Deutsch-Niederländisches Jugendwerk ontvangt bijdrage van Landesregierung

(c) Land NRW/R. Sondermann

De minister van Europese Zaken, Dr. Stephan Holthoff-Pförtner, heeft in Aken een subsidiebeschikking ter hoogte van 70.000 euro overhandigd aan het Deutsch-Niederländische Jugendwerk (DNJ) dat de subsidie gebruikt om de grensoverschrijdende jongerenuitwisseling te intensiveren.

Minister Holthoff-Pförtner: “De Landesregierung intensiveert de samenwerking met Nederland op politiek, economisch en maatschappelijk gebied. Met de subsidie voor het Deutsch-Niederländische Jugendwerk stimuleren we jongerenuitwisseling. Zodat de jongeren van vandaag kunnen uitgroeien tot overtuigde Europeanen van morgen.”

Het in Aken gevestigde Deutsch-Niederländische Jugendwerk is een non-profit organisatie die studentenuitwisselingen, studiereizen naar het buurland of gezamenlijke bezoeken aan evenementen in Nederland en Duitsland ondersteunt. Opgericht in 1993, bevordert het de talenkennis en de kennis van de arbeids- en opleidingsmarkt in het buurland. Jongeren, scholen of maatschappelijke actoren worden nu opgeroepen om met de hulp van het Jugendwerk grensoverschrijdende projecten te realiseren.

In 2019 stelt de deelstaatregering voor het eerst 100.000 euro beschikbaar waarmee de intensivering van het Duits-Nederlandse jeugdwerk door het Deutsch-Niederländische Jugendwerk zal worden bevorderd. In het voorjaar had het Jugendwerk al startkapitaal ontvangen. Tijdens zijn bezoek aan Aken overhandigde minister Holthoff-Pförtner nu de tweede subsidiebeschikking ter hoogte van 70.000 euro. Bovenop de bijdrage aan het Jugendwerk steunt de Landesregierung sinds 2018 ook de scholierenuitwisseling met Nederland met 100.000 euro per jaar.

De Nederlandse en Duitse zijde zijn beide overtuigd van het belang van een intensievere jongerenuitwisseling. De stimulering van het jeugdwerk door de deelstaatregering maakt deel uit van het gezamenlijke initiatief ‘onbegrenzt – onbegrensd’ dat minister Holthoff-Pförtner in mei 2019 op de eerste Grenslandconferentie samen met Raymond Knops, staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, presenteerde. Ook de Nederlandse zijde stelt geld beschikbaar voor grensoverschrijdende jongerenuitwisselingen: Dit jaar trekt het Nederlandse ministerie van Binnenlandse Zaken 160.000 euro uit voor sport- en culturele ontmoetingen binnen het programma ‘onbegrensd’, plus nog eens 150.000 euro van de provincie Limburg voor jeugdbijeenkomsten.

Daarmee komt het totale bedrag dat dit jaar beschikbaar is voor jongerenuitwisselingen tussen Noordrijn-Westfalen en Nederland op 510.000 euro (Noordrijn-Westfalen: 200.000 euro, Ministerie van Binnenlandse Zaken: 160.000 euro, Provincie Limburg: 150.000 euro).

De betrekkingen tussen Noordrijn-Westfalen en Nederland zijn nauwer dan ooit: in november 2018 vond voor het eerst een regeringsdialoog plaats tussen Noordrijn-Westfalen en Nederland. Hier werd overeenstemming bereikt over onder meer nieuwe spoorverbindingen (Eindhoven-Düsseldorf), gezamenlijke innovatieprojecten (waterstofeconomie) en de reorganisatie van de grensoverschrijdende samenwerking met een Grenslandconferentie.

De eerste Grenslandconferentie tussen Nederland en Noordrijn-Westfalen op 9 mei 2019 in Venlo heeft verdere resultaten opgeleverd: onder andere de uitbreiding van de jongerenuitwisseling door het nieuwe programma ‘onbegrenzt – onbegrensd’, en het waarborgen van het advies aan grenspendelaars in de vorm van de GrensInfoPunten.

Foto: (c) Land NRW/R. Sondermann

Staatssecretaris Knops te gast in Aken

Op 19 juni bracht Staatssecretaris Raymond Knops van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties in het kader van de grensoverschrijdende samenwerking een bezoek aan de Duitse stad Aken. Er stond onder meer een ontmoeting met de Akense burgemeester Marcel Philipp op de agenda.

Als burgemeester van de enige echt grote stad op de grens met Nederland hecht Philipp bijzondere waarde aan grensoverschrijdende samenwerking. Hij praatte Knops onder meer bij over de verschillende vormen van samenwerking tussen Aken en de partnergemeenten in Nederland en België.

Daarnaast bracht Knops een bezoek aan de technische universiteit RWTH Aachen. Hier wisselde hij  met vertegenwoordigers van de RWTH en de Universiteit van Maastricht van gedachten over de samenwerking tussen de twee universiteiten. Een van de paradepaardjes op dat vlak is het Aachen-Maastricht Institute for Biobased Materials (AMIBM). Dit is een Europees cross-border onderzoeksinstituut, gericht op de ontwikkeling van geavanceerde biobased materialen.

Ook de gezamenlijke kandidatuur voor de Einstein Telescoop kwam aan bod. Zuid-Limburg is een van de drie regio’s in Europa die in beeld zijn voor de Einstein-telescoop. Die gaat bestaan uit drie kilometerslange ondergrondse buizen, waarin met laserstralen zogenoemde zwaartekrachtgolven kunnen worden gedetecteerd. Die golven werden door Albert Einstein voorspeld in zijn algemene relativiteitstheorie.

Tot slot ging Knops in gesprek met de Industrie- und Handelskammer (IHK) Aachen en de Limburgse ontwikkelings- en investeringsmaatschappij LIOF. De IHK heeft in LIOF een partner gevonden om gedeeltelijk het gat op te vullen dat door de centralisering van de Kamers van Koophandel is ontstaan. Na afloop van het bezoek was Knops aanwezig bij de euregionale conferentie in Maastricht.

Nederlands-Duitse trein in Limburg rijdt vanaf eind januari

Oorspronkelijk zou de grensoverschrijdende verbinding al vanaf de nieuwe dienstregeling van Arriva, op 9 december 2018, gaan rijden. De toelatingsprocedure voor het Duitse spoor liet echter langer op zich wachten dan gedacht. Daardoor werd de verbinding uitgesteld. Mackus liet weten dat de toestemming nu niet meer ver weg is: “Als alles volgens plan verloopt zou deze goedkeuring in de loop van volgende week er moeten kunnen liggen.” Bron van zijn uitspraak is een bericht dat hij van Arriva had gekregen, waarin staat dat de Duitse instantie EBA momenteel de laatste hand legt aan de officiële goedkeuring. Daardoor kan de eerste trein van Maastricht naar Aken op 27 januari gaan rijden.


Drielandentrein

De Tweelandentrein moet uiteindelijk een Drielandentrein worden, die doorrijdt naar Luik. Op het Belgische deel van het traject zijn de formaliteiten echter nog niet rond.

Euregio Maas-Rijn krijgt nieuwe structuur

Het samenwerkingsverband Euregio Maas-Rijn krijgt een EGTS-status. Hierdoor wordt het makkelijker om Europese subsidies binnen te halen voor grensoverschrijdende projecten. Ook krijgen de vertegenwoordigers van de ‘parlementen’ van de vijf deelnemende regio’s meer invloed.

De Euregio Maas-Rijn is een samenwerkingsverband van Nederlands- en Belgisch-Limburg, de provincie Luik, de regio Aken en de Duitstalige Oostkantons in België. Het samenwerkingsverband wordt in de nieuwe opzet een zogenaamde EGTS, een Europese Groepering voor Territoriale Samenwerking.

Jaarlijks zullen 35 stemgerechtigde leden (7 per regio) de begroting en het werkplan vaststellen bij meerderheid van stemmen. De huidige Euregioraad met volksvertegenwoordigers komt in de nieuwe opzet te vervallen.

Het bestuur van de Euregio Maas-Rijn bestaat uit twee bestuurders per regio. Voor Nederlands-Limburg neemt gouverneur Theo Bovens zitting in het bestuur samen met een gedeputeerde. Besluiten worden met een twee derde meerderheid genomen.

Vrijdag 6 april komt de nieuwe EGTS-opzet aan de orde in een statencommissie.

Grensoverschrijdende samenwerking in de regio Aken

Stephan Holthoff-Pförtner

Stephan Holthoff-Pförtner, minister van Europese zaken van Noordrijn-Westfalen, heeft samen met de staatssecretaris van het ministerie van Werkgelegenheid, Edmund Heller, en de staatssecretaris van economische Zaken, Christoph Dammermann, en andere betrokkenen van gedachten gewisseld over grensoverschrijdende samenwerking in de regio Aken. Op initiatief van de Landesregierung kwamen in het Eurode Business-Center Herzogenrath/Kerkrade vertegenwoordigers uit de regio Aken, de Euregio Maas-Rijn, het Zweckverband van de Regio Aken en de politiek bijeen.

De minister: “Voor de deelstaatregering hebben de intensivering en uitbreiding van de grensoverschrijdende samenwerking hoge prioriteit. Het is belangrijk om ter plekke met elkaar in gesprek te gaan om te kijken hoe we het samenleven over grenzen heen kunnen vereenvoudigen.” Onderwerpen die aan de orde kwamen waren vooral de grensoverschrijdende arbeidsmarkt en het bedrijfsleven.

Edmund Heller, staatssecretaris van het ministerie van Werkgelegenheid, Gezondheid en Sociale Zaken: “Wij streven naar het slechten van barrières die het leven van mensen onnodig ingewikkeld maken. Dat geldt niet in de laatste plaats voor belemmeringen op de grensoverschrijdende arbeidsmarkt. We willen de nu al nauwe samenwerking met onze buren in Nederland en België verder intensiveren. De samenwerking in de grensregio´s is een uitstekend voorbeeld van de Europese gedachte.”

Een gezamenlijk economisch gebied

Christoph Dammermann, staatssecretaris van het ministerie van Economische Zaken, Innovatie, Digitalisering en Energie: “Europa werkt, dat bewijst ook ons programma INTERREG, waarmee we al meer dan 25 jaar succesvol grensoverschrijdende projecten stimuleren. Samen met onze Nederlandse en Belgische partners maken we de Europese gedachte grijpbaar en zetten we vaart achter de ontwikkeling van een gezamenlijk economisch gebied. Zo liet een samenwerkingsproject rond de statistieken van grenspendelaars zien hoe we door de samenwerking van elkaar kunnen leren en profiteren.”
Met deze ontmoeting hebben de vertegenwoordigers ter plekke voor het eerst de mogelijkheid om hun wensen direct met topmensen van drie ministeries uit de Landsregierung te bespreken. Minister Holthoff-Pförtner: “Deze nauwe uitwisseling moet behouden blijven.”

Euregio Aachen en Zuid-Limburg doen proef met grensoverschrijdend OV-ticket

De Nederlandse vervoerder Arriva en Duitse tegenhanger ASEAG doen daarom momenteel een proef in bussen met een nieuwe OV-kaart

Volgens planning moet er eind 2018 een trein gaan rijden tussen Luik, Maastricht, Heerlen en Aken. Om te zorgen dat deze grensoverschrijdende verbinding ook daadwerkelijk kan worden gebruikt, is er een uniform ticketsysteem nodig om te zorgen dat reizigers met een ticket van Aken via Maastricht naar Luik kunnen reizen. De Nederlandse vervoerder Arriva en Duitse tegenhanger ASEAG doen daarom momenteel een proef in bussen met een nieuwe OV-kaart voor reizigers in het Limburgs-Duitse grensgebied.

Werk aan de winkel

Er moet nog flink wat werk worden verzet om te zorgen voor een feilloos werkend systeem. Het grote probleem zit hem in de pluriformiteit van de systemen: elk land heeft zijn eigen regels, tarieven en betaalsystemen. Tot dusverre is het niet mogelijk om met een Nederlandse OV-kaart in België of Duitsland te reizen. Een test met een zogeheten token based systeem moet nu uitwijzen of dit de oplossing zou kunnen zijn en vervoersbarrières kunnen worden geslecht.

Applicatie als uitkomst voor OV-ticket

Met behulp van een applicatie die toegevoegd kan worden aan de verschillende nationale ticketsystemen en een hieraan gekoppelde persoonlijke passagiersaccount moeten reizigers in de toekomst probleemloos over de grens kunnen reizen. In de backoffice worden alle transacties vervolgens automatisch verwerkt en de inkomsten verdeeld.
De test loopt nog tot eind maart 2018 en zal dan worden geëvalueerd. Op basis daarvan wordt gekeken of deze oplossing ook geschikt is voor andere soorten van vervoer, zoals de trein.

Lees meer bij Eurekarail