Succesvolle eerste vergadering van 2019 voor Comité van Toezicht INTERREG Deutschland-Nederland

Op 8 maart vond de eerste vergadering van 2019 van het Comité van Toezicht van het INTERREG-programma Deutschland-Nederland plaats. Aanwezig waren vertegenwoordigers van de Nederlandse provincies, de Euregio’s, het ministerie van Economische Zaken, Innovatie, Digitalisering en Energie van Nordrhein-Westfalen, de Bezirksregierung Düsseldorf, de Bezirksregierung Münster en de Europese Commissie. De vergadering vond plaats bij de Bezirksregierung Düsseldorf.

De vice-president van de Bezirksregierung Düsseldorf, Roland Schlapka, heette de aanwezigen van harte welkom. Op de agenda stonden diverse onderwerpen, waaronder de stand van zaken van het INTERREG-programma. Over het geheel genomen kan voor de lopende projecten een positieve balans worden opgemaakt. Extra aandacht werd besteed aan de tussentijdse meting van de resultaatindicator ‘Perceptie van de Duits-Nederlandse grens als barrière’. Ook het voorbereidingsproces, inclusief de inhoud van de stakeholderconferenties, kwam aan bod.

Daarnaast werden er twee INTERREG-projecten gepresenteerd. ‘Healthy Building Network: Business cases for healthy buildings’ speelt in op de groeiende bewustwording en belangstelling voor gezondheid en de effecten ervan op mensen in gebouwen. Het doel is om circulair te werken, waarbij een efficiënt gebruik van grondstoffen er uiteindelijk voor zorgt dat geen afval geproduceerd wordt. Modern bouwen spaart grondstoffen, is ecologisch verantwoord en creëert een gezond binnenklimaat. De bouwmethode moet daarom mens- en milieuvriendelijk zijn. Dit leidt tot een stijging van de productiviteit en een afname van het ziekteverzuim. Tot eind 2021 moeten er nog meer ‘gezonde’ gebouwen worden gebouwd.

Vervolgens presenteerde RF-Frontend GmbH als lead partner het project ‘Heavy Duty 4.0’. Hier gaat het om de ontwikkeling van intelligente asynchrone elektromotoren voor kranen met extreem hoge hijscapaciteiten. Het project is in juli 2018 van start gegaan en zal naar verwachting eind juni 2021 worden afgerond. Het doel is om een intelligentere motor te ontwikkelen die op komst zijnde problemen kan herkennen – bijvoorbeeld in de lagers van aandrijfassen, doorbranden, onjuiste bediening van toerentallen en draaimomenten en de elektrische verzorging bij overspanning.