Onderzoek naar diploma-erkenning in grensregio´s

Solliciteren naar een baan over de grens is vaak lastig omdat diploma’s niet altijd worden erkend in het buitenland. Het project “Vergroten transparantie erkenning van diploma’s voor kansberoepen” gaat deze belemmeringen aanpakken. Om hier uitvoering aan te geven schakelt de Provincie Limburg de expertise van het instituut ITEM in. Gedeputeerde Marleen van Rijnsbergen (Werk en Welzijn): “Werk moet voor iedereen beschikbaar zijn. Ook over de grens. Limburg maakt zich daarom sterk voor een grenzeloze arbeidsmarkt.”

Bijna een derde van de bevolking in Europa woont in een grensregio. Deze regio’s en de mensen die er in leven, ondervinden nadelen van het leven in een dergelijk grensgebied omdat vakdiploma’s niet overal worden erkend. Ze worden daardoor ontmoedigd om naar een baan in het nabije buitenland te solliciteren. Dat komt vooral door versnipperde wetgeving en het grote aantal organisaties dat zich met de erkenning van diploma’s bezighoudt. Om de belemmeringen, die in het grensgebied ervaren worden, te verlagen heeft de Europese Unie begin 2018 een call uitgeroepen voor pilotprojecten (budget € 400.000 voor 20 projecten). Het project “Vergroten transparantie erkenning van diploma’s voor kansberoepen” is één van de toegekende pilotprojecten.

Bij het project zijn ook het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW), Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) en Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties (BZK), de Euregio’s en partners van Nedersaksen, Noord-Rijn-Westfalen, Vlaanderen en de Benelux betrokken. De Provincie Limburg is leadpartner van dit project en heeft 20.000 euro ontvangen om dit project op te starten.

“Meer aandacht voor grensoverschrijdende successen”

Als het gaat om grensoverschrijdend samenwerken, zijn de thema’s onderwijs en arbeidsmarkt hete hangijzers. Beleidsmedewerker Tom Martinussen is expert op dit gebied en houdt zich binnen de provincie Limburg bezig met onderwerpen als grensinformatievoorziening, grensoverschrijdende arbeidsbemiddeling en diploma-erkenning. Grenspost Düsseldorf wilde hier meer over weten en stelde de heer Martinussen een aantal vragen.

Tom Martinussen
Tom Martinussen

U bent beleidsmedewerker onderwijs en arbeidsmarkt bij de Provincie Limburg: wat houdt uw functie precies in?

Ik houd mij binnen de provincie Limburg vooral bezig met het provinciale “Actieplan Grensoverschrijdend Leren en Werken”. Gezien het feit dat wij bijna alleen maar grenzen aan de buurlanden en nog veel te weinig gebruik maken van de kansen die dat biedt, willen wij daar via het versterken van de Euregionale component in het onderwijs en stimuleren van de grensoverschrijdende arbeidsmarkt (grensinfopunten, grensoverschrijdende bemiddeling en diploma-erkenning) een impuls aan geven.

Wat vindt u het leukste aspect aan grensoverschrijdende samenwerking?

Het leuke aan dit werk vind ik de culturele verschillen: onze buren hebben toch andere omgangsvormen. Overigens merk ik dat de taal hierin wel een barrière vormt. Al kom je er met wat steenkolen Duits en Google Translate uiteindelijk wel. Daarnaast is het mooi dat het thema grensoverschrijdende samenwerking op dit moment ook in de landelijke politiek echt de aandacht krijgt. Dit is een kans voor ons als grensregio’s.

Welke Duitse eigenschap weet u het meest te waarderen? Wat kunnen Nederlanders van Duitsers leren en andersom?

Ik denk dat het niet verrassend is, dat ik de zorgvuldigheid en beschaafdheid waarmee Duitsers werken enorm waardeer. Daar kunnen wij nog wat van leren. De Duitsers kunnen andersom weer wat leren van onze creativiteit.

Welke kansen ziet u in het onderwijs en op de arbeidsmarkt door samen te werken met Duitsland?

Duitsland en Nederland zijn elkaars belangrijkste handelspartners. Toch zie je dat we in het onderwijs veel te weinig aandacht hebben voor dit belangrijke buurland. Wanneer mensen de arbeidsmarkt betreden, ontbreekt het bewustzijn voor en de kennis van de mogelijkheden vlak over de grens. Met een gerichte aanpak is hier nog veel winst te behalen voor werkgevers en werknemers. Overigens staat zowel in onderwijs en arbeidsmarkt wederkerigheid voorop! Het gaat er niet alleen om, Nederlanders in Duitsland aan het werk te krijgen maar ook andersom.

Wat moet er volgens u nog gebeuren om de drempels weg te werken die nu nog een barrière vormen bij de samenwerking met onze oosterburen, zoals de erkenning van diploma’s?

Er moet veel meer en structureel samengewerkt worden, zodat het vertrouwen in elkaar groeit. Daarmee hoop ik dat de grondhouding rondom erkenning van diploma’s groeit. Daarnaast moeten we zeker niet alleen over de problemen communiceren. Er gaat iedere dag namelijk ook heel veel goed! Dat moet nog veel beter inzichtelijk worden gemaakt.

Foto: (c) EUREGIO

Een voorstander van grensoverschrijdend werken

Ontgrenzer Martin Unfried

Inwoners van de regio Niederrhein trekken graag de Nederlandse grens over om te gaan winkelen of op vakantie te gaan. Een aantal aantrekkelijke bestemmingen is in de Nederlandse grensstreek tenslotte dichterbij dan in Duitsland. Waarom staat een groot aantal mensen dan elke dag opnieuw in de file, stapt in overvolle treinen en investeert een (groot) deel van hun tijd om naar hun werk in Duitse metropoolregio´s te rijden, als steden als Nijmegen, Venlo en Roermond of Maastricht zoveel dichterbij liggen? Iemand die zich beroepsmatig bezighoudt met dit fenomeen is Martin Unfried: de ontgrenzer.

Grenspost: Meneer Unfried, waar komt de benaming Ontgrenzer vandaan?

Martin Unfried: De titel heb ik te danken aan de Provincie Limburg, naar aanleiding van een onderzoek naar de praktische problemen van de grensoverschrijdende arbeidsmarkt dat ik voor de provincie uitvoerde. Aansluitend vroeg men mij om een aantal aanbevelingen in de praktijk te brengen.

Grenspost: U woont en werkt zelf in Maastricht. Hoe bent u daar terecht gekomen?

Martin Unfried: Door een Europees programma voor doctorandi en postdoctorandi. Na afloop van het programma heb ik gesolliciteerd bij het instituut EIPA (European Institute of Public Administration) en het is me in Maastricht zo goed bevallen dat ik er nu alweer 20 jaar woon.

“Ik denk zelfs dat het mogelijk is om hier jarenlang te wonen zonder dat je ook maar een woord Nederlands spreekt.”

Grenspost: Raakte u snel gewend aan de Nederlandse cultuur?

Martin Unfried: Ja, ik was er snel aan gewend, je hebt in Maastricht gewoon de keuze. En zeker als je werkt in een internationale, universitaire omgeving. Ik denk zelfs dat het mogelijk is om hier jarenlang te wonen zonder dat je ook maar een woord Nederlands spreekt. Wij hebben echter gekozen voor een andere weg, bijvoorbeeld voor Nederlandse scholen voor onze kinderen.

Grenspost: GrensInfoPunten moeten mensen helpen om de weg over de grens te vinden. Kunt u daar meer over vertellen?

Martin Unfried: Ja, zij adviseren mensen die de grens willen oversteken om in het buurland te gaan werken, wonen en studeren. Je zou denken dat er binnen de EU veel geharmoniseerd is, maar de nationale wetgeving is voor een deel toch erg verschillend. Het kan bijvoorbeeld lastig worden als de woon- en werkplek in twee verschillende landen liggen. Er zal door de verschillende wetgeving en de steeds weer voorkomende wetswijzigingen ook altijd een zekere complexiteit blijven bestaan. Dat maakt de GrensInfoPunten en de regelmatige bijscholing van de medewerkers ook zo belangrijk.

Grenspost: En hoe zijn de GrensInfoPunten ontstaan?

Martin Unfried: Uit verschillende onderzoeken kwam naar voren dat de informatiestructuur omtrent werken over de grens heel versplinterd is. De Euregio´s organiseren wel spreekuren, maar hanteren geen uniforme aanpak. In een intentieverklaring van de Euregio´s werd vervolgens vastgelegd dat de informatiediensten dezelfde naam moeten dragen en op elkaar afgestemd moeten worden. Op die manier moet een constant kwaliteitsniveau gewaarborgd zijn. Voor de kwaliteit speelt ook de afstemming tussen frontoffice – de GrensInfoPunten – en backoffice, organisaties als het pensioenfonds en de ziekenfondsen, een belangrijke rol. Want alleen zij kunnen juridisch bindende uitspraken doen.

Vragen die aan de orde komen zijn, waar je in geval van ziekte op moet letten of welke vormen van arbeidscontracten er in het buurland zijn.” 

Grenspost: Met welke vragen kan men terecht bij de GrensInfoPunten?

Martin Unfried: Een groot aantal vragen betreft belastingen en premieafdrachten. Die worden in de regel betaald in het werkland. Tegenwoordig werken echter ook steeds meer mensen vanuit huis en daarvoor geldt: wie bijvoorbeeld in Nederland woont en in Duitsland werkt, maar daarbij meer dan 20 procent vanuit huis werkt, valt belastingtechnisch weer onder verschillende regels in beide landen. De huidige flexibiliteit maakt het er dus niet eenvoudiger op. Andere vragen zijn, waar je in geval van ziekte op moet letten of welke vormen van arbeidscontracten er in het buurland zijn. Vragen over vakantiedagen, kinderbijslag en pensioenvoorziening worden ook vaak gesteld.

Grenspost: Ieder geval moet dus individueel worden bekeken?

Martin Unfried: Zo is het precies. En de medewerkers raden geïnteresseerden ook duidelijk af van de stap over de grens als zij van mening zijn dat het in dit geval een nadeel vormt. Dat is bijvoorbeeld vaak het geval bij een Duitse ‘Minijob’.

Grenspost: Hoe ziet u de toekomst van de GrensInfoPunten?

Martin Unfried: De GrensInfoPunten – momenteel zijn het er 18 langs de Nederlands-Duitse en –Belgische grens – moeten dienen als eerste aanspreekpunt als mensen erover nadenken om in het buurland te gaan wonen, werken of studeren of natuurlijk ook personeel te werven. Ik weet van collega´s hier in Maastricht dat er veel belangstelling is voor de diensten van de GrensInfoPunten. Ik hoop op een nauwere samenwerking met de grensoverschrijdende arbeidsbemiddeling. In Kerkrade is een belangrijke stap in de juiste richting gezet: naast het GrensInfoPunt is er in hetzelfde gebouw een Duits-Nederlands team voor arbeidsbemiddeling te vinden.

Waarom zou je uren in het eigen land op en neer naar het werk pendelen, als er dichterbij goede mogelijkheden zijn?”

Grenspost: Is de Provincie Limburg door haar geografische ligging pionier op het gebied van grensoverschrijdend werken?

Martin Unfried: Politiek gezien zou je dat zeker kunnen zeggen. De gouverneur van de provincie is zich bewust van het feit dat grensoverschrijdend werken, maar ook de samenwerking tussen de landen erg belangrijk is voor de ontwikkeling van de provincie. En ook in Noordrijn-Westfalen is grensoverschrijdende samenwerking een vast onderdeel van het nieuwe coalitieverdrag. Zo moet de grensoverschrijdende arbeidsmarkt worden versterkt. Ik zie in het bijzonder ook een groot potentieel voor de grensregio´s om zich te ontwikkelen tot Euregionale metropoolregio´s. Hier in het zuiden zijn er grote steden als Luik, Aken, Maastricht en Hasselt, vijf universiteiten en veel, ook internationaal actieve bedrijven.

Grenspost: Wat is uw pleidooi voor grensoverschrijdend werken?

Martin Unfried: Het is voor mij gewoon de logische consequentie als je in de grensregio woont. Waarom zou je uren in het eigen land op en neer naar het werk pendelen, als er dichterbij goede mogelijkheden zijn? Op het gebied van winkelen en toerisme werkt dat al heel goed. Voor de arbeidsmarkt moet dit bewustzijn nog worden gewekt.

(c) Foto: Armin Krejsa

Werkloosheid in Duitsland op recordlaagte

De werkloosheid in Duitsland is historisch laag.

De werkloosheid in Duitsland blijft op het laagste niveau sinds de eenwording, zo blijkt uit nieuwe cijfers van de Bundesagentur für Arbeit. In december was 5,5% van de beroepsbevolking werkloos. In vergelijking met december vorig jaar daalde het aantal werklozen met 183.000.

Over het hele jaar 2017 gezien waren er gemiddeld 2,533 miljoen mensen werkloos, en dat zijn er 158.000 minder dan een jaar eerder. Het gemiddelde werkloosheidspercentage daalde met 0,4 procent naar 5,7 procent. Dat is het laagste percentage sinds de Duitse Wiedervereinigung.

Meer informatie is te vinden in het Handelsblatt (in het Duits)

Duitse grensarbeiders benadeeld door belastingwijziging

Grensarbeiders worden vanaf 2019 mogelijk benadeeld door een inperking van de heffingskorting

Duitsers en Belgen die in Nederland werken, zullen vanaf 2019 meer moeite moeiten doen om aanspraak te maken op heffingskortingen in de Nederlandse inkomstenbelasting. Dat meldt het Financieele Dagblad. Dat is niet alleen een nadeel voor grensarbeiders, maar ook voor Nederlandse werkgevers, aldus de Belgische vakbond ACV.

Het Nederlandse kabinet heeft een voorstel ingediend om de heffingskortingen in de inkomstenbelasting voor buitenlandse belastingplichtigen te beperken. Het gaat hier hoofdzakelijk om EU-ingezetenen, onder wie circa 80.000 Duitse en Belgische grensarbeiders. Daarmee wordt het voor deze groep minder aantrekkelijk om in Nederland te gaan werken.

Nu profiteren buitenlandse belastingplichtigen nog van dezelfde heffingskortingen als Nederlanders. Het betreft daarbij naast de algemene heffingskorting en de arbeidskorting de jongerengehandicaptenkorting, de ouderenkorting en de alleenstaande ouderenkorting. Buitenlanders van wie achteraf blijkt dat zij onterecht hebben geprofiteerd van deze kortingen, moeten de belasting die niet is ingehouden door werkgevers of een uitkeringsinstantie alsnog betalen.

Het kabinet wil deze regel omdraaien. Buitenlandse belastingbetalers krijgen met uitzondering van de arbeidskorting geen heffingskortingen meer tenzij zij daar expliciet om verzoeken, door in Nederland aangifte inkomstenbelasting te doen.