Nieuwe ideeën voor grensoverschrijdende mobiliteit tijdens conferentie ‘Zukunft denken – Mobilität vernetzen‘

Op 4 december vond in Essen de conferentie ‘Zukunft denken – Mobilität vernetzen‘ plaats. Circa 700 deelnemers uit de mobiliteitssector, studenten en scholieren discussieerden op uitnodiging van verkeersminister Hendrik Wüst van Noordrijn-Westfalen en het ‘Bündnis für Mobilität Nordrhein-Westfalen’ over de mobiliteit van de toekomst.

Voor minister Wüst was de conferentie een bijeenkomst met vele oude bekenden en experts, waarmee gesproken kon worden over de kansen die de digitalisering biedt – en hoe deze het beste benut kunnen worden. “De kansen liggen er en we hebben de plicht om ze te grijpen”, aldus Wüst.

Foto: Simon Bierwald/INDEED Photography

Oplossingen voor de mobiliteit van de toekomst

De deelnemers spraken tijdens diverse discussierondes onder andere over slimme, gebruiksvriendelijke en duurzame oplossingen voor mobiliteitsvraagstukken. Aan bod kwamen bijvoorbeeld diverse last-mile oplossingen voor de logistiek en verschillende apps voor personenvervoer (MaaS, Mobility as a Service). Veel mobiliteitsoplossingen waren live te bekijken, en met behulp van virtual reality-brillen kon een blik in de toekomst geworpen worden. Ook gaven diverse onderzoekers en trendwatchers hun visie op de toekomst van de mobiliteit. De deelnemers hadden volop gelegenheid om met elkaar te netwerken en de aanwezige studenten en scholieren kregen een goed beeld van de mogelijkheden die er op het gebied van mobiliteit zijn.

Foto: Simon Bierwald/INDEED Photography

“Conferentie heeft veel opgeleverd voor grensoverschrijdende mobiliteit”

Belangrijk was de vraag hoe mobiliteitsvraagstukken met behulp van nieuwe technieken op een andere manier opgepakt kunnen worden, en hoe overheden daarop moeten inspelen. Volgens Coen Mekers, senior beleidsstrateeg mobiliteit bij de Provincie Gelderland, zijn dat thema’s die ook in de samenwerking tussen de Nederlandse provincies en het Rijk met Noordrijn-Westfalen op het gebied van mobiliteit en infrastructuur aan de orde komen. “De conferentie heeft dan ook veel opgeleverd. We hebben veel inzicht gekregen in de ideeën die Noordrijn-Westfalen heeft en hoe het Ministerie van Verkeer van Noordrijn-Westfalen bepaalde zaken wil aanpakken. Bovendien hebben we kennisgemaakt met diverse interessante instanties en personen, die mogelijkheden voor nieuwe allianties bieden. Dit gaat zeker nuttig zijn voor de bestaande samenwerking met Noordrijn-Westfalen op het gebied van mobiliteit en infrastructuur”, aldus Mekers. Volgens hem is het van belang om investeringen flexibel te plannen, om op die manier goed en snel in te kunnen spelen op toekomstige ontwikkelingen en technische mogelijkheden. “Om verder te komen zullen we daarnaast meer gebruik moeten maken van data”, besluit Mekers.

Foto: Simon Bierwald/INDEED Photography

Overleg Mobility NL-NRW: veel ontwikkelingen op gebied van grensoverschrijdende mobiliteit

Op 7 november vond tussen de provincies Gelderland, Overijssel, Limburg, Noord-Brabant en Zuid-Holland, vertegenwoordigers van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en een afvaardiging van het ministerie van verkeer van Noordrijn-Westfalen het mobiliteitsoverleg Mobility NL-NRW plaats. Wat gebeurt er allemaal op het gebied van grensoverschrijdende mobiliteit, en welke onderwerpen stonden er tijdens deze bijeenkomst op de agenda? Coen Mekers, senior beleidsstrateeg mobiliteit bij de Provincie Gelderland, vertelt er meer over.

In februari 2019 hebben Nederlandse en Duitse bestuurders de Werkagenda Mobility NL-NRW ondertekend, waarin de belangrijkste onderwerpen op het gebied van grensoverschrijdende mobiliteit zijn opgenomen. Deze agenda is onderbouwd met een werkprogramma met daarin de concrete activiteiten voor de komende maanden en jaren. “Onderwerpen die in de agenda aan bod komen zijn onder meer verkeer en vervoer op spoor, wegen en water, Smart Mobility en mobiliteitsmanagement, de Europese TEN-T corridors en innovatieve en duurzame aandrijftechnieken”, zegt Mekers. “’Hot items’ zijn vooral Smart Mobility, logistiek en duurzaamheid. Ook spoorverbindingen staan hoog op de agenda.”

Belangrijke stappen gezet

Sinds de ondertekening zijn er belangrijke stappen gezet: de thema’s uit de werkagenda zijn geconcretiseerd in een bijbehorend werkprogramma en er zijn expert meetings georganiseerd over logistiek, binnenvaart en duurzame brandstoffen. “Daarnaast is sinds september de nieuwe werkgroep Smart Mobility Solutions actief, die al concrete acties aan het werkprogramma heeft toegevoegd. Er is bijvoorbeeld een bijeenkomst georganiseerd over autonome voertuigen”, aldus Mekers.

Grensoverschrijdende pilots, workshops en expert meetings

Aan welke projecten wordt op dit moment concreet gewerkt? Als eerste noemt Mekers de grensoverschrijdende Mobility as a Service (MaaS)-pilot voor openbaar vervoer tussen Limburg en Aken. “Bovendien vinden er triple-helix workshops plaats rond de ervaringen met geautomatiseerd vervoer en wordt tot maart 2020 een grensoverschrijdende pilot met betrekking tot de uitbreiding van truck parkings gedetailleerd uitgewerkt. Daarnaast wordt er bij de afstemming van concrete spoorverbindingen en bij projecten op het gebied van duurzame alternatieve brandstoffen voor de scheepvaart en de ontwikkeling van Clean Energy Hubs intensief samengewerkt”, legt Mekers uit. Ook staan er voor het eerste halfjaar van 2020 verschillende expert meetings voor ov-tarieven, fietsroutes, logistieke netwerken en MaaS gepland.

Ook EGTC Rhine-Alpine belangrijk thema tijdens mobiliteitsoverleg

Op de Rijn-Alpen-corridor wordt sinds een aantal jaren interregionaal samengewerkt tussen de regio’s en de havens: de EGTC Rhine-Alpine. De Gelderse gedeputeerde Christianne van der Wal werd op 8 november tot voorzitter verkozen. De partners in de EGTC gaan uit van het motto ‘One corridor – One strategy’. De focus ligt daarbij op grensoverschrijdende onderwerpen, een groene ontwikkeling van de corridor, robuustheid van de corridor, slimme mobiliteit en het verminderen van geluidsoverlast. Volgens Mekers is ook de ontwikkeling van de corridor een belangrijk thema in de werkagenda met Noordrijn-Westfalen. “We bespreken gezamenlijke standpunten en kijken samen naar de mogelijkheden van Europese cofinanciering van projecten”, legt Mekers uit.

“Succesvol voorbeeld van grensoverschrijdende samenwerking”

Mobility NL-NRW bestaat al ruim tien jaar. Mekers is erg tevreden over de ontwikkeling die het mobiliteitsoverleg heeft doorgemaakt. “De collega’s aan beide zijden van de grens zijn erg enthousiast. Ze tonen veel inzet en daardoor kunnen bestaande mobiliteitsvraagstukken en problemen goed opgepakt worden. Er wordt op een gestructureerde manier samengewerkt en men heeft veel vertrouwen in elkaar”, aldus Mekers. Volgens hem is Mobility NL-NRW inmiddels een succesvol voorbeeld van grensoverschrijdende samenwerking. Vertrouwen en communicatie zijn de sleutel tot dit succes: “Daardoor lukt het elk keer weer om de verschillen in structuur, regelgeving, procedures en taal en cultuur te overbruggen. Daardoor kunnen we efficiënt op de inhoud focussen”, sluit Mekers af.

Het jaarlijks Bestuurlijk Overleg tussen de minister voor verkeer van Noordrijn-Westfalen en de Gedeputeerden van de provincies zal eind januari 2020 in Noordrijn-Westfalen plaatsvinden. Het volgende Ambtelijk Coördinatie Overleg staat voor eind maart 2020 in Nederland gepland.

“We moeten veel meer grensontkennend werken”

Het station van Keulen

Het Mobiliteitsoverleg tussen Noordrijn-Westfalen en Nederland bestaat al meer dan tien jaar. Het is voor de grensprovincies, Gelderland, Overijssel, Limburg en Noord-Brabant bij uitstek de gelegenheid om met het ministerie van Verkeer van de Duitse deelstaat van gedachten te wisselen over grensoverschrijdende mobiliteitsvraagstukken. Coen Mekers, senior-beleidsmedewerker bij de Provincie Gelderland en namens de provincie coördinator van het meerjarenprogramma transport, is met een aantal collega´s nauw betrokken bij het Mobiliteitsoverleg. Grenspost sprak met hem.

Wat houdt uw functie precies in?

Ik houd me bezig met het leggen van verbindingen tussen de provinciale Gelderse doelen, projecten, belangen en die van partners. Concreet voer ik overleg en maak ik afspraken met bijvoorbeeld het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, maar ook met de Europese Commissie en Noordrijn-Westfalen over gezamenlijke thema’s en projecten.

Welke onderwerpen staan er zoal op de agenda tijdens het Mobiliteitsoverleg?

Het Mobiliteitsoverleg draait om hele praktische zaken zoals het afstemmen van wegwerkzaamheden, de aanleg van wegen en spoorverbindingen en het uitwisselen van verkeersgegevens. Maar er staan ook meer strategische onderwerpen op de agenda, zoals corridorontwikkeling en innovatieve oplossingen voor mobiliteitsvraagstukken.
Onze bestuurders komen elke twee jaar bij elkaar om de voortgang te bespreken en nieuwe afspraken te maken. Op ambtelijk niveau gebeurt dat halfjaarlijks. Daarnaast worden er regelmatig conferenties en expertbijeenkomsten georganiseerd over actuele thema’s en zijn er werkgroepen voor bijvoorbeeld logistiek en informatie-uitwisseling.

Als coördinator van de samenwerking van de Nederlandse provincies met Noordrijn-Westfalen op het gebied van mobiliteitsvraagstukken komt u in aanraking met grensoverschrijdende zaken. Wat vindt u het leukste aspect hieraan?

Het ontmoeten van mensen en het in gesprek gaan en zo ontdekken wat ons gezamenlijk in de grensregio’s bezighoudt. En dan vervolgens actie ondernemen om bijvoorbeeld barrières weg te nemen en projecten uit te voeren.

Welke Duitse eigenschap weet u het meest te waarderen? Wat kunnen Nederlanders van Duitsers leren en andersom?

Duitsers bereiden besprekingen altijd tot in de puntjes voor en dat waardeer ik zeer. Dat komt ook door hun kenniscultuur. Nederlanders hebben vaak de neiging om tijdens een overleg pas na te denken over onderwerpen en dan aan het einde voor te stellen om er nog eens over na te denken of een notitie te maken. Nederlanders kunnen van Duitsers leren dat een goede voorbereiding het halve werk is. En Duitsers kunnen van Nederlanders leren om zaken meer integraal en vanuit een helicopterperspectief te bekijken.

Welke kansen ziet u op het gebied van mobiliteit door samen te werken met Noordrijn-Westfalen?

Mobiliteit houdt zich niet aan grenzen. In de dagelijkse praktijk steken we al vaak de grens over om te gaan winkelen, voor een stedentrip of voor het werk. Dat doen we nu nog voor een groot deel met de auto, maar we zouden veel meer met het openbaar vervoer kunnen doen. Er zijn plannen voor verbetering van de verbinding tussen Eindhoven, Venlo en Düsseldorf en ook de verbinding tussen Hengelo en Bielefeld is van start gegaan.

De Provincie Gelderland heeft samen met onder andere Noordrijn-Westfalen een nieuwe regionale spoorverbinding tussen Düsseldorf en Arnhem gerealiseerd. Bovendien liggen er grote kansen als we kijken naar de verbetering van de ICE-verbinding Amsterdam – Arnhem – Frankfurt. Deze ICE rijdt nu maar eens per twee uur naar Duitsland. Dat zou toch op zijn minst elk uur moeten zijn. Onze economieën zijn sterk met elkaar verbonden. Daar moeten we langs de grens veel meer gebruik van maken.

Kunt u een voorbeeld noemen van actuele samenwerkingsthema´s en ‘hete hangijzers’?

Heel actueel is het ontwikkelen van nieuwe manieren om de mobiliteitsvraagstukken aan te gaan.
Verkeersminister Hendrik Wüst van Noordrijn-Westfalen heeft onze gedeputeerde Conny Bieze onlangs in het kader van zijn eerste bezoek in Arnhem opgeroepen om samen innovatieve ideeën te ontwikkelen voor de verkeersvraagstukken. Dat noemen we dan slimme mobiliteit of intelligente vervoerssystemen.
In het verleden was vaak de hamvraag wie dan de eerste stap gaat zetten en wie er binnen de verschillende organisaties het juiste aanspreekpunt is. Inmiddels weten we elkaar door de jarenlange ervaring en samenwerking goed te vinden. Hierin hebben we dus al een flinke stap gemaakt.

Waar ligt volgens u de grootste uitdaging?

Grensoverschrijdende samenwerking gaat niet vanzelf en vraagt om continue inzet en een lange adem. We moeten veel meer grensontkennend werken, Daar hebben de inwoners van Noordrijn-Westfalen en de grensprovincies het meeste baat bij.