Grenspendelaars naar Nederland wonen vaak vlak over de grens

In 2018 werkten ruim 80.000 mensen als werknemer in Nederland terwijl zij woonachtig waren in Duitsland of België. Het grootste deel van deze pendelaars woont in relatief kleine plattelandsgemeenten vlak over de grens. Vanuit Duitsland steken dagelijks bijna 43.000 werknemers de grens over voor hun werk in Nederland, vanuit België bijna 41.000. Vanuit Nederland werkten ruim 9.000 werknemers in Nedersaksen of Noordrijn-Westfalen en 12.000 in Vlaanderen. In Wallonië werkt bijna niemand uit Nederland. Dat blijkt uit de meest recente cijfers die het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) en de statistiekbureaus uit Noordrijn-Westfalen, Nedersaksen en België heeft verzameld.

Het CBS bracht voor het eerst in kaart waar in Duitsland en België de grenspendelaars wonen die in Nederland werken. Ze komen meestal uit kleine gemeenten vlak over de grens. Het grootste aantal pendelaars is te vinden langs de grens met Noord-Brabant en Limburg, Twente en Gelderland. Voor 11 Duitse en Belgische gemeenten geldt dat meer dan 10 procent van de bevolking van 15 jaar of ouder in Nederland werkt. Het betreft hier vaak Nederlanders die net over de grens zijn gaan wonen en in Nederland zijn gaan werken.

Een overzicht van het aandeel inkomende grenspendelaars (c) CBS

Veel grenspendelaars uit Laar, Selfkant en Kranenburg

Aan Duitse zijde speelt grenspendel vooral een prominente rol in Grafschaft Bentheim, grenzend aan Twente, met 6 gemeenten in de top 10. Vooral in de gemeente Laar was het aantal grenspendelaars met 14 procent hoog. En dat geldt ook voor de gemeente Selfkant (Kreis Heinsberg), met eveneens 14 procent. Ook in Kranenburg (Kreis Kleve), vlak over de grens bij Nijmegen, was het aandeel vergelijkbaar.

In de regio Turnhout in Vlaanderen voert Baarle-Hertog met 22 procent grenspendelaars de lijst aan. In de regio Tongeren zijn Voeren (12,5 procent), Lanaken (11,9 procent) en Riemst (8,7 procent) koplopers. In het arrondissement Maaseik is het percentage grenspendelaars in Hamont-Achel (12,1 procent) en Kinrooi (11,3 procent) eveneens aanzienlijk. Ook hier wonen relatief veel inwoners die een baan in Nederland hebben.

Accepteer marketing cookies om deze content te zien.

Veel meer Duitse en Belgische werknemers in Nederland dan andersom

Opvallend is dat het aantal werknemers dat in 2018 in Duitsland of België woonde en in Nederland werkt, flink groter was dan het aantal dat in omgekeerde richting pendelt. In Duitsland steken dagelijks bijna 43.000 inwoners de grens over voor hun werk in Nederland, en bijna 41.000 in België. Omgekeerd werken ruim 9.000 werknemers vanuit Nederland in Nedersaksen of Noordrijn-Westfalen en 12.000 in Vlaanderen. De cijfers zijn terug te vinden in een open dataportal met grensoverschrijdende data: Grensdata.

Top 10 gemeenten met grenspendelaars (c) CBS

Corona: Euregio´s eisen oplossingen voor getroffen grenspendelaars

In een gezamenlijke brief aan de verantwoordelijke ministers in Duitsland, Nederland en België dringen de vijf Euregio’s aan op het vinden van overgangsoplossingen voor grenspendelaars die door de coronacrisis getroffen zijn. Uit de vele vragen die de GrensInfoPunten van de Euregio’s dagelijks binnenkrijgen blijkt dat grenspendelaars vaak geen recht hebben op nationale steunmaatregelen, omdat ze in een ander land werken dan ze wonen. Zo maken ondernemers weinig of geen kans op sociale uitkeringen of andere steun en is er geen recht op arbeidstijdverkorting. Zzp’ers die woonachtig zijn in Duitsland en hun bedrijf in Nederland hebben, ontvangen bijvoorbeeld in beide landen geen tegemoetkoming in de kosten van levensonderhoud.

De Euregio’s dringen daarom bij de drie landen aan op regionale overgangsoplossingen en wijzen erop dat alleen verwijzen naar de wet- en regelgeving van het buurland de getroffenen niet helpt. 

Toekomst van de GrensInfoPunten

Op 18 april 2018 vond in concertgebouw ‘De Vereeniging’ in Nijmegen een symposium plaats over de toekomst van de GrensInfoPunten (GIP). Deze GrensInfoPunten langs de Nederlands-Duitse-Belgische grens adviseren grenspendelaars over wonen, werken en studeren in het buurland. Ze ontvangen tijdelijke subsidies uit de meest uiteenlopende middelen, maar de behoefte aan een structurele financiering groeit.

De voorzitter van de Euregio Rijn-Waal, burgemeester Hubert Bruls van Nijmegen, opende het symposium over verduurzaming van de informatiestructuur voor grensgangers. De organisatie was in handen van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) en de bijeenkomst werd bijgewoond door diverse betrokkenen uit Duitsland, Nederland en Vlaanderen.

Grote behoefte

De GIPs voorzien in een grote behoefte, zo blijkt uit onderzoek van I&O Research in opdracht van het ministerie van SZW. Circa 22.500 grenspendelaars klopten in 2017 voor informatie en persoonlijk advies op maat aan bij een van de informatiepunten langs de grens. In Twente, de Achterhoek en het aangrenzende Münsterland ging het om 5.000 adviescontacten. Inmiddels bestaat er een sluitend netwerk van GIPs langs de hele grens met Duitsland en België.

Pleidooi voor structurele financiering

De verschillende GrensInfoPunten werken intensief samen, maar zijn verder zelfstandig. De laatste jaren is hard gewerkt aan een gezamenlijke website, gezamenlijke backoffices en een betere opbouw van kennis. De kosten per jaar aan Nederlandse zijde bedragen circa 4 miljoen euro. Maar de GIPs worden zeer divers gefinancierd, bijv. door provincies, gemeenten, Kreisen, Länder en ministeries, vaak met subsidie vanuit de Europese Unie. Hierbij gaat het om tijdelijke subsidies. Het GrensInfoPunt bij de Euregio in Glanerbrug wordt nog tot begin 2019 gefinancierd met behulp van INTERREG-gelden, daarna is de financiering onzeker. De informatiepunten pleiten al jaren voor een structurele financiering door de Nederlandse en Duitse overheid.

Financiële toezeggingen

De uitkomst van het symposium in de Vereeniging is klip en klaar: binnen zes tot acht weken moet er een concreet voorstel op tafel liggen over de financiering van de GIPs. Verschillende partijen deden toezeggingen om geld op tafel te leggen, waaronder het ministerie van SZW. “Werken over de grens is maatwerk, dat is de ervaring van de afgelopen jaren”, aldus wethouder Patrick Welman van de Gemeente Enschede in dagblad Tubantia. “De gevolgen kunnen van persoon tot persoon verschillen. Daarom heb je mensen nodig die gespecialiseerd zijn in regeltjes, voorschriften en wetgeving. Het GIP is echt onmisbaar voor de grensoverschrijdende arbeidsmarkt.”

Foto: Voorzitter van de Euregio Rijn-Waal en burgemeester van Nijmegen, Hubert Bruls, opent het symposium “Toekomst van de Gren(s/z)info” in de Vereeniging in Nijmegen. Bron: Bureau voor Duitse Zaken (BDZ).