Minister Reul enthousiast over Nederlands-Duitse brandweerkazerne

Nadat er jaren over een grensoverschrijdende brandweerkazerne gesproken is, lijkt de realisering daarvan nu weer een stapje dichterbij. Op 18 augustus jl. bezocht minister van Binnenlandse Zaken Herbert Reul van de deelstaat Noordrijn-Westfalen de brandweerkazerne in Bocholt. Hier sprak hij met verschillende betrokkenen over de geplande Nederlands-Duitse brandweerkazerne in de regio Bocholt-Suderwick in Duitsland en Aalten-Dinxperlo in Nederland. De minister bekende tijdens zijn bezoek fan te zijn van het project.

Hij gaf daarmee alvast een positief signaal af met betrekking tot eventuele ondersteuning van de deelstaat bij de totstandkoming van de internationale brandweerpost.

Er is in de tussentijd al gewerkt aan het versoepelen van de communicatie tussen de brandweerkorpsen in Dinxperlo en Suderwick. Doordat er met verschillende technieken gewerkt wordt, duurde het lang voordat bijvoorbeeld de brandweer in Suderwick een verzoek kreeg om ondersteuning te bieden bij bluswerkzaamheden over de grens. Inmiddels is de brandweer in Suderwick geïntegreerd in het Nederlandse alarmeringssysteem en wordt de brandweerkazerne in Bocholt ook gealarmeerd wanneer er bijvoorbeeld in Dinxperlo brand uitbreekt.

Haalbaarheidsonderzoek naar verbetering brandveiligheid in de grensregio

De gesprekken over grensoverschrijdend bluswerk ontstonden naar aanleiding van de vuurwerkramp in Enschede in 2000. Uiteindelijk kon in 2017 het project ‘CrossFire’ opgezet worden, dat door de Euregio gesubsidieerd wordt. In het kader daarvan werd onder andere onderzocht in hoeverre het mogelijk was om de brandveiligheid in de grensregio te verbeteren. Uit het haalbaarheidsonderzoek bleek dat grensoverschrijdende samenwerking van Nederlandse en Duitse brandweerlieden vanuit één locatie in principe haalbaar was. Daarnaast kan er meer veiligheid gecreëerd worden voor inwoners van beide landen tijdens noodsituaties.

Grensoverschrijdende gesprekken en demonstratie

Het bezoek vond plaats in de remise van de brandweer in Bocholt. Onder de naam ‘Feuerwehr im Gespräch mit….’ ging Reul in gesprek met Landrat dr. Kai Zwicker van Kreis Borken, de burgermeester van Bocholt Thomas Kerkhoff, commandant van de Bocholtse brandweer Thomas Deckers en Christiaan Velthausz, coördinator grensoverschrijdende samenwerking bij de Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland. Daarna volgde nog een demonstratie van de brandweerkorpsen in Bocholt en Dinxperlo.

“Nederlands-Duitse brandweerpost zou sensationeel zijn”

Reul was zichtbaar onder de indruk van de al bestaande grensoverschrijdende samenwerking tussen de brandweer in beide landen. ʺAls het u nu ook lukt om een Nederlands-Duitse brandweerpost op poten te zetten, zou dat sensationeel zijn. Je kunt veel over Europa praten, maar het moet geleefd worden. De mensen moeten daar een voordeel van hebbenʺ, aldus de minister. Over hoe de deelstaat Noordrijn-Westfalen precies zou kunnen bijdragen aan het realiseren van de grensoverschrijdende brandweerkazerne, kon de minister echter nog niets zeggen.

Zilveren brandweerkruis uitgereikt

De bijeenkomst had ook een zilveren randje. Thomas Deckers, commandant van de brandweer in Bocholt, kreeg een zilveren brandweerkruis als waardering voor zijn bijzondere verdiensten en inzet voor dit project. Het kruis werd door Stephan Wevers, commandant van Brandweer Twente, uitgereikt.

Foto: Minister van Binnenlandse Zaken van Noordrijn-Westfalen Herbert Reul (grijs pak) wordt ontvangen op het terrein van de brandweer in Bocholt. (c) Stadt Bocholt

Ministers Reul en Grapperhaus roepen bevolking op om buurland te mijden

Herbert Reul, minister van Binnenlandse Zaken van Noordrijn-Westfalen (c) Land NRW

Minister van Binnenlandse zaken van Noordrijn-Westfalen Herbert Reul en de Nederlandse minister van Justitie en Veiligheid Ferd Grapperhaus richten zich in een appel aan hun landgenoten om af te zien van onnodige reizen naar het buurland. “Dit is gewoonweg niet de tijd voor gezelligheid, bezoekjes aan vrienden of om te gaan winkelen. Nederlanders en Duitsers moeten nu afstand houden. Dat helpt beide landen in de strijd tegen corona en redt levens”, aldus Reul.

Grapperhaus benadrukte: “Het virus houdt geen rekening met landsgrenzen, daarom moeten wij het wel doen. De grens oversteken voor een uitstapje of om een dagje te gaan winkelen in het buurland versterkt de verdere verspreiding van het virus aan beide kanten van de grens.”

De grenzen tussen Nederland en Duitsland blijven echter wel open, benadrukken de ministers.

Nederland past Duits reisadvies aan naar code oranje

Hoewel het aantal coronabesmettingen in Duitsland relatief gezien nog steeds flink lager ligt dan in Nederland, is het aantal ook bij de oosterburen inmiddels aanzienlijk. Op 3 november meldt het coronadashboard van de Duitse overheid 15.352 nieuwe besmettingen ten opzichte van een dag eerder. Ter vergelijking: het Nederlandse RIVM registreerde tussen 1 en 2 november 8306 nieuwe besmettingen. De afgelopen 7 dagen is het aantal nieuwe gevallen per 100.000 inwoners in heel Duitsland gestegen naar 120,1. Deze ontwikkeling zorgt ervoor dat het Nederlandse reisadvies voor heel Duitsland per 3 november zal worden aangepast naar code oranje. Sinds 17 oktober is heel Nederland voor Duitsers al risicogebied.

Door code oranje zijn alleen noodzakelijke reizen naar Duitsland nog toegestaan. Reizigers dienen bij terugkeer 10 dagen in quarantaine te gaan. Vanaf 2 tot en met 30 november zijn bij de oosterburen bovendien beperkende maatregelen van kracht.

Foto: Herbert Reul, minister van Binnenlandse Zaken van Noordrijn-Westfalen (c) Land NRW