nederlandse OV-kaart kan worden gebruikt.” Nu vervoersbedrijf Arriva bij de lijn betrokken wordt, lijkt dat geen probleem meer te zijn. Dat bedrijf is namelijk nu al verantwoordelijk voor de grensoverschrijdende busverbinding tussen Maastricht en Aken.

Waardevolle busverbinding

De lijn dicht een gat in het grensoverschrijdende streekvervoer: de proef die in 2017 en 2018 uitgevoerd werd, liet zien dat er dagelijks gemiddeld negentig passagiers gebruikmaakten van de lijn. De bus sluit volgens wethouder Veldhuizen ook aan op de verbetering van het treinverkeer vanuit Bocholt. Wanneer de spoorlijn van Bocholt naar Wesel geëlektrificeerd is, wat binnen een aantal jaren zal gebeuren, zal er ook een snellere verbinding met Duisburg en het vliegveld in Düsseldorf ontstaan.

Nederlands-Duits succes met presentatie eerste zware e-truck

De logistiek maakt een flinke stap voorwaarts: het INTERREG project ‘electric Green Last Mile’ (eGLM) rolt de eerste zeven volledig elektrische nul-emissie 44tons trucks van Europa uit, inclusief de nieuwe standaard voor ultra-snelladen bij zwaar transport. Samen met de provincie Limburg en de deelstaat Noordrijn-Westfalen (D) presenteerde het projectteam het programma, de truck en de laadinfrastructuur op het Ministerie van Economie, Innovatie, Digitalisering en Energie in Düsseldorf. FRAMO onthulde op 13 december het pre-model van de e-truck in aanwezigheid van INTERREG voorzitter Michiel Scheffer en minister Pinkwart van Noordrijn-Westfalen.

Dr. Michiel Scheffer, voorzitter van het Comité van Toezicht INTERREG Deutschland-Nederland en gedeputeerde van de provincie Gelderland: “INTERREG maakt werk van open grenzen door Nederlands-Duitse innovaties te stimuleren. Met het eGLM project bieden we een slimme en schone oplossing voor het vrachtvervoer van de toekomst. Goed voor de economie, goed voor het milieu.”.

Prof. Dr. Pinkwart, Minister van Economie, Innovatie, Digitalisering en Energie van de deelstaat Noordrijn-Westfalen: “In Noordrijn-Westfalen willen we pioniers zijn als het gaat om elektromobiliteit. Daarom is het thema al vanaf het begin een speerpunt van de deelstaatregering. Onze ligging met optimale verkeersverbindingen naar Nederland, België en Frankrijk en de ervaring in de logistiek zijn de perfecte randvoorwaarden om de toekomst van de mobiliteit in het hart van Europa vorm te geven. Het eGLM-project is een prima voorbeeld van grensoverschrijdende samenwerking, die het concurrentievermogen van de grensregio kan versterken.”

Dr. Michiel Scheffer, voorzitter van het Comité van Toezicht INTERREG Deutschland-Nederland en gedeputeerde van de provincie Gelderland en Dr. Andreas Pinkwart, Minister van Economie, Innovatie, Digitalisering en Energie van de deelstaat Noordrijn-Westfalen

Heavy duty trucks

Het INTERREG-project ‘electric Green Last Mile’ (eGLM) richt zich op zwaar transport met een korte actieradius van max 150 km in de Europese logistieke hotspotregio Venlo/Niederrhein. Schoon, stil en milieuvriendelijk transport in real time situaties. Tijdens het hele project zullen de elektrische trucks en laadinfrastructuur worden getest en gemonitord. Dit wordt in samenwerking gedaan met de Hogeschool Fontys en de FH Aachen. De resultaten zullen worden gedeeld om zo bij te dragen aan de versnelling van het verduurzamen van de transportsector. In de loop van 2019 zullen de e-trucks geleverd en in gebruik genomen worden.

Projectpartners


Transportbedrijven krijgen door deelname in eGLM een voorsprong bij het testen en toepassen van elektrische vrachtwagens en nieuwe logistieke modellen voor een betere bezettingsgraad. Daarmee kan de Total Cost of Ownership (TCO) omlaag en de inzetbaarheid omhoog.

 

Reactivering spoorlijn Kleve-Nijmegen definitief van de baan

Er zullen de komende tijd geen treinen tussen Kleve en Nijmegen gaan rijden. “De reactivering van de lijn is definitief van de baan”, aldus Wolfgang Spreen, Landrat van Kreis Kleve, tijdens een zitting van de Commissie voor Milieu en Ruimtelijke Ordening, in bijzijn van burgemeester Günter Steins van Kranenburg en vertegenwoordigers van de gemeente Berg en Dal en de Provincie Gelderland. De meest recente gesprekken in Berg en Dal deden alle (Duitse) hoop teniet.

“De vertegenwoordigers van Nederlandse zijde, met name van de gemeente Berg en Dal, hebben duidelijk gemaakt dat reactivering niet gewenst is. Ze willen er in ieder geval in deze zittingsperiode niet meer over praten”, aldus Spreen over het voorlopige einde van de grensoverschrijdende gesprekken. “De Nederlandse kant richt zich op grensoverschrijdend busvervoer en de uitbreiding van de snelle fietsroute. De fietslorrie moet behouden blijven en het spoor moet worden gebruikt voor toeristische doeleinden”, zegt Spreen.

In een brief bevestigt de Provincie Gelderland, die verantwoordelijk is voor het openbaar vervoer, dit standpunt. De gemeente Berg en Dal ziet een spoorlijn door het heringerichte centrum van Groesbeek als een belangrijk struikelblok. De stad Nijmegen wilde zich bovendien concentreren op de uitbreiding van het Centraal Station en het station Heyendael bij de Radboud Universiteit.

Studie: 3400 reizigers per dag

De Provincie Gelderland had opdracht gegeven voor een onderzoek naar mogelijke passagiersaantallen op de route Kleve-Nijmegen, waarbij ook rekening moest worden gehouden met een nauwere samenwerking tussen de Hochschule Rijn-Waal en de Radboud Universiteit en de groeiende bevolking in de grensregio. De studie voorspelt een aantal van ongeveer 3400 reizigers per dag. Het cijfer is bijna identiek aan de resultaten van een andere studie in 2013.

De Provincie Gelderland stelt in de Statenbrief dat trein en bus bij gelijktijdige exploitatie elkaar zouden beconcurreren. Het aantal nieuwe reizigers dat met deze ontwikkeling dan wordt aangetrokken blijft beperkt tot zo´n 800 die daadwerkelijk grensoverschrijdend zullen reizen.

De Duitse partners (Kranenburg, Stadt Kleve, Kreis Kleve, Verkehrsverbund Rhein Ruhr (VRR) en Nordrhein-Westfalen) hebben aangegeven dat ze het betreuren dat de Provincie Gelderland geen verdere studie wil laten doen naar de reactivering van de spoorlijn. In het plan van NRW was dat namelijk als langetermijndoel opgenomen. Daarbij is vermeld dat er tot aan de reactivering moet worden ingezet op een snelle busverbinding.

“Als de gemeenten in de regio het onderling niet eens zijn, heeft het weinig zin om verder te praten”, aldus Sjaak Kamps, directeur van de Euregio Rijn-Waal, die het bemiddelingsproces in goede banen leidde. “Tot aan de reactivering van de spoorlijn hadden nog diverse obstakels moeten worden overwonnen”, benadrukte hij. “Het is jammer dat het proces niet zover komt dat we een antwoord kunnen geven op het kosten-batenvraagstuk.”

Mochten de Duitse partijen besluiten om zelf verder onderzoek te doen naar de reactivering van het spoor aan Duitse zijde, kan de Provincie Gelderland besluiten om aan deze studie mee te werken. De studie zelf en de uitkomsten ervan zouden dan aanleiding kunnen zijn voor een nieuwe discussie over de reactivering van het spoor, aldus de Provincie Gelderland in de Statenbrief.

Euregio: SB 58 is een succes

Euregio-directeur Kamps wees ook op de positieve ontwikkelingen in het grensoverschrijdende openbaar vervoer: “We zijn blij dat de snelbuslijn 58 een succesnummer is geworden.” Deze bus rijdt tussen Nijmegen en Emmerich. Naast het verder verbeteren van deze lijn wil de Euregio ook verbindingen zien tussen Emmerich en Doetinchem. “Het zou goed zijn als de Provincie Gelderland hierin een actieve rol zou kunnen spelen”, aldus Sjaak Kamps.

Overzicht van beschikbare documenten

De Statenbrief
https://gelderland.stateninformatie.nl/document/7025706/3#search=%22kleve%22

De brief van de gemeente Berg en Dal
https://gelderland.stateninformatie.nl/document/7025707/2/BOC_-_Bijlage_brief_Gemeente_Berg_en_Dal_geen_reactivering_voormalige_spoorlijn_Nijmegen-Kleve_%28PS2018-751%29

De brief van Landtag NRW

https://gelderland.stateninformatie.nl/document/7025708/2/BOC_-_Bijlage_brief_Landtag_Nordrhein-Westfalen_Reactivierung_der_Bahnlinie_Kleve-Nijmegen_%28PS2018-751%29

De brief van Verkehrsverbund Rhein-Ruhr (VRR)

https://gelderland.stateninformatie.nl/document/7025709/2/BOC_-_Bijlage_brief_Verkehrverbund_Rhein-Ruhr_brief_Reactivierng_Bahnlinie_Kleve-Nijmegen_%28PS2018-751%29

De notitie reizigersaantallen OV Nijmegen Kleve

https://gelderland.stateninformatie.nl/document/7025710/1/BOC_-_Bijlage_notitie_reizigersaantallen_OV_Nijmegen-Kleve_%28PS2018-751%29

Buslijn tussen Aalten en Bocholt mag hopen op voortzetting

Op 30 april van dit jaar eindigde de vijf maanden durende proef met de grensoverschrijdende busverbinding tussen het Achterhoekse Aalten en de Duitse grensplaats Bocholt. Maar liefst 97 procent van de passagiers gaf de buslijn een positieve beoordeling en met gemiddeld 90 passagiers per dag mocht de lijn een succes worden genoemd. Reden voor Kreis Borken om nu in te stemmen met een vaste verbinding tussen Borken en Aalten, zo staat te lezen in de Gelderlander.

Wanneer het zover is, is nog niet duidelijk. Er moeten namelijk nog wel de nodige obstakels uit de weg worden geruimd: de financiering moet rond worden gemaakt en er wordt gekeken naar de inzet van kleinere bussen en het gebruik van de OV-chipkaart.

Uursverbinding

Buslijn C11 reed tussen vorig jaar december en 1 mei elke dag in 25 minuten op en neer tussen de treinstations van Aalten en Bocholt. De eerste bus vertrok om 6.30 uur in Bocholt en om 7.00 uur uit Aalten, de laatste bus reed om 20.00 en 20.30 uur.
Uit de proef moest de potentie van de grensoverschrijdende verbinding blijken en hiermee een ‘gat’ in het openbaar vervoersnetwerk worden gedicht. De bus is namelijk de verbindende schakel tussen twee spoorlijnen: in Aalten sluit hij aan op de trein naar Winterswijk, Zutphen, Doetinchem en Arnhem, in Bocholt op de trein naar Wesel en het Ruhrgebied. De Duitse lijn moet over een paar jaar zijn geëlektrificeerd, zodat er vanaf dat moment een rechtstreekse verbinding naar Düsseldorf bestaat.

Veel jonge passagiers

Circa 60 procent van de passagiers is jonger dan 30 jaar, zo blijkt uit onderzoek. De reden daarvoor is dat de buslijn doordeweeks door veel scholieren wordt gebruikt: de bushalte bij het St. Georg Gymnasium in Bocholt is een van de meest gebruikte. Bovendien was de buslijn in trek bij vaste klanten: reizigers die de lijn meerdere keren per week of maand gebruiken om naar school of het werk te reizen.
Er valt echter voor de buslijn nog meer te halen: onderzoekers verwachten dat 120-160 passagiers per dag haalbare kaart is, mits het netwerk voor grensoverschrijdend vervoer intensiever wordt en reizigers weten dat de bus ook op de lange termijn blijft rijden.