“Van buren goede buren maken”

Gouverneur Theo Bovens

Sinds 2011 zit Theo Bovens in het zadel als Gouverneur (commissaris van de koning) van de Provincie Limburg. Een rol die hij al negen jaar met verve vervult – niet in de laatste plaats omdat internationalisering en grensoverschrijdende samenwerking hierin een belangrijke plek innemen. Grenspost Düsseldorf ging met hem in gesprek over het belang van ‘goede buren’.

U bent geboren en getogen in Maastricht: de Duitse (en Belgische) grens waren nooit ver weg. Hoe was het voor u om in de grensstreek op te groeien?

“Hoewel ik nog heb meegemaakt dat er aan de grens slagbomen stonden en er douanecontroles waren, heb ik de grens ook in mijn kinderjaren nooit als grens ervaren. Ook omdat er grensoverschrijdende familiebanden bestonden. Mijn oma was Duitse, afkomstig uit Aken. Het was de normaalste zaak van de wereld om de grens over te steken om te winkelen en voor familiebezoek. En daar was ik niet de enige in: de Limburgse bevolking is redelijk internationaal van afkomst. Er zijn maar weinig Limburgers die twee of drie generaties lang alleen Limburgers in hun stamboom hebben. Bovendien groeide ik op met de Duitse televisie. Op zaterdag keken we met het gezin naar de Duitse sport en de televisieshows die vele malen groter en interessanter waren dan de Nederlandse tegenhangers.”

Tegenwoordig is het voor jongeren lang niet meer zo vanzelfsprekend om in aanraking te komen met de Duitse taal. Hoe kijkt u daar tegenaan?

“Daar maak ik me wel zorgen over. Het is bijna niet meer mogelijk om nog op natuurlijke wijze met Duits op te groeien. Tegenwoordig moet je langs tientallen kanalen zappen voordat je een Duitse zender tegenkomt. Vroeger stonden deze bij de eerste drie. Het is op scholen niet meer altijd vanzelfsprekend dat er iets met Duits wordt gedaan, daarin moeten zij toch worden aangespoord. Hierin zijn zeker nog stappen te maken.”

Waarom is de functie van Gouverneur u op het lijf geschreven?

“Ik vind de enorme breedte en de variëteit van de functie het leukst. En het persoonlijke contact met heel veel verschillende soorten mensen. En dat is dan ook meteen hetgeen ik tijdens de coronacrisis het meest heb gemist. In deze functie schud je al snel duizenden handen per jaar en spreek je mensen face-to-face. Als dat dan gedurende een paar maanden grotendeels wegvalt, realiseer je je des te meer wat je eigenlijk mist.”

Zou u ook commissaris van de koning van een andere provincie kunnen zijn?

“Ik ben Limburger in hart en nieren en woon en werk in een provincie die vrij overzichtelijk is en waar alle maatschappelijke organisaties ook op provinciale schaal georganiseerd zijn. Dat maakt dat ik me als een vis in het water voel. In een provincie als bijvoorbeeld Noord-Holland zou ik waarschijnlijk minder op mijn plek zijn, omdat de structuren daar wat diffuser onduidelijker zijn. Bijvoorbeeld een stad als Amsterdam met bijna een miljoen inwoners brengt natuurlijk andere uitdagingen met zich mee dan Maastricht met 120.000 inwoners.”

Wat vindt u het leukste aspect van grensoverschrijdende samenwerking?

“Dat je probeert van buren goede buren te maken die beter zijn dan verre vrienden. Niet voor niets hebben we in Limburg in het kader van 75 jaar bevrijding meteen gezegd dat we de vieringen samen met de Duitsers wilden oppakken. En, ik leen hier maar even een uitspraak van Armin Laschet: “dat je probeert om van Nederland en Duitsland zoveel mogelijk één economische ruimte te maken”. Dat er grensoverschrijdende gebieden ontstaan, waarin je cultuurverschillen als een rijkdom ervaart en grenzen worden afgebroken. Het realiseren van deze economische ruimte kan op twee manieren: door het harmoniseren van regelgeving of door het bouwen van bruggetjes en het vinden van achterdeurtjes. Dat maakt het ingewikkeld, maar ook leuk.”

Dan deed het u vast een beetje pijn toen de grens met België tijdens de coronacrisis werd gesloten.

“Dat heeft me zelfs echt teleurgesteld. Met pijn in mijn hart keek ik naar de roadblocks op de grenzen en andere fysieke afsluitingen. Dat is eigenlijk echt niet meer van deze tijd. Mocht er een tweede golf komen, dan heb ik mij voorgenomen om er letterlijk alles aan te doen om te voorkomen dat de grenzen opnieuw worden gesloten.”

Het is gelukkig wel gelukt om de grens met Duitsland open te houden.

“Daar ben ik dan ook heel bij mee. De samenwerking in de bilaterale teams was heel goed en allemaal vanuit de overtuiging om de grens open te willen houden. Wat ik wel vervelend vond, is dat we af en toe Duitsers moesten ontmoedigen om naar Nederland te komen. Dat had uiteraard niets met de nationaliteit te maken, maar puur met het vermijden van drukte. En een groot aantal bezoekers in Limburg is nu eenmaal Duits. En dat is positief: het is volstrekt normaal geworden dat Duitsers de Nederlandse grens oversteken en vice versa.”

Wat is voor u terugblikkend een van de belangrijkste verworvenheden in de Nederlands-Duitse samenwerking?

“Dat we er een heel eind in zijn geslaagd om het Duitse vijandbeeld af te breken. Hier gaan we op 10 december met een conferentie over ‘Zivilcourage’ en weerbaarheid in de samenleving nog mee verder. De politiesamenwerking verloopt goed, net als de samenwerking in de gezondheidszorg. En tijdens de recente brand in natuurgebied de Meinweg was een telefoontje naar de Duitse brandweer voldoende om hulp in te schakelen. Een andere mijlpaal is natuurlijk dat het buurlandenbeleid sinds 2017 is opgenomen in het regeerakkoord, waar dat twee kabinetten eerder niet lukte. Ik durf wel te stellen dat Grenspost Düsseldorf en het feit dat er al zoveel met Noordrijn-Westfalen werd samengewerkt, dit proces gemakkelijker hebben gemaakt.”

De goede samenwerking met Noordrijn-Westfalen is echter niet alleen voor de grensprovincies van belang.

“Dat klopt. Er zijn meer provincies die belang hebben bij een goede relatie met deze deelstaat. Dat is niet alleen aan de grens zo, maar ook in de rest van Nederland. We proberen dan ook steeds meer om ook andere provincies mee te nemen. We maken ons niet alleen sterk voor de burgers in onze grensregio, maar ook voor de mensen in de rest van Nederland. We bedrijven feitelijk geen regionale politiek, maar voeren internationaal beleid ten behoeve van het hele land. We hebben bijvoorbeeld gepleit voor een goede treinverbinding tussen Heerlen en Aken, die lang werd gezien als een regionale kwestie. Het betreft hier echter wel de verbinding van de Randstad naar het Duitse achterland en vice-versa. Dat internationale karakter mag nog wel wat meer worden benadrukt.”

Op welk vlak van grensoverschrijdende samenwerking valt er volgens u nog het meest te winnen?

“Boodschappen doen of vakantie vieren in Duitsland is voor inwoners van de grensstreek de normaalste zaak van de wereld. Ook werken in Duitsland wordt steeds gemakkelijker, alleen moet je de mensen nog wel zover krijgen dat ze ook in Duitsland willen en gaan werken. En ondernemers zover dat ze producten niet in Groningen bestellen, maar dichter bij huis in Jülich. De open grenzen moeten we wat dat betreft nog wat meer tussen de oren krijgen. De afgelopen tijd hebben we vaak gehoord dat de voedselketens weer Nederlands zouden moeten worden. Waarom zouden die niet Duits-Nederlands kunnen zijn? We denken soms nog te veel nationaal en te weinig in 360 graden. Op dat vlak is er nog wel wat winst te boeken.”

Provincie Gelderland nam afscheid van Commissaris van de Koning Cornielje

Op woensdag 23 januari 2019 werd er afscheid genomen van Commissaris van de Koning in Gelderland, Clemens Cornielje. Sinds 2005 vervulde hij met veel plezier deze functie: “De mooiste baan in bestuurlijk Nederland, in de mooiste provincie van ons land”.

In aanwezigheid van Provinciale Statenleden, leden van Gedeputeerde Staten en ambtenaren werd Cornielje in het zonnetje gezet. Hij werd door diverse bewindslieden toegesproken, waaronder Kajsa Ollongren, minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, en Willibrord van Beek, Commissaris van de Koning in Utrecht en persoonlijke vriend van Cornielje. Namens het college van Gedeputeerde Staten sprak gedeputeerde Jan Markink. Het geheel werd door Het Gelders Orkest muzikaal omlijst.

Cornielje was niet alleen het boegbeeld van de provincie Gelderland, maar zette zich ook in voor de grensoverschrijdende samenwerking. Hij was ruim dertien jaar lid van het Nederlands-Duitse 3+3-overleg. Hij wordt opgevolgd door John Berends.

 

Foto: (c) Provincie Gelderland.

John Berends nieuwe commissaris van de Koning van Gelderland

De Provinciale Staten (PS) van Gelderland hebben voorgesteld om de heer drs. J.C.G.M. (John) Berends bij de minister aan te bevelen voor benoeming tot de 17e commissaris van de Koning in Gelderland. John Berends moet Clemens Cornielje gaan opvolgen die na ruim 13 jaar per 1 februari 2019 stopt als commissaris van de Koning.

De heer Berends is sinds 19 maart 2012 burgemeester van de gemeente Apeldoorn en was daarvoor 7 jaar burgemeester van de gemeente Harderwijk. Van 1998-2005 was hij wethouder en locoburgemeester in de gemeente Zwolle.

Na de aanbeveling van de Provinciale Staten brengt het ministerie van Binnenlandse Zaken een voordracht uit aan de koning.  Naar verwachting zal vervolgens John Berends per Koninklijk Besluit benoemd worden voor een periode van 6 jaar. Naar alle waarschijnlijkheid wordt John Berends dan op 6 februari 2019 tijdens de Statenvergadering geïnstalleerd als de 17e commissaris van de provincie Gelderland.

Foto (c): Door Apdency – Eigen werk, CC0, https://commons.wikimedia.org/w/index.php?curid=19576416

Andries Heidema aanbevolen als Commissaris van de Koning in Overijssel

Andries Heidema

Andries Heidema (56) is de beoogde nieuwe Commissaris van de Koning in Overijssel. Dat maakten Provinciale Staten in Overijssel na afloop van een besloten Statenvergadering bekend. Provinciale Staten zien in Andries Heidema een nieuw boegbeeld voor de provincie. Heidema is hiermee de opvolger van Ank Bijleveld-Schouten. Zij werd vorig jaar minister van Defensie.

 Op basis van de aanbeveling zal de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties een voordracht uitbrengen aan de Koning. De nieuwe Commissaris Andries Heidema zal vervolgens bij Koninklijk Besluit benoemd worden voor een periode van zes jaar.

Energiek met hart voor Overijssel

De provincie zocht naar een energieke persoonlijkheid met een groot hart voor de Overijsselse samenleving. “Provinciale Staten zien Heidema als een verbindend leider, energiek en charismatisch. Wij zien deze elementen uit de profielschets sterk in zijn persoon terug. Hij zal de identiteit van de Overijsselse regio’s goed aanvoelen. Onze inwoners zullen in hem iemand zien zoals zij zich die wensen: aanwezig, betrokken en benaderbaar. Andries Heidema zal voluit gaan voor Overijssel.” aldus Martin Reesink, voorzitter van de vertrouwenscommissie.

Loopbaan

Andries Heidema is sinds 2007 burgemeester van de Overijsselse gemeente Deventer. Daarvoor was hij burgemeester van de gemeente Neder-Betuwe. In de jaren ‘90 tot 2002 was hij raadslid, fractievoorzitter en wethouder voor de ChristenUnie in Zoetermeer. Heidema studeerde Cultuurtechniek aan de Landbouw Universiteit Wageningen. Hij beschikt over een landelijk bestuurlijk netwerk, is onder meer bestuurslid van het Nederlands Genootschap van Burgemeesters en het G40 netwerk van Nederlandse gemeenten.

Boele Staal nieuwe waarnemend CvK Overijssel

Waarnemend Commissaris van de Koning Boele Staal

Per 19 december is Boele Staal aangetreden als waarnemend Commissaris van de Koning in Overijssel. De 69-jarige Staal was van 1998 tot 2007 onder andere commissaris van de Koningin in Utrecht en lid van de Eerste Kamer der Staten-Generaal. Het afgelopen jaar was hij waarnemend burgemeester van Arnhem.
Staal als waarnemend Commissaris van de Koning in Overijssel vervult tijdelijk de vacature die is ontstaan omdat Ank Bijleveld-Schouten in het nieuwe kabinet minister van Defensie is geworden. Staal blijft aan tot er een nieuwe commissaris is gevonden.