“De Nederlands-Duitse samenwerking is ongeëvenaard goed”

Carsten Schymik is sinds 2011 werkzaam bij de Staatskanzlei van Noordrijn-Westfalen. De politiek wetenschapper werkt hier op de afdeling ‘Benelux-samenwerking, grensoverschrijdende samenwerking en betrekkingen met de EFTA-Staaten’ en houdt zich samen met zijn collega´s vooral bezig met het onderhouden en ontwikkelen van de betrekkingen van Noordrijn-Westfalen met de Benelux-landen. Ook speelde hij een belangrijke rol bij de voorbereidingen van de regeringsdialoog tussen Nederland en Noordrijn-Westfalen afgelopen november. Grenspost Düsseldorf stelde hem een paar vragen.

Kunt u iets meer over uzelf en uw achtergrond vertellen?

Ik werk sinds 2011 bij de Staatskanzlei van Noordrijn-Westfalen. Oorspronkelijk kom ik uit de wetenschap. Ik ben politiek wetenschapper, heb lang in Berlijn gewoond en gewerkt, op het laatst bij de Stiftung Wissenschaft und Politik, een denktank ter advisering van de Bondsregering en Bondsdag. Hier was ik binnen de onderzoeksgroep Europese Integratie verantwoordelijk voor het gebied rondom de Oostzee en de samenwerking met Scandinavië en de Arctische gebieden: kortgezegd: voor alles tussen Neukölln en de Noordpool.

Hoe zien uw huidige werkzaamheden eruit? Wat houdt uw functie precies in?

Binnen de afdeling Europa, Internationale aangelegenheden van de Staatskanzlei werk ik op de afdeling voor ‘Benelux-samenwerking, grensoverschrijdende samenwerking en betrekkingen met de EFTA-Staaten’. Dat is de volledige titel. In de praktijk houden we ons vooral bezig met het onderhouden en ontwikkelen van de betrekkingen van Noordrijn-Westfalen met de Benelux-landen. Daarbij bestaan in principe geen beperkingen. We houden ons bezig met alle thema’s binnen de samenwerking op alle vlakken van de samenwerking – van het kleine grensverkeer tot de grote regeringsconsulatie.

Wat vindt u het leukste aan uw baan?

De veelzijdige thema’s waar we mee te maken hebben. Ik vind het erg inspirerend om steeds weer nieuwe facetten binnen de samenwerking te leren kennen. En steeds weer te worden gestimuleerd om creatieve oplossingen te bedenken.

Hoe zijn uw ervaringen met de Nederlands-Duitse samenwerking?

Ongeëvenaard goed. Ik geloof niet dat er voor Duitsland nog een land bestaat waarmee zo’n intensieve, productieve samenwerking mogelijk is als met Nederland. Natuurlijk zijn er ook wel eens moeilijkheden, juist omdat we in veel opzichten op elkaar lijken. Maar dat is eigenlijk klagen op heel hoog niveau.

Welke Nederlandse eigenschap weet u het meest te waarderen?

Wat ik in het bijzonder weet te waarderen is een heel bijzondere Nederlandse eigenschap, die je misschien empathische handelsgeest zou kunnen noemen. Een mix van het nuchter afwegen van belangen en inlevingsvermogen. Veel Nederlanders zijn goede onderhandelaars, omdat ze met gevoel met hun gesprekspartners omgaan en er veel voor doen om te zorgen dat iedereen zich goed voelt. Dat begint er al mee dat je eerst lekker een kopje koffie met elkaar drinkt, voordat de zakelijke aspecten aan bod komen. Of dat aan het eind van een vergadering niet gewoon het agendapunt ‘diverse zaken’ aan bod komt, maar een rondvraag plaatsvindt, waarbij elke deelnemer wordt aangekeken en gevraagd of hij of zij nog iets op het hart heeft. En als je aan het eind van lastige en lange onderhandelingen een bezorgd gezicht trekt, is hier ondanks de vermoeidheid aandacht voor en vraagt men vol begrip na waarover je je zorgen maakt en of er geen mogelijkheid is om samen deze zorgen uit de weg te ruimen. Het is zonder twijfel zo dat Nederlanders net zo sterk opkomen voor hun belangen als anderen, maar ze beschikken over de gave dat ze dit op zeer empathische wijze doen, wat de samenwerking erg aangenaam maakt.

De vier provincies Gelderland, Overijssel, Limburg en Zuid-Holland hebben inmiddels elk een ´Deutschlandbeauftragte(r)’ in Düsseldorf. Wat vindt u van deze investering door deze provincies?

Alleen maar positief. Met de vertegenwoordigers in Düsseldorf krijgen de grensprovincies een gezicht dat ze anders niet zouden hebben. Ze zijn in veel aangelegenheden ons eerste aanspreekpunt. Ze maken de lijnen korter en de communicatie eenvoudiger. Ze geven ons ook belangrijke handvatten als het gaat om de fijnheden en complexiteit van de Nederlandse politiek. Dat helpt ons echt en is een goede aanvulling – ik zeg met klem aanvulling en niet vervanging – op onze gevestigde contactpersonen bij het consulaat-generaal.

De grensregio´s worden ook landelijk gezien steeds belangrijker, zoals we onder andere konden zien aan de regeringsconsultaties tussen Noordrijn-Westfalen en Den Haag. U heeft in de voorbereiding een belangrijke rol gespeeld. Kunt u daarover wat meer vertellen?

Dat was zeker een bijzondere ervaring. Het komt tenslotte niet elke dag voor dat een landelijke regering bereid is om op ooghoogte een dergelijke dialoog aan te gaan met een deelstaatregering. De uitdaging was onder andere dat we te maken hadden met een grote verscheidenheid aan thema’s en een groot aantal actoren tegelijkertijd – en ook nog eens tweetalig. Maar dat is uiteindelijk gelukt, en dat was ook ontzettend leuk.

Hoe kijkt u aan tegen de gegroeide belangstelling voor grensoverschrijdende samenwerking aan beide kanten van de Nederlands-Duitse grens?

Aan beide kanten van de grens is er een duidelijke politieke wil aanwezig om deze samenwerking te intensiveren. Dat is een belangrijke voorwaarde. De reden voor deze groeiende wil is misschien ook de algemene stemming in Europa en de wereld. Met het oog op nieuwe onzekerheden (Brexit, Rusland..) groeit het bewustzijn voor hetgeen we als directe buren aan elkaar hebben. We groeien in zekere zin een stuk naar elkaar toe, terwijl het in de rest van de wereld steeds onrustiger wordt.

Hoe zal deze zich in de toekomst ontwikkelen?

Iedere samenwerking kent natuurlijk haar conjuncturen. Momenteel beleven we een hoogconjunctuur in de grensoverschrijdende samenwerking. Belangrijk is dat we een lange adem blijven houden en ervoor zorgen dat de grensoverschrijdende betrekkingen blijven bestaan. Continuïteit is van onschatbare waarde in de samenwerking over de landsgrenzen heen.

Foto (c): Udo Leist