“De kracht van de Nederlands-Duitse grensstreek zit in de wederzijdse verschillen”

Telg uit de grensregio, verbinder, netwerker en aanspreekpunt voor grensoverschrijdende samenwerking: dat is Marcus Optendrenk, afgevaardigde voor de CDU in de Landtag van Noordrijn-Westfalen en voorzitter van de Parlamentariergruppe NRW-Benelux, in een notendop. Grenspost sprak met hem over de aantrekkingskracht en uitdagingen rond grensoverschrijdende samenwerking. Deze week het eerste deel van het interview.

U bent geboren en getogen in Lobberich, niet ver van de Nederlandse grens. Hoe heeft u de grensoverschrijdende samenleving ervaren?

Voor mij was de nabijheid van Nederland een absolute vanzelfsprekendheid en daarin speelde ook de televisie een belangrijke rol. Ik herinner me nog goed dat de Tour de France bijvoorbeeld op de Duitse tv alleen als samenvatting van 20 minuten werd uitgezonden. Automatisch kwamen we dan terecht bij de Nederlandse zenders, waar we de Franse wielerwedstrijd tot onze grote vreugde twee uur achter elkaar konden kijken. Ook de Duitse Sportschau duurde maar 45 minuten, daarna schakelden we over naar Studio Sport. De Nederlandse taal heb ik in eerste instantie vooral geleerd door er intensief naar te luisteren. Hoe meer de Duitse televisie opkwam, hoe meer de Nederlandse tv naar de achtergrond verdween. Een fatale ontwikkeling wat mij betreft.

Kunt u iets meer vertellen over de Parlamentariergruppe NRW-Benelux?

Deze groep werd in 2012 in het leven geroepen en bestaat in de kern uit politici van alle fracties, voor wie Duits-Nederlandse relaties een vanzelfsprekend onderdeel van hun leven zijn. Zij voeren veelvuldig overleg over grensoverschrijdende samenwerking met de parlementen in Den Haag, Brussel en Düsseldorf. In 2017 vond er onder de politici een grote wisseling van de wacht plaats. Van de kant van de CDU was ik de enige uit de oude groep, des te leuker is het om te zien dat er nu meer dan 25 collega´s uit alle fracties meedoen. Dat is in lijn met de opdracht die de Landesregierung zichzelf in zowel het coalitieakkoord als het werkprogramma heeft gesteld.

Dit jaar vieren de Benelux en NRW het tienjarig jubileum van hun samenwerking. Deze nauwe betrekkingen zijn op veel gebieden zeer effectief, maar er is nog veel braakliggend potentieel. Waar ziet u dit met name?

Het jubileum is een belangrijke mijlpaal en van dat moment moeten we gebruik maken. Bij de roodgroene regering lag de focus lang niet altijd op het belang van grensoverschrijdende samenwerking. Dat is inmiddels anders. Er zijn geen partijpolitieke discussies, en grensoverschrijdende samenwerking staat hoog op de agenda van de Landesregierung. Nu is het moment dat iedereen – en ook Minister van Europese Zaken van NRW Dr. Stephan Holthoff-Pförtner – er energie in wil steken. Eerste successen zijn nu dubbel belangrijk zodat grensoverschrijdende samenwerking kan profiteren van een vliegwieleffect.

De grensregio´s worden ook landelijk gezien steeds belangrijker. Zo bracht de Nederlandse staatssecretaris Raymond Knops onlangs een bezoek aan de Euregio en vorig jaar maakte de minister-president van NRW, Armin Laschet, zijn eerste buitenlandse reis naar Nederland. Wat is uw visie op de groeiende belangstelling voor grensoverschrijdende samenwerking aan beide kanten van de Nederlands-Duitse grens?

Iemand zei mij ooit eens: “Vat het niet verkeerd op, maar in Den Haag is de blik door de nabijheid van Scheveningen en Rotterdam sterker gericht op New York en Washington dan op Berlijn en Düsseldorf, hoewel de kilometers natuurlijk iets anders zeggen.” Met Raymond Knops, geboren in het Limburgse Hegelsom, en Armin Laschet, geboren in Aken, hebben we het geluk dat zij beide zijn opgegroeid in de grensstreek en uitstapjes over de grens voor hen vanzelfsprekend waren. Daarnaast hecht een aantal jonge politici uit de nieuwe generatie belang aan goede grensoverschrijdende betrekkingen. Mensen als Ger Koopmans en Hubert Mackus hebben hierin pionierswerk verricht. En daarbij speelt de partijkleur geen rol. Mensen die hetzelfde denken over een bepaald onderwerp, doen dit niet omdat ze lid zijn van een bepaalde partij, maar omdat ze dezelfde mentaliteit hebben. Voor ons allen draait het dan ook niet om de vraag naar goed of fout, maar naar “mooi anders”. En juist in die wederzijdse verschillen zit de kracht van de Nederlands-Duitse grensstreek.