Kabinet Merkel-IV beëdigd

Angela Merkel is gisteren voor de vierde keer gekozen als bondskanselier van de Bondsdag. In totaal stemden 364 leden voor en 315 tegen. Daarna is ze samen met haar vijftien ministers beëdigd door Bondsdagpresident Schäuble. Schäuble ontving na de beëdiging een hoge Nederlandse onderscheiding uit handen van minister van Financiën Wopke Hoekstra, voor zijn verdiensten tijdens de eurocrisis.  

Met de beëdiging van bondskanselier Angela Merkel en haar kabinet komt een eind aan de langste formatieperiode in de naoorlogse geschiedenis van Duitsland. Het nieuwe GroKo-regeerakkoord heeft als motto: ‘Ein neuer Aufbruch für Europa, eine neue Dynamik für Deutschland, ein neuer Zusammenhalt für unser Land‘.

Nieuwe gezichten

Tijdens de persconferentie van de drie partijleiders, Merkel, Seehofer en Scholz, verzekerde Merkel dat ze de onzekerheid in de samenleving serieus nemen. Onder meer het nieuwe Heimat-departement van minister van Binnenlandse Zaken Horst Seehofer moet de geborgenheid en zekerheid in de samenleving waarborgen. Hoewel de vorige regering uit dezelfde partijen bestond (SPD en CDU/CSU), benadrukte Merkel dat er veel nieuwe gezichten plaatsnemen in het kabinet. Tien van de vijftien ministers zijn nieuw.

Hoge Nederlandse onderscheiding voor Schäuble

Olaf Scholz is benoemd als vice-kanselier en minister van Financiën in Merkel-IV. Zijn voorganger, Wolfgang Schäuble, kreeg woensdag een hoge Nederlandse onderscheiding voor zijn verdiensten tijdens de eurocrisis. De onderscheiding, Ridder Grootkruis in de Orde van Oranje-Nassau, werd uitgereikt door minister van Financiën Wopke Hoekstra. Volgens Hoekstra bleef Schäuble zich inzetten voor het bij elkaar houden van de eurozone, in een lastige tijd waarin veel onzeker was. Schäuble bekleedt nu de functie van Bondsdagpresident en beëdigde voordat hij de onderscheiding in ontvangst nam, het nieuwe kabinet Merkel-IV.

Foto: Angela Merkel wordt beëdigd door Bondsdagpresident Wolfgang Schäuble

Minister van Verkeer Wüst van NRW te gast in Gelderland

Vlnr: Jan Mulder, directeur ProRail; Hendrik Wüst, verkeersminister NRW en Gedeputeerde Conny Bieze

Verkeersminister Hendrik Wüst van Noordrijn-Westfalen was op 8 maart op bezoek in Nederland. In Den Haag ontmoette hij zijn Nederlandse collega Cora van Nieuwenhuizen. Zij spraken onder andere over de organisatie van de verkeersstromen in het achterland van de havens, de problematiek rond bruggen en grensoverschrijdende samenwerking bij verkeersvraagstukken.

“In Nederland is de verkeerssector te land, ter zee en op het spoor op veel vlakken al jarenlang goed georganiseerd. Ik denk dat we daarvan het een en ander kunnen leren,” aldus Wüst. Minister Van Nieuwenhuizen nodigde Wüst uit om deel te nemen aan de ‘Benelux-Roadmap’ mobiliteit. Dit is een afspraak tussen de verkeersministers uit de Benelux-landen om de groeiende verkeersstromen op de weg, het spoor en het water in de toekomst duurzamer en innovatiever te maken.

Verbetering infrastructuur
Tijdens de afspraak met de Nederlands-Duitse Handelskamer (DNHK) was ook de directrice van Straßen.NRW, Elfriede Sauerwein-Braksiek aanwezig. Onderwerpen als de versnelling van planningsprocedures en de uitvoering van bouwplannen stonden op de agenda. Tijdens het aansluitende bezoek aan de haven van Rotterdam stonden verbeteringen voor de binnenscheepvaart op het gebied van digitalisering en energievoorziening centraal. Bij de Regionale Verkeerscentrale Midden-Nederland in Utrecht werd gesproken over de verdere intensivering van de bestaande samenwerking met de verkeerscentrale in Leverkusen en om het grensoverschrijdend sturen van verkeersstromen.

Centrale rol Arnhem bij treinverkeer
Tot slot bracht Wüst een bezoek aan de provincie Gelderland. Op Arnhem Centraal werd hij ontvangen door gedeputeerde Conny Bieze en Jan Mulder, directeur ProRail regio Noord-Oost Nederland. Tijdens het werkbezoek stonden zij stil bij de centrale plaats van Arnhem in het internationale treinverkeer met Duitsland, de Rhine-Alpine corridor. Ook het sneller, vaker en betrouwbaarder laten rijden van de ICE Amsterdam– Arnhem–Frankfurt stond op het programma. Met 1,46 miljoen reizigers per jaar is deze ICE een onmisbare schakel in het treinverkeer tussen Nederland en Duitsland. De ICE verbindt de regio met het economische hart van Duitsland en de belangrijke Europese luchthavens in Frankfurt, Düsseldorf en Köln-Bonn.

Sneller en vaker
De Provincie Gelderland en deelstaat Noordrijn-Westfalen willen de ICE sneller en vaker laten rijden. Door de frequentie te verhogen van 16 naar 26 treinen per dag kan het aantal reizigers dat jaarlijks van de ICE gebruik maakt, groeien naar 2,3 miljoen. Gedeputeerde Conny Bieze: ‘Als goede buren werken Gelderland en Noordrijn-Westfalen nauw samen om het treinverkeer over de Nederlands-Duitse grens te verbeteren. Door de ICE treinen sneller en vaker te laten rijden, verleggen we de grenzen van het internationale treinverkeer. Goed voor de reiziger en goed voor de economie in de regio.’

Op de foto vlnr: Jan Mulder, directeur ProRail; Hendrik Wüst, verkeersminister NRW en Gedeputeerde Conny Bieze

Website zelfrijdend vervoer grensstreek online

WEPod

Sinds kort is de website van Interregional Automated Transport online. Op de site is informatie te vinden over zelfrijdend vervoer in de grensregio Nederland-Duitsland. In het project Interregional Automated Transport (I-AT) staat de ontwikkeling en groei van innovaties op het gebied van zelfrijdend vervoer centraal. Het gaat om de mobiliteits- en logistieke sector in Gelderland, Brabant, Limburg en Noordrijn- Westfalen.

Kennis verzamelen en delen

Het project komt voort uit een proef naar zelfrijdend vervoer van de provincie Gelderland met partners. 2 zelfrijdende voertuigen, de WEPods, zijn ingezet op de openbare weg in Ede en Wageningen. Het doel was kennis verzamelen en delen over zelfrijdende voertuigen. In het I-AT-project bestuderen en testen provincie Gelderland en partners grensoverschrijdend zelfrijdend vervoer voor reizigers en goederen.

Samenwerking met 22 partners

In het I-AT-project werken 22 partners uit MKB, onderwijs- en onderzoeksinstellingen, grote ondernemingen, openbaar vervoerbeheerders en -bedrijven en overheidsinstellingen uit het Nederlands-Duitse grensgebied samen.

Ontwikkelen van autonoom rijden

De partners werken aan ontwikkeling van prototypen en de uitvoering van testreeksen in de regio om kennis te vergaren, de randvoorwaarden en kansen voor het zelfrijdend vervoer te onderzoeken en de toepassingsmogelijkheden te vergroten.
Hier vindt u de Duitstalige versie van de website

“De kracht van de Nederlands-Duitse grensstreek zit in de wederzijdse verschillen”

Marcus Optendrenk

Telg uit de grensregio, verbinder, netwerker en aanspreekpunt voor grensoverschrijdende samenwerking: dat is Marcus Optendrenk, afgevaardigde voor de CDU in de Landtag van Noordrijn-Westfalen en voorzitter van de Parlamentariergruppe NRW-Benelux, in een notendop. Grenspost sprak met hem over de aantrekkingskracht en uitdagingen rond grensoverschrijdende samenwerking. Deze week het eerste deel van het interview.

U bent geboren en getogen in Lobberich, niet ver van de Nederlandse grens. Hoe heeft u de grensoverschrijdende samenleving ervaren?

Voor mij was de nabijheid van Nederland een absolute vanzelfsprekendheid en daarin speelde ook de televisie een belangrijke rol. Ik herinner me nog goed dat de Tour de France bijvoorbeeld op de Duitse tv alleen als samenvatting van 20 minuten werd uitgezonden. Automatisch kwamen we dan terecht bij de Nederlandse zenders, waar we de Franse wielerwedstrijd tot onze grote vreugde twee uur achter elkaar konden kijken. Ook de Duitse Sportschau duurde maar 45 minuten, daarna schakelden we over naar Studio Sport. De Nederlandse taal heb ik in eerste instantie vooral geleerd door er intensief naar te luisteren. Hoe meer de Duitse televisie opkwam, hoe meer de Nederlandse tv naar de achtergrond verdween. Een fatale ontwikkeling wat mij betreft.

Kunt u iets meer vertellen over de Parlamentariergruppe NRW-Benelux?

Deze groep werd in 2012 in het leven geroepen en bestaat in de kern uit politici van alle fracties, voor wie Duits-Nederlandse relaties een vanzelfsprekend onderdeel van hun leven zijn. Zij voeren veelvuldig overleg over grensoverschrijdende samenwerking met de parlementen in Den Haag, Brussel en Düsseldorf. In 2017 vond er onder de politici een grote wisseling van de wacht plaats. Van de kant van de CDU was ik de enige uit de oude groep, des te leuker is het om te zien dat er nu meer dan 25 collega´s uit alle fracties meedoen. Dat is in lijn met de opdracht die de Landesregierung zichzelf in zowel het coalitieakkoord als het werkprogramma heeft gesteld.

Dit jaar vieren de Benelux en NRW het tienjarig jubileum van hun samenwerking. Deze nauwe betrekkingen zijn op veel gebieden zeer effectief, maar er is nog veel braakliggend potentieel. Waar ziet u dit met name?

Het jubileum is een belangrijke mijlpaal en van dat moment moeten we gebruik maken. Bij de roodgroene regering lag de focus lang niet altijd op het belang van grensoverschrijdende samenwerking. Dat is inmiddels anders. Er zijn geen partijpolitieke discussies, en grensoverschrijdende samenwerking staat hoog op de agenda van de Landesregierung. Nu is het moment dat iedereen – en ook Minister van Europese Zaken van NRW Dr. Stephan Holthoff-Pförtner – er energie in wil steken. Eerste successen zijn nu dubbel belangrijk zodat grensoverschrijdende samenwerking kan profiteren van een vliegwieleffect.

De grensregio´s worden ook landelijk gezien steeds belangrijker. Zo bracht de Nederlandse staatssecretaris Raymond Knops onlangs een bezoek aan de Euregio en vorig jaar maakte de minister-president van NRW, Armin Laschet, zijn eerste buitenlandse reis naar Nederland. Wat is uw visie op de groeiende belangstelling voor grensoverschrijdende samenwerking aan beide kanten van de Nederlands-Duitse grens?

Iemand zei mij ooit eens: “Vat het niet verkeerd op, maar in Den Haag is de blik door de nabijheid van Scheveningen en Rotterdam sterker gericht op New York en Washington dan op Berlijn en Düsseldorf, hoewel de kilometers natuurlijk iets anders zeggen.” Met Raymond Knops, geboren in het Limburgse Hegelsom, en Armin Laschet, geboren in Aken, hebben we het geluk dat zij beide zijn opgegroeid in de grensstreek en uitstapjes over de grens voor hen vanzelfsprekend waren. Daarnaast hecht een aantal jonge politici uit de nieuwe generatie belang aan goede grensoverschrijdende betrekkingen. Mensen als Ger Koopmans en Hubert Mackus hebben hierin pionierswerk verricht. En daarbij speelt de partijkleur geen rol. Mensen die hetzelfde denken over een bepaald onderwerp, doen dit niet omdat ze lid zijn van een bepaalde partij, maar omdat ze dezelfde mentaliteit hebben. Voor ons allen draait het dan ook niet om de vraag naar goed of fout, maar naar “mooi anders”. En juist in die wederzijdse verschillen zit de kracht van de Nederlands-Duitse grensstreek.

Pleidooi voor snelle en goedkope treinen naar Duitsland

De NS en ProRail willen snellere treinverbindingen naar Duitse steden zoals Berlijn. De trein moet op korte afstanden een volwaardig alternatief worden voor het vliegtuig, vinden NS-topman Roger van Boxtel en ProRail-directeur Pier Eringa.

Vanaf april reis je met de Eurostar binnen vier uur vanuit Amsterdam naar Londen. Ook Parijs is binnen drie uur met de Thalys te bereiken. Maar wil je met de trein naar Berlijn, dan duurt deze rit toch al gauw 6,5 uur. Te lang, vindt NS-topman Roger van Boxtel. “Wil de trein op een afstand van vijfhonderd à zeshonderd kilometer echt een alternatief voor het vliegtuig worden, dan moet er wat gebeuren. Ook Keulen en Frankfurt moeten beter”, zegt hij in de Telegraaf. Er vinden momenteel verkennende gesprekken plaats met de Deutsche Bahn over een snelle treinverbinding tussen Amsterdam en Berlijn.

Trein moet goedkoper en sneller

Ook ProRail-directeur Pier Eringa laat aan de NOS weten dat reizigers op korte trajecten binnen Europa vanuit milieuoogpunt beter de trein kunnen nemen dan het vliegtuig. Nu is vaak het vliegtuig sneller en voordeliger. Eringa erkent dat treintickets goedkoper moeten worden, anders prijst het spoor zichzelf de markt uit. Om de treinen sneller te laten rijden, moeten kleine tussenstations in beide landen over worden geslagen. Nu vindt in Bad Bentheim nog een locomotiefwissel plaats, aangezien het Duitse en het Nederlandse spoor verschillende soorten stroom gebruiken. Volgens Eringa moeten we af van de oude, dure spoorsystemen en overstappen naar moderne, goedkope systemen die met elkaar kunnen praten.

Petitie voor snelle trein naar Berlijn

Pelle Berting van Greenpeace Nederland reist regelmatig naar Berlijn en is een petitie gestart voor een snelle treinverbinding naar de Duitse hoofdstad. Hij heeft inmiddels bijna 7.500 handtekeningen verzameld. Zijn missie is duidelijk: stop met het aanbieden van spotgoedkope vliegtickets voor korte afstanden en maak de trein concurrerend. “Zo bouwen we stap voor stap aan ’n netwerk van comfortabele en betaalbare hogesnelheidslijnen in Europa”, aldus de petitie.

SPD-leden geven groen licht voor GroKo

Rijksdag

Met een duidelijke meerderheid stemden de SPD-leden voor een nieuwe grote coalitie. 66 procent van de leden stemde ja en daarmee is meer dan 160 dagen na de verkiezingen de weg vrij voor een vierde regering onder leiding van Angela Merkel. Haar verkiezing tot bondskanselier staat gepland op 14 maart. De rechts-populistische partij AfD wordt de grootste oppositiepartij.

Daarmee mocht de ‘Groko’ rekenen op meer steun dan vooraf gedacht. Van de 463.722 stemgerechtigde leden brachten 348.437 leden hun stem uit, een opkomst van 78,39 procent. 239.604 leden stemden ja, 123.329 leden stemden nee. 66 procent van de SPD-leden die hun stem uitbrachten, koos daarmee voor regeringsdeelname, zo maakte Olaf Scholz, waarnemend voorzitter van de SPD, bekend.

SPD-ministers gepresenteerd

Op vrijdag 10 maart maakte de SPD de definitieve namen van haar ministers officieel bekend. De Hamburgse burgemeester Scholz wordt  minister van Financiën en vice-bondskanselier. Heiko Maas, tot op heden minister van Justitie, krijgt Buitenlandse Zaken in zijn portefeuille, Hubertus Heil wordt de nieuwe minister van Werkgelegenheid.

Bij de vrouwen in het toekomstige kabinet waren er geen verrassingen. Katarina Barley wordt minister van Justitie, Franziska Giffey minister van Gezinszaken en Svenja Schulze minister van Mileu. Michael Roth blijft aan als staatsminister van Buitenlandse Zaken, SPD-afgevaardigde Michelle Müntefering wordt staatsminister van Internationaal Cultuurbeleid.

Andrea Nahles is genomineerd als nieuwe partijvoorzitter bij de SPD. Daarmee zou ze de eerste vrouw in de geschiedenis van de SPD worden die deze functie op zich neemt. Op een speciaal partijcongres op 22 april zal zij dan officieel de leiding in handen krijgen. Tot die tijd is Olaf Scholz waarnemend voorzitter.

Voor de CSU neemt partijleider Horst Seehofer Binnenlandse Zaken voor zijn rekening, Dorothee Bär wordt staatsminister voor Digitalisering, Andreas Scheuer tekent voor het ministerschap van Verkeer en Gerd Müller blijft minister van Ontwikkelingssamenwerking.

Merkels CDU maakte haar ministers eerder al bekend. Ursula von der Leyen blijft minister van Defensie, Anja Karliczek wordt minister van Onderwijs, Julia Klöckner tekent voor Landbouw, Jens Spahn neemt Volksgezondheid voor zijn rekening en Peter Altmaier wordt minister van Economische Zaken.

Grensoverschrijdende samenwerking met Nedersaksen

De Commissarissen van de Koning van de grensprovincies zijn gevraagd als Rijksheer de samenwerking met de aangrenzende Duitse deelstaten te bevorderen. In het noorden heeft Commissaris van de Koning René Paas van Groningen de verkennende rol op zich genomen om de “Governance” met Nedersaksen in kaart te brengen. Gezamenlijk met zijn collega’s uit Drenthe, Friesland en Overijssel is op 21 februari 2018 in Coevorden een aantal initiatieven genomen.

Een van de initiatieven is een overleg van de Stuurgroep GROS NL-NdS waaraan naast de Commissarissen van de Koning in de provincies Drenthe, Overijssel en Friesland een groot aantal burgemeesters van grensgemeenten, bestuurders van euregio ’s, Binnenlandse Zaken en Buitenlandse Zaken deelnamen. Een toenemend aantal maatschappelijke opgaven is alleen op te lossen wanneer het rijk en decentrale overheden als één overheid samenwerken richting partners. Dit geldt ook voor de grensoverschrijdende samenwerking waarbij de opgave en het betrekken van de ‘Zuständige’, de Duitse partner leidend is.

Werkbezoek Staatssecretaris Knops

Staatssecretaris Raymond Knops van Buitenlandse Zaken was uitgenodigd voor een werkbezoek aan het grensoverschrijdende industriepark Coevorden en een werklunch met de Stuurgroep. Daarna kregen de inhoudelijke professionals van de samenwerkende Nederlandse en Duitse overheden de kans om de staatsecretaris aan dialoogtafels uit de eerste hand te informeren over grensoverschrijdende kansen en knelpunten.  De thema’s die aan bod kwamen waren economie en arbeidsmarkt (zoals financiering grensinformatiepunten, buurtaal), energie en klimaat (uitwerking Intentieverklaring Energie), infrastructuur (verbeteren spoor- en wegverbindingen) en natuur en water (uitbreiding Natura 2000 gebieden). Zowel de bijeenkomst van de stuurgroep als het werkbezoek zijn voor alle betrokkenen naar volle tevredenheid verlopen.

Grensoverschrijdend milieunetwerk om de tafel

Op 22 februari 2018 vond het ambtelijke coördinatie-overleg “Structurele milieusamenwerking tussen de provincies Gelderland, Limburg, Noord-Brabant, Overijssel en het milieuministerie van de deelstaat Noordrijn-Westfalen” plaats. Aan dit ambtelijk overleg nemen naast de grensprovincies en het ‘Ministerium für Umwelt, Landwirtschaft, Natur- und Verbraucherschutz des Landes Nordrhein-Westfalen’ (MUNLV) ook vertegenwoordigers deel van het consulaat-generaal in Düsseldorf en een provinciale vertegenwoordiger/lobbyist in Düsseldorf. Voor specifieke thema’s worden medewerkers van andere instellingen/overheden bij het overleg betrokken. Het bestuurlijk overleg van de milieugedeputeerden van de vier provincies en de staatsecretaris MUNLV is gepland op 29 november 2018.

Het milieunetwerk komt ambtelijk circa 3x per jaar bij elkaar om over actuele grensoverschrijdende thema’s met betrekking tot milieu, natuur, duurzaamheid, water en klimaat te spreken. De leden van het netwerk vinden het belangrijk dat er aan beide kanten van de grens inzicht en begrip is voor relevante ontwikkelingen en kennisdeling plaatsvindt op het gebied van milieuzaken. Ook worden binnen het netwerk de mogelijkheden onderzocht om nauwer samen te werken.

Voorbereidende werkzaamheden

Tijdens het overleg van 22 februari jl. is ingezoomd op een aantal voorbereidende werkzaamheden voor aankomende conferenties en bijeenkomsten. Zo is in het kader van de conferentie ‘Milieu en gezondheid’, die in september 2018 zal plaatsvinden, op woensdag 9 mei een voorbereidingsbijeenkomst in Düsseldorf gepland. Eveneens in september 2018 wordt in Denemarken de tweejaarlijkse ENCORE-conferentie voor regionale milieubestuurders gehouden. De centrale thema’s dit jaar zijn klimaat, circulaire economie en ecosysteemservices. Voorafgaand aan deze conferentie vindt een voorbereidende jongerenconferentie plaats, genaamd Youthcore. Zowel de deelstaat NRW als de vier grensprovincies hebben aangegeven elk een of twee jongeren af te willen vaardigen naar deze conferentie. Ook hebben ze de wens geuit om nog voor de zomervakantie een ambtelijke afstemming en jongerenuitwisseling te organiseren.

Later in het jaar, op 29 november 2018, vindt het bestuurlijk milieuoverleg plaats in Maastricht. Hiervoor moet ter voorbereiding de vigerende gemeenschappelijke milieuverklaring worden aangepast aan de nieuwe bestuurlijke indeling van het ministerie in NRW.

Burgerinformatie

Om de informatievoorziening naar burgers toe te verbeteren, is de werkgroep Digitale grensoverschrijdende Atlas leefomgeving/Umweltportal bezig om online kaarten met grensoverschrijdende milieu-informatie vorm te geven. Deze kaarten dragen bij aan de verdere harmonisatie van milieugegevens, het beschikbaar stellen van open data en grensoverschrijdende samenwerking op dit vlak. Er zijn inmiddels twee kaarten in concept gereed, over hoogwaterproblematiek en natuurinformatie Natura 2000. Deze zullen tijdens het bestuurlijk overleg in Maastricht in november worden gepresenteerd. Een ander belangrijk burgerthema is de verwijdering van asbestdaken. In het kader van de versnelde verwijdering van asbestdaken wordt gekeken naar de mogelijkheden om op dit vlak samen te werken met de in 2017 nieuw gevormde ministeries in NRW. Bij asbest is het van belang, dat er op het gebied van ARBO (normen en gezondheid), milieu (asbest en gezondheid) en bouw (verduurzaming bebouwde omgeving) grensoverschrijdend wordt samengewerkt.

Afscheid

Aan het eind van het overleg namen twee deelnemers uit het grensoverschrijdende milieunetwerk afscheid: Cees Beurmanjer en Tanja Tyrann-Wyers. Cees Beurmanjer van de Provincie Gelderland gaat binnenkort met pensioen. Tanja Tyrann-Wyers nam afscheid vanwege de aanvaarding van een andere functie bij het NRW-ministerie MUNLV.  Beiden werden hartelijk bedankt voor hun langdurige inzet. Louise van Karnenbeek (Gelderland) en Anna Solar (MUNLV-NRW) nemen het stokje van hen over.

Voor nadere informatie kunt u contact opnemen met een van de volgende leden:

Louise van Karnenbeek, l.van.karnenbeek@gelderland.nl

Paul Levels, pj.levels@prvlimburg.nl

Jan Elzenga, jj.elzenga@overijssel.nl

Klaus Wannmacher, klaus.wannmacher@mkulnv.nrw.de

Foto: De leden van het grensoverschrijdende milieunetwerk.
Voorste rij vlnr: Michaela Zotzmann
; Heike Szafinski; Kees Beurmanjer; Tanja Tyrann-Weyers; Anna Solar; Yvonne van de Berg; Sabine Valenti
Achterste rij vlnr: Frank van de Ven; Klaus Wannmacher; Jan Elzenga; Paul Levels; Doede Sijtsma; Andre Holtvluwer

CDU stemt met overweldigende meerderheid voor GroKo

Afgelopen maandag 26 februari stemde een overweldigende meerderheid tijdens het CDU-partijcongres voor een nieuwe ‘Große Koalition’ (GroKo). Ook werd Annegret Kramp-Karrenbauer gekozen tot de nieuwe secretaris-generaal van de partij en stelde Merkel haar nieuwe ministers voor.

Maar liefst 948 gedelegeerden stemden voor het nieuwe regeerakkoord met de CSU en SPD, slechts 27 stemden tegen. Een nieuwe grote coalitie hangt nu alleen nog van de leden van de SPD af, die deze week schriftelijk voor of tegen het akkoord moeten stemmen. Op 4 maart wordt de uitslag verwacht.

Jens Spahn

Afgelopen zondag maakte Merkel al haar nieuwe ministers bekend. De meest opvallende is de 37-jarige Jens Spahn, die wordt voorgedragen als minister van Gezondheid. Spahn is opgegroeid dicht bij de Nederlandse grens, spreekt Nederlands en was de laatste jaren voorzitter van de Nederlands-Duitse parlementaire contactgroep. Hij wordt gezien als een van de scherpste critici van Merkel en is populair bij de conservatieve vleugel van de partij. Op de Partijdag schaarde hij zich achter Merkel en bestempelde het nieuwe coalitieverdrag als een “solide basis”. De CDU moet volgens Spahn het vertrouwen terugwinnen van diegenen die niet meer op de CDU hebben gestemd.

Verjonging

Merkel koos voor haar ministersposten evenveel mannen als vrouwen uit en ook selecteerde Merkel een vrij jonge ploeg. Als minister voor Landbouw droeg Merkel Julia Klöckner (45) voor, nu nog fractievoorzitter in Rijnland-Palts. Helge Braun (45) moet Kanzleramtsminister worden en Anja Karliczek (46) minister van Onderwijs. Oudgediende Ursula von der Leyen (59) blijft op Defensie en Peter Altmaier (59) krijgt Economische Zaken toegewezen. Annegret Kramp-Karrenbauer (55) werd met 98,87 procent van de stemmen gekozen tot nieuwe secretaris-generaal van de CDU. Ze wordt gezien als een mogelijke opvolger van Merkel. Merkel was zelf ook ooit secretaris-generaal van de partij.

Kritiek

Tijdens het partijcongres was er ook kritiek op het nieuwe coalitieverdrag. De voorzitter van de ‘CDU Wirtschaftsrat’, Werner Bahlsen, stemde tegen het akkoord. “Dit regeerakkoord zet vooral in op herverdeling en heeft geen antwoord op de grote vragen die spelen in ons land”, aldus de ondernemer.

Foto:  CDU / Laurence Chaperon

Den Haag wil meer inzicht in grensobstakels

Het Binnenhof in Den Haag

Een afvaardiging van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat was op 20 februari jl. op bezoek bij het Limburgse samenwerkingsplatform ‘Limburg Economic Development’ (LED) in Sittard. In een interactieve sessie met Limburgse ondernemers probeerde de Haagse delegatie meer zicht te krijgen op grensobstakels waarmee bedrijven die grensoverschrijdend willen ondernemen te maken hebben.

Vijf Limburgse ondernemers waren aanwezig tijdens de bijeenkomst: Maikel Kempen (Roderland, Kerkrade), Bart Reijnen (Ferchau, Aken), Wilma Leenaerts (Leenaerts Born) en Davy Fuchs en Marco Smits (beiden Arion, Aken/Heerlen). Zij waren het erover eens dat grensoverschrijdend ondernemen vraagt om doorzettingsvermogen, want makkelijk gaat het vrijwel nooit. Belangrijke grensobstakels die werden genoemd zijn het 183-dagen criterium, de bestuursaansprakelijkheid in Duitsland, het voeren van dubbele administraties en zware liquiditeitseisen. Het woud aan regels maakt het er ook niet beter op. Dat het desondanks goed zakendoen is in Duitsland heeft alles te maken met de kansen die de grote Duitse markt biedt, de degelijkheid en kwaliteit, de cultuur van samenwerken en afspraak is afspraak. Men het erover eens dat het beter en gemakkelijker moet kunnen. Oplossingen die werden genoemd zijn: kennis over zakendoen in Duitsland en best practices beter delen, informatie minder versnipperd aanbieden en waar mogelijk praktische bi-regionale oplossingen zoeken.

Structurele samenwerking

LED greep de gelegenheid aan om de Haagse delegatie bij te praten over het project Eurostad, dat zich richt op structurele samenwerking tussen de vijf grensregio’s. “Het weliswaar goed met de euregio, maar dat kan nog veel beter als er structureel over de grenzen heen wordt samengewerkt,” stelt Wim Weijnen, lid van het kernteam van LED, vast. Maar hoe dan? “Het is tijd om de discussie om te draaien. Niet meer praten in termen van knelpunten, maar over toegevoegde waarde en potentie.” Volgens Weijnen scoort de Euregio Maas-Rijn zeer hoog als het gaat op patenten. “De afgelopen 15 jaar is het aantal patenten verdubbeld. Dat zegt wel wat over de innovatiekracht van deze regio. Door te gaan denken en werken in ketens van innovatie en technologie (in plaats van in sectoren) kunnen bedrijven en kennisinstellingen met elkaar worden verbonden en samenwerken waardoor de innovatiekracht verder toeneemt.”

Innovatieketens

Weijnen vertelt verder dat het Zwitserse bureau BAK Basel binnenkort de opdracht krijgt om ketens van technologie in de Euregio Maas-Rijn in kaart te brengen, uit te zoeken welke technologieën leidend zijn, welke bedrijven en kennisinstellingen daarbij horen en die met elkaar te verbinden. Het doel: kansen identificeren en beter pakken. Kansen lijken er volgens hem vooral te liggen op het gebied van e-mobility, ICT en life sciences. Weijnen: “Veel is mogelijk, maar alles begint uiteraard bij de ambitie en de wil om samen complementair te zijn.”

Lees verder op de website van Limburg Economic Development.