Lene ter Haar over grensoverschrijdende cultuursamenwerking: “Er zou nog veel meer kunnen”

Lene ter Haar

Cultuurwetenschapper met grensoverschrijdende samenwerking in het bloed. Dat is Lene ter Haar, senior medewerker cultuur en communicatie bij het Nederlandse consulaat-generaal in Düsseldorf, in één zin samengevat. Ze groeide op in München als dochter van een Nederlandse vader en een Duitse moeder en is al twintig jaar actief in verschillende functies in de culturele sector. Getriggerd door hoe kunst en cultuur ons hedendaags bestaan bespiegelen, analyseren, interpreteren en ook doorkruisen – en dat over de Nederlands-Duitse landsgrenzen heen. Een interview met deze bezige bij.

“Ik ben in München opgegroeid met een Nederlandse vader en een Duitse moeder. Daarom heb ik ook een dubbele nationaliteit. In de jaren 90, toen ik op de middelbare school zat, nodigde mijn vader al Nederlandse schrijvers uit om lezingen in München te geven. Ik herinner me nog goed een lezing van Cees Noteboom, of een keer bij de Chinees achteraf met Connie Palmen. Grappig dat ik nu toevallig op een soortgelijk spoor zit.”

Wat zijn uw belangrijkste taken als senior medewerker cultuur en communicatie bij het Nederlandse consulaat-generaal in Düsseldorf?

“Ik heb een aanjagersfunctie voor de Duits-Nederlandse culturele uitwisseling, met een focus op beeldende kunst, literatuur en creatieve economie, in nauwe samenwerking met de Nederlandse ambassade in Berlijn en het consulaat-generaal in München. Ook adviseer ik het consulaat-generaal in Düsseldorf met betrekking tot communicatie. Het is mijn taak om de afstand die er wel degelijk is, te overbruggen.”

“Concreet vul ik mijn dag met het opbouwen van netwerken in het ambtsgebied van het consulaat-generaal in Düsseldorf – grofweg tussen Bremen en Saarbrücken –, met het initiëren en faciliteren van uitwisseling en met het agenderen van innovatieve ontwikkelingen op cultureel gebied aan beide kanten van de grens. Onderzoek naar best practices en briljante cultuuruitingen in Nederland hoort er ook bij. Ook beoordeel ik subsidieaanvragen die via onze cultuursubsidieregeling binnenkomen. Bovendien ligt er intern, op het consulaat-generaal in Düsseldorf, een belangrijke taak om cultuur als belangrijk beleidsterrein te vertegenwoordigen en culturele ontwikkelingen binnen de grotere dynamiek van buitenlandse zaken een plek te geven.”

Wat vindt u het leukste aspect van grensoverschrijdende samenwerking?

““Een grens is een wens om verder te gaan”, zo luidt een Loesje-spreuk. Dat herken ik wel, zowel persoonlijk als vanuit mijn professie. Daar komt bij dat de van oudsher bestaande (culturele) verbindingen in het grensgebied door onze centraal georganiseerde staten allerminst vanzelfsprekend zijn. Als grensgebied heb je de keuze om je als periferie of – zoals men in Nederland weleens met een knipoog en een traan zegt – ‘Randland’ te definiëren, of om door middel van de samenwerking over de grens nieuwe centra te vormen. De Euregio’s doen dit al decennia met bravoure en er zijn inmiddels velen die het belang ervan onderkennen.”

“Dit gebeurt echter niet vanzelf. Ik vind het prachtig om deze beweging op cultureel gebied aan te jagen en erover te communiceren. Op een gegeven moment ontstaat er in de samenwerking een moment waarop 1+1 = 3 wordt: je beseft dat er vanuit iedereens verschillen een nieuwe samenhorigheid ontstaat, waardoor het project én de deelnemers eraan groeien.”

“Ook is Duitsland méér dan alleen Berlijn: dat wordt weleens vergeten. Veel kansen voor Nederlandse kunstenaars en cultuurmakers liggen buiten de grote centra als Berlijn of Frankfurt: in 2019 waren Nederlandse cultuurmakers uit alle disciplines in meer dan 600 Duitse steden te gast. Veel kansen liggen in het directe grensgebied en zijn relatief dichtbij. Zo dichtbij zelfs dat je deze wel eens over het hoofd zou kunnen zien.”

U maakt deel uit van de jury ‘Kooperationsprojekte Benelux’ van Noordrijn-Westfalen. Kunt u hierover iets meer vertellen?

“Cultuur heeft een verbindende rol, en die is juist in deze tijd weer actueel en urgent. Dat wordt aan beide kanten van de grens onderschreven. De deelstaat Noordrijn-Westfalen ondersteunt daarom internationale culturele samenwerking, met een focus op Frankrijk, Polen en de Benelux. Ik zit als internationale expert in de jury – een hele eer! Twee keer per jaar worden aanvragen beoordeeld die via de Bezirksregierungen worden ingediend. Het is erg interessant om daar met een jury van drie experts en met behulp van advies van de specialisten van het ministerie van Cultuur van Noordrijn-Westfalen over te discussiëren. Afgelopen maand vond de vergadering vanwege corona voor het eerst digitaal plaats, en dat ging best goed. Alleen de lekkere Duitse broodjes bij de lunch moesten we missen… Ik verbaas me er wel over dat er niet meer aanvragen vanuit het grensgebied binnenkomen. Hier ligt mijns inziens zeker een kans!”

Kunt u een aantal actuele projecten noemen? Welk grensoverschrijdend cultuurproject was bijzonder geslaagd?

“Er speelt heel veel. Opmerkelijk is zeker het initiatief van de regio’s Aken en Maastricht voor een grensoverschrijdende museumkaart. Mijn laatste afspraak voor de coronalockdown was met prof. Christiane Vaessen, directrice van Zweckverband Aachen en tevens honorair consul voor Nederland, en prof. Hildegard Schneider, hoogleraar Europees recht aan de Universiteit van Maastricht en medeoprichter van het Instituut voor Transnationale en Euregionale Grensoverschrijdende Mobiliteit (ITEM). Onderwerp was het starten van een haalbaarheidsstudie naar een dergelijke kaart, aangezien de pilot Naar het museum! zeer positief is ontvangen. Ook de Rijksoverheid wil hieraan bijdragen. Hopelijk kan dit spoedig worden opgepakt en dit initiatief worden uitgerold over de hele grensstreek. In het Zuid-Duitse-Zwitserse-Franse grensgebied is een soortgelijke kaart al heel succesvol. Stel je voor dat er over twee jaar een vergelijkbare kaart is waarmee je grensoverschrijdend kan museumhoppen! Een prachtig initiatief voor burgers, maar ook voor de aantrekkelijkheid van de regio’s.”

“Daarnaast ben ik samen met Dutch Culture bezig met een verkenning van het subsidiestelsel voor culturele samenwerking. Welke mogelijkheden zijn er, waar zijn obstakels? Een ander pionierstraject waarbij ik betrokken ben, is het initiatief van de provincies Overijssel en Gelderland om met het Landschaftsverband Lippe tot een gezamenlijk cultuurbeleid te komen. Zó kom je echt een stap verder.”

Waar valt er op het gebied van grensoverschrijdende cultuursamenwerking wat u betreft nog terrein te winnen?

“Er is behoefte aan het verdiepen en duurzaam verstevigen van het netwerk en de contacten die tijdens ontmoetingen en kennismakingen zijn opgedaan. Dat geldt ook voor het delen en uitwisselen van kennis, met name vanuit de meer decentrale gebieden. Daarnaast experimenteren we, naast de incidentele projectsubsidies, met de inzet van langer durende, inhoudelijke en in die zin duurzame projecten. Een jaarlijks terugkerende literatuurreeks bij het Literaturhaus Köln bijvoorbeeld, ‘Köln am Meer’, of een serie discussies onder de naam ‘Diverse Gespräche’. Een grensoverschrijdende cultuurmanifestatie zoals het Schrittmacher Festival Heerlen/Aken of het Münsterland Festival dat gedeeltelijk zijn, is natuurlijk mooi. Maar er zou nog veel meer kunnen.”

Wat zijn volgens u belangrijke voorwaarden voor een goede cultuursamenwerking tussen Nederland en Duitsland?

“Op tijd en met open vizier met elkaar in gesprek gaan. Een goede voorbereiding en het onderkennen van elkaars verschillen. In vergelijking met Nederland is cultuur in Duitsland een ‘slow business’. Men hecht aan goede voorbereiding, persoonlijk contact en een gezamenlijk vormgegeven inhoudelijk traject gebaseerd op vertrouwen en een gedeelde inhoudelijke visie. ‘Even’ een mailtje sturen een week voor een opening werkt daar meestal averechts. Naast vele positieve verhalen zijn er ook tal van voorbeelden waar de communicatie als gevolg van cultuurverschillen opeens spaak loopt. Vaak is dat het moment dat er met het consulaat-generaal contact wordt gezocht. Dat geldt trouwens niet alleen voor cultuur, maar voor alle beleidsterreinen. De ‘Deutschlandbeauftragten’ van het consulaat-generaal in Düsseldorf spelen hier een belangrijke rol in.”

“Een prachtig concept vind ik wat Duitsers ‘kulturelle Bildung’ noemen. Cultuur is in dezen een onmisbaar onderdeel van de algemene opvoeding en van de persoonlijke ontwikkeling. Dat merk je in Duitsland aan alles. Zo speelt cultuur tevens een belangrijke rol in de politiek. Dat blijkt ook weer tijdens de coronacrisis. Zo hield Bondspresident Walter Steinmeier een welkomstwoord toen de Berlijnse ‘Philharmoniker’ op 1 mei voor het eerst na de coronalockdown weer optraden. Of dat er gesproken wordt over een ‘Konjunkturpaket für die Kultur’ en bondskanselier Angela Merkel op 9 mei 2020 in haar videopodcast cultuur een plek helemaal boven aan de prioriteitenlijst geeft.”

Vragen, opmerkingen of reacties op dit interview? Lene ter Haar is blij met de feedback: lene-ter.haar@minbuza.nl

“Op (inter)nationaal niveau zou meer belang gehecht moeten worden aan grensoverschrijdende samenwerking op lokaal en regionaal niveau”

Nederland en Duitsland werken op talloze vlakken met elkaar samen. Zo ook op cultureel gebied. Hoe gaat dat vanuit de grensprovincies precies in zijn werk? Lin Verbrugge is beleidsmedewerker cultuur bij Provincie Limburg en houdt zich o.a. bezig met grensoverschrijdende samenwerking, die in belangrijke mate gericht is op culturele samenwerking met Duitsland. In gesprek met Grenspost Düsseldorf schetst ze hoe Provincie Limburg grensoverschrijdende culturele projecten ondersteunt en wat belangrijke voorwaarden zijn voor een goede grensoverschrijdende culturele samenwerking.

Grensoverschrijdende samenwerking is onderdeel van het nieuwe beleidskader cultuur van de Provincie Limburg. Als beleidsmedewerker cultuur bij Provincie Limburg houdt u zich hier onder andere mee bezig. Kunt u hier iets meer over vertellen?

Aangejaagd door de kandidatuur van Maastricht voor Europese Culturele Hoofdstad 2018 heeft de samenwerking tussen culturele en overheidspartners in de Euregio Maas-Rijn de afgelopen jaren een boost gekregen. Daarom had het cultuurbeleid van Provincie Limburg in de afgelopen jaren een focus op Euregionale culturele samenwerking. Met ons nieuwe Beleidsprogramma Cultuur 2020-2021 hebben we het effect hiervan willen uitbreiden tot de gebieden waar wij de meeste duurzame kansen zien, te weten Vlaanderen en Noordrijn-Westfalen.

De basis van ons cultuurbeleid is dat grensoverschrijdende culturele samenwerking een meerwaarde heeft voor zowel het culturele veld als het publiek. Bovendien kunnen grensregio’s zich hiermee profileren en onderscheiden. In dit kader neem ik bijvoorbeeld deel aan bijeenkomsten met Duitse en Belgische overheidspartners. Doel van deze bijeenkomsten is om goede randvoorwaarden voor grensoverschrijdende culturele samenwerking te creëren en in stand te houden en concrete projecten mogelijk te maken. Tijdens deze gesprekken vervul ik een ambassadeursfunctie voor het Limburgse culturele veld. Een voorbeeld hiervan is onze ambtelijke deelname in de jury van het regionale culturele subsidieprogramma (RKP) van Noordrijn-Westfalen in de regio Aken. Grensoverschrijdende projecten genieten in het kader van dit programma hoge prioriteit.

Op welke manier ondersteunt Provincie Limburg grensoverschrijdende cultuurprojecten? Kunt u eens enkele projecten noemen?

Wij richten ons vooral op het stimuleren en ondersteunen van grensoverschrijdende culturele samenwerkingsprojecten. Hiervoor hebben wij dan ook een subsidieregeling. Van deze laagdrempelige regeling wordt veel gebruikgemaakt, ook door Duitse initiatiefnemers. Ook zij kunnen subsidie aanvragen – mits er sprake is van samenwerking met een Limburgse partner.

Met onze regeling hebben wij bijgedragen aan allerlei kleine en grote projecten: van gezamenlijke concerten van muziekgezelschappen tot de graffitimanifestatie UNFRAMED en van Poetry SLAM-festival Borderlines tot meerjarige museumsamenwerkingen. Een goed voorbeeld van dat laatste is het project ‘Naar het museum!’ van het Zweckverband Region Aachen. Dit initiatief ging in 2017 met een combiticket en bijbehorende marketingcampagne voor acht Duitse musea van start. In 2019 hebben in totaal 28 musea uit het hart van de Euregio Maas-Rijn zich aangesloten bij dit project, waaronder 7 musea uit de regio Parkstad. Het project – tevens een Euregionaal netwerk – werd in 2019 door ons ondersteund en heeft de ambitie om een Euregionale museumkaart te gaan aanbieden.

Wat al deze projecten kenmerkt is dat de grensoverschrijdende culturele samenwerking is ontstaan vanuit of gedragen wordt door de betrokken culturele partners uit Limburg én die van over de grens.

Waar valt op het gebied van grensoverschrijdende cultuursamenwerking wat u betreft nog terrein te winnen?

Op het gebied van kennisuitwisseling. Mijns inziens is er over en weer vrij weinig kennis over bijvoorbeeld de manier waarop het cultuurbeleid in de partnerlanden is ingericht, zowel op nationaal, regionaal als gemeentelijk niveau, en welke impact dit precies heeft. En dat terwijl je die context vaak wel nodig hebt om goed met elkaar te kunnen samenwerken. Ook ten aanzien van actuele vraagstukken in de culturele sector zelf kunnen we zeker nog van elkaar leren.

Met het oog op duurzaamheid en efficiëntie in het brede (nationale) kader van internationalisering zou er bovendien veel meer belang gehecht moeten worden aan grensoverschrijdende samenwerking op lokaal en regionaal niveau. Daar gebeurt het namelijk echt.

Wat zijn volgens u belangrijke voorwaarden voor een goede culturele samenwerking tussen Nederland en Duitsland?

Voor een geslaagde samenwerking op cultureel vlak is het volgens mij essentieel dat de betrokken partners aan beide zijden van de grens profijt hebben van de samenwerking. Er moet sprake zijn van een win-winsituatie – of in elk geval uitzicht daarop. Directe successen zijn helaas zeldzaam, meestal moeten beide partijen over een lange adem beschikken.

Wat waardeert u als Nederlandse aan Duitsers?

Alles eigenlijk – de taal, de cultuur. Misschien vooral vanwege de overeenkomsten die wij met elkaar hebben. Hierbij geloof ik dat onze ‘verschillen’, onze wederzijdse typische eigenschappen, vaak ook complementair zijn aan elkaar. Dat is een vruchtbare bodem voor samenwerking.

Wat vindt u het leukste aspect van grensoverschrijdende samenwerking?

Het samenwerken met Duitse collega-ambtenaren en mensen uit de culturele sector in Duitsland geeft mij een ander referentiekader. Ik vind het leuk om mijn horizon te verbreden.

Tweede Kamer stimuleert grensoverschrijdende sport en cultuur

Een ruime meerderheid van de Tweede Kamer wil dat de regering grensoverschrijdende sport- en cultuurevenementen gaat stimuleren. Dat bleek tijdens de behandeling van de begroting van het Ministerie van Buitenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK).

De Tweede Kamer nam een motie aan die was ingediend door CDA-kamerlid Harry van der Molen en medeondertekend werd door Monica den Boer (D66), Stieneke van der Graaf (CU) en Jan Middendorp (VVD).
Volgens de motie belemmeren cultuurverschillen en de taalbarrière een goede samenwerking op het gebied van onderwijs en arbeidsmarkt, vooral met Duitsland. Gezamenlijke evenementen voor de jeugd op het gebied van cultuur en sport moeten hier verandering in brengen.

Naast grensoverschrijdende evenementen stelde Jan Middendorp de Grens-App aan de orde. CU-kamerlid Stieneke van der Graaf drong aan op een ‘Regio-Toets’ om zo de effecten van beleidskeuzes op het gebied van zorg, mobiliteit, arbeidsmarkt enonderwijs vooraf in kaart te brengen.

Grenzen slechten

Staatssecretaris Raymond Knops (BZK) benadrukte dat hij er alles aan doet om knelpunten bij grensoverschrijdende samenwerking weg te nemen. Hij meldde dat de governance feitelijk gereed is en bekrachtigd zal worden bij de ontmoeting van de regeringen van Nederland en respectievelijk Vlaanderen en Noordrijn-Westfalen in november. Daarin krijgen ook de vakministers een rol.
Over de Grens-App, het pleidooi van de VVD, zei Knops dat de GrensInfoPunten hebben aangegeven daaraan geen behoefte te hebben.

Regio-Toets

De ChristenUnie vervatte het pleidooi voor een Regio-Toets eveneens in een motie. Hierin wordt de regering opgeroepen om een ‘regiocheck’ uit te werken, waarbij effecten van nieuw beleid en nieuwe wet- en regelgeving op relevante terreinen voor regio’s, die onderhevig zijn aan bevolkings- en huishoudensdaling, vooraf inzichtelijk worden gemaakt.  Met het oog op het versterken van economie en leefbaarheid in krimpregio’s wordt zo regionaal maatwerk mogelijk. De Kamer stemde in met beide moties; zie hier voor de stemmingsuitslagen.

Kunst kent geen grenzen

De komende jaren werken Duitse en Nederlandse kunstenaars en cultuurmakers uit de EUREGIO in tandems samen aan het creëren van kunst- en cultuurprojecten. Om potentiële projectpartners uit het buurland te vinden en een grensoverschrijdend netwerk op te bouwen, vindt op 12 april 2018 van 10.00 – 16.30 uur bij Kloster Bentlage in Rheine (Duitsland) het taNDemcamp18 plaats.

Kennismaken, uitwisselen en informeren

Het bijzondere aan deze dag is dat er geen vastgesteld programma is. Dit formaat is vooral voor de kunst- en cultuursector zeer geschikt, leggen de inhoudelijke projectleiders Andre Sebastian en Johan Godschalk uit. ‘Wij wilden bewust geen traditionele bijeenkomst organiseren en de kunst- en cultuurmakers een vastgesteld programma voorleggen. Zij zijn de creatieve mensen en daarom moeten ze zelf actief worden, meedoen en de dag vormgeven. Het motto is: kennismaken, uitwisselen en informeren.’

Sehnsuchtsort Heimat: Waar ben ik thuis?

De deelname aan het tweetalige taNDemcamp is gratis en inclusief eten en drinken. De projectleiding roept kunstenaars en cultuurmakers – zowel professioneel als amateurs – op om mee te doen en mogelijke partners van de andere zijde van de grens voor een gezamenlijk project te ontmoeten. De kunstenaarstandems kunnen maximaal €15.000 subsidie uit het project ontvangen. Het jaarthema van 2018 is: ‘Sehnsuchtsort Heimat: Waar ben ik thuis?’

Meer informatie over het project is beschikbaar op Facebook. Aanmelden kan ook via de website van taNDemcamp.