Grenzen bieden ruimte voor doorontwikkeling

Op dinsdag 20 maart kwamen op uitnodiging van de Duitse ambassadeur in Nederland, Dirk Brengelmann, circa tachtig deelnemers uit de Nederlands-Duitse grensregio, van enkele Nederlandse ministeries en de Tweede Kamer bijeen bijeen om samen van gedachten te wisselen over grensoverschrijdende samenwerking. Raymond Knops, staatssecretaris van Buitenlandse Zaken en verantwoordelijk voor grensoverschrijdende samenwerking, was ook van de partij en onderstreepte het belang daarvan. Knops kondigde aan in mei te zullen komen met een brief aan de Tweede Kamer over grensoverschrijdende samenwerking.

De algemene teneur: voor mensen die aan de grens wonen is de leefwereld groter en interessanter omdat ze niet alleen de blik naar het eigen land richten. Dit benadrukte ook Professor dr. Gert-Jan Hospers, economisch geograaf aan de Universiteit Twente en bijzonder hoogleraar transitie in Stad en Regio aan de Radboud Universiteit, in zijn lezing over ‘Grenzglück’. Hieronder verstaat hij het geluk om aan de grens te mogen leven en van het beste van twee werelden te mogen genieten. “Grenzen zijn niet alleen verbonden met problemen, maar bieden ons ruimte om ons gezamenlijk verder te ontwikkelen“, aldus Hospes.

Staatssecretaris Knops benadrukte in zijn toespraak de betekenis van de grensregio. De grensregio heeft een groot potentieel, dat door over de grens heen samen te werken, nog groter wordt. Dit potentieel moet geactiveerd worden. De staatssecretaris beschrijft de grensregio´s als “regio´s die bruisen van de energie en ideeën” en vervolgt: “De spelers in de regio weten zelf het beste, wat de regio nodig heeft. De inwoners van de grensregio moeten weer het gevoel krijgen, dat er daadwerkelijk wat verbetert. De regering in Den Haag wil daarbij graag pragmatisch, inhoudelijk en financieel ondersteunen”, aldus de staatssecretaris. Daarbij keek hij ook kritisch naar de rol van de nationale regering en gaf aan, dat Den Haag te lang niet voldoende rekening hield met de grensregio. “Maar nu staan alle signalen op groen”, besloot Knops zijn toespraak.

Sybille Katharina Sorg, binnen het Duitse ministerie van Buitenlandse Zaken verantwoordelijk voor de betrekkingen met de EU-lidstaten en grensoverschrijdende en regionale samenwerking, gaf aan dat grensregio’s wat haar betreft nog meer ideeën moeten uitwisselen voor het oplossen van praktische problemen aan de grens. Dit vormde de inleiding op een gespreksronde met vertegenwoordigers van de Euregio’s aan de Duits-Nederlandse grens. Er werd hen gevraagd wat zij van ‘Brussel’ en daarmee dus van hun eigen lidstaten vinden, die samen het beleid op Europese schaal bepalen. Er werden onderwerpen genoemd als de vermindering van de bureaucratie, aandacht voor de menselijke maat in projecten en ‘people-to-people’-projecten, als verplicht onderdeel van de toekomstige programma’s.

Tijdens de  paneldiscussie benadrukte Euregio-voorzitter Hubert Bruls, dat Nederland en Duitsland veel van de problemen en uitdagingen samen aan kunnen. Belangrijk daarbij is, dat men samen actief wordt. “We moeten ons zelf doelen opleggen en er alles aan doen om deze de komende 10 jaar ook te realiseren. Niet alleen praten, maar ook handelen. Ondersteuning uit Den Haag en Düsseldorf en natuurlijk van Europa voor initiatieven als de “Euregionale – NiederRheinLande” of de vereenvoudiging van de subsidies voor kleinere projecten zijn daarbij een belangrijke voorwaarde om de grensregio verder te ontwikkelen.”

Ter afsluiting spraken de Commissarissen van de Koning van Limburg en Drenthe nog over de toekomst van de grensoverschrijdende samenwerking en de positieve aandacht die het onderwerp oproept bij de regeringen in Nederland, Noordrijn-Westfalen en Nedersaksen.

Met de uitnodiging aan anderen om het onderwerp verder ook op te pakken en in dat kader bijvoorbeeld in Düsseldorf een volgende bijeenkomst te organiseren, sloot ambassadeur Dirk Brengelmann de bijeenkomst af.