Landtag

De ‘Landtag’, ook wel het ‘Landesparlament’ genoemd, is het parlement van een Duitse deelstaat. Volgens artikel 28 van de Duitse grondwet zijn de Landtage de volksvertegenwoordigingen van de deelstaten, die door middel van verkiezingen verkozen dienen te worden. De Landtag vormt een bestuurslaag tussen de staat en de districten binnen een deelstaat (‘Regierungsbezirke’).

In sommige deelstaten wordt de Landtag ook wel Landesparlament genoemd. Dat geldt voor alle deelstaten die een stadsstaat zijn, dus voor Berlijn, Bremen en Hamburg. Bovendien wordt de Landtag in Berlijn ook wel het ‘Abgeordnetenhaus’ genoemd, en in Bremen en Hamburg de ‘Bürgerschaft’. In de overige deelstaten wordt de term Landtag gebruikt.

Taken

De Landtage hebben verschillende taken. Allereerst controleren de volksvertegenwoordigers in de Landtag de deelstaatregering, bijvoorbeeld door het stellen van vragen. Daarnaast houden zij zich bezig met het maken en veranderen van wetten op deelstaatniveau, voornamelijk op het gebied van politie, onderwijs, cultuur, verkeer en radio en televisie. Ook houden zij zich bezig met de deelstaatbegroting. Tot slot kiezen de volksvertegenwoordigers de minister-president van de desbetreffende deelstaat.

Organisatie

Elke vijf jaar worden de leden van de Landtage opnieuw gekozen door de inwoners van de deelstaten. Bremen is hierop een uitzondering: daar worden de verkiezingen voor dit parlement elke vier jaar gehouden.

De volksvertegenwoordigers vormen samen politieke fracties, net zoals in de landelijke politiek. Het aantal zetels in de Landtag varieert per deelstaat en loopt in 2019 uiteen van 51 (Saarland) tot 205 (Beieren). De Landtag van Noordrijn-Westfalen heeft in 2019 199 zetels en de grootste fractie binnen deze Landtag is die van de CDU, op de voet gevolgd door de SPD.

Een afgevaardigde van de Landtag wordt een ‘Mitglied des Landtages’ (MdL) genoemd.

Nederlandse provincie-afvaardiging op bezoek bij de Landtag

Op 5 juli jongstleden waren vertegenwoordigers van de Provincies Gelderland, Overijssel en Limburg in Düsseldorf te gast bij de president van de Landtag, André Kuper. Het belangrijkste onderwerp op de agenda: verdere intensivering van de grensoverschrijdende samenwerking

President Kuper benadrukte de bijzondere relatie tussen Noordrijn-Westalen en Nederland. “We hebben aan beide kanten door een goede samenwerking een vertrouwensband opgebouwd. En we hebben de grenzen in de hoofden weten te slechten. Samen verwezenlijken wij de Europese gedachte.”

Een van de hoofdthema´s van het werkbezoek was het enthousiasmeren van jonge mensen voor de politiek. De president vertelde over de driedaagse Landtag voor de jongeren, die eind juni in het parlement van Noordrijn-Westfalen is gehouden.  Gedurende deze drie dagen is duidelijk geworden dat jonge mensen enthousiast gemaakt kunnen worden voor democratie, benadrukte Kuper.

De Commissaris van de Koning in Gelderland, Clemens Cornielje, bedankte de president voor het bezoek aan de Landtag. Ook hij ging in op de bijzondere band tussen de twee landen. “Wij beschouwen deze jarenlange, goede samenwerking en vertrouwensband als waardevol. Met name ook met het oog op de wereldwijde problemen, die niet ophouden bij de grens.

Na de ontvangst stond er een werkbespreking met de Parlamentarieregruppe NRW-Benelux op de agenda. Daarnaast werd er gesproken over het meerjarig financieel kader van de EU.

Marcus Optendrenk, voorzitter van de Parlamentariergruppe Benelux, en Clemens Cornielje, Commissaris van de Koning van de Provincie Gelderland

Nederland en Noordrijn-Westfalen willen hun samenwerking verder intensiveren. Zowel in de Landtag als bij Provinciale Staten worden hiertoe voorstellen ingediend.

“De kracht van de Nederlands-Duitse grensstreek zit in de wederzijdse verschillen”

Marcus Optendrenk

Telg uit de grensregio, verbinder, netwerker en aanspreekpunt voor grensoverschrijdende samenwerking: dat is Marcus Optendrenk, afgevaardigde voor de CDU in de Landtag van Noordrijn-Westfalen en voorzitter van de Parlamentariergruppe NRW-Benelux, in een notendop. Grenspost sprak met hem over de aantrekkingskracht en uitdagingen rond grensoverschrijdende samenwerking. Deze week het eerste deel van het interview.

U bent geboren en getogen in Lobberich, niet ver van de Nederlandse grens. Hoe heeft u de grensoverschrijdende samenleving ervaren?

Voor mij was de nabijheid van Nederland een absolute vanzelfsprekendheid en daarin speelde ook de televisie een belangrijke rol. Ik herinner me nog goed dat de Tour de France bijvoorbeeld op de Duitse tv alleen als samenvatting van 20 minuten werd uitgezonden. Automatisch kwamen we dan terecht bij de Nederlandse zenders, waar we de Franse wielerwedstrijd tot onze grote vreugde twee uur achter elkaar konden kijken. Ook de Duitse Sportschau duurde maar 45 minuten, daarna schakelden we over naar Studio Sport. De Nederlandse taal heb ik in eerste instantie vooral geleerd door er intensief naar te luisteren. Hoe meer de Duitse televisie opkwam, hoe meer de Nederlandse tv naar de achtergrond verdween. Een fatale ontwikkeling wat mij betreft.

Kunt u iets meer vertellen over de Parlamentariergruppe NRW-Benelux?

Deze groep werd in 2012 in het leven geroepen en bestaat in de kern uit politici van alle fracties, voor wie Duits-Nederlandse relaties een vanzelfsprekend onderdeel van hun leven zijn. Zij voeren veelvuldig overleg over grensoverschrijdende samenwerking met de parlementen in Den Haag, Brussel en Düsseldorf. In 2017 vond er onder de politici een grote wisseling van de wacht plaats. Van de kant van de CDU was ik de enige uit de oude groep, des te leuker is het om te zien dat er nu meer dan 25 collega´s uit alle fracties meedoen. Dat is in lijn met de opdracht die de Landesregierung zichzelf in zowel het coalitieakkoord als het werkprogramma heeft gesteld.

Dit jaar vieren de Benelux en NRW het tienjarig jubileum van hun samenwerking. Deze nauwe betrekkingen zijn op veel gebieden zeer effectief, maar er is nog veel braakliggend potentieel. Waar ziet u dit met name?

Het jubileum is een belangrijke mijlpaal en van dat moment moeten we gebruik maken. Bij de roodgroene regering lag de focus lang niet altijd op het belang van grensoverschrijdende samenwerking. Dat is inmiddels anders. Er zijn geen partijpolitieke discussies, en grensoverschrijdende samenwerking staat hoog op de agenda van de Landesregierung. Nu is het moment dat iedereen – en ook Minister van Europese Zaken van NRW Dr. Stephan Holthoff-Pförtner – er energie in wil steken. Eerste successen zijn nu dubbel belangrijk zodat grensoverschrijdende samenwerking kan profiteren van een vliegwieleffect.

De grensregio´s worden ook landelijk gezien steeds belangrijker. Zo bracht de Nederlandse staatssecretaris Raymond Knops onlangs een bezoek aan de Euregio en vorig jaar maakte de minister-president van NRW, Armin Laschet, zijn eerste buitenlandse reis naar Nederland. Wat is uw visie op de groeiende belangstelling voor grensoverschrijdende samenwerking aan beide kanten van de Nederlands-Duitse grens?

Iemand zei mij ooit eens: “Vat het niet verkeerd op, maar in Den Haag is de blik door de nabijheid van Scheveningen en Rotterdam sterker gericht op New York en Washington dan op Berlijn en Düsseldorf, hoewel de kilometers natuurlijk iets anders zeggen.” Met Raymond Knops, geboren in het Limburgse Hegelsom, en Armin Laschet, geboren in Aken, hebben we het geluk dat zij beide zijn opgegroeid in de grensstreek en uitstapjes over de grens voor hen vanzelfsprekend waren. Daarnaast hecht een aantal jonge politici uit de nieuwe generatie belang aan goede grensoverschrijdende betrekkingen. Mensen als Ger Koopmans en Hubert Mackus hebben hierin pionierswerk verricht. En daarbij speelt de partijkleur geen rol. Mensen die hetzelfde denken over een bepaald onderwerp, doen dit niet omdat ze lid zijn van een bepaalde partij, maar omdat ze dezelfde mentaliteit hebben. Voor ons allen draait het dan ook niet om de vraag naar goed of fout, maar naar “mooi anders”. En juist in die wederzijdse verschillen zit de kracht van de Nederlands-Duitse grensstreek.

Grote meerwaarde grensoverschrijdende samenwerking euregio

Deelnemers aan de parlamentaire avond

Op 22 januari hebben diverse leden uit de Tweede Kamer, Provinciale Staten en Gedeputeerde Staten Limburg, Landtag Noordrijn-Westfalen, Bundestag en het Europees Parlement met het bestuur en de directie van de euregio rijn-maas-noord gesproken over de voortgang van de grensoverschrijdende samenwerking.

Oberbürgermeister Hans Wilhelm Reiners van Mönchengladbach, tevens voorzitter van het euregionale samenwerkingsverband, trapte de avond af door aan te geven dat in de euregio rijn-maas-noord grote maatschappelijke en economische meerwaarde gegeneerd kan worden door de grensoverschrijdende samenwerking voort te zetten en waar mogelijk te intensiveren. Vanuit de euregio-organisatie kon directeur Andy Dritty met diverse voorbeelden onderbouwen dat er de afgelopen periode grote stappen zijn gezet op het gebied van arbeidsmarkt, innovatie, de samenwerking tussen onderwijsinstellingen, e-mobility en duurzaamheid. Vanuit de praktijk gaven Dr. Sarah Borgloh en Markus Rahn concreet aan in welke mate de Agentur für Arbeit en het UWV er steeds vaker in slagen om werkzoekenden te koppelen aan vacatures aan de andere kant van de grens. Rahn: “Door grensoverschrijdende arbeidsbemiddeling slagen we daarnaast erin een aantal mismatches in verschillende sectoren op te lossen”. Eveneens merkte hij op dat zowel aan Duitse als aan Nederlandse zijde werkzoekenden steeds meer open staan voor een oriëntatie op de arbeidsmarkt aan de andere kant van de grens.

Namens Fontys Hogescholen Venlo gaf directeur Bram ten Kate aan hoe diverse hogescholen in de euregio rijn-maas-noord samenwerken om studenten bewust te maken van de economische en maatschappelijke kansen in de grensregio. Door gericht de samenwerking met het mkb op te zoeken levert deze samenwerking ook “innovationlabs” op die een bijdrage leveren aan de concurrentiekracht van het grensgebied.

Openbaar streekvervoer en politiek belangrijke thema´s

In zijn reactie op de presentaties gaf Europarlementariër Jeroen Lenaers aan dat er vanuit Brussel meer aandacht uitgaat naar de grensgebieden maar dat de volksvertegenwoordigers zelf ook een belangrijke rol op dit gebied hebben: “Wij borderland politici hebben de taak als ambassadeurs voor deze grensregio onze nationale overheden te blijven overtuigen dat er nu en in de toekomst meerwaarde in de grensoverschrijdende samenwerking zit, tenslotte liggen onze hoofdsteden ver weg van dit grensgebied”. Stefan Rouenhoff, lid van de Bundestag, maakte zich vooral sterk voor grensoverschrijdende projecten bijvoorbeeld op het gebied van openbaar vervoer of de samenwerking van politie. Hierdoor wordt, aldus Rouenhoff, een concrete invulling gegeven aan het onderwerp Europa in de grensregio. Jochen Klenner lid van de NRW-Landtag benadrukte in zijn reactie vooral de vele kansen die er ontstaan door meer gelijkluidende ambities in Nederland en Duitsland (Noordrijn-Westfalen). Gedeputeerde Hubert Mackus van de provincie Limburg gaat ervanuit dat er in samenwerking met het ministerie binnenkort vervolgstappen gezet kunnen worden op het gebied van grensoverschrijdend openbaar vervoer. Mackus: “Ik verwacht dat we binnen enkele weken tot intentieovereenkomst komen, die de verbeterde treinverbinding tussen Eindhoven en Düsseldorf wederom een stap dichterbij brengt”.

Conclusie: grensoverschrijdende samenwerking verder uitbouwen

Voorzitter Reiners en vicevoorzitter Scholten kijken terug op een geslaagde avond en zijn graag bereid de samenwerking met de politiek op diverse niveaus te verstevigen.

Bron: euregio rijn-maas-noord

Landtag NRW maakt zich sterk voor grensoverschrijdende samenwerking

Landtag

De cijfers liegen er niet om: met een handelsvolume van meer dan 50 miljard euro is Nederland de belangrijkste handelspartner van de deelstaat Noordrijn-Westfalen, daarnaast bestaan er momenteel al 56 stedenbanden tussen Nederland en NRW. Toch is er ook nog steeds een groot aantal obstakels dat de samenwerking bemoeilijkt. De politieke partijen CDU en FDP dienden daarom vorige maand een motie in voor de verdere verbetering van samenwerking over de grenzen heen. De Landtag van Noordrijn-Westfalen vraagt de deelstaatregering daarom onder andere op om zich sterk te maken voor de wederzijdse erkenning van diploma´s en de problematiek hieromtrent op te lossen. Daarnaast wenst de Landtag de opzet van de Dag van de Duitse taal als tegenhanger van de in Nederland reeds bestaande Dag van de Duitse taal en extra steun voor grensoverschrijdende onderwijsinitiatieven.
De volledige inhoud van de motie is hier te vinden.

Foto: (c) Bildarchiv des Landes Nordrhein-Westfalen