Verkeersministers NRW roepen regering op tot verbetering Rijn als transportroute

Samen met Baden-Württemberg, Hessen, Rijnland-Palts en Saarland roept Noordrijn-Westfalen de Duitse regering op om de optimaliseringsmaatregelen voor het lossen van binnenvaartschepen op de Midden- en Nederrijn snel uit te voeren. Op de conferentie van de ministers van Verkeer in Saarbrücken op 5 april hebben de deelstaten de desbetreffende motie aangenomen.

Ook in de intentieverklaring tussen Nederland en Noordrijn-Westfalen van 19 november 2018 vormt de binnenvaart een belangrijk speerpunt. De partners zijn nu overeengekomen te zullen onderzoeken of en hoe de partners van de werkagenda van de intentieverklaring een bijdrage aan de realisatie van de optimaliseringmaatregelen kunnen leveren. Hierbij kan gedacht worden aan de uitwisseling van ervaringen over de aanpak van duurzaamheid en het gebruik van alternatieve brandstoffen.

Minister van Verkeer Hendrik Wüst onderbouwde de motie met het belang van de Rijn als transportroute: “De Rijn is voor de buurlanden net zo belangrijk als snelwegen en spoorlijnen. De warme zomer met lange periodes van laag water heeft aangetoond dat enorme transportcapaciteiten veel te snel verloren gaan als we geen preventieve maatregelen nemen en de losdiepte standaardiseren. De maatregelen uit het Bundesverkehrswegeplan 2030 moeten nu snel worden uitgevoerd.”

De ministers van Verkeer roepen de regering op om vaart te maken met de uitbreiding. De vacatures hiervoor zouden snel moeten worden gepubliceerd en ingevuld. Daarnaast vragen de ministers van Verkeer aan de regering om extra banen voor waterwegprojecten op te nemen in de organigrammen voor 2020 en de jaren daarna. Wüst nam ook contact op met het landelijke ministerie van Verkeer en moedigde het aan om gezamenlijk een actieplan voor de waterwegen in Noordrijn-Westfalen te ontwikkelen.

Knelpunten oplossen

De binnenscheepvaart op de Rijn kampt met een tweetal knelpunten waar het gaat om lossen van de lading. Op het deel tussen Mainz en St. Goar is bij lage en gemiddelde waterstanden sprake van een geuldiepte van slechts 1,90. Deze is dus 0,20 m lager dan in de twee aangrenzende delen van de rivier. Ook aan de Nederrijn, tussen Duisburg en Stürzelberg, is een verbetering van de losmogelijkheden en bodemstabilisatie noodzakelijk. Beperkte losdiepte bij lage waterstanden is slecht voor de rendabiliteit van de scheepvaart.  Gestreefd wordt naar een permanente geuldiepte van tenminste 2,10 meter van Basel naar Rotterdam.

Na een technische beoordeling door de Duitse Rijksdienst voor Waterwegen en Scheepvaart (WSV) kunnen de knelpunten in principe met relatief kleine waterbouwkundige ingrepen worden opgelost. Beide projecten werden opgenomen in het Bundesverkehrswegeplan 2030.

De twee verbeterpunten zijn van groot belang voor alle bedrijven langs de Rijncorridor en voor de Moezel en de Saar. Zij zorgen voor voorzieningszekerheid, verlagen de transportkosten en zorgen voor minder vrachtverkeer op de wegen. Industrie, binnenvaart en consumenten zijn afhankelijk van de Rijn als efficiënte transportroute.

“Cruciaal om over de landsgrenzen heen samen te werken”

Sinds kort heeft de provincie Zuid-Holland – net als de provincies Limburg, Gelderland en Overijssel – een Deutschlandbeauftragter op het Nederlandse consulaat-generaal in Düsseldorf. Zuid-Holland werkt daarvoor samen met Gelderland: de Deutschlandbeauftragter voor Gelderland, Doede Sijtsma, behartigt nu een dag in de week ook de belangen van Zuid-Holland in Düsseldorf. Floor Vermeulen, Gedeputeerde Verkeer en Vervoer voor de Provincie Zuid-Holland, beantwoordt enkele vragen van Grenspost Düsseldorf.

Waarom is samenwerking met Duitsland belangrijk voor de provincie Zuid-Holland?

Vanwege een gedeeld eigen belang. Voor de haven van Rotterdam is het bijvoorbeeld cruciaal om over de landsgrenzen heen samen te werken, zodat we het transport over weg, spoor en water kunnen verbeteren. Samen met Noordrijn-Westfalen en vier andere Nederlandse provincies werken we daaraan.

Bovendien vormen de Lage Landen samen met Noordrijn-Westfalen de Eurodelta, die bestaat uit de drie stedelijke regio’s in Vlaanderen, Noordrijn-Westfalen en de Randstad. Dit gebied heeft zo’n 40 miljoen inwoners. Over het belang van samenwerking in dit gebied zei Commissaris van de Koning van Zuid-Holland Jaap Smit: “Vanuit het perspectief van andere belangrijke logistieke regio’s in de wereld, zoals Amerika of Azië, is onze Eurodelta één gebied.” Het is onze ambitie om de economische groei in de Eurodelta te bestendigen voor echte banen en echte mensen in de nabije toekomst. Daar moeten we nu op inzetten.

Waar ziet u de voordelen van samenwerking met de grensprovincies richting Duitsland?

Gelderland, Limburg, Noord-Brabant en Overijssel hebben al langere tijd goede contacten met de deelstaatregering in Düsseldorf. Door de Brexit wordt Zuid-Holland ook een grensprovincie binnen Europa, dus wij kunnen op dat vlak veel van de grensprovincies leren.

Tegelijkertijd voegen wij voor de (verduurzaming van de) corridors ons netwerk en kennis toe, zodat de Werkagenda voor mobiliteit en verkeer op alle gebieden tot concrete acties leidt.

Welke concrete thema’s zijn voor Zuid-Holland belangrijk in de samenwerking met Duitsland?

Digitalisering, de energietransitie en demografische ontwikkelingen vragen om het inslaan van nieuwe wegen. Het moet slimmer, schoner en sterker. Grenzen mogen daarbij geen rol meer spelen. Noordrijn-Westfalen heeft een stevige doelstelling geformuleerd ten aanzien van de verbetering van de samenwerking met haar westelijke buurlanden. De agenda’s van bestuurlijk en ambtelijk Nederland en Noordrijn-Westfalen worden daardoor nu al beter op elkaar afgestemd.

Om de Eurodelta een concurrerende regio te laten blijven, moeten we ervoor zorgen dat de modaliteiten naadloos op elkaar aansluiten. De netwerken moeten voldoende robuust zijn en vooroplopen in slimme en schone technieken. Dat kan alleen als we intensiever samenwerken, zeker ook over landsgrenzen heen.

Aangezien Noordrijn-Westfalen de belangrijkste handelspartner van Nederland is, is verdere samenwerking tussen Zuid-Holland en het Ruhrgebied op het gebied van logistiek en transport interessant. De efficiëntie in de binnenvaart kan verder verhoogd worden – denk bijvoorbeeld aan papierloos varen en data die grensoverschrijdend gedeeld worden. Ook streven we ernaar om meer treinen tussen Nederland en Noordrijn-Westfalen te laten rijden, voor goederen én mensen, en liggen er kansen voor samenwerking op het gebied van energie en bio-economie.

Wat gaat goed, en op welke punten is er nog terrein te winnen?

Veel gaat al goed. Zuid-Holland werkt met Noordrijn-Westfalen samen binnen een aantal Europese netwerken: AIR (luchtkwaliteit), Vanguard (economie) en Clean Inland Shipping. In het laatstgenoemde project worden bijvoorbeeld emissie-reducerende technologieën en alternatieve brandstoffen voor de binnenvaart in de praktijk getest.

Op het gebied van de binnenvaart zijn er daarnaast nog andere lopende projecten met Noordrijn-Westfalen. Door de groei van de bevolking en de opkomst van e-commerce groeit de vraag naar producten en dus transport. Daarom zijn er investeringen nodig in smart shipping en moet de bestaande infrastructuur zo goed mogelijk worden benut. InnovationQuarter, de regionale investeringsmaatschappij van Zuid-Holland, is daarom gestart met een blockchain-pilot in de binnenvaart van Rotterdam naar Duisburg. In deze pilot streven zes samenwerkende partijen naar één digitaal platform, waarin alle documenten voor transport in de binnenvaart veilig worden weggezet.

U was op 25 februari in Zwolle aanwezig bij het Mobiliteitsoverleg tussen een aantal Nederlandse provincies en het Ministerium für Verkehr van Noordrijn-Westfalen. Wat zijn uw eerste ervaringen in deze samenwerking?

Het is heel goed dat Hendrik Wüst als minister van Verkeer van Noordrijn-Westfalen heeft uitgesproken wat zijn ambities betreffende de samenwerking met Nederland en Vlaanderen zijn. De Rotterdamse haven is immers de belangrijkste zeehaven van NRW, dus is het logisch om op het gebied van mobiliteit en ook economie gezamenlijk de handschoen op te pakken. Ik waardeer zijn uitnodiging daarvoor zeer, en wil die namens Zuid-Holland graag vanaf nu concreet ter hand nemen.

Welke afspraken zijn er gemaakt in dit mobiliteitsoverleg?

We waren bij elkaar om de Werkagenda voor mobiliteit en verkeer te ondertekenen. Nu is het tijd om met de uitvoering hiervan aan de slag te gaan.

Hebt u al kennis gemaakt met Nederlands-Duitse cultuurverschillen en, indien ja, welke?

Cultuurverschillen zijn er overal, maar de ambitie om de corridor te verbeteren voert de boventoon. Deze energie in het netwerk zullen we met elkaar vast moeten houden de komende jaren. Met de concrete afspraken die op tafel liggen moet dat lukken.

Hoe is het gesteld met uw kennis van de Duitse taal?

Ik heb eindexamen Duits gedaan op het gymnasium, en door mijn opleiding en internationale ervaring van de laatste jaren is mijn Duits gelukkig goed. Desalniettemin voer ik echt ingewikkelde discussies liever in het Engels.

Foto:
Bron: Provincie Zuid-Holland.

Bus Aalten-Bocholt eind 2019 weer de weg op

Tussen december 2017 en mei 2018 werd er tussen Aalten en Bocholt een proef gedaan met een grensoverschrijdende busverbinding – en met succes. Reden voor Kreis Borken om in oktober 2018 in te stemmen met een vaste verbinding. Nu is bekend geworden wanneer lijn C11 weer gaat rijden: eind 2019. Dat meldt De Gelderlander.

Komende maandag, 11 maart, zal op het gemeentehuis van Bocholt de intentieverklaring ondertekend worden. Volgens Martin Veldhuizen, wethouder in Aalten, moeten er alleen nog wat details ingevuld worden. ,”Er waren nog wat kleine hobbels, bijvoorbeeld over de manier waarop de Nederlandse OV-kaart kan worden gebruikt.” Nu vervoersbedrijf Arriva bij de lijn betrokken wordt, lijkt dat geen probleem meer te zijn. Dat bedrijf is namelijk nu al verantwoordelijk voor de grensoverschrijdende busverbinding tussen Maastricht en Aken.

Waardevolle busverbinding

De lijn dicht een gat in het grensoverschrijdende streekvervoer: de proef die in 2017 en 2018 uitgevoerd werd, liet zien dat er dagelijks gemiddeld negentig passagiers gebruikmaakten van de lijn. De bus sluit volgens wethouder Veldhuizen ook aan op de verbetering van het treinverkeer vanuit Bocholt. Wanneer de spoorlijn van Bocholt naar Wesel geëlektrificeerd is, wat binnen een aantal jaren zal gebeuren, zal er ook een snellere verbinding met Duisburg en het vliegveld in Düsseldorf ontstaan.

Nederlands-Duits succes met presentatie eerste zware e-truck

De logistiek maakt een flinke stap voorwaarts: het INTERREG project ‘electric Green Last Mile’ (eGLM) rolt de eerste zeven volledig elektrische nul-emissie 44tons trucks van Europa uit, inclusief de nieuwe standaard voor ultra-snelladen bij zwaar transport. Samen met de provincie Limburg en de deelstaat Noordrijn-Westfalen (D) presenteerde het projectteam het programma, de truck en de laadinfrastructuur op het Ministerie van Economie, Innovatie, Digitalisering en Energie in Düsseldorf. FRAMO onthulde op 13 december het pre-model van de e-truck in aanwezigheid van INTERREG voorzitter Michiel Scheffer en minister Pinkwart van Noordrijn-Westfalen.

Dr. Michiel Scheffer, voorzitter van het Comité van Toezicht INTERREG Deutschland-Nederland en gedeputeerde van de provincie Gelderland: “INTERREG maakt werk van open grenzen door Nederlands-Duitse innovaties te stimuleren. Met het eGLM project bieden we een slimme en schone oplossing voor het vrachtvervoer van de toekomst. Goed voor de economie, goed voor het milieu.”.

Prof. Dr. Pinkwart, Minister van Economie, Innovatie, Digitalisering en Energie van de deelstaat Noordrijn-Westfalen: “In Noordrijn-Westfalen willen we pioniers zijn als het gaat om elektromobiliteit. Daarom is het thema al vanaf het begin een speerpunt van de deelstaatregering. Onze ligging met optimale verkeersverbindingen naar Nederland, België en Frankrijk en de ervaring in de logistiek zijn de perfecte randvoorwaarden om de toekomst van de mobiliteit in het hart van Europa vorm te geven. Het eGLM-project is een prima voorbeeld van grensoverschrijdende samenwerking, die het concurrentievermogen van de grensregio kan versterken.”

Dr. Michiel Scheffer, voorzitter van het Comité van Toezicht INTERREG Deutschland-Nederland en gedeputeerde van de provincie Gelderland en Dr. Andreas Pinkwart, Minister van Economie, Innovatie, Digitalisering en Energie van de deelstaat Noordrijn-Westfalen

Heavy duty trucks

Het INTERREG-project ‘electric Green Last Mile’ (eGLM) richt zich op zwaar transport met een korte actieradius van max 150 km in de Europese logistieke hotspotregio Venlo/Niederrhein. Schoon, stil en milieuvriendelijk transport in real time situaties. Tijdens het hele project zullen de elektrische trucks en laadinfrastructuur worden getest en gemonitord. Dit wordt in samenwerking gedaan met de Hogeschool Fontys en de FH Aachen. De resultaten zullen worden gedeeld om zo bij te dragen aan de versnelling van het verduurzamen van de transportsector. In de loop van 2019 zullen de e-trucks geleverd en in gebruik genomen worden.

Projectpartners


Transportbedrijven krijgen door deelname in eGLM een voorsprong bij het testen en toepassen van elektrische vrachtwagens en nieuwe logistieke modellen voor een betere bezettingsgraad. Daarmee kan de Total Cost of Ownership (TCO) omlaag en de inzetbaarheid omhoog.

 

Reactivering spoorlijn Kleve-Nijmegen definitief van de baan

Er zullen de komende tijd geen treinen tussen Kleve en Nijmegen gaan rijden. “De reactivering van de lijn is definitief van de baan”, aldus Wolfgang Spreen, Landrat van Kreis Kleve, tijdens een zitting van de Commissie voor Milieu en Ruimtelijke Ordening, in bijzijn van burgemeester Günter Steins van Kranenburg en vertegenwoordigers van de gemeente Berg en Dal en de Provincie Gelderland. De meest recente gesprekken in Berg en Dal deden alle (Duitse) hoop teniet.

“De vertegenwoordigers van Nederlandse zijde, met name van de gemeente Berg en Dal, hebben duidelijk gemaakt dat reactivering niet gewenst is. Ze willen er in ieder geval in deze zittingsperiode niet meer over praten”, aldus Spreen over het voorlopige einde van de grensoverschrijdende gesprekken. “De Nederlandse kant richt zich op grensoverschrijdend busvervoer en de uitbreiding van de snelle fietsroute. De fietslorrie moet behouden blijven en het spoor moet worden gebruikt voor toeristische doeleinden”, zegt Spreen.

In een brief bevestigt de Provincie Gelderland, die verantwoordelijk is voor het openbaar vervoer, dit standpunt. De gemeente Berg en Dal ziet een spoorlijn door het heringerichte centrum van Groesbeek als een belangrijk struikelblok. De stad Nijmegen wilde zich bovendien concentreren op de uitbreiding van het Centraal Station en het station Heyendael bij de Radboud Universiteit.

Studie: 3400 reizigers per dag

De Provincie Gelderland had opdracht gegeven voor een onderzoek naar mogelijke passagiersaantallen op de route Kleve-Nijmegen, waarbij ook rekening moest worden gehouden met een nauwere samenwerking tussen de Hochschule Rijn-Waal en de Radboud Universiteit en de groeiende bevolking in de grensregio. De studie voorspelt een aantal van ongeveer 3400 reizigers per dag. Het cijfer is bijna identiek aan de resultaten van een andere studie in 2013.

De Provincie Gelderland stelt in de Statenbrief dat trein en bus bij gelijktijdige exploitatie elkaar zouden beconcurreren. Het aantal nieuwe reizigers dat met deze ontwikkeling dan wordt aangetrokken blijft beperkt tot zo´n 800 die daadwerkelijk grensoverschrijdend zullen reizen.

De Duitse partners (Kranenburg, Stadt Kleve, Kreis Kleve, Verkehrsverbund Rhein Ruhr (VRR) en Nordrhein-Westfalen) hebben aangegeven dat ze het betreuren dat de Provincie Gelderland geen verdere studie wil laten doen naar de reactivering van de spoorlijn. In het plan van NRW was dat namelijk als langetermijndoel opgenomen. Daarbij is vermeld dat er tot aan de reactivering moet worden ingezet op een snelle busverbinding.

“Als de gemeenten in de regio het onderling niet eens zijn, heeft het weinig zin om verder te praten”, aldus Sjaak Kamps, directeur van de Euregio Rijn-Waal, die het bemiddelingsproces in goede banen leidde. “Tot aan de reactivering van de spoorlijn hadden nog diverse obstakels moeten worden overwonnen”, benadrukte hij. “Het is jammer dat het proces niet zover komt dat we een antwoord kunnen geven op het kosten-batenvraagstuk.”

Mochten de Duitse partijen besluiten om zelf verder onderzoek te doen naar de reactivering van het spoor aan Duitse zijde, kan de Provincie Gelderland besluiten om aan deze studie mee te werken. De studie zelf en de uitkomsten ervan zouden dan aanleiding kunnen zijn voor een nieuwe discussie over de reactivering van het spoor, aldus de Provincie Gelderland in de Statenbrief.

Euregio: SB 58 is een succes

Euregio-directeur Kamps wees ook op de positieve ontwikkelingen in het grensoverschrijdende openbaar vervoer: “We zijn blij dat de snelbuslijn 58 een succesnummer is geworden.” Deze bus rijdt tussen Nijmegen en Emmerich. Naast het verder verbeteren van deze lijn wil de Euregio ook verbindingen zien tussen Emmerich en Doetinchem. “Het zou goed zijn als de Provincie Gelderland hierin een actieve rol zou kunnen spelen”, aldus Sjaak Kamps.

Overzicht van beschikbare documenten

De Statenbrief
https://gelderland.stateninformatie.nl/document/7025706/3#search=%22kleve%22

De brief van de gemeente Berg en Dal
https://gelderland.stateninformatie.nl/document/7025707/2/BOC_-_Bijlage_brief_Gemeente_Berg_en_Dal_geen_reactivering_voormalige_spoorlijn_Nijmegen-Kleve_%28PS2018-751%29

De brief van Landtag NRW

https://gelderland.stateninformatie.nl/document/7025708/2/BOC_-_Bijlage_brief_Landtag_Nordrhein-Westfalen_Reactivierung_der_Bahnlinie_Kleve-Nijmegen_%28PS2018-751%29

De brief van Verkehrsverbund Rhein-Ruhr (VRR)

https://gelderland.stateninformatie.nl/document/7025709/2/BOC_-_Bijlage_brief_Verkehrverbund_Rhein-Ruhr_brief_Reactivierng_Bahnlinie_Kleve-Nijmegen_%28PS2018-751%29

De notitie reizigersaantallen OV Nijmegen Kleve

https://gelderland.stateninformatie.nl/document/7025710/1/BOC_-_Bijlage_notitie_reizigersaantallen_OV_Nijmegen-Kleve_%28PS2018-751%29

Buslijn tussen Aalten en Bocholt mag hopen op voortzetting

Op 30 april van dit jaar eindigde de vijf maanden durende proef met de grensoverschrijdende busverbinding tussen het Achterhoekse Aalten en de Duitse grensplaats Bocholt. Maar liefst 97 procent van de passagiers gaf de buslijn een positieve beoordeling en met gemiddeld 90 passagiers per dag mocht de lijn een succes worden genoemd. Reden voor Kreis Borken om nu in te stemmen met een vaste verbinding tussen Borken en Aalten, zo staat te lezen in de Gelderlander.

Wanneer het zover is, is nog niet duidelijk. Er moeten namelijk nog wel de nodige obstakels uit de weg worden geruimd: de financiering moet rond worden gemaakt en er wordt gekeken naar de inzet van kleinere bussen en het gebruik van de OV-chipkaart.

Uursverbinding

Buslijn C11 reed tussen vorig jaar december en 1 mei elke dag in 25 minuten op en neer tussen de treinstations van Aalten en Bocholt. De eerste bus vertrok om 6.30 uur in Bocholt en om 7.00 uur uit Aalten, de laatste bus reed om 20.00 en 20.30 uur.
Uit de proef moest de potentie van de grensoverschrijdende verbinding blijken en hiermee een ‘gat’ in het openbaar vervoersnetwerk worden gedicht. De bus is namelijk de verbindende schakel tussen twee spoorlijnen: in Aalten sluit hij aan op de trein naar Winterswijk, Zutphen, Doetinchem en Arnhem, in Bocholt op de trein naar Wesel en het Ruhrgebied. De Duitse lijn moet over een paar jaar zijn geëlektrificeerd, zodat er vanaf dat moment een rechtstreekse verbinding naar Düsseldorf bestaat.

Veel jonge passagiers

Circa 60 procent van de passagiers is jonger dan 30 jaar, zo blijkt uit onderzoek. De reden daarvoor is dat de buslijn doordeweeks door veel scholieren wordt gebruikt: de bushalte bij het St. Georg Gymnasium in Bocholt is een van de meest gebruikte. Bovendien was de buslijn in trek bij vaste klanten: reizigers die de lijn meerdere keren per week of maand gebruiken om naar school of het werk te reizen.
Er valt echter voor de buslijn nog meer te halen: onderzoekers verwachten dat 120-160 passagiers per dag haalbare kaart is, mits het netwerk voor grensoverschrijdend vervoer intensiever wordt en reizigers weten dat de bus ook op de lange termijn blijft rijden.

Landtag Noordrijn-Westfalen wil spoorlijn Kleve-Nijmegen reactiveren

Stephan Haupt, afgevaardigde voor de FDP in de Landtag NRW, is na het besluit van de Landtag blij met diens inzet voor meer grensoverschrijdend verkeer en vervoer. Dat staat te lezen in de Niederrhein Nachrichten van 2 oktober.

De politicus is vicevoorzitter van de commissie die verantwoordelijk is voor gemeentelijke aangelegenheden en bouw en komt uit het grensdistrict Kreis Kleve. “Het onderwerp mobiliteit is een van de belangrijkste pijlers van een goed functionerende grensoverschrijdende samenwerking. Het gebruik van een grensoverschrijdend aanbod op het gebied van onderwijs, gezondheid en vrije tijd zijn hierbij centrale onderdelen die in de grensstreek mogelijk gemaakt moeten worden”, aldus Haupt. Zo moet bijvoorbeeld de behoefte aan grensoverschrijdende bereikbaarheid van werkgevers en hogescholen worden bepaald. Volgens de NRW-coalitie is hierin een belangrijke rol weggelegd voor het openbaar vervoer. “Alleen al Noordrijn-Westfalen deelt over een lengte van 500 km een grens met Nederland. Grensoverschrijdende mobiliteit is een relevante factor voor onze gehele regio en heeft daarom in de regio Niederrhein hoge prioriteit”, aldus Haupt. Hij is daarom bijzonder blij met de instemming van de Landtag om de spoorlijn Kleve-Nijmegen te reactiveren. “In heel Europa pendelen inmiddels bijna twee miljoen mensen dagelijks over de grens om in een buurland te gaan werken. Meer dan 45.000 mensen uit Noordrijn-Westfalen werken in Nederland, België of Luxemburg. Daarom profiteert NRW in het bijzonder van de nauwe band met zijn buurlanden”, zo staat te lezen in de motie van de CDU en FDP over de bijzondere ligging van het Bundesland.

Nederlandse provincies bezoeken NRW-verkeersminister Wüst

Op uitnodiging van Verkeersminister Wüst hebben Conny Bieze (Gelderland), Hubert Mackus (Limburg) en Floor Vermeulen (Zuid-Holland) op 24 juli jongstleden een bezoek gebracht aan Noordrijn-Westfalen om te spreken over grensoverschrijdende samenwerking en corridorontwikkeling.

Minister Hendrik Wüst onderstreepte het belang van de succesvolle jarenlange grensoverschrijdende samenwerking van de grensprovincies met Noordrijn-Westfalen op het gebied van mobiliteit en infrastructuur. “Door gezamenlijk te werken aan grenzeloze mobiliteit kunnen we beide buurlanden dichter bij elkaar brengen. Daarbij moeten we niet alleen kijken naar de grote projecten, maar ook de kleine projecten en maatregelen die van groot nut kunnen zijn.”


Corridorontwikkeling zeehavens

Naast de grensregio kwam ook de corridorontwikkeling van de zeehavens van en naar NRW aan bod. Minister Wüst wil graag met de Nederlandse partners samenwerken en goed functionerende goederen- en personenverbindingen ontwikkelen.

Afgesproken is om samen te kijken naar mogelijkheden voor Europese cofinanciering van projecten vanuit de huidige en toekomstige TEN-T Connecting Europe Facility en andere programma‘s. Dit zal onderdeel vormen van een gezamenlijke werkagenda die begin 2019 moet worden vastgesteld.

Andere onderwerpen voor die agenda zijn o.a. verbetering van de internationale spoorverbindingen zoals de ICE Amsterdam-Arnhem-Düsseldorf-Frankfurt, Amsterdam-Berlijn en IC Eindhoven-Düsseldorf. Daarnaast zal de uitwisseling van ideeën rondom slimme mobiliteit en snelfietsroutes op het programma komen te staan.

In december 2018 is er een volgende ontmoeting in Zwolle om de werkagenda 2019 te bespreken.

OV-tickets NRW nu ook geldig in grensoverschrijdende bussen Arriva

Tot voor kort was het voor inwoners van de Provincie Limburg best ingewikkeld om met het openbaar vervoer van het Nederlandse Heerlen naar het Duitse Aken te reizen, aangezien de ticketsystemen in beide landen niet op elkaar waren afgestemd. Hiervoor is nu een oplossing gevonden.

In de gemeenten Landgraaf, Heerlen en Kerkrade mogen reizigers met een ‘NRW-Ticket’, dat gewoon verkrijgbaar is bij Arriva, nu gebruik maken van de verbindingen naar alle grote bestemmingen in de Duitse buurregio.

De grensprovincies hebben er groot belang bij om grensoverschrijdend reizen met het openbaar vervoer te stimuleren: “In het dagelijks leven trekken we ons in deze regio niets aan van de grens”, zegt mobiliteitswethouder Charles Claessens van de gemeente Heerlen. “Wij gaan net zo gemakkelijk winkelen in Aken als zij naar het theater komen in Heerlen. We proeven naar hartenlust van de verschillende culturen binnen een straal van 50 kilometer.”

Ook Arriva is blij dat ze nu het NRW-ticket kan aanbieden. Momenteel exploiteert de vervoerder alleen een busverbinding tussen Heerlen en Aken, maar eind dit jaar komt hier ook een treinverbinding bij.

Lees het volledige artikel hier

Foto: (c) Gerbenbakker at Dutch Wikipedia [GFDL (http://www.gnu.org/copyleft/fdl.html) or CC-BY-SA-3.0 (http://creativecommons.org/licenses/by-sa/3.0/)], from Wikimedia Commons

Website zelfrijdend vervoer grensstreek online

WEPod

Sinds kort is de website van Interregional Automated Transport online. Op de site is informatie te vinden over zelfrijdend vervoer in de grensregio Nederland-Duitsland. In het project Interregional Automated Transport (I-AT) staat de ontwikkeling en groei van innovaties op het gebied van zelfrijdend vervoer centraal. Het gaat om de mobiliteits- en logistieke sector in Gelderland, Brabant, Limburg en Noordrijn- Westfalen.

Kennis verzamelen en delen

Het project komt voort uit een proef naar zelfrijdend vervoer van de provincie Gelderland met partners. 2 zelfrijdende voertuigen, de WEPods, zijn ingezet op de openbare weg in Ede en Wageningen. Het doel was kennis verzamelen en delen over zelfrijdende voertuigen. In het I-AT-project bestuderen en testen provincie Gelderland en partners grensoverschrijdend zelfrijdend vervoer voor reizigers en goederen.

Samenwerking met 22 partners

In het I-AT-project werken 22 partners uit MKB, onderwijs- en onderzoeksinstellingen, grote ondernemingen, openbaar vervoerbeheerders en -bedrijven en overheidsinstellingen uit het Nederlands-Duitse grensgebied samen.

Ontwikkelen van autonoom rijden

De partners werken aan ontwikkeling van prototypen en de uitvoering van testreeksen in de regio om kennis te vergaren, de randvoorwaarden en kansen voor het zelfrijdend vervoer te onderzoeken en de toepassingsmogelijkheden te vergroten.
Hier vindt u de Duitstalige versie van de website