Nieuwe buisleidingen tussen Rotterdamse haven en Duitsland goed voor voordelen

Bedrijvigheid in de haven van Rotterdam

De aanleg van vier nieuwe buisleidingen tussen de haven van Rotterdam, het Zuid-Limburgse chemisch industrieterrein Chemelot en Noordrijn-Westfalen voor het transport van C4-LPG, propeen, waterstof en CO2 levert veel voordelen op. Dat blijkt uit een haalbaarheidsstudie die is verricht in opdracht van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, Havenbedrijf Rotterdam en Chemelot. De initiatiefnemers hebben afgesproken om de uitwerking van de plannen onder de noemer ‘Delta Corridor’ voortvarend op te pakken.

Uit het onderzoek komt naar voren dat het tracé Rotterdam-Moerdijk-Tilburg-Venlo-Chemelot voor de ‘Delta Corridor’ het meest gunstig is. Uit het onderzoek blijkt verder dat de buisleidingenbundel financieel niet haalbaar is voor alleen het Nederlandse deel. Een verlenging van de leidingen naar Noordrijn-Westfalen en Antwerpen zal ervoor zorgen dat de leidingen veel beter benut kunnen worden. Dit is van essentieel belang voor het terugverdienen van de kosten. Het tegelijk aanleggen van de vier leidingen tussen Rotterdam en Chemelot kost ruim 1 miljard euro incl. btw (-/+ 40%. Als de leidingen een voor een worde naangelegd, dan si dat 365 miljoen euro duurder en is de overlast tijdens de aanleg aanzienlijk groter.

De voordelen op een rij

De aanleg van de buisleidingen tussen de Rotterdamse haven en Chemelot in Limburg heeft een aantal voordelen. Ten eerste rijden er minder treinen met gevaarlijke stoffen over de Brabantroute waardoor kansen kunnen gaan ontstaan voor woningbouw langs het spoor. Ten tweede krijgt de industrie op Chemelot er veilige en duurzame verbindingen met andere industrieclusters bij, wat de concurrentiepositie van Chemelot versterkt. Ten derde krijgt de industrie met de leidingen voor waterstof en CO2 mogelijkheden om productieprocessen te verduurzamen. Ook de leidingen voor C4-LPG en propeen dragen bij aan de transitie: C4-LPG is een duurzamer alternatief voor de nu veel gebruikte grondstof nafta, en propeen kan op termijn vervangen worden door bio-propeen. Ten vierde is aanleg van de leidingen belangrijk voor de haven van Rotterdam om zich te ontwikkelen tot duurzame energiehaven. Tot slot ontstaan er voor bedrijven langs de route die een of meerdere van deze 4 stoffen kunnen gebruiken of produceren ‘meekoppelkansen’. Bijvoorbeeld voor de industrie op Moerdijk.

‘Delta Corridor’ cruciaal voor verduurzaming industrie in Chemelot en Noordrijn-Westfalen

“De uitkomsten van het haalbaarheidsonderzoek zijn positief en dus kunnen de plannen verder uitgewerkt worden”, aldus minister Cora van Nieuwenhuizen van Infrastructuur en Waterstaat.  “Dit doen we samen met de provincies, de Rotterdamse haven, het chemiecomplex Chemelot maar ook met Duitsland en België. Het plan draagt bij aan een veilige manier van transport. Ondergronds, dus ook de bereikbaarheid is hierbij gebaat.”

Allard Castelein, CEO van Havenbedrijf Rotterdam, onderstreept het belang van het project: “Voor de Rotterdamse haven is het project ‘Delta Corridor’ cruciaal om de industrie in Chemelot en Noordrijn-Westfalen te helpen verduurzamen en daarmee als haven een centrale rol te blijven spelen in het energiesysteem van de toekomst. Dat is belangrijk voor de werkgelegenheid en de welvaart die de Rotterdamse haven creëert. De haven die als eerste met pijpleidingen voor waterstof en CO2 verbonden is met de industrie in het binnenland heeft een voorsprong op concurrerende havens in Noordwest-Europa.”

Ook gedeputeerde Floor Vermeulen van de Provincie Zuid-Holland sluit zich hierbij aan: “De provincie wil bijdragen aan een modal-shift, waarbij meer goederen worden vervoerd via water, spoor en dus ook via buisleidingen. Zo vergroten we de transportveiligheid en verminderen we de overlast. Er is al een grote leidingstraat tussen Rotterdam en Antwerpen en op basis van dit onderzoek kunnen we ook nieuwe buisleidingen naar Duitsland aanleggen. Zo zorgen we ervoor dat Zuid-Holland de poort blijft van Europa ook voor het transport van nieuwe energie zoals waterstof.”

Meer informatie is te vinden in de samenvatting van de haalbaarheidsstudie . Het volledige rapport en andere stukken zijn in te zien op de website van het ministerie.

“Cruciaal om over de landsgrenzen heen samen te werken”

Sinds kort heeft de provincie Zuid-Holland – net als de provincies Limburg, Gelderland en Overijssel – een Deutschlandbeauftragter op het Nederlandse consulaat-generaal in Düsseldorf. Zuid-Holland werkt daarvoor samen met Gelderland: de Deutschlandbeauftragter voor Gelderland, Doede Sijtsma, behartigt nu een dag in de week ook de belangen van Zuid-Holland in Düsseldorf. Floor Vermeulen, Gedeputeerde Verkeer en Vervoer voor de Provincie Zuid-Holland, beantwoordt enkele vragen van Grenspost Düsseldorf.

Waarom is samenwerking met Duitsland belangrijk voor de provincie Zuid-Holland?

Vanwege een gedeeld eigen belang. Voor de haven van Rotterdam is het bijvoorbeeld cruciaal om over de landsgrenzen heen samen te werken, zodat we het transport over weg, spoor en water kunnen verbeteren. Samen met Noordrijn-Westfalen en vier andere Nederlandse provincies werken we daaraan.

Bovendien vormen de Lage Landen samen met Noordrijn-Westfalen de Eurodelta, die bestaat uit de drie stedelijke regio’s in Vlaanderen, Noordrijn-Westfalen en de Randstad. Dit gebied heeft zo’n 40 miljoen inwoners. Over het belang van samenwerking in dit gebied zei Commissaris van de Koning van Zuid-Holland Jaap Smit: “Vanuit het perspectief van andere belangrijke logistieke regio’s in de wereld, zoals Amerika of Azië, is onze Eurodelta één gebied.” Het is onze ambitie om de economische groei in de Eurodelta te bestendigen voor echte banen en echte mensen in de nabije toekomst. Daar moeten we nu op inzetten.

Waar ziet u de voordelen van samenwerking met de grensprovincies richting Duitsland?

Gelderland, Limburg, Noord-Brabant en Overijssel hebben al langere tijd goede contacten met de deelstaatregering in Düsseldorf. Door de Brexit wordt Zuid-Holland ook een grensprovincie binnen Europa, dus wij kunnen op dat vlak veel van de grensprovincies leren.

Tegelijkertijd voegen wij voor de (verduurzaming van de) corridors ons netwerk en kennis toe, zodat de Werkagenda voor mobiliteit en verkeer op alle gebieden tot concrete acties leidt.

Welke concrete thema’s zijn voor Zuid-Holland belangrijk in de samenwerking met Duitsland?

Digitalisering, de energietransitie en demografische ontwikkelingen vragen om het inslaan van nieuwe wegen. Het moet slimmer, schoner en sterker. Grenzen mogen daarbij geen rol meer spelen. Noordrijn-Westfalen heeft een stevige doelstelling geformuleerd ten aanzien van de verbetering van de samenwerking met haar westelijke buurlanden. De agenda’s van bestuurlijk en ambtelijk Nederland en Noordrijn-Westfalen worden daardoor nu al beter op elkaar afgestemd.

Om de Eurodelta een concurrerende regio te laten blijven, moeten we ervoor zorgen dat de modaliteiten naadloos op elkaar aansluiten. De netwerken moeten voldoende robuust zijn en vooroplopen in slimme en schone technieken. Dat kan alleen als we intensiever samenwerken, zeker ook over landsgrenzen heen.

Aangezien Noordrijn-Westfalen de belangrijkste handelspartner van Nederland is, is verdere samenwerking tussen Zuid-Holland en het Ruhrgebied op het gebied van logistiek en transport interessant. De efficiëntie in de binnenvaart kan verder verhoogd worden – denk bijvoorbeeld aan papierloos varen en data die grensoverschrijdend gedeeld worden. Ook streven we ernaar om meer treinen tussen Nederland en Noordrijn-Westfalen te laten rijden, voor goederen én mensen, en liggen er kansen voor samenwerking op het gebied van energie en bio-economie.

Wat gaat goed, en op welke punten is er nog terrein te winnen?

Veel gaat al goed. Zuid-Holland werkt met Noordrijn-Westfalen samen binnen een aantal Europese netwerken: AIR (luchtkwaliteit), Vanguard (economie) en Clean Inland Shipping. In het laatstgenoemde project worden bijvoorbeeld emissie-reducerende technologieën en alternatieve brandstoffen voor de binnenvaart in de praktijk getest.

Op het gebied van de binnenvaart zijn er daarnaast nog andere lopende projecten met Noordrijn-Westfalen. Door de groei van de bevolking en de opkomst van e-commerce groeit de vraag naar producten en dus transport. Daarom zijn er investeringen nodig in smart shipping en moet de bestaande infrastructuur zo goed mogelijk worden benut. InnovationQuarter, de regionale investeringsmaatschappij van Zuid-Holland, is daarom gestart met een blockchain-pilot in de binnenvaart van Rotterdam naar Duisburg. In deze pilot streven zes samenwerkende partijen naar één digitaal platform, waarin alle documenten voor transport in de binnenvaart veilig worden weggezet.

U was op 25 februari in Zwolle aanwezig bij het Mobiliteitsoverleg tussen een aantal Nederlandse provincies en het Ministerium für Verkehr van Noordrijn-Westfalen. Wat zijn uw eerste ervaringen in deze samenwerking?

Het is heel goed dat Hendrik Wüst als minister van Verkeer van Noordrijn-Westfalen heeft uitgesproken wat zijn ambities betreffende de samenwerking met Nederland en Vlaanderen zijn. De Rotterdamse haven is immers de belangrijkste zeehaven van NRW, dus is het logisch om op het gebied van mobiliteit en ook economie gezamenlijk de handschoen op te pakken. Ik waardeer zijn uitnodiging daarvoor zeer, en wil die namens Zuid-Holland graag vanaf nu concreet ter hand nemen.

Welke afspraken zijn er gemaakt in dit mobiliteitsoverleg?

We waren bij elkaar om de Werkagenda voor mobiliteit en verkeer te ondertekenen. Nu is het tijd om met de uitvoering hiervan aan de slag te gaan.

Hebt u al kennis gemaakt met Nederlands-Duitse cultuurverschillen en, indien ja, welke?

Cultuurverschillen zijn er overal, maar de ambitie om de corridor te verbeteren voert de boventoon. Deze energie in het netwerk zullen we met elkaar vast moeten houden de komende jaren. Met de concrete afspraken die op tafel liggen moet dat lukken.

Hoe is het gesteld met uw kennis van de Duitse taal?

Ik heb eindexamen Duits gedaan op het gymnasium, en door mijn opleiding en internationale ervaring van de laatste jaren is mijn Duits gelukkig goed. Desalniettemin voer ik echt ingewikkelde discussies liever in het Engels.

Foto:
Bron: Provincie Zuid-Holland.

Nederlandse provincies bezoeken NRW-verkeersminister Wüst

Op uitnodiging van Verkeersminister Wüst hebben Conny Bieze (Gelderland), Hubert Mackus (Limburg) en Floor Vermeulen (Zuid-Holland) op 24 juli jongstleden een bezoek gebracht aan Noordrijn-Westfalen om te spreken over grensoverschrijdende samenwerking en corridorontwikkeling.

Minister Hendrik Wüst onderstreepte het belang van de succesvolle jarenlange grensoverschrijdende samenwerking van de grensprovincies met Noordrijn-Westfalen op het gebied van mobiliteit en infrastructuur. “Door gezamenlijk te werken aan grenzeloze mobiliteit kunnen we beide buurlanden dichter bij elkaar brengen. Daarbij moeten we niet alleen kijken naar de grote projecten, maar ook de kleine projecten en maatregelen die van groot nut kunnen zijn.”


Corridorontwikkeling zeehavens

Naast de grensregio kwam ook de corridorontwikkeling van de zeehavens van en naar NRW aan bod. Minister Wüst wil graag met de Nederlandse partners samenwerken en goed functionerende goederen- en personenverbindingen ontwikkelen.

Afgesproken is om samen te kijken naar mogelijkheden voor Europese cofinanciering van projecten vanuit de huidige en toekomstige TEN-T Connecting Europe Facility en andere programma‘s. Dit zal onderdeel vormen van een gezamenlijke werkagenda die begin 2019 moet worden vastgesteld.

Andere onderwerpen voor die agenda zijn o.a. verbetering van de internationale spoorverbindingen zoals de ICE Amsterdam-Arnhem-Düsseldorf-Frankfurt, Amsterdam-Berlijn en IC Eindhoven-Düsseldorf. Daarnaast zal de uitwisseling van ideeën rondom slimme mobiliteit en snelfietsroutes op het programma komen te staan.

In december 2018 is er een volgende ontmoeting in Zwolle om de werkagenda 2019 te bespreken.