Gedeputeerde Christianne van der Wal: ‘Denk Europees, en handel lokaal en regionaal’

Christianne van der Wal is sinds juni 2019 gedeputeerde voor de Provincie Gelderland en in die functie verantwoordelijk voor economie en innovatie, en mobiliteit en luchtvaart. Daarnaast is ze voorzitter van het Comité van Toezicht INTERREG VA Deutschland-Nederland en houdt ze zich regelmatig bezig met grensoverschrijdende thema’s. Grenspost Düsseldorf ging met haar in gesprek over mobiliteit, de coronapandemie, Europese corridorontwikkeling en het belang van goede Nederlands-Duitse samenwerking.

In uw functie komt u regelmatig in aanraking met grensoverschrijdende kwesties. Er zijn nogal wat verschillen tussen Nederland en Duitsland. Welk verschil heeft u het meeste verrast?

“Dat de samenwerking uitstekend is; we weten elkaar als buren snel en goed te vinden en werken constructief samen. De combinatie van Duitse ‘Gründlichkeit’ en Nederlands koopmanschap werkt goed en levert mooie resultaten op, die vaak sneller worden bereikt dan van tevoren gedacht. Een mooi voorbeeld is de proef met een busverbinding tussen Aalten en Bocholt. Die proef is heel snel tot stand gekomen: niet traditioneel als onderzoek, maar door het geld in het rijden van de bus te stoppen. Dat is een succes gebleken. En we werken nu aan het permanent opnemen van de busverbinding in de dienstregeling van 2021. Dat moet en gaat met Duitse ‘Gründlichkeit’, want er zijn best wat juridische hobbels te nemen.”

Eén van uw verantwoordelijkheden als gedeputeerde is mobiliteit – en die stopt niet bij de grens. Kunt u iets meer vertellen over de grensoverschrijdende samenwerking op het gebied van mobiliteit en infrastructuur en de betekenis daarvan voor Gelderland?

“Wij werken als provincie al een flink aantal jaren samen met Noordrijn-Westfalen. We begonnen met het directe grensgebied en de provincies Overijssel, Limburg en Gelderland. Dat werd later uitgebreid met Noord-Brabant en vorig jaar Zuid-Holland. In die samenwerking hebben we afgesproken dat we rond een aantal thema’s ons beleid afstemmen en gezamenlijk projecten uitvoeren. Want mobiliteit stopt niet bij de grens en wordt steeds internationaler. Maar er ligt hier ook een belangrijke link met mijn economische portefeuille. De economieën van Nederland en Duitsland zijn sterk met elkaar verbonden. Daarvoor is veel en goed transport nodig. Op dat terrein liggen de nodige uitdagingen, ook rond duurzaamheid. Denk bijvoorbeeld aan het goed afstemmen van locaties voor tankstations voor schone brandstoffen (Clean Energy Hubs), zodat we allebei slim investeren. Maar ook goederentransport van de weg naar het spoor of het water krijgen lukt alleen als het grensoverschrijdend goed geregeld is.”

Christianne van der Wal en verkeersminister Hendrik Wüst van NRW tijdens een werkbezoek aan e.GO in Aken in januari 2020
Christianne van der Wal en verkeersminister Hendrik Wüst van NRW tijdens een werkbezoek aan e.GO in Aken in januari 2020

Welke successen zijn er behaald? En aan welke projecten wordt momenteel gewerkt? Kunt u een voorbeeld noemen van actuele samenwerkingsthema’s en ‘hete hangijzers’

“Groot succes is de introductie van de Regional-Express Arnhem-Düsseldorf. Die is een paar jaar geleden in gebruik genomen en is het directe resultaat van onze samenwerking. Daarnaast gebeurt er in Zuid-Limburg veel op het gebied van grensoverschrijdende openbaarvervoersystemen en ticketing. Die ervaringen gebruiken we weer in andere grensregio’s. Verder is er veel in beweging op het gebied van alternatieve brandstoffen. Ik noemde al het voorbeeld van een grensoverschrijdend systeem van tankstations voor schone brandstoffen. Projecten op het gebied van binnenvaart en waterstof (het RH2INE-project) zijn andere voorbeelden. We werken nu ook steeds intensiever samen rond de ontwikkeling van de goederencorridor van de Noordzeehavens naar Duitsland en verder.”

“Eén van de hete hangijzers is de steeds maar vertraagde aanleg van het derde spoor van de Betuweroute in Duitsland. Daardoor komt de gewenste ‘modal shift’ van de weg naar het spoor ook minder snel tot stand.”

In hoeverre heeft de coronapandemie invloed gehad op de grensoverschrijdende samenwerking?

“Door de goede contacten konden we heel snel omschakelen naar digitaal samenwerken, waardoor de vaart erin kon worden gehouden. Maar er is her en der wel vertraging opgelopen.

Dankzij de bestaande goede banden kon er tussen de betrokken ministeries ook snel een ‘Cross-Border Task Force Corona’ worden opgezet. Mede daardoor konden de grenzen zo goed als openblijven. En dat is erg belangrijk gebleken voor de transportsector en de economie in de grensregio. Goederen en grenspendelaars konden zonder grote problemen de grens over. De gezondheidscrisis is al gecompliceerd genoeg, daar moet niet ook nog een probleem met leveringszekerheid van goederen bijkomen. Wel vragen we mensen om voorlopig af te zien van niet-noodzakelijke reizen over de grens.”

Waar valt er grensoverschrijdend wat u betreft nog terrein te winnen?

“We zouden nog meer van elkaar kunnen leren. Bijvoorbeeld van de corona-aanpak. Daarnaast zouden we nog meer gezamenlijke steun en subsidie kunnen krijgen uit de Europese Unie voor specifiek grensoverschrijdende onderwerpen en projecten. Dit ook gelet op de nieuwe fondsperiode 2021-2027 van de Europese Commissie. Daar werken we de komende jaren dan ook aan.

In ons eigen beleid van provincie Gelderland willen we in onze public affairs-agenda de grensoverschrijdende thema’s meer en meer verbinden met de onderwerpen die in de Europese Unie (‘Brussel’) en Den Haag aan de orde zijn. Dat betekent dat we de contacten met Noordrijn-Westfalen ook willen gebruiken om ons bijvoorbeeld gezamenlijk in het Comité van de Regio’s in Brussel hard te maken voor grensoverschrijdende thema’s. In de relatie naar Den Haag speelt dan bijvoorbeeld de samenwerking met het Rijk rond de Grenslandagenda, waar mobiliteit al vanaf de start als een van de speerpunten is opgenomen.”

Op de Rijn-Alpen-corridor wordt sinds een aantal jaren interregionaal en op meerdere niveaus samengewerkt tussen de regio’s en de havens: de EGTC Rhine-Alpine. Ook daar mag u voorzitter van zijn. Hoe staat grensoverschrijdende samenwerking in verbinding met deze veel bredere Europese corridorontwikkeling?

“Alles heeft met elkaar te maken. Wat we in Gelderland doen heeft een directe relatie met de grensoverschrijdende samenwerking met Noordrijn-Westfalen en die op de corridor. Kijk bijvoorbeeld naar de railterminal Gelderland: die ontwikkelen wij in Gelderland, maar heeft een uitstraling en werkingsgebied in de regio, in heel Nederland, het grensgebied en vervult straks een belangrijke rol tussen de verschillende regio’s op de Rijn-Alpen corridor. Mijn motto is dan ook: ‘Denk Europees, en handel lokaal en regionaal’!”

Noordrijn-Westfalen is geen lid van deze EGTC. Gaat u de minister van Verkeer van Noordrijn-Westfalen overtuigen om lid te worden?

“Nee hoor, het grootste deel van Noordrijn-Westfalen is via de Metropolregion Rheinland lid. Daar komt bij dat de EGTC zich richt op regio’s ongeveer ter grootte van een provincie. Noordrijn-Westfalen is net zo groot als Nederland.”