Staatssecretaris Knops wil meer grensoverschrijdende kennis in Den Haag

‘Niet grenzen aan de groei, maar groeien aan de grens’. Met dit motto begint staatssecretaris Knops van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties zijn brief over Grensoverschrijdende Samenwerking (GROS) van 20 april jl. Onder meer deze brief werd behandeld tijdens het Algemeen Overleg (AO) Voortgang Grensoverschrijdende Samenwerking dat op 25 april 2018 plaatsvond in de Tweede Kamer. Knops hamerde tijdens dit overleg op de eigen verantwoordelijkheid van de grensregio’s: “Ik kom niet met gestandaardiseerd beleid, de regio’s moeten zelf met initiatieven komen. Dit gaan we niet vanuit Den Haag opleggen”. Hij pleit wel voor meer grensoverschrijdende kennis in Den Haag. Deze kennis wil hij bij gemeenten en provincies ontsluiten en naar Den Haag halen.

Het debat werd van de zijde van de Kamer gevoerd door de Kamerleden Özütok (GL), Den Boer (D66), Middendorp (VVD), Van der Molen (CDA), en Van der Graaf (CU). Zij complimenteerden allen de staatssecretaris met zijn inzet voor de grensregio’s: “De staatssecretaris is nu al vaker in de grensregio’s geweest dan al zijn voorgangers”, aldus Van der Molen (CDA). De Kamerleden lieten overigens niet onvermeld dat ook zij werkbezoeken aan grensregio’s hadden afgelegd (CU-Kamerlid Van der Graaf de week ervoor nog aan het Grens Informatie Punt Enschede/Gronau).

Kamervragen

Elke fractie bracht een aantal hete hangijzers naar voren, zoals het grensoverschrijdende OV (GroenLinks), de grensoverschrijdende ambulancezorg, Interreg en diploma-erkenning (D66), het tekort aan leraren Duits (VVD), veiligheid aan beide zijden van de grens (CDA), onderwijs en de grenseffectentoets (CU). In zijn beantwoording ging Knops eerst in op de vraag hoe hij zijn eigen rol ziet: “Het leuke van deze functie is dat ik andere leden van het kabinet kan overtuigen met goede argumenten. Ik zie veel enthousiasme. Maar ik kan ook hulp bieden bij hardnekkige problemen; wat dat betreft is het handig dat er een bewindspersoon is die daarin geïnteresseerd is en zelf uit een grensregio komt, hoewel dat laatste geen voorwaarde is.”

Pragmatische oplossingen

Knops benadrukte dat de grensregio’s zeer actief zijn in de aanpak van problemen die zij tegenkomen. Hij is groot voorstander van experimenten met pragmatische oplossingen die, als zij in de ene grensregio’s slagen, ook in andere regio’s kunnen worden ingezet. In dit verband noemde hij het voorbeeld van praktijkschool ProNova in Winterswijk, waar leerlingen heel praktijkgerichte Duitse les krijgen: “Winterswijk is een laagdrempelig voorbeeld dat in de hele grensregio gekopieerd kan worden. Het werkt en is succesvol. Als het in Winterswijk kan, waarom zou het dan niet in Enschede of Venlo kunnen?” Ook pleitte hij ervoor om Duitse leraren in te zetten in Nederland. Veel Duitse leraren zitten zonder baan, terwijl er in Nederland een tekort is aan leraren Duits. “Eén en één is twee“, aldus Knops.

Grens Informatie Punten

Over de Kamerbreed geuite wens tot structurele financiering van de GIP’s zei Knops dat hij zich daarvoor hard inzet: “Iedereen wil ermee doorgaan, ik ben in goed overleg met SZW. Ik hoop dat hierover vóór de zomer, of in elk geval zo snel mogelijk, duidelijkheid komt. Ik kan me niet voorstellen, dat we hier niet uitkomen. Het zou een schande zijn als we dit niet kunnen regelen.” De staatssecretaris zegde toe voor de zomer nog met informatie te komen rondom de stand van zaken m.b.t. de financiering van de GIP´s.

Over Interreg zei Knops dat hij daarover deze week nog had gesproken met Eurocommissaris Cretu. Hij benadrukte dat juist de grensregio’s niet vergeten moeten worden in de nieuwe fase.

Grensoverschrijdende ambulancezorg

Op de vraag van Den Boer (D66) over een continuering van de grensoverschrijdende ambulancezorg PrePare zei Knops: “Dit is een mooi initiatief uit de grensregio (Enschede). Het ging in 2015 van start met een Interreg-financiering voor drie jaar. Het is nu aan de partijen in de regio om te kijken hoe ze dit structureel gaan borgen. De verwachting is dat de voordelen zodanig zijn dat je dit in een businesscase zou moeten kunnen wegzetten, waarbij het door de regio kan worden opgepakt.”

Kennis bij de grensregio’s ontsluiten

Tot slot zegde Knops toe dat er na het zomerreces een samenvattende governance reportage komt met uitkomsten van de verkenningen van de CdK´s van de grensprovincies en later dit jaar over alle zaken die betrekking hebben op grensoverschrijdend onderwijs (toelaten van leraren Duits in Nederland, diploma-erkenning, MBO). Eind 2018 moet er een plan van aanpak over flankerend beleid op tafel liggen, onder andere gericht op de beoordeling van grenseffecten. Zijn mantra bleef, tijdens het hele debat: “Ik kom niet met gestandaardiseerd beleid, de regio’s moeten zelf kijken en met initiatieven komen, we gaan het niet vanuit Den Haag opleggen.” Hij wil meer kennis over grensoverschrijdende samenwerking bij gemeenten en provincies ontsluiten, en naar Den Haag halen. “Neem die mensen een dag in de week bij BZK in dienst”, aldus de staatssecretaris. Hij is naar eigen zeggen bezig met de uitwerking van dit plan.

Met dank aan Hans Verbeek, Senior Public Affairs adviseur van de Regio Twente, Provincies Overijssel en Gelderland, voor zijn bijdrage aan dit artikel.