Geen Tozo-inkomensondersteuning voor grensondernemers

De coronapandemie zorgt in heel Europa voor veel inkomensonzekerheid bij werknemers en zzp’ers. Grensondernemers die in Duitsland of België wonen en een bedrijf in Nederland hebben, kwamen daarbij in een bijzonder lastig parket terecht. Zij komen namelijk noch voor een Tozo-uitkering voor levensonderhoud (bijstand), noch voor een vergelijkbare uitkering in hun woonland Duitsland of België in aanmerking. Hierdoor stond voor hen alleen een bijstandsregeling in het woonland – met alle beperkingen daarbij – open. In de Tweede Kamer is meerdere malen aandacht gevraagd voor deze groep, maar zonder specifieke regeling als resultaat. Wouter Koolmees, demissionair minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, schrijft nu in een brief aan de Tweede Kamer dat er voor grensondernemers geen uitvoerbare en houdbare regeling te treffen is.

Er werd een zevental opties onderzocht, die allemaal niet haalbaar bleken, met name vanwege juridische belemmeringen:

  1. a) Uitbreiding Tozo voor levensonderhoud
  2. b) Belastingkorting en/of compensatie/aanvulling bij belastingaangifte van ondernemers
  3. c) Aanpassing belastingverdragen met België en Duitsland
  4. d) Opslag op Tegemoetkoming Vaste Lasten (TVL)
  5. e) Subsidieregeling gemeenten
  6. f) Bilaterale afspraken
  7. g) Tijdelijke tegemoetkoming ingevolge artikel 9, Kaderwet SZW-subsidies

Juridische bezwaren

Het meest principiële bezwaar tegen een financiële tegemoetkoming voor grensondernemers is dat op grond van Europees recht en het gelijkheidsbeginsel, niet alleen maar steun kan worden verleend aan grensondernemers in Nederland en Duitsland. Iedere regel zou namelijk moeten gelden voor alle EU-burgers die niet in Nederland verblijven, maar wel een onderneming in Nederland hebben en hier belasting betalen. Daarnaast mag een maatregel geen ongelijke behandeling opleveren ten opzichte van ondernemers die inwoners zijn van Nederland en daar een onderneming hebben.

Ook de juridisch minst kwetsbare optie – een financiële tegemoetkoming ingevolge artikel 9 Kaderwet SZW-subsidies – in de vorm van een vast bedrag van € 2.000, bleek niet haalbaar. Het belangrijkste obstakel daarbij bleek dat de controle van de voorwaarden voor de tegemoetkoming op grond van het feit dat de grensondernemers in het buitenland verblijven, “zeer problematisch of zelfs onmogelijk zou worden”, aldus Koolmees in de Kamerbrief. Daarnaast wordt het Misbruik & Oneigenlijk gebruik-risico van de regeling ingeschat op zeer hoog.

Bilaterale afspraken

Ook via de diplomatieke weg konden vooralsnog geen bilaterale afspraken met Duitsland en België worden gemaakt om ervoor te zorgen dat zij sociale bijstand gaan verschaffen aan de groep grensondernemers die daar woonachtig is, bijvoorbeeld door de inrichting van hun Covid-19 gerelateerde regelingen. De Bondsregering in Berlijn ziet geen aanleiding voor aanpassingen aan bijstandsregels op federaal niveau, aldus Koolmees. In hun woonland België en Duitsland komen de grensondernemers niet in aanmerking voor een bijstandsuitkering omdat zij niet aan de bijbehorende voorwaarden voldoen, bijvoorbeeld op het gebied van een partnerinkomenstoets, een vermogenstoets, teveel eigen inkomsten of het niet beschikken over een langdurig verblijfsrecht (langer dan vijf jaar).

Wel aanspraak op een lening

De groep grensondernemers in de buurlanden kan – ook als zij woonachtig zijn in Duitsland of België – onder dezelfde voorwaarden als zelfstandigen die wonen en werken in Nederland in aanmerking komen voor een lening voor bedrijfskapitaal van maximaal € 10.157 tegen een verlaagde rente. Daarnaast kunnen zij – indien zij aan de voorwaarden voldoen – in aanmerking komen voor de TVL en begeleiding bij een tijdelijke stop van de onderneming (TOA). Ondernemers die mensen in dienst hebben die in Nederland sociaal verzekerd zijn, kunnen een beroep doen op de tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging voor Werkgelegenheid (NOW).

De volledige Kamerbrief kan hier worden gedownload.