Provincie Limburg ondersteunt expertisecentrum ITEM met 3 miljoen

De komende vijf jaar ontvangt het Limburgse Institute for Transnational and Euregional cross border cooperation and Mobility (ITEM) ter ondersteuning drie miljoen euro van de Provincie Limburg. ITEM draagt volgens de provincie bij aan de economische versterking van Limburg en aan een beter vestigingsklimaat voor de Euregio.

Prof. Hildegard Schneider, bestuurder van ITEM, is blij met de financiële ondersteuning. “ITEM heeft boven verwachting een plek veroverd in het werkveld van grensoverschrijdende mobiliteit”, aldus Schneider. “Ons werk wordt op lokaal niveau gewaardeerd, maar ook in Den Haag en Brussel.” “Het belangrijkste is dat we voor meer bewustzijn gezorgd hebben”, aldus prof. dr. Anouk Bollen-Vandenboorn, directeur van ITEM.

In 2015 werd het interdisciplinaire centrum opgezet vanuit de Universiteit Maastricht. Dit gebeurde in samenwerking met Provincie Limburg, Zuyd Hogeschool, Euregio Maas-Rijn, Gemeente Maastricht en NEIMED. Doel was om vanuit de wetenschap een bijdrage te leveren aan de ontwikkeling van een goed functionerende transnationale samenleving.

Gevolgen van wetgeving voor grensregio’s

Eind november bracht het ITEM haar jaarlijkse Grenseffectenrapportage uit, waarmee inzichtelijk wordt gemaakt welke gevolgen nationale en Europese wetgeving op de grensregio’s heeft. Deze effectenbeoordeling helpt beleidsmakers op regionaal, nationaal en Europees niveau bij het nemen van beslissingen waar grensregio’s bij betrokken zijn. In de rapportage wordt zowel bestaande als toekomstige wetgeving geanalyseerd.

De rapportage werd gepresenteerd tijdens de tweedaagse ITEM-conferentie op 21 en 22 november in Enschede, die in samenwerking met Provincie Overijssel georganiseerd werd. Thema was ‘Bouwen aan grensoverschrijdende samenwerking’. Aanwezig waren onder andere Commissaris van de Koning van Overijssel Andries Heidema, burgemeester van Enschede Onno van Veldhuizen, de Duitse ambassadeur in Nederland Dirk Brengelmann en Duits parlementslid Otto Fricke.