“Nederlanders en Duitsers vormen een winning team wanneer culturele sterktes met elkaar verbonden worden”

Grensoverschrijdende samenwerking is booming in de Achterhoek. Daar werd in 2016 namelijk Grenzhoppers opgericht, een netwerk waarin maar liefst 360 Nederlandse en Duitse gemeenten, organisaties en ondernemers zich samen sterk maken voor samenwerking met de buren. Wat zijn belangrijke thema’s? En wat willen de Grenzhoppers precies bereiken? Nicky Eppich, coördinator van de Grenzhoppers en Adviseur Public Affairs & Internationaal bij gemeente Winterswijk, vertelt er meer over.

Mevrouw Eppich, kunt u kort eens uitleggen wat Grenzhoppers precies is? Wie mag zich erbij aansluiten? En wat wordt er zoal georganiseerd?

“Grenzhoppers is vanuit de gemeenten Aalten, Winterswijk en Oost Gelre bottom-up opgericht. Het is een vrijwillig netwerk waar mensen die grensoverschrijdend samen willen werken, elkaar kunnen ontmoeten. Het Grenzhoppers-netwerk bestaat uit gemeenten, (culturele) organisaties, burgers en ondernemersverenigingen. Iedereen is welkom. We hebben inmiddels ook leden vanuit andere streken, zoals Limburg, Overijssel en Drenthe. Zij haken aan om te ontdekken hoe we het netwerk hebben opgezet en om samen te werken.”

“Binnen het netwerk wordt er binnen vier themagebieden – toerisme, economie/arbeidsmarkt, cultuur & onderwijs en sport & gezondheid – gewerkt aan de realisatie van concrete projectideeën ten behoeve van de Nederlands-Duitse samenwerking in de Regio Achterhoek en de Kreis Borken. Elke 6-8 weken organiseren we per onderwerp een werkgroepbijeenkomst. Daarnaast vindt er elk jaar een plenaire netwerkbijeenkomst voor alle Grenzhoppers plaats en is er een cross border-meeting voor onze ondernemers. Daarbij nodigen we ook de politiek uit.”

Waarom werd Grenzhoppers opgericht? Wat wil het netwerk precies bereiken?

“Langs de grenzen van ons land wordt natuurlijk al jaren grensoverschrijdend samengewerkt, maar dat gebeurt altijd ad hoc. Muziekverenigingen die elkaar weten te vinden, een grensoverschrijdend voetbaltoernooi, een Internationale vrouwendag: het gaat of ging vaak in golfbewegingen. Vaak wist men elkaar niet te vinden of waren mensen niet op de hoogte van het bestaan van vergelijkbare initiatieven in het buurland. Daardoor is het wiel heel vaak opnieuw uitgevonden.”

“De Grenzhoppers zijn dan ook opgericht om een strategische, duurzame en toekomstgeoriënteerde grensoverschrijdende samenwerking te realiseren – en dat in een stevige, creatieve en innovatieve regio. Met andere woorden: elkaar ontmoeten, kennis uitwisselen en praktische grensoverschrijdende projecten realiseren. Je merkt dat hoe vaker je elkaar ziet, hoe beter het contact wordt. Dat zie je bijvoorbeeld ook bij de burgemeesters die elkaar nu regelmatig ontmoeten. Ze pakken makkelijker de telefoon om een collega-burgemeester uit het andere land op te bellen als ze een vraag hebben. Binnen het netwerk spreekt iedereen overigens zijn eigen taal, zoals we dat hier in de EUREGIO eigenlijk altijd doen, en dat gaat prima.”

Wat zijn belangrijke thema’s voor Grenzhoppers?

De thema’s die we in de werkgroepen gedefinieerd hebben, zijn van groot belang. Daarnaast is uit onderzoek gebleken dat er twee aspecten zijn die voor ondernemers een belemmering vormen bij het grensoverschrijdende samenwerken: taal en cultuur. Om ondernemers te helpen bij het grensoverschrijdend zakendoen, hebben we de Grenzhoppers Business School opgezet. Hier organiseren we taal- en cultuurworkshops. Daarnaast worden er korte cursussen gegeven op het gebied van Duits-Nederlandse zakelijke communicatie of juridische grensoverschrijdende vraagstukken.”

“Laatst hebben we bijvoorbeeld een cursus Duits voor winkelpersoneel gegeven. Hier werd zeer positief op gereageerd: de cursus was binnen twee dagen volgeboekt. Verder proberen wij de grensstreek wat dichter bij Den Haag te brengen. We nodigen regelmatig Kamerleden uit om een dagje mee te lopen, om ze zo de mogelijkheid te geven de belemmeringen en uitdagingen in de praktijk mee te maken.”

Hoe gaat het nu met de grensoverschrijdende samenwerking in de Achterhoek?

De grensoverschrijdende samenwerking in het algemeen heeft in de afgelopen jaren een enorme vlucht genomen. Dat heeft te maken met mensen die binnen het Grenzhoppers-netwerk actief zijn, met de collega’s van de EUREGIO die met de Grenzhoppers samen de krachten bundelen, met de collega’s van Grenspost Düsseldorf, maar ook met de bestuurders die in de grensstreek op het gebied van grensoverschrijdende samenwerking het voortouw nemen. In de Achterhoek is dat bijvoorbeeld de burgemeester van Winterswijk, Joris Bengevoord. In Kreis Borken hebben we Dr. Christoph Holtwisch, burgemeester van Vreden. Dat zijn netwerkers, ambassadeurs op het gebied van grensoverschrijdende samenwerking. Zij kunnen anderen enthousiasmeren en grensoverschrijdende projecten naar een hoger niveau brengen. En inmiddels weet ook minister Raymond Knops van het bestaan van de Grenzhoppers. Hij heeft aangegeven volgend jaar een dagje stage te willen lopen bij het netwerk.”

Wat zijn volgens u belangrijke voorwaarden voor een goede samenwerking tussen Nederland en Duitsland?

“Vertrouwen, geduld en begrip voor elkaars verschillen. Hoe langer je samenwerkt, hoe beter je de verschillen tussen de landen begrijpt. Op een gegeven moment begrijp je de reactie van je Duitse of Nederlandse collega tijdens een vergadering veel beter, en verandert irritatie in begrip voor elkaar. Hiërarchieën bestaan in Duitsland bijvoorbeeld sterker dan in Nederland, zeker als je werkt met collega’s van overheden. Beslissingen die je als Nederlandse ambtenaar meestal snel kunt nemen hebben in Duitsland vaak meer tijd nodig, omdat meerdere leidinggevenden iets moeten vinden van het proces of het onderwerp. Dat kan vertragend werken.”

Wat waardeert u als Duitse aan de Nederlanders? En wat kunnen Nederlanders volgens u van Duitsers leren?

“Ik heb inmiddels twee nationaliteiten en woon al 26 jaar in Nederland, waardoor ik soms niet meer weet of ik me meer Duits of Nederlands voel. De verschillen tussen de landen vervagen voor mij steeds meer. Ik denk wel dat Duitsers iets kunnen leren van de pragmatische aanpak die Nederlanders vaak hanteren. “We zien wel waar het schip strandt”, in plaats van alles tot in detail te willen uitzoeken voordat ze beginnen. Een voordeel van de gestructureerde aanpak van de Duitsers is echter wel dat ze efficiënter vergaderen en dat hun vergaderingen vaak dus korter zijn.”

“Nederlandse collega’s gaan heel vriendschappelijk met elkaar om: ze tutoyeren elkaar en vertellen wat ze in het weekend hebben gedaan. Duitsers waarderen dat. Nederlanders kunnen daarentegen leren van de respectvolle manier waarop Duitsers met elkaar omgaan: niet meteen erop los bulderen, maar elkaar terughoudend en met respect leren kennen. Ik denk daarom dat als je iets op een Nederlands-Duitse manier aanpakt en de culturele verschillen en sterktes met elkaar verbindt, je een winning team vormt.”

Wat vindt u persoonlijk het leukste aspect van grensoverschrijdende samenwerking?

“Er zit veel energie in grensoverschrijdende samenwerking. Dat vind ik steeds weer verbazingwekkend mooi! Mensen zijn jaren, soms hun leven lang bezig om de grensstreek nog mooier te maken. Dat je zo veel verschillende mensen leert kennen en dat je steeds weer voor nieuwe uitdagingen staat, dat je kleine en soms grotere successen boekt waardoor grensbelemmeringen steeds wat vervagen – ook dat vind ik mooi.”

“We moeten ophouden kwaad te spreken over Europa“

(c) Land NRW/R. Sondermann

Sinds 2017 is dr. Stephan Holthoff-Pförtner minister van Europese Zaken van Noordrijn-Westfalen. Met de verkiezingen voor het Europese Parlement achter de rug stelde Grenspost Düsseldorf hem enkele vragen.

Meneer Holthoff-Pförtner, de vier provincies Limburg, Overijssel, Gelderland en Zuid-Holland hebben sinds een paar jaar elk een ‘Deutschlandbeauftragte(r)’ in Düsseldorf. Wat vindt u van dit engagement van de grensprovincies?

“Dat is natuurlijk fantastisch. Hiermee wordt de politieke uitwisseling tussen Nederland en Noordrijn-Westfalen versterkt. Alles wat bijdraagt aan een groter begrip voor elkaar, aan een betere omgang met elkaar, is van groot belang voor Noordrijn-Westfalen. Het is essentieel om hindernissen grensoverschrijdend af te bouwen.”

Op 9 mei – de Dag van Europa – vond in Venlo de Grenslandconferentie plaats. Welke betekenis had deze conferentie voor de samenwerking tussen Nederland en Noordrijn-Westfalen?

“De Grenslandconferentie maakt de cirkel rond. We hebben op het gebied van grensoverschrijdende samenwerking tussen Nederland en Noordrijn-Westfalen namelijk drie netwerken. Ten eerste is dat het 3+3-overleg – een overleg tussen drie Duitse Regierungspräsidentinnen (Düsseldorf, Keulen en Münster) en drie Commissarissen van de Koning (Limburg, Gelderland en Overijssel). Daarnaast hebben we de gesprekken tussen onze regeringen, en nu dus ook de Grenslandconferentie. Van deze drie netwerken is de Grenslandconferentie het meest open: iedereen kan ideeën aandragen en deelnemen aan gesprekken. We luisteren naar alle voorstellen en pakken obstakels één voor één aan.”

U bent nu twee jaar minister van Europese Zaken van Noordrijn-Westfalen. Welke Europese thema’s gaan u persoonlijk aan het hart?

“Dat zijn ten eerste de onderwerpen die nu onder een vergrootglas liggen: open grenzen en veiligheid. Die thema’s kun je niet los van elkaar zien. Ze zijn essentieel voor de vrijheden die we koesteren. We mogen niet denken dat het principe van open grenzen onverwoestbaar is. Kijk alleen al naar wat er in Joegoslavië is gebeurd. Buren die jarenlang vreedzaam naast elkaar hadden geleefd, schoten ineens op elkaar.

De rechtsstaat is van fundamenteel belang voor Europa en daarom vind ik ook thema’s die daarmee te maken hebben zeer belangrijk. Denk bijvoorbeeld aan de vrijheid van meningsuiting, de persvrijheid en de burgermaatschappij. Die thema’s gaan me echt aan het hart.”

Voor velen was Europa altijd vanzelfsprekend. Dat is tegenwoordig niet meer zo: deze vanzelfsprekendheid verdwijnt steeds meer. Hoe ziet u dat?

“Dat is inderdaad helaas zo. We moeten ons afvragen waarom dat zo is. Wat hebben we sinds de Val van de Muur en het verdwijnen van het IJzeren Gordijn fout gedaan? Hebben we verkeerde signalen gegeven? Als Europese Unie kunnen lidstaten als gelijken in gesprek gaan met de Verenigde Staten, China en Rusland. Afzonderlijk kunnen ze dat niet. Het probleem is dat dit niet ter discussie gesteld wordt, we denken allemaal dat het wel goed komt. Maar dat is niet het geval – kijk maar naar de Brexit. Daarom is het ook zo belangrijk om te gaan stemmen. In Groot-Brittannië lieten jonge mensen het massaal afweten tijdens het referendum over het lidmaatschap van de Europese Unie. Zij zijn nu degenen die de gevolgen het hardst gaan merken. Wanneer je echter een duidelijk beeld hebt van de samenleving waarin je wilt leven, moet je ook gaan stemmen om daar invloed op uit te kunnen oefenen.”

Hoe kan men in de huidige tijd het belang van Europa aan degenen die eraan twijfelen of ertegen zijn, uitleggen?

“Als eerste moeten we ophouden kwaad te spreken over Europa. Wanneer iets in de openbaarheid bekritiseerd wordt, neigen veel landen ernaar om te zeggen: dat was ‘Brussel’. Een goed voorbeeld hiervan is de Algemene Verordening Gegevensbescherming, die in mei 2018 in heel Europa ingevoerd werd. Alle regeringen van de lidstaten van de Europese Unie hebben na een jarenlang proces uiteindelijk afzonderlijk ingestemd met de wet. Nadat de wet ook door het Europese Parlement goedgekeurd was, was het aan de landen om de wet in te voeren. En ineens had ‘Brussel’ het gedaan. We moeten niet verbaasd zijn dat de opinie over de Europese Unie vaak negatief is, wanneer we de Europese Unie regelmatig de schuld in de schoenen schuiven. We zouden de successen van de Europese Unie veel meer moeten benoemen – die worden vaak onderschat. We hebben al zo veel bereikt.”

Hoe zal de samenwerking tussen Noordrijn-Westfalen en Nederland zich ontwikkelen, denkt u? Waar ziet u uitdagingen in deze samenwerking?

“De ontwikkeling van de samenwerking met Nederland valt of staat met de mensen met wie wij samenwerken. Daarmee hadden we het nu niet beter kunnen treffen. Op veel gebieden denken de Nederlanders hetzelfde als wij, we streven dezelfde doelen na. Wanneer dat niet zo zou zijn, zou de samenwerking veel lastiger zijn. De uitdagingen voor deze samenwerking hangen hier sterk mee samen: doordat veel mensen met wie wij nu samenwerken Europagezind zijn, kunnen we veel bereiken. Dat kan veranderen wanneer hun opvolgers dat in mindere mate zijn.”

Foto: Land NRW / R. Sondermann

Koningsdagreceptie 2019: Nederland en Noordrijn-Westfalen zijn “ziemlich beste Freunde”

V.l.n.r. Gedeputeerde Ger Koopmans van de Provincie Limburg, Hans van den Heuvel, waarnemend consul-generaal in Dusseldorf, John Berends, commissaris van de Koning in de Provincie Gelderland, Stephan Holthoff-Pförtner , minister van Europese Zaken van NRW, Jaap Smit, commissaris van de Koning in de Provincie Zuid-Holland, Andries Heidema, commissaris van de Koning in de Provincie Overijssel, consul-generaal van de Verenigde Staten, Fiona Evans

Op uitnodiging van waarnemend consul-generaal Hans van den Heuvel bezochten talrijke Nederlandse en Duitse gasten op maandag 29 april de Koningsdagreceptie in het Van der Valk Airporthotel in Düsseldorf.

Van den Heuvel startte met een lofzang op de nauwe banden tussen Nederland en Duitsland. “Deze worden gekenmerkt door een hoge mate aan vertrouwen en wederzijds respect. Nederland en Noordrijn-Westfalen zijn tegenwoordig ‘ziemliche beste Freunde’”, aldus Van den Heuvel. Hij keek terug op de geslaagde regeringsdialoog in november 2018, waar minister-president Mark Rutte en minister-president van Noordrijn-Westfalen Armin Laschet over diverse grensoverschrijdende thema’s spraken. “Nederland en Noordrijn-Westfalen zijn een lichtend voorbeeld van hoe grensoverschrijdende samenwerking in Europa er in de praktijk uit kan zien.”

Minister van Europese Zaken van de deelstaat Noordrijn-Westfalen, dr. Stephan Holthoff-Pförtner, liet aan de hand van enkele statistieken over grensarbeiders zien hoe normaal het voor Nederlanders, Duitsers en andere Europeanen geworden is om de grens over te steken. “Deze cijfers laten zien hoe vanzelfsprekend het voor veel mensen is om aan de andere kant van de grens te wonen en te werken, en hoe weinig invloed de grens op ons dagelijkse leven heeft. En dat moet zo blijven”, aldus Holthoff-Pförtner. Hij pleitte ervoor deze grens nog verder te laten verdwijnen: “De regeringen van Noordrijn-Westfalen en Nederland spannen zich in om deze grens steeds minder zichtbaar te maken. Dat geldt niet alleen voor de fysieke grens, maar ook voor de grens in ons hoofd en in ons hart. De samenwerking tussen Noordrijn-Westfalen en Nederland is vaak beter dan die tussen Noordrijn-Westfalen en menig Duitse deelstaat.”

Ook Andries Heidema, Commissaris van de Koning in Overijssel, sprak over de serieuze, duurzame samenwerking tussen Nederland en Noordrijn-Westfalen. “Deze samenwerking willen we inhoudelijk verder ontwikkelen, bijvoorbeeld op het gebied van circulaire economie en energie”, aldus Heidema. Met het oog op de naderende Brexit benadrukte hij dat de grensregio’s laten zien hoe Europa door grensoverschrijdende samenwerking juist beter en sterker wordt. Daarbij is ook een rol voor de provincies weggelegd: “Ik hoop dat dat de nieuwe Provinciale Staten wederom veel aandacht voor grensoverschrijdende samenwerking zullen hebben, en kijk net als dr. Stephan Holthoff-Pförtner uit naar de allereerste Grenzlandkonferenz, die op 9 mei in Venlo plaatsvindt”, sloot Heidema af.

Foto’s: (c) Consulaat-generaal Düsseldorf, Peter Schaffrath/Caroline Prang.

Personen v.l.n.r op de grote foto:

Gedeputeerde Ger Koopmans van de Provincie Limburg, Hans van den Heuvel, waarnemend consul-generaal in Dusseldorf, John Berends, commissaris van de Koning in de Provincie Gelderland, Stephan Holthoff-Pförtner , minister van Europese Zaken van NRW, Jaap Smit, commissaris van de Koning in de Provincie Zuid-Holland, Andries Heidema, commissaris van de Koning in de Provincie Overijssel, Fiona Evans, consul-generaal van de Verenigde Staten.

Noordrijn-Westfalen en Benelux-landen intensiveren samenwerking

De minister-president van Noordrijn-Westfalen, Armin Laschet, heeft samen met minister-president Mark Rutte, de Belgische premier Charles Michel en de Luxemburgse premier Xavier Bettel op dinsdag 2 april de ‘Politieke verklaring tot samenwerking’ tussen de Benelux-landen en Noordrijn-Westfalen vernieuwd. In 2019, ruim tien jaar na de eerste politieke verklaring over samenwerking, halen de landen de banden dus verder aan. Luxemburg is momenteel voorzitter van de Benelux Unie.

Minister-president Armin Laschet: “Noordrijn-Westfalen wil meer Europa. Daarom is het voor ons erg belangrijk om de betrekkingen met onze Europese buren verder te intensiveren. Noordrijn-Westfalen en de Benelux-landen vormen samen een uniek Europees economisch en cultureel leefgebied waar meer dan 45 miljoen mensen op een oppervlakte van 100.000 vierkante kilometer wonen en waar het bruto binnenlands product bijna 1,8 biljoen euro per jaar bedraagt. We willen dit verhogen, onze competenties bundelen en de nauwe samenwerking nog succesvoller maken. De politieke verklaring die wij samen met Nederland, België en Luxemburg ondertekenen, is voor ons van groot belang. Grensoverschrijdende samenwerking is een antwoord op de concrete behoeften van de lokale bevolking en een krachtig signaal tegen populisme en nationalisme, een tegengeluid voor ‘Mijn land eerst’. We willen juist nu het gevoel van saamhorigheid in onze gemeenschappelijke regio versterken en op die manier Europa tastbaar maken in het dagelijks leven en zijn concrete voordelen laten zien.”

De hernieuwde politieke verklaring tussen Noordrijn-Westfalen en de Benelux-landen omvat nauwere samenwerking op het gebied van interne veiligheid, energie, de chemische industrie, de arbeidsmarkt en arbeidsmobiliteit, vervoer, transport, logistiek, crisismanagement en rampenbestrijding, klimaatverandering en digitalisering. In tegenstelling tot de verklaring van 2008 zijn er nu expliciete themavelden benoemd waar grensoverschrijdende samenwerking uitdrukkelijk gewenst is om gezamenlijke oplossingen te vinden voor actuele problemen en vraagstukken.

Bijvoorbeeld op het gebied van interne veiligheid willen de autoriteiten hun samenwerking intensiveren en gemeenschappelijke onderzoeksteams formeren. Vooral de uitwisseling bij de bestrijding van de dagelijkse criminaliteit, de georganiseerde misdaad en de gevaren van het internationale terrorisme moet worden verbeterd.

Op het gebied van energie moet de grensoverschrijdende uitbreiding van het energienetwerk worden versneld, waardoor een betere energievoorziening mogelijk wordt. Op het gebied van vervoer willen de deelnemende landen een duurzaam infranetwerk voor de hele regio ontwikkelen.

Op 9 december 2008 ondertekenden de toenmalige regeringsleiders – de Belgische premier Yves Leterme, de Nederlandse minister-president Jan Peter Balkenende, de Luxemburgse premier Jean-Claude Juncker en de Luxemburgse minister-president Jürgen Rüttgers – in Bonn de gezamenlijke ‘Politieke verklaring tot samenwerking’, waarmee het startsein werd gegeven voor een intensievere samenwerking in de vorm van een geprivilegieerd partnerschap tussen Noordrijn-Westfalen en de Benelux Unie.

Op initiatief van de deelstaatregering van Noordrijn-Westfalen, onder leiding van premier Armin Laschet, werd de politieke verklaring over de gezamenlijke samenwerking nu vernieuwd om het partnerschap een nieuwe dynamiek te geven, extra accenten te leggen en de betrekkingen met de partners structureel te ontwikkelen en flink te verdiepen en uit te breiden.

Achtergrond

Benelux Unie

Het Benelux-Verdrag van 1958 tussen Nederland, België en Luxemburg bevatte tal van maatregelen om de economische en politieke integratie van de drie landen te bevorderen. De Benelux-landen willen als een geheel meer invloed uitoefenen op de gemeenschappelijk markt. De plechtigheid ter gelegenheid van het 60-jarig bestaan van de Benelux-Unie vond plaats op 5 juni 2018 in Brussel, in aanwezigheid van minister-president Armin Laschet.

Benelux-jaar

De samenwerkingsovereenkomst tussen Noordrijn-Westfalen en de Benelux Unie bestaat inmiddels tien jaar. De deelstaatregering van Noordrijn-Westfalen heeft dit jubileum als aanleiding genomen om 2019 uit te roepen tot het eerste Beneluxjaar.NRW in de geschiedenis van Noordrijn-Westfalen.

Het hele jaar door wil de deelstaatregering de inwoners van Noordrijn-Westfalen nader in contact brengen met de buurlanden. In het kader hiervan zullen een fotowedstrijd en een burgerparticipatieproces deel uitmaken van de toekomst van de Benelux-samenwerking. Daarnaast zullen er enkele culturele accenten worden gelegd.

Foto: Land NRW – Mark Hermenau.

“Cruciaal om over de landsgrenzen heen samen te werken”

Sinds kort heeft de provincie Zuid-Holland – net als de provincies Limburg, Gelderland en Overijssel – een Deutschlandbeauftragter op het Nederlandse consulaat-generaal in Düsseldorf. Zuid-Holland werkt daarvoor samen met Gelderland: de Deutschlandbeauftragter voor Gelderland, Doede Sijtsma, behartigt nu een dag in de week ook de belangen van Zuid-Holland in Düsseldorf. Floor Vermeulen, Gedeputeerde Verkeer en Vervoer voor de Provincie Zuid-Holland, beantwoordt enkele vragen van Grenspost Düsseldorf.

Waarom is samenwerking met Duitsland belangrijk voor de provincie Zuid-Holland?

Vanwege een gedeeld eigen belang. Voor de haven van Rotterdam is het bijvoorbeeld cruciaal om over de landsgrenzen heen samen te werken, zodat we het transport over weg, spoor en water kunnen verbeteren. Samen met Noordrijn-Westfalen en vier andere Nederlandse provincies werken we daaraan.

Bovendien vormen de Lage Landen samen met Noordrijn-Westfalen de Eurodelta, die bestaat uit de drie stedelijke regio’s in Vlaanderen, Noordrijn-Westfalen en de Randstad. Dit gebied heeft zo’n 40 miljoen inwoners. Over het belang van samenwerking in dit gebied zei Commissaris van de Koning van Zuid-Holland Jaap Smit: “Vanuit het perspectief van andere belangrijke logistieke regio’s in de wereld, zoals Amerika of Azië, is onze Eurodelta één gebied.” Het is onze ambitie om de economische groei in de Eurodelta te bestendigen voor echte banen en echte mensen in de nabije toekomst. Daar moeten we nu op inzetten.

Waar ziet u de voordelen van samenwerking met de grensprovincies richting Duitsland?

Gelderland, Limburg, Noord-Brabant en Overijssel hebben al langere tijd goede contacten met de deelstaatregering in Düsseldorf. Door de Brexit wordt Zuid-Holland ook een grensprovincie binnen Europa, dus wij kunnen op dat vlak veel van de grensprovincies leren.

Tegelijkertijd voegen wij voor de (verduurzaming van de) corridors ons netwerk en kennis toe, zodat de Werkagenda voor mobiliteit en verkeer op alle gebieden tot concrete acties leidt.

Welke concrete thema’s zijn voor Zuid-Holland belangrijk in de samenwerking met Duitsland?

Digitalisering, de energietransitie en demografische ontwikkelingen vragen om het inslaan van nieuwe wegen. Het moet slimmer, schoner en sterker. Grenzen mogen daarbij geen rol meer spelen. Noordrijn-Westfalen heeft een stevige doelstelling geformuleerd ten aanzien van de verbetering van de samenwerking met haar westelijke buurlanden. De agenda’s van bestuurlijk en ambtelijk Nederland en Noordrijn-Westfalen worden daardoor nu al beter op elkaar afgestemd.

Om de Eurodelta een concurrerende regio te laten blijven, moeten we ervoor zorgen dat de modaliteiten naadloos op elkaar aansluiten. De netwerken moeten voldoende robuust zijn en vooroplopen in slimme en schone technieken. Dat kan alleen als we intensiever samenwerken, zeker ook over landsgrenzen heen.

Aangezien Noordrijn-Westfalen de belangrijkste handelspartner van Nederland is, is verdere samenwerking tussen Zuid-Holland en het Ruhrgebied op het gebied van logistiek en transport interessant. De efficiëntie in de binnenvaart kan verder verhoogd worden – denk bijvoorbeeld aan papierloos varen en data die grensoverschrijdend gedeeld worden. Ook streven we ernaar om meer treinen tussen Nederland en Noordrijn-Westfalen te laten rijden, voor goederen én mensen, en liggen er kansen voor samenwerking op het gebied van energie en bio-economie.

Wat gaat goed, en op welke punten is er nog terrein te winnen?

Veel gaat al goed. Zuid-Holland werkt met Noordrijn-Westfalen samen binnen een aantal Europese netwerken: AIR (luchtkwaliteit), Vanguard (economie) en Clean Inland Shipping. In het laatstgenoemde project worden bijvoorbeeld emissie-reducerende technologieën en alternatieve brandstoffen voor de binnenvaart in de praktijk getest.

Op het gebied van de binnenvaart zijn er daarnaast nog andere lopende projecten met Noordrijn-Westfalen. Door de groei van de bevolking en de opkomst van e-commerce groeit de vraag naar producten en dus transport. Daarom zijn er investeringen nodig in smart shipping en moet de bestaande infrastructuur zo goed mogelijk worden benut. InnovationQuarter, de regionale investeringsmaatschappij van Zuid-Holland, is daarom gestart met een blockchain-pilot in de binnenvaart van Rotterdam naar Duisburg. In deze pilot streven zes samenwerkende partijen naar één digitaal platform, waarin alle documenten voor transport in de binnenvaart veilig worden weggezet.

U was op 25 februari in Zwolle aanwezig bij het Mobiliteitsoverleg tussen een aantal Nederlandse provincies en het Ministerium für Verkehr van Noordrijn-Westfalen. Wat zijn uw eerste ervaringen in deze samenwerking?

Het is heel goed dat Hendrik Wüst als minister van Verkeer van Noordrijn-Westfalen heeft uitgesproken wat zijn ambities betreffende de samenwerking met Nederland en Vlaanderen zijn. De Rotterdamse haven is immers de belangrijkste zeehaven van NRW, dus is het logisch om op het gebied van mobiliteit en ook economie gezamenlijk de handschoen op te pakken. Ik waardeer zijn uitnodiging daarvoor zeer, en wil die namens Zuid-Holland graag vanaf nu concreet ter hand nemen.

Welke afspraken zijn er gemaakt in dit mobiliteitsoverleg?

We waren bij elkaar om de Werkagenda voor mobiliteit en verkeer te ondertekenen. Nu is het tijd om met de uitvoering hiervan aan de slag te gaan.

Hebt u al kennis gemaakt met Nederlands-Duitse cultuurverschillen en, indien ja, welke?

Cultuurverschillen zijn er overal, maar de ambitie om de corridor te verbeteren voert de boventoon. Deze energie in het netwerk zullen we met elkaar vast moeten houden de komende jaren. Met de concrete afspraken die op tafel liggen moet dat lukken.

Hoe is het gesteld met uw kennis van de Duitse taal?

Ik heb eindexamen Duits gedaan op het gymnasium, en door mijn opleiding en internationale ervaring van de laatste jaren is mijn Duits gelukkig goed. Desalniettemin voer ik echt ingewikkelde discussies liever in het Engels.

Foto:
Bron: Provincie Zuid-Holland.

Succesvolle eerste vergadering van 2019 voor Comité van Toezicht INTERREG Deutschland-Nederland

Op 8 maart vond de eerste vergadering van 2019 van het Comité van Toezicht van het INTERREG-programma Deutschland-Nederland plaats. Aanwezig waren vertegenwoordigers van de Nederlandse provincies, de Euregio’s, het ministerie van Economische Zaken, Innovatie, Digitalisering en Energie van Nordrhein-Westfalen, de Bezirksregierung Düsseldorf, de Bezirksregierung Münster en de Europese Commissie. De vergadering vond plaats bij de Bezirksregierung Düsseldorf.

De vice-president van de Bezirksregierung Düsseldorf, Roland Schlapka, heette de aanwezigen van harte welkom. Op de agenda stonden diverse onderwerpen, waaronder de stand van zaken van het INTERREG-programma. Over het geheel genomen kan voor de lopende projecten een positieve balans worden opgemaakt. Extra aandacht werd besteed aan de tussentijdse meting van de resultaatindicator ‘Perceptie van de Duits-Nederlandse grens als barrière’. Ook het voorbereidingsproces, inclusief de inhoud van de stakeholderconferenties, kwam aan bod.

Daarnaast werden er twee INTERREG-projecten gepresenteerd. ‘Healthy Building Network: Business cases for healthy buildings’ speelt in op de groeiende bewustwording en belangstelling voor gezondheid en de effecten ervan op mensen in gebouwen. Het doel is om circulair te werken, waarbij een efficiënt gebruik van grondstoffen er uiteindelijk voor zorgt dat geen afval geproduceerd wordt. Modern bouwen spaart grondstoffen, is ecologisch verantwoord en creëert een gezond binnenklimaat. De bouwmethode moet daarom mens- en milieuvriendelijk zijn. Dit leidt tot een stijging van de productiviteit en een afname van het ziekteverzuim. Tot eind 2021 moeten er nog meer ‘gezonde’ gebouwen worden gebouwd.

Vervolgens presenteerde RF-Frontend GmbH als lead partner het project ‘Heavy Duty 4.0’. Hier gaat het om de ontwikkeling van intelligente asynchrone elektromotoren voor kranen met extreem hoge hijscapaciteiten. Het project is in juli 2018 van start gegaan en zal naar verwachting eind juni 2021 worden afgerond. Het doel is om een intelligentere motor te ontwikkelen die op komst zijnde problemen kan herkennen – bijvoorbeeld in de lagers van aandrijfassen, doorbranden, onjuiste bediening van toerentallen en draaimomenten en de elektrische verzorging bij overspanning.

Staatssecretaris Knops wil meer grensoverschrijdende kennis in Den Haag

‘Niet grenzen aan de groei, maar groeien aan de grens’. Met dit motto begint staatssecretaris Knops van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties zijn brief over Grensoverschrijdende Samenwerking (GROS) van 20 april jl. Onder meer deze brief werd behandeld tijdens het Algemeen Overleg (AO) Voortgang Grensoverschrijdende Samenwerking dat op 25 april 2018 plaatsvond in de Tweede Kamer. Knops hamerde tijdens dit overleg op de eigen verantwoordelijkheid van de grensregio’s: “Ik kom niet met gestandaardiseerd beleid, de regio’s moeten zelf met initiatieven komen. Dit gaan we niet vanuit Den Haag opleggen”. Hij pleit wel voor meer grensoverschrijdende kennis in Den Haag. Deze kennis wil hij bij gemeenten en provincies ontsluiten en naar Den Haag halen.

Het debat werd van de zijde van de Kamer gevoerd door de Kamerleden Özütok (GL), Den Boer (D66), Middendorp (VVD), Van der Molen (CDA), en Van der Graaf (CU). Zij complimenteerden allen de staatssecretaris met zijn inzet voor de grensregio’s: “De staatssecretaris is nu al vaker in de grensregio’s geweest dan al zijn voorgangers”, aldus Van der Molen (CDA). De Kamerleden lieten overigens niet onvermeld dat ook zij werkbezoeken aan grensregio’s hadden afgelegd (CU-Kamerlid Van der Graaf de week ervoor nog aan het Grens Informatie Punt Enschede/Gronau).

Kamervragen

Elke fractie bracht een aantal hete hangijzers naar voren, zoals het grensoverschrijdende OV (GroenLinks), de grensoverschrijdende ambulancezorg, Interreg en diploma-erkenning (D66), het tekort aan leraren Duits (VVD), veiligheid aan beide zijden van de grens (CDA), onderwijs en de grenseffectentoets (CU). In zijn beantwoording ging Knops eerst in op de vraag hoe hij zijn eigen rol ziet: “Het leuke van deze functie is dat ik andere leden van het kabinet kan overtuigen met goede argumenten. Ik zie veel enthousiasme. Maar ik kan ook hulp bieden bij hardnekkige problemen; wat dat betreft is het handig dat er een bewindspersoon is die daarin geïnteresseerd is en zelf uit een grensregio komt, hoewel dat laatste geen voorwaarde is.”

Pragmatische oplossingen

Knops benadrukte dat de grensregio’s zeer actief zijn in de aanpak van problemen die zij tegenkomen. Hij is groot voorstander van experimenten met pragmatische oplossingen die, als zij in de ene grensregio’s slagen, ook in andere regio’s kunnen worden ingezet. In dit verband noemde hij het voorbeeld van praktijkschool ProNova in Winterswijk, waar leerlingen heel praktijkgerichte Duitse les krijgen: “Winterswijk is een laagdrempelig voorbeeld dat in de hele grensregio gekopieerd kan worden. Het werkt en is succesvol. Als het in Winterswijk kan, waarom zou het dan niet in Enschede of Venlo kunnen?” Ook pleitte hij ervoor om Duitse leraren in te zetten in Nederland. Veel Duitse leraren zitten zonder baan, terwijl er in Nederland een tekort is aan leraren Duits. “Eén en één is twee“, aldus Knops.

Grens Informatie Punten

Over de Kamerbreed geuite wens tot structurele financiering van de GIP’s zei Knops dat hij zich daarvoor hard inzet: “Iedereen wil ermee doorgaan, ik ben in goed overleg met SZW. Ik hoop dat hierover vóór de zomer, of in elk geval zo snel mogelijk, duidelijkheid komt. Ik kan me niet voorstellen, dat we hier niet uitkomen. Het zou een schande zijn als we dit niet kunnen regelen.” De staatssecretaris zegde toe voor de zomer nog met informatie te komen rondom de stand van zaken m.b.t. de financiering van de GIP´s.

Over Interreg zei Knops dat hij daarover deze week nog had gesproken met Eurocommissaris Cretu. Hij benadrukte dat juist de grensregio’s niet vergeten moeten worden in de nieuwe fase.

Grensoverschrijdende ambulancezorg

Op de vraag van Den Boer (D66) over een continuering van de grensoverschrijdende ambulancezorg PrePare zei Knops: “Dit is een mooi initiatief uit de grensregio (Enschede). Het ging in 2015 van start met een Interreg-financiering voor drie jaar. Het is nu aan de partijen in de regio om te kijken hoe ze dit structureel gaan borgen. De verwachting is dat de voordelen zodanig zijn dat je dit in een businesscase zou moeten kunnen wegzetten, waarbij het door de regio kan worden opgepakt.”

Kennis bij de grensregio’s ontsluiten

Tot slot zegde Knops toe dat er na het zomerreces een samenvattende governance reportage komt met uitkomsten van de verkenningen van de CdK´s van de grensprovincies en later dit jaar over alle zaken die betrekking hebben op grensoverschrijdend onderwijs (toelaten van leraren Duits in Nederland, diploma-erkenning, MBO). Eind 2018 moet er een plan van aanpak over flankerend beleid op tafel liggen, onder andere gericht op de beoordeling van grenseffecten. Zijn mantra bleef, tijdens het hele debat: “Ik kom niet met gestandaardiseerd beleid, de regio’s moeten zelf kijken en met initiatieven komen, we gaan het niet vanuit Den Haag opleggen.” Hij wil meer kennis over grensoverschrijdende samenwerking bij gemeenten en provincies ontsluiten, en naar Den Haag halen. “Neem die mensen een dag in de week bij BZK in dienst”, aldus de staatssecretaris. Hij is naar eigen zeggen bezig met de uitwerking van dit plan.

Met dank aan Hans Verbeek, Senior Public Affairs adviseur van de Regio Twente, Provincies Overijssel en Gelderland, voor zijn bijdrage aan dit artikel.

Besturen gaan grensoverschrijdend samenwerken

Werkconferentie in Enschede

“Kenn deine Nachbarn – ken je buren” geven de MONT-steden Münster, Osnabrück en netwerkstad Twente als devies mee aan hun besturen en brengen 20 medewerkers bijeen om samenwerkingen op te zetten. Deze Nederlands-Duitse samenwerking wordt mogelijk gemaakt door een INTERREG-subsidie.

Medewerkers van de gemeentebesturen in Enschede, Hengelo, Almelo, Osnabrück en Münster konden zich inschrijven. Eerst volgden ze een taaltraining en daarna namen ze in Enschede deel aan een werkconferentie. Hier werd ingegaan op culturele verschillen en overeenkomsten en politieke en bestuurlijke structuren.

In een volgende stap lopen de medewerkers een paar dagen mee in een gemeente in het buurland. Medewerkers van het Jobcenter en de afdelingen milieu, cultuur, sport en burgerzaken van de stad Münster nemen een kijkje in Enschede, Hengelo en Almelo. Ze maken hier vooral kennis met bijzonder geslaagde initiatieven. Aan het eind van de meeloopdagen zal blijken op welke vlakken een nauwe samenwerking en gemeenschappelijke projecten tussen de steden zinvol zijn.

3+3-overleg in het Huis der Provincie in Arnhem

Het 3+3-overleg vond plaats in het Huis der Provincie

Twee keer per jaar wordt een overleg georganiseerd met de Commissarissen van de Koning van Limburg, Overijssel en Gelderland met de Regierungspräsidentinnen van Köln, Düsseldorf en Münster. Nadat eind 2017 een overleg in Steyl (Limburg) had plaatsgevonden, is op 24 januari 2018 de voorbereiding van het komende overleg op 11 juni 2018 in het Bezirk Düsseldorf van start gegaan.

Samen sterker

De aanwezigen aan Nederlandse en Duitse kant zijn zeer geïnteresseerd in ontwikkelingen van de grensoverschrijdende samenwerking en ondersteunen waar dat kan ontwikkelingen op dit terrein bij bijvoorbeeld veiligheid, onderwijs, arbeidsmarkt en economie. Ook zetten ze zich in voor de totstandkoming van goed overleg tussen Nederland en Nordrhein-Westfalen.

De bijeenkomst was georganiseerd in het vernieuwde Huis der Provincie in Arnhem. Dat was direct aanleiding om ook de werkplekken van de ambtenaren te bekijken en geïnformeerd te worden over het concept van verregaande digitalisering en flexibele werkplekken waarmee Gelderland werkt. Vooral voor de Duitse ambtenaren was dat nog wel even wennen.

Grote meerwaarde grensoverschrijdende samenwerking euregio

Deelnemers aan de parlamentaire avond

Op 22 januari hebben diverse leden uit de Tweede Kamer, Provinciale Staten en Gedeputeerde Staten Limburg, Landtag Noordrijn-Westfalen, Bundestag en het Europees Parlement met het bestuur en de directie van de euregio rijn-maas-noord gesproken over de voortgang van de grensoverschrijdende samenwerking.

Oberbürgermeister Hans Wilhelm Reiners van Mönchengladbach, tevens voorzitter van het euregionale samenwerkingsverband, trapte de avond af door aan te geven dat in de euregio rijn-maas-noord grote maatschappelijke en economische meerwaarde gegeneerd kan worden door de grensoverschrijdende samenwerking voort te zetten en waar mogelijk te intensiveren. Vanuit de euregio-organisatie kon directeur Andy Dritty met diverse voorbeelden onderbouwen dat er de afgelopen periode grote stappen zijn gezet op het gebied van arbeidsmarkt, innovatie, de samenwerking tussen onderwijsinstellingen, e-mobility en duurzaamheid. Vanuit de praktijk gaven Dr. Sarah Borgloh en Markus Rahn concreet aan in welke mate de Agentur für Arbeit en het UWV er steeds vaker in slagen om werkzoekenden te koppelen aan vacatures aan de andere kant van de grens. Rahn: “Door grensoverschrijdende arbeidsbemiddeling slagen we daarnaast erin een aantal mismatches in verschillende sectoren op te lossen”. Eveneens merkte hij op dat zowel aan Duitse als aan Nederlandse zijde werkzoekenden steeds meer open staan voor een oriëntatie op de arbeidsmarkt aan de andere kant van de grens.

Namens Fontys Hogescholen Venlo gaf directeur Bram ten Kate aan hoe diverse hogescholen in de euregio rijn-maas-noord samenwerken om studenten bewust te maken van de economische en maatschappelijke kansen in de grensregio. Door gericht de samenwerking met het mkb op te zoeken levert deze samenwerking ook “innovationlabs” op die een bijdrage leveren aan de concurrentiekracht van het grensgebied.

Openbaar streekvervoer en politiek belangrijke thema´s

In zijn reactie op de presentaties gaf Europarlementariër Jeroen Lenaers aan dat er vanuit Brussel meer aandacht uitgaat naar de grensgebieden maar dat de volksvertegenwoordigers zelf ook een belangrijke rol op dit gebied hebben: “Wij borderland politici hebben de taak als ambassadeurs voor deze grensregio onze nationale overheden te blijven overtuigen dat er nu en in de toekomst meerwaarde in de grensoverschrijdende samenwerking zit, tenslotte liggen onze hoofdsteden ver weg van dit grensgebied”. Stefan Rouenhoff, lid van de Bundestag, maakte zich vooral sterk voor grensoverschrijdende projecten bijvoorbeeld op het gebied van openbaar vervoer of de samenwerking van politie. Hierdoor wordt, aldus Rouenhoff, een concrete invulling gegeven aan het onderwerp Europa in de grensregio. Jochen Klenner lid van de NRW-Landtag benadrukte in zijn reactie vooral de vele kansen die er ontstaan door meer gelijkluidende ambities in Nederland en Duitsland (Noordrijn-Westfalen). Gedeputeerde Hubert Mackus van de provincie Limburg gaat ervanuit dat er in samenwerking met het ministerie binnenkort vervolgstappen gezet kunnen worden op het gebied van grensoverschrijdend openbaar vervoer. Mackus: “Ik verwacht dat we binnen enkele weken tot intentieovereenkomst komen, die de verbeterde treinverbinding tussen Eindhoven en Düsseldorf wederom een stap dichterbij brengt”.

Conclusie: grensoverschrijdende samenwerking verder uitbouwen

Voorzitter Reiners en vicevoorzitter Scholten kijken terug op een geslaagde avond en zijn graag bereid de samenwerking met de politiek op diverse niveaus te verstevigen.

Bron: euregio rijn-maas-noord