NRW-minister Laumann te gast in de Euregio

(c) EUREGIO

Op woensdagochtend 17 april bracht de minister van werkgelegenheid, gezondheid en sociale zaken van Noordrijn-Wesfalen, Karl-Josef Laumann, een bezoek aan de EUREGIO.

Bij GrensWerk, een grensoverschrijdend informatie- en competentiecentrum in het gebouw van de Agentur für Arbeit in Gronau, werd hij verwelkomd door EUREGIO-voorzitter Rob Welten, directeur-bestuurder Christoph Almering en de projectleiders. Hij informeerde zich vervolgens over de huidige uitdagingen binnen het EUREGIO-gebied, over de samenwerking en toekomstige financiering van de GrensInfoPunten (GIP) vanaf januari 2021 en over de werkzaamheden van het pilootproject GrensWerk. GrensWerk is een samenwerking van gemeente Enschede, Werkplein Twente, UWV, de Agenturen für Arbeit Coesfeld, Nordhorn en Rheine en de EUREGIO. Onder één dak geven de deskundigen van de deelnemende instellingen informatie en advies over alle aspecten van de grensoverschrijdende arbeids- en opleidingsmarkt. Zij ontwikkelen ideeën en individuele oplossingen voor werknemers en werkgevers om de kansen van een grensoverschrijdende arbeidsmarkt te benutten.

“In het verleden waren grensregio’s minder ontwikkeld vanwege hun perifere ligging. Vandaag ziet het er anders uit. De regio doet het goed – ook dankzij Europa en de EUREGIO,” zei minister Laumann tijdens zijn bezoek. Met betrekking tot de GrensInfoPunten en de grensoverschrijdende arbeidsbemiddeling GrensWerk voegde de minister daaraan toe: “Persoonlijk advies voor grensgangers is noodzakelijk. Geen enkele app kan dit vervangen”.

Minister Laumann nam ter plekke deel aan een gesprek met een jonge Nederlandse werknemer die een baan in Duitsland wil aannemen. De kwaliteit van het advies overtuigde de minister. EUREGIO-directeur-bestuurder Christoph Almering: “De verdere ontwikkeling van de kwaliteit van ons advies en de standaardisering van de adviesdiensten in alle GrensInfoPunten aan de Duits-Nederlandse grens zijn belangrijke doelen, die wij voor ogen hebben en samen met de andere GrensInfoPunten nastreven”.

Naast de arbeidsmarkt kwamen ook het INTERREG-subsidieprogramma en de onderwerpen vervoer en mobiliteit ter sprake. EUREGIO-voorzitter Rob Welten benadrukte hoe belangrijk het voor de ontwikkeling van de Europese grensregio’s is dat ook de volgende subsidiefase van INTERREG van uitgebreide financiële middelen wordt voorzien. De EUREGIO is bezorgd over de discussies rondom een mogelijk kleinere omvang van het programmagebied.

Foto: (c) EUREGIO

Nederlands-Duitse versterking spoorgoederensector

Nederland en Duitsland trekken samen op in het nog aantrekkelijker en efficiënter maken van spoorgoederenvervoer. Staatssecretaris Stientje van Veldhoven (Infrastructuur en Waterstaat) en haar Duitse collega-staatssecretaris Enak Ferlemann maakten hierover op 9 april afspraken in Berlijn. 

Staatssecretaris Van Veldhoven: “Duitsland is onze belangrijkste handelspartner. En wie weet dat één trein net zoveel kan vervoeren als 56 vrachtwagens, weet ook hoe belangrijk de spoorgoederensector kan zijn voor onze duurzame toekomst. Daarom willen mijn collega Ferlemann en ik deze toekomstbestendige sector samen nog verder versterken.”

Staatssecretaris Enak Ferlemann: “Duitsland en Nederland willen beiden een groter aandeel voor spoorgoederenvervoerders in de transportsector. We zijn blij dat onze samenwerking over de grenzen heen nu versterkt wordt en willen de goederenvervoerders optimale omstandigheden bieden. Hieraan gaan we nu met elkaar werken.”

Nederland en Duitsland gaan via een gezamenlijke werkgroep meer samen optrekken in onder meer digitalisering en automatisering van de sector. Zo worden innovaties als testen met zelfrijdende treinen straks grensoverschrijdend getest. Door gerichte investeringen en efficiënter gebruik te maken van het spoornetwerk en beter op elkaar aan te laten sluiten van werkprocessen moet het sneller mogelijk worden om nog langere treinen (van 740 meter) te laten rijden. Dit is voor vervoerders aantrekkelijk, omdat dit kostenbesparend is. Beide landen werken op bilateraal en Europees niveau al aan het verbeteren van grensoverschrijdende spoorverbindingen.

In zowel Nederland als Duitsland zijn het afgelopen jaar ambitieuze maatregelenpakketten vastgesteld die de concurrentiepositie van het spoorgoederenvervoer moeten verbeteren. In Nederland werd ook vastgelegd dat goederenvervoerders zich op verschillende manieren inzetten om de hinder van trillingen en geluid voor omwonenden van het spoor te verminderen.

Noordrijn-Westfalen en Benelux-landen intensiveren samenwerking

De minister-president van Noordrijn-Westfalen, Armin Laschet, heeft samen met minister-president Mark Rutte, de Belgische premier Charles Michel en de Luxemburgse premier Xavier Bettel op dinsdag 2 april de ‘Politieke verklaring tot samenwerking’ tussen de Benelux-landen en Noordrijn-Westfalen vernieuwd. In 2019, ruim tien jaar na de eerste politieke verklaring over samenwerking, halen de landen de banden dus verder aan. Luxemburg is momenteel voorzitter van de Benelux Unie.

Minister-president Armin Laschet: “Noordrijn-Westfalen wil meer Europa. Daarom is het voor ons erg belangrijk om de betrekkingen met onze Europese buren verder te intensiveren. Noordrijn-Westfalen en de Benelux-landen vormen samen een uniek Europees economisch en cultureel leefgebied waar meer dan 45 miljoen mensen op een oppervlakte van 100.000 vierkante kilometer wonen en waar het bruto binnenlands product bijna 1,8 biljoen euro per jaar bedraagt. We willen dit verhogen, onze competenties bundelen en de nauwe samenwerking nog succesvoller maken. De politieke verklaring die wij samen met Nederland, België en Luxemburg ondertekenen, is voor ons van groot belang. Grensoverschrijdende samenwerking is een antwoord op de concrete behoeften van de lokale bevolking en een krachtig signaal tegen populisme en nationalisme, een tegengeluid voor ‘Mijn land eerst’. We willen juist nu het gevoel van saamhorigheid in onze gemeenschappelijke regio versterken en op die manier Europa tastbaar maken in het dagelijks leven en zijn concrete voordelen laten zien.”

De hernieuwde politieke verklaring tussen Noordrijn-Westfalen en de Benelux-landen omvat nauwere samenwerking op het gebied van interne veiligheid, energie, de chemische industrie, de arbeidsmarkt en arbeidsmobiliteit, vervoer, transport, logistiek, crisismanagement en rampenbestrijding, klimaatverandering en digitalisering. In tegenstelling tot de verklaring van 2008 zijn er nu expliciete themavelden benoemd waar grensoverschrijdende samenwerking uitdrukkelijk gewenst is om gezamenlijke oplossingen te vinden voor actuele problemen en vraagstukken.

Bijvoorbeeld op het gebied van interne veiligheid willen de autoriteiten hun samenwerking intensiveren en gemeenschappelijke onderzoeksteams formeren. Vooral de uitwisseling bij de bestrijding van de dagelijkse criminaliteit, de georganiseerde misdaad en de gevaren van het internationale terrorisme moet worden verbeterd.

Op het gebied van energie moet de grensoverschrijdende uitbreiding van het energienetwerk worden versneld, waardoor een betere energievoorziening mogelijk wordt. Op het gebied van vervoer willen de deelnemende landen een duurzaam infranetwerk voor de hele regio ontwikkelen.

Op 9 december 2008 ondertekenden de toenmalige regeringsleiders – de Belgische premier Yves Leterme, de Nederlandse minister-president Jan Peter Balkenende, de Luxemburgse premier Jean-Claude Juncker en de Luxemburgse minister-president Jürgen Rüttgers – in Bonn de gezamenlijke ‘Politieke verklaring tot samenwerking’, waarmee het startsein werd gegeven voor een intensievere samenwerking in de vorm van een geprivilegieerd partnerschap tussen Noordrijn-Westfalen en de Benelux Unie.

Op initiatief van de deelstaatregering van Noordrijn-Westfalen, onder leiding van premier Armin Laschet, werd de politieke verklaring over de gezamenlijke samenwerking nu vernieuwd om het partnerschap een nieuwe dynamiek te geven, extra accenten te leggen en de betrekkingen met de partners structureel te ontwikkelen en flink te verdiepen en uit te breiden.

Achtergrond

Benelux Unie

Het Benelux-Verdrag van 1958 tussen Nederland, België en Luxemburg bevatte tal van maatregelen om de economische en politieke integratie van de drie landen te bevorderen. De Benelux-landen willen als een geheel meer invloed uitoefenen op de gemeenschappelijk markt. De plechtigheid ter gelegenheid van het 60-jarig bestaan van de Benelux-Unie vond plaats op 5 juni 2018 in Brussel, in aanwezigheid van minister-president Armin Laschet.

Benelux-jaar

De samenwerkingsovereenkomst tussen Noordrijn-Westfalen en de Benelux Unie bestaat inmiddels tien jaar. De deelstaatregering van Noordrijn-Westfalen heeft dit jubileum als aanleiding genomen om 2019 uit te roepen tot het eerste Beneluxjaar.NRW in de geschiedenis van Noordrijn-Westfalen.

Het hele jaar door wil de deelstaatregering de inwoners van Noordrijn-Westfalen nader in contact brengen met de buurlanden. In het kader hiervan zullen een fotowedstrijd en een burgerparticipatieproces deel uitmaken van de toekomst van de Benelux-samenwerking. Daarnaast zullen er enkele culturele accenten worden gelegd.

Foto: Land NRW – Mark Hermenau.

Voortzetting grensoverschrijdend politieteam (GPT) gewaarborgd

Goed nieuws voor de veiligheid in de grensregio: het grensoverschrijdende politieteam (GPT) zal ook zonder financiële steun van de Europese Unie zijn werk voortzetten. Op 28 maart 2019 ondertekenden de betrokken instanties in Ahaus daartoe het zogenaamde ‘Verdrag van Ahaus’. Onder de ongeveer 100 gasten bevonden zich vertegenwoordigers van de politie en ministeries van Nedersaksen, Noordrijn-Westfalen en Nederland, evenals vele gemeentelijke vertegenwoordigers. Ursula Schulte en Albert Stegemann, beiden lid van de Duitse Bondsdag, Heike Wermer, lid van de Landtag van Noordrijn-Westfalen, en Christoph Almering, directeur van EUREGIO, waren ook aanwezig.

De vijf partnerautoriteiten – de Polizeidirektion Osnabrück, de Politie Oost-Nederland, de Koninklijke Marechaussee, de Kreispolizeibehörde Borken en de Bundespolizeidirektion Hannover – kwamen overeen dat de huidige status van het GPT gehandhaafd zal blijven. Bovendien zal de grensoverschrijdende samenwerking worden geïntensiveerd en uitgebreid. Met de ondertekening van de overeenkomst moet het GPT in de toekomst nog flexibeler kunnen worden ingezet voor onderzoek, opsporing en ondersteuning. Ook de uitwisseling van politie-informatie langs de grens zal worden geïntensiveerd, eventueel via een gemeenschappelijk informatiecentrum. In 2008 kreeg het GPT-project financiële steun uit het INTERREG IV A-programma. Sindsdien heeft het GPT in twee fasen ongeveer 1,3 miljoen euro aan EU-financiering ontvangen. De huidige subsidieperiode eindigt op 31 maart 2019.

De balans na 11 jaar grensoverschrijdend politiewerk is unaniem positief. De twintigkoppige eenheid, bestaande uit tien Nederlandse en tien Duitse politieagenten, opereert vanuit Bad Bentheim. In de afgelopen 11 jaar is het team uitgegroeid tot een onmisbaar onderdeel van het gezamenlijke politiewerk van Nedersaksen, Nederland en Noordrijn-Westfalen.  De Nederlands-Duitse teams kwamen meer dan 18.000 keer in actie. Ruim 8.000 strafbare feiten en ongeveer 2.000 administratieve overtredingen werden opgespoord en beboet. In de loop der jaren is ongeveer 350 kilo verdovende middelen met een marktwaarde van meer dan 8 miljoen euro in beslag genomen.

Het grote voordeel van de eenheid is dat strafbare feiten effectiever kunnen worden opgespoord en bestreden, omdat het optreden van de politieagenten niet aan de grens eindigt – zoals normaal gesproken wel het geval is. Slechts de verantwoordelijkheid van de gemengde patrouilleteams verandert bij het oversteken van de grens.

Oprichting EGTS EMR voor betere grensoverschrijdende samenwerking

Nederlands en Belgisch Limburg, de Regio Aken, de provincie Luik en de Duitstalige Gemeenschap gaan intensiever samenwerken binnen de Euregio Maas-Rijn. Op maandag 18 maart ondertekenden diverse vertegenwoordigers in Eupen hiertoe de oprichtingsakte van de Europese Groepering voor Territoriale Samenwerking (EGTS) EMR.

“De nieuwe structuur moet de huidige grensoverschrijdende samenwerking verder versterken en ervoor zorgen dat de lokale en regionale overheden nog sterker betrokken worden om de welvaart en het welzijn van de inwoners in de Euregio Maas-Rijn verder te verbeteren”, aldus Gedeputeerde van Belgisch Limburg Tom Vandeput.

Met de EGTS EMR wordt de bestaande structuur van de Stichting Euregio Maas-Rijn hervormd. Deze stichting werd in 1974 in het leven geroepen. Belangrijkste doel was om knelpunten, die door grenzen veroorzaakt werden, aan te pakken. De stichting zal haar activiteiten vanaf 1 april 2019 voortzetten in de vorm van een EGTS. Dit om nog beter in te kunnen spelen op actuele uitdagingen in de regio. Op 4 april wordt in Luik de bestuursvergadering van de nieuwe EGTS Euregio Maas-Rijn geïnstalleerd met 35 vertegenwoordigers die gelijk verdeeld worden over de vijf partnerregio’s.

“Cruciaal om over de landsgrenzen heen samen te werken”

Sinds kort heeft de provincie Zuid-Holland – net als de provincies Limburg, Gelderland en Overijssel – een Deutschlandbeauftragter op het Nederlandse consulaat-generaal in Düsseldorf. Zuid-Holland werkt daarvoor samen met Gelderland: de Deutschlandbeauftragter voor Gelderland, Doede Sijtsma, behartigt nu een dag in de week ook de belangen van Zuid-Holland in Düsseldorf. Floor Vermeulen, Gedeputeerde Verkeer en Vervoer voor de Provincie Zuid-Holland, beantwoordt enkele vragen van Grenspost Düsseldorf.

Waarom is samenwerking met Duitsland belangrijk voor de provincie Zuid-Holland?

Vanwege een gedeeld eigen belang. Voor de haven van Rotterdam is het bijvoorbeeld cruciaal om over de landsgrenzen heen samen te werken, zodat we het transport over weg, spoor en water kunnen verbeteren. Samen met Noordrijn-Westfalen en vier andere Nederlandse provincies werken we daaraan.

Bovendien vormen de Lage Landen samen met Noordrijn-Westfalen de Eurodelta, die bestaat uit de drie stedelijke regio’s in Vlaanderen, Noordrijn-Westfalen en de Randstad. Dit gebied heeft zo’n 40 miljoen inwoners. Over het belang van samenwerking in dit gebied zei Commissaris van de Koning van Zuid-Holland Jaap Smit: “Vanuit het perspectief van andere belangrijke logistieke regio’s in de wereld, zoals Amerika of Azië, is onze Eurodelta één gebied.” Het is onze ambitie om de economische groei in de Eurodelta te bestendigen voor echte banen en echte mensen in de nabije toekomst. Daar moeten we nu op inzetten.

Waar ziet u de voordelen van samenwerking met de grensprovincies richting Duitsland?

Gelderland, Limburg, Noord-Brabant en Overijssel hebben al langere tijd goede contacten met de deelstaatregering in Düsseldorf. Door de Brexit wordt Zuid-Holland ook een grensprovincie binnen Europa, dus wij kunnen op dat vlak veel van de grensprovincies leren.

Tegelijkertijd voegen wij voor de (verduurzaming van de) corridors ons netwerk en kennis toe, zodat de Werkagenda voor mobiliteit en verkeer op alle gebieden tot concrete acties leidt.

Welke concrete thema’s zijn voor Zuid-Holland belangrijk in de samenwerking met Duitsland?

Digitalisering, de energietransitie en demografische ontwikkelingen vragen om het inslaan van nieuwe wegen. Het moet slimmer, schoner en sterker. Grenzen mogen daarbij geen rol meer spelen. Noordrijn-Westfalen heeft een stevige doelstelling geformuleerd ten aanzien van de verbetering van de samenwerking met haar westelijke buurlanden. De agenda’s van bestuurlijk en ambtelijk Nederland en Noordrijn-Westfalen worden daardoor nu al beter op elkaar afgestemd.

Om de Eurodelta een concurrerende regio te laten blijven, moeten we ervoor zorgen dat de modaliteiten naadloos op elkaar aansluiten. De netwerken moeten voldoende robuust zijn en vooroplopen in slimme en schone technieken. Dat kan alleen als we intensiever samenwerken, zeker ook over landsgrenzen heen.

Aangezien Noordrijn-Westfalen de belangrijkste handelspartner van Nederland is, is verdere samenwerking tussen Zuid-Holland en het Ruhrgebied op het gebied van logistiek en transport interessant. De efficiëntie in de binnenvaart kan verder verhoogd worden – denk bijvoorbeeld aan papierloos varen en data die grensoverschrijdend gedeeld worden. Ook streven we ernaar om meer treinen tussen Nederland en Noordrijn-Westfalen te laten rijden, voor goederen én mensen, en liggen er kansen voor samenwerking op het gebied van energie en bio-economie.

Wat gaat goed, en op welke punten is er nog terrein te winnen?

Veel gaat al goed. Zuid-Holland werkt met Noordrijn-Westfalen samen binnen een aantal Europese netwerken: AIR (luchtkwaliteit), Vanguard (economie) en Clean Inland Shipping. In het laatstgenoemde project worden bijvoorbeeld emissie-reducerende technologieën en alternatieve brandstoffen voor de binnenvaart in de praktijk getest.

Op het gebied van de binnenvaart zijn er daarnaast nog andere lopende projecten met Noordrijn-Westfalen. Door de groei van de bevolking en de opkomst van e-commerce groeit de vraag naar producten en dus transport. Daarom zijn er investeringen nodig in smart shipping en moet de bestaande infrastructuur zo goed mogelijk worden benut. InnovationQuarter, de regionale investeringsmaatschappij van Zuid-Holland, is daarom gestart met een blockchain-pilot in de binnenvaart van Rotterdam naar Duisburg. In deze pilot streven zes samenwerkende partijen naar één digitaal platform, waarin alle documenten voor transport in de binnenvaart veilig worden weggezet.

U was op 25 februari in Zwolle aanwezig bij het Mobiliteitsoverleg tussen een aantal Nederlandse provincies en het Ministerium für Verkehr van Noordrijn-Westfalen. Wat zijn uw eerste ervaringen in deze samenwerking?

Het is heel goed dat Hendrik Wüst als minister van Verkeer van Noordrijn-Westfalen heeft uitgesproken wat zijn ambities betreffende de samenwerking met Nederland en Vlaanderen zijn. De Rotterdamse haven is immers de belangrijkste zeehaven van NRW, dus is het logisch om op het gebied van mobiliteit en ook economie gezamenlijk de handschoen op te pakken. Ik waardeer zijn uitnodiging daarvoor zeer, en wil die namens Zuid-Holland graag vanaf nu concreet ter hand nemen.

Welke afspraken zijn er gemaakt in dit mobiliteitsoverleg?

We waren bij elkaar om de Werkagenda voor mobiliteit en verkeer te ondertekenen. Nu is het tijd om met de uitvoering hiervan aan de slag te gaan.

Hebt u al kennis gemaakt met Nederlands-Duitse cultuurverschillen en, indien ja, welke?

Cultuurverschillen zijn er overal, maar de ambitie om de corridor te verbeteren voert de boventoon. Deze energie in het netwerk zullen we met elkaar vast moeten houden de komende jaren. Met de concrete afspraken die op tafel liggen moet dat lukken.

Hoe is het gesteld met uw kennis van de Duitse taal?

Ik heb eindexamen Duits gedaan op het gymnasium, en door mijn opleiding en internationale ervaring van de laatste jaren is mijn Duits gelukkig goed. Desalniettemin voer ik echt ingewikkelde discussies liever in het Engels.

Foto:
Bron: Provincie Zuid-Holland.

Trolleybus 2.0 van start in Arnhem

Sinds 18 maart rijden er twee nieuwe trolleys in Arnhem. Deze trolleybussen kunnen 10 kilometer zonder bovenleiding rijden op zelf opgewekte energie uit accu’s. Het idee voor een trolleybus 2.0 werd binnen een grensoverschrijdend consortium bedacht en als onderdeel van het INTERREG-project E-Bus2020 door o.a. de provincie Gelderland en het Ministerium für Wirtschaft, Innovation, Digitalisierung und Energie des Landes NRW gefinancierd en gerealiseerd.

De nieuwe trolleybussen kunnen rijden zonder trolleybovenleiding. Deze bussen hebben een klein innovatief accupakket waarmee ze in staat zijn minimaal 10 kilometer zonder bovenleiding te rijden. Daardoor kunnen ze ook regionale lijndiensten voor hun rekening nemen. Ook kunnen de trolleybussen elektrisch verder rijden, bijvoorbeeld als er groot onderhoud aan de weg of straat is. Nu moet dat nog op een kleine dieselmotor.

Laden tijdens het rijden

Anders dan ‘gewone’ elektrische bussen laden deze trolleybussen zich op tijdens het rijden aan de bovenleiding (door middel van de In Motion Charging 500-technologie). Ze hoeven daarmee dus niet uit de dienstregeling te worden genomen om opgeladen te worden, zoals dat met ‘gewone’ elektrische bussen wel het geval is. Daardoor is er geen tijdverlies en zijn er geen extra bussen nodig waardoor deze bussen zeer efficiënt zijn.

Zelflerende bus

De twee nieuwe trolleybussen zijn omgebouwde bestaande trolleybussen. De dieselmotor, aggregaat en de tank zijn eruit gehaald en op die plek is een klein accupakket geplaatst. Het unieke energiemanagementsysteem dat ontwikkeld is, is zelflerend. De bus leert gaandeweg op zijn routes waar en hoeveel energie (van de bovenleiding) naar de batterijen moet gaan om het beoogde traject te kunnen afleggen. De bussen gaan in eerste instantie rijden op lijn 1 tussen Oosterbeek en Velp.

Gedeputeerde Annemieke Traag loopt mee met Regierungspräsidentin Bezirk Münster Dorothee Feller

Gedeputeerde Annemieke Traag (Energie, Milieu, Europa) van de Provincie Overijssel heeft op 13 maart een dag meegelopen met Dorothee Feller, Regierungspräsidentin van het Bezirk Münster. Aanleiding voor het bezoek zijn de steeds intensievere contacten tussen Duitse en Overijsselse overheden. Het bezoek moet bijdragen aan een nog beter wederzijds begrip voor elkaar, elkaars werkwijzen en gewoonten.

Voor de meeloopdag is geen aparte agenda gemaakt – Traag volgde Feller op een reguliere werkdag. Op het programma stonden onder meer een gesprek van de Regierungspräsidentin met de afdeling Onderwijs, Cultuur en Sport, een gesprek met de ondernemingsraad van een scholengemeenschap en een gesprek met de regionale fractie van Die Grünen. Bovendien was er tijd om van gedachten te wisselen over de grensoverschrijdende samenwerking.

Gedeputeerde Annemieke Traag: “Als je de samenwerking intensiveert, is het belangrijk dat je ook investeert in de onderlinge relaties. Vandaar dat ik vandaag een dag meeloop met mevrouw Feller. Als provincie Overijssel hebben we aan het begin van de huidige coalitie nadrukkelijk de keuze gemaakt om onze banden met de Duitse buurlanden (en in het bijzonder het directe grensgebied Münsterland) aan te halen. Het resultaat is een economische samenwerkingsagenda, die concreet moet leiden tot minder belemmeringen om aan weerszijden van de grens te wonen, te werken of te ondernemen. Denk bijvoorbeeld aan thema’s als taalonderwijs, diploma-erkenning en grensoverschrijdende bereikbaarheid.”

Provincie Overijssel en de regio Münsterland werken met andere partners nauw samen in de zogeheten Oost-Nederland – Münsterland-agenda. Dit is een samenwerkingsagenda op het gebied van economie, arbeidsmarkt, onderwijs en bereikbaarheid. Doel van de agenda is om te kijken hoe de grens als barrière kan worden weggenomen en kansen kunnen worden verzilverd. Het is een unieke samenwerking op regionaal niveau, die onlangs nog de interesse wekte van de Duitse ambassadeur in Den Haag, de heer Brengelmann, en de Nederlandse ambassadeur in Berlijn, de heer Kingma. Van 25 t/m 27 februari bezochten zij de Duits-Nederlandse grensstreek om de samenwerking met eigen ogen te bekijken.

Foto: (c) Provincie Overijssel. 

Succesvolle eerste vergadering van 2019 voor Comité van Toezicht INTERREG Deutschland-Nederland

Op 8 maart vond de eerste vergadering van 2019 van het Comité van Toezicht van het INTERREG-programma Deutschland-Nederland plaats. Aanwezig waren vertegenwoordigers van de Nederlandse provincies, de Euregio’s, het ministerie van Economische Zaken, Innovatie, Digitalisering en Energie van Nordrhein-Westfalen, de Bezirksregierung Düsseldorf, de Bezirksregierung Münster en de Europese Commissie. De vergadering vond plaats bij de Bezirksregierung Düsseldorf.

De vice-president van de Bezirksregierung Düsseldorf, Roland Schlapka, heette de aanwezigen van harte welkom. Op de agenda stonden diverse onderwerpen, waaronder de stand van zaken van het INTERREG-programma. Over het geheel genomen kan voor de lopende projecten een positieve balans worden opgemaakt. Extra aandacht werd besteed aan de tussentijdse meting van de resultaatindicator ‘Perceptie van de Duits-Nederlandse grens als barrière’. Ook het voorbereidingsproces, inclusief de inhoud van de stakeholderconferenties, kwam aan bod.

Daarnaast werden er twee INTERREG-projecten gepresenteerd. ‘Healthy Building Network: Business cases for healthy buildings’ speelt in op de groeiende bewustwording en belangstelling voor gezondheid en de effecten ervan op mensen in gebouwen. Het doel is om circulair te werken, waarbij een efficiënt gebruik van grondstoffen er uiteindelijk voor zorgt dat geen afval geproduceerd wordt. Modern bouwen spaart grondstoffen, is ecologisch verantwoord en creëert een gezond binnenklimaat. De bouwmethode moet daarom mens- en milieuvriendelijk zijn. Dit leidt tot een stijging van de productiviteit en een afname van het ziekteverzuim. Tot eind 2021 moeten er nog meer ‘gezonde’ gebouwen worden gebouwd.

Vervolgens presenteerde RF-Frontend GmbH als lead partner het project ‘Heavy Duty 4.0’. Hier gaat het om de ontwikkeling van intelligente asynchrone elektromotoren voor kranen met extreem hoge hijscapaciteiten. Het project is in juli 2018 van start gegaan en zal naar verwachting eind juni 2021 worden afgerond. Het doel is om een intelligentere motor te ontwikkelen die op komst zijnde problemen kan herkennen – bijvoorbeeld in de lagers van aandrijfassen, doorbranden, onjuiste bediening van toerentallen en draaimomenten en de elektrische verzorging bij overspanning.

Bus Aalten-Bocholt eind 2019 weer de weg op

Tussen december 2017 en mei 2018 werd er tussen Aalten en Bocholt een proef gedaan met een grensoverschrijdende busverbinding – en met succes. Reden voor Kreis Borken om in oktober 2018 in te stemmen met een vaste verbinding. Nu is bekend geworden wanneer lijn C11 weer gaat rijden: eind 2019. Dat meldt De Gelderlander.

Komende maandag, 11 maart, zal op het gemeentehuis van Bocholt de intentieverklaring ondertekend worden. Volgens Martin Veldhuizen, wethouder in Aalten, moeten er alleen nog wat details ingevuld worden. ,”Er waren nog wat kleine hobbels, bijvoorbeeld over de manier waarop de Nederlandse OV-kaart kan worden gebruikt.” Nu vervoersbedrijf Arriva bij de lijn betrokken wordt, lijkt dat geen probleem meer te zijn. Dat bedrijf is namelijk nu al verantwoordelijk voor de grensoverschrijdende busverbinding tussen Maastricht en Aken.

Waardevolle busverbinding

De lijn dicht een gat in het grensoverschrijdende streekvervoer: de proef die in 2017 en 2018 uitgevoerd werd, liet zien dat er dagelijks gemiddeld negentig passagiers gebruikmaakten van de lijn. De bus sluit volgens wethouder Veldhuizen ook aan op de verbetering van het treinverkeer vanuit Bocholt. Wanneer de spoorlijn van Bocholt naar Wesel geëlektrificeerd is, wat binnen een aantal jaren zal gebeuren, zal er ook een snellere verbinding met Duisburg en het vliegveld in Düsseldorf ontstaan.