Euregio´s roepen Nederlandse en Duitse regering op tot vergoeden van testkosten voor grenswerkers

Dagelijks steken duizenden grenspendelaars de grens met Duitsland en Nederland over om te werken. Nu zij  zich sinds 6 april verplicht om de 72 uur moeten laten testen om de grens over te mogen steken, worden de GrensInfoPunten van de vijf Euregio’s overspoeld met vragen over de kosten van deze tests. De vijf Euregio’s doen nu een gezamenlijke oproep aan de Nederlandse en Duitse regering om de testkosten te vergoeden.

De brief is ondertekend door Christoph Almering (EUREGIO Gronau), Sjaak Kamps (Euregio Rijn-Waal), Maike Hajjoubi (euregio rijn-maas-noord), Michael Dejozé (Euregio Maas-Rijn) en Karel Groen (Eems Dollard Regio).

Flinke kostenpost voor Nederlandse grenswerkers

Vooral mensen die niet in loondienst zijn bij een Duits bedrijf krijgen te maken met hoge kosten. Zij vallen buiten de eenmaal per week veprlichte test die voor Duitse bedrijven waarschijnlijk vanaf halverwege volgende week gaat gelden. Nederlandse grenswerkers in Duitse loondienst kunnen zich via hun Duitse werkgever laten testen, maar kunnen alsnog te maken krijgen met een flinke kostenpost. Een Duitse werkgever hoeft namelijk in principe maar één test per week aan te bieden. De Nederlandse GGD’en nemen echter geen testen af bij mensen zonder klachten en geven bovendien geen officieel testbewijs af. Deze taak hebben commerciële partijen nu op zich genomen. De kosten daarvoor zijn echter niet gering en bedragen tussen de 60 en 150 euro per week. Grenspendelaars die dagelijks voor hun werk de grens over moeten steken, moeten zich twee keer per week laten testen. Dit veroorzaakt 120 tot 300 euro aan testkosten per week, oftewel 480 tot 1200 euro per maand.

De Euregio´s zijn van mening dat deze kosten voor werkgevers en werknemers te hoog zijn. De vijf Euregio’s roepen daarom zowel de Nederlandse als de Duitse overheid op om dit gezamenlijk op te lossen. Nederlandse en Duitse grenswerkers zouden hetzelfde behandeld moeten worden als werknemers in Nederland en Duitsland en door verplichte testen dan ook geen extra kosten hoeven maken.

Geen pleidooi voor grensoverschrijdende recreatieve uitjes

Dit pleidooi van de Euregio’s is uitdrukkelijk niet bedoeld om het doen van boodschappen, tanken over de grens of uitstapjes weer mogelijk te maken. Ook is het niet de intentie om de impact van het coronavirus te bagatelliseren. Het doel van de vijf Euregio’s is om het noodzakelijke (economische) grensverkeer niet te belemmeren, maar op een eerlijke manier te steunen door de kosten daarvoor te dragen en een testinfrastructuur in Nederland te ontwikkelen. Dit geldt ook voor noodzakelijk grensoverschrijdend familie- en artsbezoek en voor scholieren en studenten die in het buurland naar school gaan of hier een opleiding volgen.

H2X: Nederlands-Duits online platform voor waterstof gelanceerd

De EUREGIO, IHK Nord Westfalen en Bezirksregierung Münster hebben het Nederlands-Duitse online platform H2[X] gelanceerd. H2[X] is een digitaal contactpunt voor bedrijven, organisaties, verenigingen, onderzoeksinstellingen en andere organisaties uit het Nederlands-Duitse grensgebied die zich inzetten voor een waterstofeconomie in de regio. Het platform biedt informatie over netwerkmogelijkheden, actualiteiten, financieringsmogelijkheden en best practices uit het EUREGIO-gebied, de regio Emscher-Lippe en Emsland.

Bedrijven, onderzoeksinstellingen, verenigingen en andere organisaties die in de regio bezig zijn met de waterstofeconomie of geïnteresseerd zijn in de toepassing van waterstof, kunnen hun informatie en contactgegevens op het platform achterlaten. Op die manier kunnen zij door anderen worden gevonden en kunnen regionale en grensoverschrijdende samenwerkingsverbanden tot stand komen. Het platform wordt beheerd door de EUREGIO. De Bezirksregierung en IHK Nord Westfalen zijn sinds anderhalf jaar betrokken bij het netwerken met actoren op het gebied van waterstof in de regio en hebben bijgedragen aan de ontwikkeling van H2[X]. “De weg naar een waterstofeconomie is nog lang, en we zullen het doel van een klimaatneutrale regio alleen bereiken als we elkaar kennen, samenwerken en in de toekomst samen optrekken”, aldus Dorothee Feller, president van de Bezirksregierung Münster. Zij verklaart dat dit de belangrijkste drijfveer is om actoren uit de regio bij elkaar te brengen.

Waterstof in de energietransitie

Al vele jaren zetten bedrijven, onderzoekers, verenigingen en politici uit de regio zich in voor toekomstgerichte toepassingen van deze technologie, die beslist niet nieuw is. Meer dan 80 jaar geleden werd in de regio Emscher-Lippe het eerste particuliere netwerk voor waterstof aangelegd om de industrie te bevoorraden. Met veel toewijding en inzet van allerlei actoren is Saerbeck in het Münsterland in minder dan 30 jaar uitgegroeid tot een wereldwijd voorbeeld op het gebied van lokale klimaatadaptie. Nu is het een pionier op het gebied van waterstof in de landelijke gebieden. “De energietransitie brengt nieuwe uitdagingen met zich mee. Waterstof uit hernieuwbare energiebronnen kan helpen om deze uitdagingen op lange termijn aan te kunnen gaan”, benadrukt de voorzitter van de IHK Nord Westfalen, Fritz Jaeckel. Met name voor het energie-intensieve mkb en de chemische industrie zijn er veel kansen in de technologie. Tegelijkertijd onderzoeken en ontwikkelen de Fachhochschulen van Münster en Gelsenkirchen oplossingen in én voor de regio. Ook in de machinebouw doen zich nieuwe kansen voor.

Samen op naar een klimaatneutrale samenleving

Ook in het grensgebied gebeurt er al veel op weg naar een klimaatneutrale samenleving. In de oostelijke provincies van Nederland is bijvoorbeeld het Waterstof Cluster opgericht. Hierin zijn meer dan 30 bedrijven, onderzoeksinstellingen en start-ups verenigd. “Samen kunnen we meer bereiken. Door de vele goede ideeën en het enthousiasme voor innovatie aan beide zijden van de grens is er een grote kans voor de grensregio om nog dichter naar elkaar toe te groeien en nieuw potentieel te ontwikkelen”, licht EUREGIO-directeur-bestuurder Christoph Almering toe.

Het waterstofplatform past goed in de nieuwe strategie EUREGIO 2030, waarin de EUREGIO streeft naar een grensoverschrijdend energieconcept met een intensievere Nederlands-Duitse uitwisseling van informatie en ervaringen. Op deze manier draagt het platform bij aan het gebruik van groenere energievormen, wat in overeenstemming is met zowel de EUREGIO-strategie als met de EU (‘Green Deal’).

Digitaal werkbezoek gedeputeerden aan EUREGIO

Een werkbezoek in tijden van corona, hoe doe je dat? Digitaal natuurlijk. En zo verzamelden de voorzitter van EUREGIO, Rob Welten, de directeur-bestuurder van EUREGIO, Christoph Almering, zich met hun medewerkers op vrijdagmorgen 6 november op het beeldscherm om daar de Gelderse gedeputeerde Peter van ’t Hoog en zijn collega-gedeputeerde uit Overijssel, Roy de Witte, te ontvangen. Het bezoek was met de hoop op een fysieke ontmoeting al uitgesteld, maar uiteindelijk is toch gekozen voor een ontmoeting in deze vorm.

Doel van het bezoek was kennismaken met EUREGIO en enkele hoofdthema’s in de grensoverschrijdende samenwerking wat verder uitdiepen.  Als eerste de ‘Strategie EUREGIO 2030’, waar Christoph Almering uiteenzette hoe de leden van EUREGIO (gemeenten en waterschappen aan Nederlandse kant en de Gemeinden en Kreise aan Duitse kant) het gebied voor alle grensbewoners tot een 360-graden leefgebied willen maken.

Hoe EUREGIO daar nu al aan werkt werd duidelijk in presentaties over de intensieve samenwerking tussen deze partners (maar dan inclusief provincies en Bezirk Münster) rond arbeidsmarkt, onderwijs, economie en mobiliteit. Ondanks de remmende werking van de coronapandemie wordt er op tal van terreinen doorgewerkt aan het oplossen van concrete problemen aan de grens.

Peter van ’t Hoog, gedeputeerde Provincie Gelderland (c) Provincie Gelderland

Drukte bij GIP’s

De coronacrisis met alle gevolgen voor de grensoverschrijdende bedrijvigheid en pendelaars was ook te merken aan de enorme drukte die ontstond bij het GrensInfoPunt (GIP) van EUREGIO. Daar kunnen burgers en bedrijven terecht met vragen over wonen, werken en ondernemen aan de andere kant van de grens. De huidige crisis bewijst de waarde van deze organisaties, ook omdat snel informatie geleverd kon worden over nieuwe problemen die ontstaan bij snel genomen – en daarom niet altijd helemaal grensoverschrijdend doordachte – crisismaatregelen.  Vanaf volgend jaar krijgen deze GIP’s structureel financiering vanuit Nederland en vanuit Duitsland.

Dat we elkaar aan de grens graag en in alle diversiteit willen ontmoeten bewijst het grote succes van het Kaderproject voor kleinere INTERREG-projecten. Ook in het nieuwe INTERREG-programma, dat volgend jaar van start moet gaan, wil EUREGIO ruimte voor deze initiatieven.

Roy de Witte, gedeputeerde Provincie Overijssel (c) Provincie Overijssel

Grensoverschrijdende gezondheidszorg centraal

Veel ruimte was ingeruimd voor een gesprek over grensoverschrijdende gezondheidszorg. Mevrouw Manon Bruens van het Bureau Acute Zorg Euregio was te gast om te vertellen over de huidige stand van zaken. Er is al veel geregeld op dat terrein, maar de stap van project naar soepel lopende praktijk vraagt permanente aandacht. Er moet gezorgd worden voor het uitvoeren van de adviezen die voortkomen uit de projecten, maar ook de zorgverleners zelf moeten regelmatig bijgepraat kunnen worden over de mogelijkheden aan de andere kant van de grens. De beide gedeputeerden zegden toe in gesprek te willen gaan over de vraag hoe de beide provincies hieraan zouden kunnen bijdragen.

De geplande discussie over stikstof, natuur, water, duurzame landbouw en ondermijning in het grensgebied moest helaas – omdat over het bovenstaande al zoveel informatie uit te wisselen was – naar een volgende bijeenkomst worden verschoven.

Corona: Euregio´s eisen oplossingen voor getroffen grenspendelaars

In een gezamenlijke brief aan de verantwoordelijke ministers in Duitsland, Nederland en België dringen de vijf Euregio’s aan op het vinden van overgangsoplossingen voor grenspendelaars die door de coronacrisis getroffen zijn. Uit de vele vragen die de GrensInfoPunten van de Euregio’s dagelijks binnenkrijgen blijkt dat grenspendelaars vaak geen recht hebben op nationale steunmaatregelen, omdat ze in een ander land werken dan ze wonen. Zo maken ondernemers weinig of geen kans op sociale uitkeringen of andere steun en is er geen recht op arbeidstijdverkorting. Zzp’ers die woonachtig zijn in Duitsland en hun bedrijf in Nederland hebben, ontvangen bijvoorbeeld in beide landen geen tegemoetkoming in de kosten van levensonderhoud.

De Euregio’s dringen daarom bij de drie landen aan op regionale overgangsoplossingen en wijzen erop dat alleen verwijzen naar de wet- en regelgeving van het buurland de getroffenen niet helpt. 

“De kansen over de grens liggen juist nu voor het grijpen”

Sinds een klein jaar mag Christoph Almering zich directeur-bestuurder van de EUREGIO in Gronau noemen. Daarmee maakte Almering een carrière move, die voor de voormalig journalist op het eerste oog niet de meest voor de hand liggende was. In gesprek met Grenspost verraadt Almering waarom hij zich in zijn nieuwe functie helemaal op zijn plek voelt.


U bent in Ahaus geboren, vlakbij de Nederlandse grens. Nederland was voor u dus altijd al dichtbij. Hoe was het leven als ‘Grenskind’ voor u?

De grens en het oversteken ervan was en is voor mij inderdaad de normaalste zaak van de wereld. Als klein jochie fietste ik al de grens over om in Enschede of Winterswijk boodschappen te gaan doen, zonder erover na te denken wat het bordje ´Zollgrenzbezirk` eigenlijk precies betekende.

Sinds november vorig jaar bent u directeur-bestuurder van de EUREGIO Gronau. Wat houdt uw functie precies in?

De kerntaak van de EUREGIO en daarmee ook mijn belangrijkste taak als directeur-bestuurder is de ontwikkeling van deze regio tot een verzorgingsgebied. Dat is altijd al het hoofddoel van de EUREGIO geweest en is ook verankerd in de nieuwe strategie EUREGIO 2030. Deze doelstelling willen we met alle denkbare partners vanuit het bedrijfsleven, het onderwijs en de dienstverlenende sector bereiken.

Is er een Nederlandse eigenschap, die u als bijzonder prettig ervaart? 

Het fijne aan Nederlanders vind ik dat ze over het algemeen heel gemakkelijk in de omgang zijn en dat het in de regel erg eenvoudig is om een gesprek aan te knopen. Misschien vind ik dat zo prettig omdat ik zelf ook zo´n inslag heb. Stiekem ben ik best een beetje Nederlands.

 

Wat vindt u het leukste aan uw baan? 

Dat is het grensoverschrijdende karakter an sich. Het voortdurende switchen tussen de twee talen, de cultuur en mentaliteitsverschillen en alles, wat daarbij hoort. Het is ongelooflijk boeiend dit elke keer opnieuw aan den lijve te mogen ondervinden en dat maakt het alles behalve eentonig.

De drie provincies Gelderland, Overijssel en Limburg hebben inmiddels elk een Deutschlandbeauftragte in Düsseldorf. Wat vindt u van deze ontwikkeling?

Dat is een belangrijk signaal van Nederland aan Duitsland en geeft aan hoe belangrijk ons buurland de betrekkingen met Duitsland en Noordrijn-Westfalen vindt. Duitsland heeft dit signaal ook opgepikt en beantwoord, onder andere in de vorm van de coalitieovereenkomsten in Hannover en Düsseldorf. De benoeming van de drie Deutschlandbeauftragten heeft wat mij betreft echt een meerwaarde. Zij kunnen op deze manier de vinger goed aan de pols houden. Ook krijg je in Duitsland op deze manier direct mee wat er in de provincies speelt en op welke punten er actie ondernomen moet worden. Zij vormen een belangrijke pijler onder de grensoverschrijdende samenwerking.

De grensregio´s worden ook landelijk gezien steeds belangrijker. De huidige Nederlandse staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, Raymond Knops, maakt zich momenteel sterk voor een betere grensoverschrijdende samenwerking in de grensregio´s. Het lijkt wel of de tijden nog nooit zo goed zijn geweest als nu om deze samenwerking verder te intensiveren.

Dat is inderdaad een uitgesproken positieve ontwikkeling. Er is op allerlei plekken grensoverschrijdend veel in beweging, we merken dat onze partners echt heel actief zijn omdat de kansen juist nu voor het grijpen liggen. En als de politiek dan ook nog eens duidelijk maakt, energie te willen steken in de verdere intensivering van de Nederlands-Duitse betrekkingen, is dat natuurlijk een signaal bij uitstek aan alle betrokkenen om hier ook zelf vaart achter te zetten. Ik heb ook het gevoel dat de vriendschapsbanden zelden zo goed waren als nu. En dat is wel eens anders geweest. Nu is het moment om de muren in de hoofden van mensen en bij instanties nog verder af te breken.

Kunt u een voorbeeld noemen van actuele onderwerpen die hoog op de agenda staan?

Momenteel staan de GrensInfoPunten en de arbeidsmarkt in de spotlights. Met het nu goedgekeurde nieuwe INTERREG-project heeft het GIP in Gronau weer tijd gewonnen tot eind 2020. Maar: al in maart 2020 moet duidelijk zijn hoe de financiering er daarna uit zal zien, anders komen de GrensInfoPunten te vervallen. De vraag is dus nu hoe de toekomst van het GrensInfoPunt eruit zal gaan zien. Dat de GrensInfoPunten voor een verdere stimulering van de grensoverschrijdende arbeidsmarkt onmisbaar zijn, blijkt uit een evaluatierapport van het Nederlandse ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. De discussies over de permanente financiering ervan lopen momenteel, en we moeten er met zijn allen voor zorgen dat we de motor achter de GrensInfoPunten niet laten afslaan. Maar ik ben optimistisch dat we gezamenlijk tot een goede oplossing zullen komen.

Over INTERREG-projecten wordt vaak beweerd dat ze te bureaucratisch zouden zijn. Hoe is dat bij de andere projecten? Werkt de EUREGIO zelf nog aan interne processen om de aanvraagprocedure te versnellen en te vereenvoudigen?

We dienen zelf ook aanvragen in voor INTERREG-projecten en weten hoe veel werk dat kan zijn. Tegelijkertijd zien we dat de aanvraag voor kleine projecten al flink is vereenvoudigd en de aanvraag voor mini-projecten inmiddels digitaal en in een taal kan worden gedaan. Er zijn werkgroepen actief die nadenken over verdere vereenvoudigingen, ook voor grotere projecten. De drempels zijn nog steeds hoog, en dat niet zonder reden. Ik ben van mening dat het bij de grote bedragen waarover we spreken niet meer dan gerechtvaardigd is om exact te willen weten of het belastinggeld op de juiste manier is uitgegeven. In zoverre is bureaucratie zeker zinvol, hoewel er zeker nog winst te boeken valt.

De EUREGIO viert dit jaar haar zestigjarig jubileum. Hoe moet de EUREGIO zich volgens u verder ontwikkelen?

We werken momenteel aan ons nieuwe strategiepaper Euregio 2030 en hebben besloten dat de basis van de strategie als geheel onveranderd blijft. We blijven ons in de kern richten op het ontwikkelen van de regio tot een verzorgingsgebied. Een extra toevoeging is de versterking van de regionale identiteit. De inwoners van dit gebied onderhielden van oudsher al handelsbetrekkingen over de landsgrenzen heen. Deze werden pas veel later door grenzen bemoeilijkt. In de loop der eeuwen is hier een specifieke regionale identiteit ontstaan, en die willen we behouden. Nu moeten we ervoor zorgen dat de bevolking de regio ook daadwerkelijk als een gebied gaat zien en de grenzen ook uit de hoofden van de mensen verdwijnen.

Foto: (c) EUREGIO

Voortbestaan GrensInfoPunt EUREGIO voorlopig gewaarborgd

De INTERREG-stuurgroep EUREGIO heeft in Gronau het grensoverschrijdende project ‘GrensInfoPunt EUREGIO’ goedgekeurd. Daarmee is het voortbestaan van het GrensInfoPunt van de EUREGIO in Gronau voorlopig gewaarborgd. Er wordt echter gewerkt aan een structurele oplossing voor alle GrensInfoPunten langs de Nederlands-Duitse grens.

Tussenoplossing GrensInfoPunt EUREGIO

Door de goedkeuring van het INTERREG-project kunnen werkgevers en werknemers in ieder geval tot en met 2020 met hun vragen bij het GrensInfoPunt (GIP) in Gronau terecht. De GrensInfoPunten langs de Nederlands-Duitse-Belgische grens geven advies op maat over wonen, werken en studeren in het buurland. Het advies wordt onafhankelijk, objectief en individueel gegeven, waarbij rekening wordt gehouden met specifieke regionale aspecten.

Het GrensInfoPunt in de EUREGIO is op dit moment nog onderdeel van het INTERREG-project ‘Unlock’, dat begin 2019 afloopt. Door de nieuwe financiering van ruim één miljoen euro kan de informatievoorziening tot en met 2020 voortgezet en doorontwikkeld worden. De INTERREG-stuurgroep heeft vastgesteld dat het project slechts als tussenoplossing dient, totdat de overheden aan weerszijden van de grens bereid zijn een structurele financiering beschikbaar te stellen. Het voortbestaan van de GrensInfoPunten na 2020 is daarom nog ongewis.

INTERREG-subsidie

De twee projecten ontvangen in het kader van het INTERREG-programma ‘Deutschland-Nederland’ in totaal ongeveer €508.000 aan EU-middelen uit het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling (EFRO). Naast de Europese Unie dragen ook de provincies Gelderland en Overijssel en aan Duitse zijde de deelstaten Noordrijn-Westfalen en Nedersaksen als nationale INTERREG-partners gezamenlijk €305.000,- bij. Samen met de eigen bijdrage van de regionale projectpartners wordt daarmee in totaal ruim €1.015.000,- geïnvesteerd in de EUREGIO.

 

40 jaar euregio rijn-maas-noord: boost achter grensoverschrijdende samenwerking

De euregio rijn-maas-noord werd 1978 als vrijwillige werkgroep in het Duits-Nederlandse grensgebied tussen Rijn en Maas opgericht en blikt dit jaar terug op 40 jaar grensoverschrijdende samenwerking. De regio omvat een gebied met meer dan 2,4 miljoen inwoners, 1,4 miljoen banen en meer dan 100.000 bedrijven. Met een oppervlakte van ongeveer 3.400 vierkante kilometers is de euregio rijn-maas-noord een van de meest dichtbevolkte regio´s aan de Duits-Nederlandse grens.

“Duitsland en Nederland hebben veel overeenkomsten. Desalniettemin willen wij deze gemeenschappelijke identiteit verder versterken en het wederzijdse begrip vergroten“, zegt Hans Wilhelm Reiners, Oberbürgermeister van Mönchengladbach en voorzitter van de euregio rijn-maas-noord. Zijn collega uit Venlo, Antoin Scholten, vult aan: “De euregio is de verbindende schakel, zodat mensen en bedrijven uit de regio elkaar nog beter kunnen benaderen. Wij willen grensoverschrijdend verder naar elkaar toegroeien.“ Scholten en Reiners benadrukken hoe belangrijk dit partnerschap tegenwoordig is. “We moeten er consequent aan blijven werken, zodat de mensen uit beide landen het gevoel en begrip voor elkaar niet verliezen“, aldus de burgemeester van Venlo. “Juist nu de nationale belangen in diverse landen belangrijker worden, is dit relevant. De Europese gedachte wordt in de euregio gerealiseerd“, vult zijn collega uit Mönchengladbach aan.

Aanspreekpunt voor grensoverschrijdende projecten

De euregio werkt nauw samen met de Ministeries van Economische Zaken van Noordrijn-Westfalen en Nederland alsmede de Provincie Limburg. Sinds 1989 werd in totaal 80 miljoen euro uit EU-budgetten voor projecten beschikbaar gesteld. Inclusief de subsidies van de projectpartners en de nationale cofinancierders is er de afgelopen 30 jaar ongeveer 160 miljoen euro in de euregio rijn-maas-noord geïnvesteerd. “Door een constante verbetering van het informatie- en adviesaanbod is het gelukt grensoverschrijdende projecten steeds eenvoudiger te maken, waardoor de uitvoering ervan gemakkelijker is geworden“, vat euregio-directeur Andy Dritty samen. Publieke en private organisaties, bedrijven en burgers die met partners uit het buurland willen samenwerken, kunnen projectaanvragen indienen. Naast kleine subsidiebedragen worden er ook subsidies van enkele miljoenen euro’s verstrekt. Voor de Nederlands-Duitse grensregio met haar vier euregio´s staat in de actuele subsidieperiode 2014 – 2020 (INTERREG V A) ongeveer 222 miljoen euro ter beschikking. De huidige subsidieperiode loopt nog tot 2022.

Van scholierenuitwisseling tot innovatieproject

De bandbreedte van subsidieaanvragen is zo veelzijdig als de regio zelf: er zijn People-to-People-projecten, zoals scholierenuitwisselingsprogramma’s, concerten van koren of sportactiviteiten, die in aanmerking komen voor een subsidie van maximaal 1.000 euro. Maar ook grote projecten als ‘D-NL-HIT’ met een projectvolume van bijna 11 miljoen euro. In dit project draait het om het door de Hochschule Niederrhein nieuw opgezette Oberflächenzentrum HIT. In het HIT worden samen met 16 Nederlandse en Duitse partners innovatieve lijmstoffen, coatings en drukinkten als ook ressource efficiënte bekledingsmethodes ontwikkeld. Het High-Throughput-System moet in staat zijn de producten vijf keer sneller te ontwikkelen in vergelijking tot conventionele methodes.

 Advies voor grensgangers: het GrensInfoPunt

Wie in het buitenland zaken wil doen of van plan zich buiten Nederland te vestigen, moet zich bezighouden met de cultuurverschillen en andere wet- en regelgeving in het betreffende land.

Het GrensInfoPunt van de euregio is een eerste aanspreekpunt voor iedereen die informatie zoekt. “Dat kan een eenvoudige vraag over een formulier zijn tot uitgebreid advies over vergaande beslissingen als wisselen van baan, trouwen of verhuizen“, zegt Dritty. Ook met vragen over kinderbijslag, ziektekostenverzekeringen, werkeloosheid, het zoeken naar werk en AOW/pensioen kunnen potentiële grenswerkers terecht bij het GrensInfoPunt. Meer informatie over het GrensInfoPunkt is te vinden op www.grenzinfopunkt.eu.

Nieuwe adjunct directeur-bestuurder voor de EUREGIO

Tom Lamers (28) wordt benoemd tot adjunct directeur-bestuurder van het grensoverschrijdend gemeentelijk samenwerkingsverband EUREGIO.

De Nederlander is al jaren betrokken bij de Nederlands-Duitse samenwerking. Tot nu toe werkte hij bij de gemeente Aalten, waar hij voor het laatst verantwoordelijk was voor de grensoverschrijdende samenwerking. “Ik kijk er erg naar uit om me bij de EUREGIO in te zetten voor een sterke grensregio. Als geboren Achterhoeker weet ik uit eigen ervaring hoe belangrijk het is dat de belangen van het grensgebied worden gehoord”, zegt hij. Bij EUREGIO zal hij onder meer verantwoordelijk zijn voor het thema “Maatschappelijke ontwikkeling”.

De voorzitter van de EUREGIO, Rob Welten, is ook verheugd over de beslissing: “We zijn erin geslaagd een jonge, maar op het gebied van grensoverschrijdende samenwerking reeds ervaren man voor EUREGIO te winnen. Het Dagelijks bestuur verheugt zich op de samenwerking.”

De EUREGIO-Raad moet de benoeming overigens nog wel officieel bekrachtigen. Dit zal naar verwachting op 29 juni in Ulft plaatsvinden.

Kunst kent geen grenzen

De komende jaren werken Duitse en Nederlandse kunstenaars en cultuurmakers uit de EUREGIO in tandems samen aan het creëren van kunst- en cultuurprojecten. Om potentiële projectpartners uit het buurland te vinden en een grensoverschrijdend netwerk op te bouwen, vindt op 12 april 2018 van 10.00 – 16.30 uur bij Kloster Bentlage in Rheine (Duitsland) het taNDemcamp18 plaats.

Kennismaken, uitwisselen en informeren

Het bijzondere aan deze dag is dat er geen vastgesteld programma is. Dit formaat is vooral voor de kunst- en cultuursector zeer geschikt, leggen de inhoudelijke projectleiders Andre Sebastian en Johan Godschalk uit. ‘Wij wilden bewust geen traditionele bijeenkomst organiseren en de kunst- en cultuurmakers een vastgesteld programma voorleggen. Zij zijn de creatieve mensen en daarom moeten ze zelf actief worden, meedoen en de dag vormgeven. Het motto is: kennismaken, uitwisselen en informeren.’

Sehnsuchtsort Heimat: Waar ben ik thuis?

De deelname aan het tweetalige taNDemcamp is gratis en inclusief eten en drinken. De projectleiding roept kunstenaars en cultuurmakers – zowel professioneel als amateurs – op om mee te doen en mogelijke partners van de andere zijde van de grens voor een gezamenlijk project te ontmoeten. De kunstenaarstandems kunnen maximaal €15.000 subsidie uit het project ontvangen. Het jaarthema van 2018 is: ‘Sehnsuchtsort Heimat: Waar ben ik thuis?’

Meer informatie over het project is beschikbaar op Facebook. Aanmelden kan ook via de website van taNDemcamp.

“Juist in de grensregio zie je dat Europa werkt“

Bijeenkomst van het AEBR in het Huis der Provincie in Arnhem

Dat zei Michiel Scheffer, gedeputeerde van de Provincie Gelderland, tijdens een vergadering van de Association of European Border Regions (AEBR) van de EU op 16 februari in het Huis der Provincie in Arnhem. In deze vereniging zijn, naast de Provincies Gelderland en Overijssel, ook alle grensoverschrijdende samenwerkingsverbanden langs de Duits-Nederlandse grens georganiseerd.
De vergadering stond voor het eerst onder leiding van Oliver Paasch, de minister-president van de Duitstalige gemeenschap in België, die in november 2017 tot voorzitter was gekozen.

Op de agenda stonden onder meer de toekomst van investeringsprogramma INTERREG als instrument voor grensoverschrijdende samenwerking in de grensregio. De toekomst van euregionale structuurfondsen is met het oog op de Brexit en de verwachte begrotingstekorten nog onzeker. Tijdens onderhandelingen tussen de lidstaten dit jaar moet worden bepaald waar de prioriteiten komen te liggen en hoe de middelen voor 2021-2027 moeten worden verdeeld.

Boosting Growth

Duidelijk is al wel dat AEBR, een belangrijk initiatief van de Europese Commissie rond ‘Boosting Growth’, een twintigtal experimenten rond grensoverschrijdende samenwerking mag gaan uitvoeren. Ook aan de Duits-Nederlandse grens wordt geprobeerd met interessante voorstellen te komen. Gedeputeerde Michiel Scheffer is bestuurslid van de AEBR: “Juist in de grensregio zie je dat Europa werkt. Door samen te werken vervagen de grenzen en worden de banden tussen de lidstaten versterkt. In de grensregio wordt de basis gelegd voor de toekomstige samenwerking in Europa. Daar moeten we in blijven investeren, samen met Brussel en Den Haag.”

Hoogtepunt van de dag was de plaatsing van ‘De kop van Alfred Mozer’ in een ontvangstruimte van het Huis der Provincie, van de hand van Prinses Beatrix van Oranje. Mozer was de eerste voorzitter van de AEBR.

De buste van Alfred Mozer, gemaakt door Prinses Beatrix, heeft een plekje gekregen in het Huis der Provincie in Gelderland

Een dag later liet de Provincie Gelderland de buitenlandse delegatie nader kennismaken met de omgeving van Gelderland. Onder leiding van Michiel Scheffer werd een bezoek gebracht aan het innovatieve INTERREG project ‘Interregional Automated Transport’ en het Kröller-Müller Museum.