Ambassadeur Kingma op werkbezoek in Euregio Rijn-Waal

Het bezoek aan de Euregio Rijn-Waal maakt deel uit van zijn oriëntatiereis langs de Nederlands-Duitse grensregio. De Nederlandse regering, en daarmee ook de ambassade in Berlijn, zet de komende vier jaar in op het versterken van de samenwerking met de buurlanden. De Euregio’s zijn hiervoor een belangrijke samenwerkingspartner: “Wij waarderen het werk van de Euregio’s zeer. Graag ondersteunen wij hen bij die thema’s waar het Rijk een rol kan spelen”, aldus ambassadeur Kingma.

Aanjagende rol

“Voor de Euregio Rijn-Waal zijn met name de onderwerpen grensoverschrijdend ambulancevervoer, buurtaal, arbeidsmarkt, diploma-erkenning en informatie voor grenspendelaars actuele onderwerpen. Hierbij kunnen ook Den Haag, Düsseldorf en Berlijn een belangrijke aanjagende rol vervullen. We zijn dan ook blij dat wij deze thema’s met de ambassadeur hebben kunnen bespreken”, aldus Sjaak Kamps, secretaris van de Euregio Rijn-Waal. Aan het gesprek namen verder Euregio-voorzitter Ulrich Francken, plv. secretaris Andreas Kochs, Grensinfopunt-coördinator Alfred Derks, GrensInfoPunt-adviseur Carola Schroer en beleidsmedewerker Heidi de Ruiter deel.

Samenwerking op gebied van hoog- en laagwater

Vervolgens lichtten Hein Pieper, Dijkgraaf van het Waterschap Rijn en IJssel, Frank Wissink, heemraad Waterschap Rijn en IJssel, en Holger Friedrich van het Deichverband Bislich-Landesgrenze de samenwerking op het gebied van hoog- en laagwater toe. Na een lunch zette de consul zijn bezoek voort in Oberhausen, om over de Duitse voorzetting van de Betuwelijn te spreken.

Openbare orde en veiligheid

Op 7 januari was Wepke Kingma te gast bij de Kreis Kleve, waar o.a. het thema grensoverschrijdende samenwerking op het gebied van openbare orde en veiligheid op de agenda stond.´s Avonds was hij de eregast tijdens de maandelijkse jour fix van de Duits-Nederlandse Businessclub in Kleve.

Begeleiding

Ambassadeur Kingma werd tijdens zijn werkbezoek o.a. begeleid door consul Hans van de Heuvel en honorair consul Freddy Heinzel.

 

Foto: V.l.n.r.: Andreas Kochs (plv. Secretaris Euregio), Freddy Heinzel (honorair consul), Euregio-voorzitter Ulrich Francken, Carola Schroer (GrensInfoPunt), ambassadeur Wepke Kingma, Alfred Derks (GrensInfoPunt), Holger Friedrich (directeur Deichverband Bislich-Landesgrenze), Consul Hans van den Heuvel, Dijkgraaf Hein Pieper, heemraad Frank Wissink. (c) Euregio Rijn-Waal

“Het komt er nu op aan om de aandacht voor grensoverschrijdende samenwerking vast te houden”

Sjaak Kamps, al sinds 1990 werkzaam bij de Euregio Rijn-Waal, en is met recht ‘door de wol geverfd’ waar het gaat om het onderhouden en uitbreiden van grensoverschrijdende betrekkingen. In dit eindejaarsinterview met Grenspost kijkt de directeur van de Euregio Rijn-Waal terug op bijna 30 jaar samenwerking over de Nederlands-Duitse landsgrenzen heen – en blikt vooruit naar de komende jaren.

Kunt u iets meer vertellen over uw achtergrond? 

Dat ik 28 jaar geleden in het Nederlands-Duitse wereldje ben beland, is misschien niet geheel toevallig. Ik ben opgegroeid in het Nederlandse Siebengewald, letterlijk op steenworp afstand van de Duitse grens. Van huis uit waren er altijd al veel contacten met de oosterburen en toen in mijn middelbareschooltijd Europese samenwerking op het lesrooster stond, was mijn interesse voor grensoverschrijdende samenwerking definitief gewekt. Na mijn studie geografie in Nijmegen kwam ik terecht op de afdeling regionale economische samenwerking voor de regio Nijmegen. Hier ontstond het eerste contact met de Euregio Rijn-Waal, toen nog Regio Rijn-Waal.

Kunt u een beeld schetsen van de ontwikkelingen die de grensoverschrijdende samenwerking sinds 1990 heeft doorgemaakt?

In de beginjaren was de Regio Rijn-Waal nog een organisatie met een secretaris, die zijn werk voor de Regio naast zijn pensioen deed. Er was slechts een handjevol medewerkers in dienst. Dit veranderde langzaam toen er in 1989/90 vanuit Brussel voor het eerst wat grotere bedragen voor grensoverschrijdende samenwerking beschikbaar kwamen. In 1991 kwam het eerste INTERREG-programma met een volume van een paar miljoen euro tot stand. Met aan de Euregio de taak om te bedenken hoe je dit geld projectmatig op een goede manier zou kunnen inzetten. En ik mocht meedenken over de manier waarop. Uiteindelijk ben ik nooit meer weggegaan.

Wat zijn de grootste veranderingen?

In de beginjaren was er vanuit de overheid maar weinig belangstelling voor grensoverschrijdende samenwerking. Dat is nu anders. In het begin waren het vooral de gemeenten, later kwamen daar voor de financiering het ministerie van Economische Zaken en het Wirtschaftsministerium bij. Ook zijn de provincies in de afgelopen 28 jaar hier een steeds nadrukkelijker rol gaan spelen. En dat maakt het wel een stuk gemakkelijker: zij zitten toch dichter bij het vuur dan Den Haag. We mogen ook niet vergeten dat de Nederlands-Duitse verhoudingen in de loop der jaren flink zijn verbeterd, en zeker de manier waarop de Nederlanders naar de Duitsers zijn gaan kijken. Na het WK Voetbal in 2006 was er sprake van een meer dan positieve kentering.

Wat vindt u het leukste aan uw baan?

Het is en blijft fascinerend om te proberen verschillende partijen uit twee landen bij elkaar te brengen, om vervolgens te kijken hoe je op diverse vlakken een meerwaarde kunt creëren voor de inwoners van de grensregio. Dat vind ik nog steeds leuk.

Als u kijkt naar het afgelopen jaar, waar bent u dan het meest trots op?

Ik wil er graag drie zaken uitlichten. Ten eerste de structurele financiering van de GrensInfoPunten, ook zonder INTERREG-subsidie. Het is een mooi signaal dat de verantwoordelijke ministeries bereid zijn om hierin een stuk verantwoordelijkheid te nemen. Daar ben ik heel erg blij mee.
Een tweede hoogtepunt is voor mij de Nederlands-Duitse scholenwedstrijd, die de Euregio Rijn-Waal in opdracht van Land NRW en de Provincie Gelderland georganiseerd heeft. Als je de jeugd in hun jonge jaren al meegeeft dat samenwerking over de landsgrenzen heen belangrijk is, dan blijft dit voor de rest van je leven.
En last but not least natuurlijk de regeringsdialoog als heel belangrijk signaal voor de intensivering van grensoverschrijdende samenwerking. Hier hebben veel partijen samen hard aan getrokken. Iets om heel trots op te zijn.

Wat zijn de belangrijkste uitdagingen voor 2019? Kunt u een voorbeeld noemen van actuele onderwerpen die hoog op de agenda staan?

Het vasthouden van de aandacht voor GROS. We plukken er nu de vruchten van en het is zaak dat dat zo blijft. Dat we niet op onze lauweren gaan rusten. Dat we ons blijven afvragen, wat de burgers in de grensstreek nodig hebben. Namelijk een goed functionerende samenleving waarin de grens geen barrière vormt, waarin je gemakkelijk kunt wonen en werken over de grens. En dat we problemen onder de aandacht brengen van de verantwoordelijke overheden. Dat is en blijft de leidraad in ons werk. De grens mag dan optisch wel zijn verdwenen, maar we bijten ons stuk op de regelgeving op het gebied van bijvoorbeeld pensioenen, diploma-erkenning en grensoverschrijdende inzet van brandweerdiensten. Als Euregio kunnen we pragmatische oplossingen bedenken om de regelgeving heen, maar voor duurzame oplossingen hebben we echt de overheid nodig.

Op welke punten is er verder nog terrein te winnen?

Het is mij een doorn in het oog dat het grensoverschrijdend ambulancevervoer nog steeds niet geregeld is. En daarbij gaat het met name om de inzet van de Nederlandse ambulance in Duitsland. Dat is nog steeds niet toegestaan, aangezien er in een Nederlandse ambulance geen arts aanwezig is, terwijl dat in Duitsland verplicht is. Ministeries beloven al jaren om hier iets aan te doen, maar concreet is er nog niets gebeurd. Er zijn gelukkig wel wat pilotprojecten waarbij Duits personeel wordt geschoold om ook aan Nederlandse zijde aan de slag te kunnen, maar we zijn er nog lang niet.
Een tweede pijnpunt is wat mij betreft de gebrekkige beschikbaarheid van grensoverschrijdend openbaar vervoer. In de Euregio Rijn-Waal kennen we met de busverbinding van Emmerich naar Nijmegen en de regionale trein van Arnhem naar Düsseldorf slechts twee succesverhalen. Als we willen dat een grensoverschrijdende arbeidsmarkt binnen handbereik komt, moet dat ook geregeld zijn.

Waar gaan we ons in de grensoverschrijdende samenwerking naartoe bewegen?

Ik kan alleen de hoop uitspreken dat we op deze voet door kunnen gaan en de aandacht hiervoor vast weten te houden. We moeten deze aandacht gebruiken om stappen te zetten en vooruit te komen. Dat wordt de uitdaging voor de komende jaren. Denk daarbij onder meer aan de ontwikkeling van een arbeidsmarktplatform ter bevordering van de grensoverschrijdende arbeidsmobiliteit. Een andere mooie stap is het herdenken en vieren van 75 jaar vrijheid, volgend jaar en in 2020, waar we ook onze oosterburen bij willen betrekken.

“Niet verzanden in bureaucratie, maar resultaten boeken”

Staatssecretaris Raymond Knops van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties bracht woensdag 16 mei een bezoek aan de Provincie Gelderland, de tweetalige Euregio Realschule in Kranenburg en de Euregio Rijn-Waal in Kleef. De voormalig officier van de Koninklijke Luchtmacht is vastbesloten om spijkers met koppen te slaan op het gebied van grensoverschrijdende samenwerking.

Knops woonde ’s ochtends in het Huis der Provincie in Arnhem verschillende presentaties over nieuwe grensoverschrijdende initiatieven bij. In het bijzijn van Commissaris van de Koning Clemens Cornielje en gedeputeerde Michiel Scheffer luisterde Knops onder meer naar een presentatie van prof. dr. Paul Sars, hoogleraar Duitse taal en cultuur aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Hij stelde het Grensland Instituut Nederland Duitsland voor, dat Nederlandse en Duitse partijen bij elkaar wil brengen op het gebied van onder meer infrastructuur, onderwijs en ondernemerschap. Ook o.a. de Hogeschool Arnhem Nijmegen en diverse bedrijven (o.a. NXP) zijn bij dit initiatief betrokken.

Onderwijsconcept voor de grensregio

’s Middags was staatssecretaris Knops te gast bij de tweetalige Euregio Realschule, net over de grens in Kranenburg. Deze school geeft lessen zowel in het Nederlands als in het Duits. De school werkt nauw samen met het Notre Dames des Anges (havo) in Beek-Ubbergen. De enthousiaste duo-presentatie van Ulrich Falk, schoolhoofd van de Euregio Realschule, en Marije van Deutekom, directeur van het Notre Dame College maakte veel indruk op de staatssecretaris: “Jullie leveren hier echt pionierswerk en laten je niet weerhouden door eventuele regeltjes uit Den Haag, Düsseldorf of Berlijn. Door samen te werken en pragmatische oplossingen te zoeken hebben jullie een onderwijsconcept ontwikkeld, dat perfect aansluit op de behoefte van de grensregio”.

Betrokken aanspreekpartner

Vervolgens legde de staatssecretaris zijn oor te luister bij de Euregio Rijn-Waal in Kleef, waar hij werd ontvangen  door Hubert Bruls, burgemeester van Nijmegen en tevens voorzitter van de Euregio Rijn-Waal. Tijdens een gesprek met het bestuur beloofde Knops onder meer dat hij voor de zomer nog met een plan komt voor structurele financiering van de GrensInfoPunten. Matthijs Huizing (o.a. coördinator externe betrekking bij expertisecentrum ITEM van de universiteit van Maastricht) is op dit moment in gesprek met betrokken partijen over de inhoud van dit plan. Bruls is blij met de steun uit Den Haag: “Het is fijn, dat wij met de staatssecretaris Knops een betrokken aanspreekpartner in Den Haag hebben, die open staat voor de wensen en noden in de grensregio”.

Resultaten boeken

In het Euregio Forum maakte Knops een ronde langs allerlei stands van projecten waar de Euregio Rijn-Waal bij betrokken is. De projecten waren ingedeeld naar thema: arbeidsmarkt, onderwijs, veiligheid en zorg en bereikbaarheid. Alvorens de projectmedewerkers naar eigen zeggen “het hemd van het lijf te vragen” benadrukte Knops dat er momenteel in Den Haag veel enthousiasme is om de schouders eronder te zetten wat grensoverschrijdende samenwerking betreft. “Dit is wel eens anders geweest”, aldus de staatssecretaris. “Ik heb drie jaar de tijd om de handen uit de mouwen te steken. Dit betekent dat ik een beetje haast heb. Ik wil niet teveel verzanden in bureaucratie, maar vooral resultaten boeken. En dat kunnen we alleen maar samen met elkaar.” De staatssecretaris gaf na afloop van het bezoek aan zeer onder de indruk te zijn van het grote enthousiasme en commitment in de Euregio Rijn-Waal en graag te delen “in de verantwoordelijkheid om de grensregio elke dag een beetje beter te maken”.

Foto: Euregio Rijn-Waal, (c) Axel Breuer