Europees snelfietspad tussen Nijmegen en Kleef geopend

Het is al lang geen geheim meer dat de fiets in veel opzichten als vervoermiddel naar het werk, naar school of in de vrije tijd een beter alternatief is voor andere transportmiddelen. Fietsen is goed voor lichaam en geest, en elke kilometer die de auto stilstaat komt ten goede aan voor het klimaat, het milieu en de portemonnee. “Met het plan voor een snel en comfortabel grensoverschrijdend snelfietspad van het Duitse Kleef via Kranenburg naar Nijmegen, wilden de gemeentebesturen van Kleef en de gemeente Kranenburg pendelaars die bereid zijn om over te stappen op de fiets een goede mogelijkheid bieden”, vertelde Günter Steins, burgemeester van de grensplaats Kranenburg. Op 7 juni jl. werd het fietspad geopend.

Snelle implementatie

Het tijdsbestek tussen de goedkeuring van de subsidies en de opening van de ‘Europa-Radbahn’, zoals het snelfietspad in het Duits heet, bedroeg slechts tweeënhalf jaar. Vergeleken met andere projecten was de plannings- en bouwtijd voor het fietspad dan ook opmerkelijk kort. Dit vereiste een zeer nauwe coördinatie tussen alle betrokken partijen. Ook het bouwconcept was succesvol: “Vanaf beide eindpunten aan Duitse zijde werkten twee grondverzetbedrijven naar elkaar toe, waardoor de daadwerkelijke bouwtijd kon worden gehalveerd en daarmee de tijdige opening voor het lopende fietsseizoen gewaarborgd”, aldus Sonja Northing, burgemeester van Kleef.

Fietspad als verbindende schakel

Als een van de winnaars van de wedstrijd ‘Klimaatbescherming door fietsverkeer’, georganiseerd door het toenmalige Duitse ministerie van Milieu, Natuurbehoud, Bouw en Nucleaire Veiligheid, ontving het project ook flinke subsidie. De jury was vooral onder de indruk van twee aspecten van het regionale fietsproject: enerzijds het idee om het snelgroeiende aantal eigenaars van een e-bike, maar ook die van een gewone fiets, een fijne, doorgaande route aan te bieden. Dit bevordert de overstap naar de fiets en levert zo een aanzienlijke bijdrage aan de klimaatbescherming. De voordelen van nieuwe technologie kunnen zo daadwerkelijk worden benut. Het tweede aspect waarover de jury wel te spreken was, was het grensoverschrijdende karakter van de route. Het snelfietspad verbindt twee middelgrote steden met onderwijsinstellingen met elkaar: de Duitse stad Kleef en de Nederlandse stad Nijmegen.

Ook Noordrijn-Westfalen heeft zich door deze argumenten laten overtuigen. Van de totale kosten van ongeveer 6,5 miljoen euro wordt 4,3 miljoen euro (70 procent financieringsquotum) gefinancierd door de Bondsregering. 921.000 euro (15 procent financieringsquotum) is afkomstig van het ministerie van Verkeer en Waterstaat van Noordrijn-Westfalen. De twee betrokken gemeenten, Kranenburg en Kleve, stonden garant voor de financiering van de resterende 1,3 miljoen euro.

35 kilometer fietspad

De nieuwe route aan de Duitse kant is ongeveer 11 kilometer lang. 4,67 kilometer daarvan ligt in het gemeentegebied van Kleef; 6,45 kilometer loopt door de gemeente Kranenburg en sluit daar aan op het fietspad Groesbeek-Nijmegen. Het Nederlandse deel beslaat circa 19 kilometer. Het fietspad is overal minstens 3 meter breed, waardoor fietsers elkaar overal veilig kunnen inhalen. Het pad is bovendien volledig geasfalteerd en geschikt voor diverse soorten fietsen. Alle fietsen die op conventionele fietspaden mogen worden gebruikt, zijn toegestaan op het snelfietspad. Voor e-pedelecs en e-bikes met een snelheid van meer dan 25 km/u en andere gemotoriseerde voertuigen is de Europa-RadBahn echter verboden terrein – zij moeten de openbare weg gebruiken.

Overstap van auto op de fiets

Ook de Provincie Gelderland onderschrijft het belang van de verbetering van fietsmobiliteit over de landsgrenzen heen. “Er zijn natuurlijk in het grensgebied diverse mensen woonachtig die net over de grens werken. Ook voor hen moet het mogelijk zijn om te kunnen fietsen naar het werk. Uit algemene cijfers blijkt dat zo’n 60 procent van de werknemers binnen een afstand van 15 kilometer de auto pakt naar het werk. Hier valt dus nog grote winst te boeken”, vertelt Anita Stienstra, coördinator van het team Fiets binnen het onderdeel Programmering Mobiliteit van de Provincie Gelderland. Daarnaast heeft de provincie de ambitie uitgesproken dat in 2030 35% van de vervoersbewegingen per fiets is.

Draisine blijft rijden

Het snelfietspad heeft geen invloed op de draisine tussen Groesbeek en Kleve: de fietslorrie blijft ongestoord op dezelfde route rijden. In de plannen is ook rekening gehouden met een eventuele reactivering van de spoorlijn tussen Nijmegen en Kleef.

Duitse ‘Pkw-Maut’ van de baan

Tim Reckmann / pixelio.de

Een tegenslag voor de Duitse regering: de ‘Pkw-Maut’ is in strijd met de Europese wetgeving. De geplande tolheffing voor personenauto’s is volgens een uitspraak van het Europees Gerechtshof discriminerend, omdat de economische last uitsluitend wordt gedragen door automobilisten uit andere EU-lidstaten. Daarmee was de aanklacht die Oostenrijk, gesteund door Nederland, had ingediend, succesvol.

De Maut zou bovendien in strijd zijn met de principes van vrij verkeer van goederen en diensten in de Europese binnenmarkt, aldus de rechters. De invoering van de Maut volgens het huidige model is daarmee niet mogelijk,

De Pkw-Maut wordt gezien als prestigeproject van de CSU in de Bondsregering. Deze moest op rijkswegen en snelwegen vanaf oktober 2020 worden geïnd. Duitse autobezitters zouden volledig worden gecompenseerd door middel van een verlaging van de wegenbelasting. Automobilisten uit het buitenland hadden volgens het plan alleen voor het gebruik van snelwegen moeten betalen.

Het leek er lang op dat Duitsland zou ontkomen aan een slepende rechtszaak. De Europese Commissie, die al met een aanklacht had gedreigd, liet zich in 2016 van een licht aangepast model overtuigen, dat minister Alexander Dobrindt (CSU) erdoor wist te drukken. Oostenrijk zag dat echter anders. Het buurland dat zelf ook tol int, bracht de zaak voor het Gerechtshof. Bij de aanklacht kreeg Oostenrijk steun van Nederland.

Foto: (c) Tim Reckmann  / pixelio.de

“We moeten ophouden kwaad te spreken over Europa“

(c) Land NRW/R. Sondermann

Sinds 2017 is dr. Stephan Holthoff-Pförtner minister van Europese Zaken van Noordrijn-Westfalen. Met de verkiezingen voor het Europese Parlement achter de rug stelde Grenspost Düsseldorf hem enkele vragen.

Meneer Holthoff-Pförtner, de vier provincies Limburg, Overijssel, Gelderland en Zuid-Holland hebben sinds een paar jaar elk een ‘Deutschlandbeauftragte(r)’ in Düsseldorf. Wat vindt u van dit engagement van de grensprovincies?

“Dat is natuurlijk fantastisch. Hiermee wordt de politieke uitwisseling tussen Nederland en Noordrijn-Westfalen versterkt. Alles wat bijdraagt aan een groter begrip voor elkaar, aan een betere omgang met elkaar, is van groot belang voor Noordrijn-Westfalen. Het is essentieel om hindernissen grensoverschrijdend af te bouwen.”

Op 9 mei – de Dag van Europa – vond in Venlo de Grenslandconferentie plaats. Welke betekenis had deze conferentie voor de samenwerking tussen Nederland en Noordrijn-Westfalen?

“De Grenslandconferentie maakt de cirkel rond. We hebben op het gebied van grensoverschrijdende samenwerking tussen Nederland en Noordrijn-Westfalen namelijk drie netwerken. Ten eerste is dat het 3+3-overleg – een overleg tussen drie Duitse Regierungspräsidentinnen (Düsseldorf, Keulen en Münster) en drie Commissarissen van de Koning (Limburg, Gelderland en Overijssel). Daarnaast hebben we de gesprekken tussen onze regeringen, en nu dus ook de Grenslandconferentie. Van deze drie netwerken is de Grenslandconferentie het meest open: iedereen kan ideeën aandragen en deelnemen aan gesprekken. We luisteren naar alle voorstellen en pakken obstakels één voor één aan.”

U bent nu twee jaar minister van Europese Zaken van Noordrijn-Westfalen. Welke Europese thema’s gaan u persoonlijk aan het hart?

“Dat zijn ten eerste de onderwerpen die nu onder een vergrootglas liggen: open grenzen en veiligheid. Die thema’s kun je niet los van elkaar zien. Ze zijn essentieel voor de vrijheden die we koesteren. We mogen niet denken dat het principe van open grenzen onverwoestbaar is. Kijk alleen al naar wat er in Joegoslavië is gebeurd. Buren die jarenlang vreedzaam naast elkaar hadden geleefd, schoten ineens op elkaar.

De rechtsstaat is van fundamenteel belang voor Europa en daarom vind ik ook thema’s die daarmee te maken hebben zeer belangrijk. Denk bijvoorbeeld aan de vrijheid van meningsuiting, de persvrijheid en de burgermaatschappij. Die thema’s gaan me echt aan het hart.”

Voor velen was Europa altijd vanzelfsprekend. Dat is tegenwoordig niet meer zo: deze vanzelfsprekendheid verdwijnt steeds meer. Hoe ziet u dat?

“Dat is inderdaad helaas zo. We moeten ons afvragen waarom dat zo is. Wat hebben we sinds de Val van de Muur en het verdwijnen van het IJzeren Gordijn fout gedaan? Hebben we verkeerde signalen gegeven? Als Europese Unie kunnen lidstaten als gelijken in gesprek gaan met de Verenigde Staten, China en Rusland. Afzonderlijk kunnen ze dat niet. Het probleem is dat dit niet ter discussie gesteld wordt, we denken allemaal dat het wel goed komt. Maar dat is niet het geval – kijk maar naar de Brexit. Daarom is het ook zo belangrijk om te gaan stemmen. In Groot-Brittannië lieten jonge mensen het massaal afweten tijdens het referendum over het lidmaatschap van de Europese Unie. Zij zijn nu degenen die de gevolgen het hardst gaan merken. Wanneer je echter een duidelijk beeld hebt van de samenleving waarin je wilt leven, moet je ook gaan stemmen om daar invloed op uit te kunnen oefenen.”

Hoe kan men in de huidige tijd het belang van Europa aan degenen die eraan twijfelen of ertegen zijn, uitleggen?

“Als eerste moeten we ophouden kwaad te spreken over Europa. Wanneer iets in de openbaarheid bekritiseerd wordt, neigen veel landen ernaar om te zeggen: dat was ‘Brussel’. Een goed voorbeeld hiervan is de Algemene Verordening Gegevensbescherming, die in mei 2018 in heel Europa ingevoerd werd. Alle regeringen van de lidstaten van de Europese Unie hebben na een jarenlang proces uiteindelijk afzonderlijk ingestemd met de wet. Nadat de wet ook door het Europese Parlement goedgekeurd was, was het aan de landen om de wet in te voeren. En ineens had ‘Brussel’ het gedaan. We moeten niet verbaasd zijn dat de opinie over de Europese Unie vaak negatief is, wanneer we de Europese Unie regelmatig de schuld in de schoenen schuiven. We zouden de successen van de Europese Unie veel meer moeten benoemen – die worden vaak onderschat. We hebben al zo veel bereikt.”

Hoe zal de samenwerking tussen Noordrijn-Westfalen en Nederland zich ontwikkelen, denkt u? Waar ziet u uitdagingen in deze samenwerking?

“De ontwikkeling van de samenwerking met Nederland valt of staat met de mensen met wie wij samenwerken. Daarmee hadden we het nu niet beter kunnen treffen. Op veel gebieden denken de Nederlanders hetzelfde als wij, we streven dezelfde doelen na. Wanneer dat niet zo zou zijn, zou de samenwerking veel lastiger zijn. De uitdagingen voor deze samenwerking hangen hier sterk mee samen: doordat veel mensen met wie wij nu samenwerken Europagezind zijn, kunnen we veel bereiken. Dat kan veranderen wanneer hun opvolgers dat in mindere mate zijn.”

Foto: Land NRW / R. Sondermann

75 jaar vrijheid en vrede in de grensprovincies: samen vieren met de oosterburen

In 2019 en 2020 viert heel Nederland 75 jaar vrijheid en vrede. Acht Achterhoekse gemeenten vieren dit samen met vijf Duitse buurgemeenten. Om deze samenwerking te bekrachtigen, ondertekenden de burgemeesters van deze gemeenten op 17 mei in Dinxperlo en Suderwick een symbolische samenwerkingsoorkonde. De ondertekening is één van de vele evenementen die in het kader van 75 jaar vrijheid en vrede in de grensprovincies worden georganiseerd.

De ondertekening vond plaats op een bijzondere locatie: in De Taverne, een groepsruimte boven de grensweg Heelweg, die het Nederlandse zorgcentrum in Dinxperlo en het Duitse equivalent in Suderwick met elkaar verbindt.

Herdenken over de landsgrenzen heen

In de samenwerkingsoorkonde spraken de gemeenten uit ‘daar waar mogelijk samen en grensoverschrijdend uitvoering te geven aan het regio-programma Achterhoek’. De burgemeesters Mark Boumans (Doetinchem), Anton Stapelkamp (Aalten) en Peter de Baat (Montferland) ondertekenden mede namens de gemeenten Winterswijk, Oude IJsselstreek, Oost Gelre, Berkelland en Bronckhorst de intentieverklaring. Zij zullen volgend jaar 75 jaar vrijheid vieren met Emmerich, Südlohn, Vreden, Bocholt en Borken.

“Vrijheid is niet vanzelfsprekend”

Burgemeester Peter Nebelo van Bocholt is blij met de grensoverschrijdende viering van de vrijheid. “Een paar jaar geleden leek het nog niet te kunnen en nu is het zo ver, nu vieren we samen de vrijheid. We hebben nog nooit zo lang in vrede geleefd als nu en weten hoe belangrijk dat is.” Zeker geen vanzelfsprekendheid, volgens plaatsvervangend Landrätin van Silke Sommer van Kreis Borken: “Kijk maar naar Iran en Syrië. En nog niet zo lang geleden de situatie in Servië, een uur vliegen van ons vandaan. We mogen ons gelukkig prijzen dat we al zo lang vrede hebben.” Ook burgemeester Mark Boumans van Gemeente Doetinchem beseft dat: “Iedereen heeft wel Syrische en Iraanse jongeren in zijn gemeente. Zo dichtbij is de oorlog dus.”

Provinciale activiteiten en subsidies

Gelderland

De herdenking met de Duitse buurgemeenten vindt plaats in het kader van het programma ‘Gelderland Herdenkt – 75 jaar vrijheid’. In de Achterhoek zal er van 29 maart tot en met 5 mei 2020 met verschillende activiteiten en initiatieven herdacht worden. De provinciebrede herdenkingen beginnen al in september 2019, met Market Garden rondom Arnhem. De focus daarbij zal niet alleen liggen op het verleden, maar ook op het heden en de toekomst. Belangrijk speerpunt hierin is de jeugd: voor hen is onder meer een educatief programma ontwikkeld. Het programma volgt een vijftal verhaallijnen:

  • Het overkoepelende verhaal: ‘Gelderland herdenkt 9 maanden bevrijdingsstrijd’
  • Eerste verhaallijn: ‘Market Garden, september 1944’
  • Tweede verhaallijn: ‘De bevrijding van Gelderland, Nederland, maart/mei 1945. We vieren de Bevrijding, 75 jaar vrijheid’
  • ‘Derde verhaallijn: Tussen Market Garden en de Bevrijding’
  • Vierde verhaallijn: ‘Het Rijnlandoffensief’

Er is bovendien een herdenkingskalender ontwikkeld die 9 maanden beslaat. Hierin komen alle regio’s in Gelderland aan bod.

Gelderland heeft bovendien een speciaal subsidieprogramma voor vrijheidsevenementen in het leven geroepen. Er kunnen subsidies worden aangevraagd voor de uitvoering van een regioprogramma danwel de uitvoering en organisatie van één van de drie grote Gelderse evenementen:

  • Bridge to Liberation Experience
  • Liberty Talks
  • Bevrijdingsfestival in Wageningen

Het Gelders programma 75 jaar vrijheid mag rekenen op financiële steun van het Nationaal Fonds voor Vrede, Vrijheid en Veteranenzorg (vfonds). Het gaat daarbij om maximaal 2 miljoen euro. Het vfonds en de Provincie Gelderland ondertekenden hiervoor op 23 februari 2019 een intentieverklaring. Provincie Gelderland draagt 6,6 miljoen euro bij aan de herdenkingen, waarvan een half miljoen euro naar de Achterhoek gaat.

Limburg

Het Comité Bevrijding 75 jaar Limburg riep burgers op om ideeën aan te dragen over het vieren van de bevrijding. Hoe kan deze zo gevierd worden dat de vrijheid wordt herdacht én doorgegeven aan huidige en nieuwe generaties? Inmiddels zijn er 109 bevrijdingsprojecten ingediend, waarvan er 61 mogen rekenen op een financiële bijdrage. In januari 2019 tekende de Provincie bovendien een intentieverklaring met het vfonds. Daarin staat dat het vfonds voor de Provincie Limburg een bedrag van maximaal 900.000 euro beschikbaar stelt voor projectaanvragen die binnen haar doelstellingen passen.

Er vindt een groot aantal evenementen plaats, waaronder een maandelijkse wandeling over de Liberation Route in Herkenbosch, een voorstelling ´In het licht van de vrijheid´ over twee jonge verzetsmensen in Valkenburg en de reizende expositie ‘Vrijheid-express’ over de Tweede Wereldoorlog, die in 2020 circa 750 locaties zal aandoen. Een volledig overzicht is te vinden op een speciaal hiervoor ingerichte website.

Conny Bieze opent grensoverschrijdende Oranjefietsroute

Op 16 mei vond op Kasteel Huis Bergh in ´s-Heerenberg de feestelijke opening van de Oranjefietsroute plaats. Conny Bieze, gedeputeerde van de Provincie Gelderland gaf hiervoor het officiële startschot. Vervolgens onthulden de burgemeester van Montferland, de heer Peter de Baat, de locoburgemeester van Kleve, de heer Josef Gietemann, de burgemeester van Moers, de heer Christoph Fleischhauer, de ereburger van Apeldoorn en Sjaak, Kamps, secretaris van de Euregio Rijn-Waal  een spandoek met daarop het 225 km lange grensoverschrijdende traject.

Deze Oranjefietsroute Apeldoorn-Moers is het resultaat van het INTERREG-project “In het spoor van de Oranjes”. In dit project werkten de gemeenten Montferland (lead partner), Apeldoorn, Kleve en Moers samen en hebben gezamenlijk ook een routeboek, flyer en een website met fietsnavigatie voor de fietsroute ontwikkeld. Ook worden er nog meerdaagse fietsarrangementen ontwikkeld en komt er nog een leuke verrassing voor kinderen die de route fietsen.

De route loopt dwars door de Euregio Rijn-Waal  en verbindt de Oranjesteden Apeldoorn,´s-Heerenberg, Kleve en Moers met elkaar. Onderweg maken de fietsers kennis met de geschiedenis van de Oranjes en is er gelegenheid voor talrijke tussenstops in Brummen, Rheden, Doesburg, Doetinchem, Zevenaar, Emmerich, Bedburg-Hau, Kalkar, Xanten en Rheinberg. Fietsers kunnen zowel aan Nederlandse als aan Duitse zijde de route volgen met behulp van het fietsknooppuntensysteem. Alle informatie is te vinden op de website van de Oranjefietsroute.

Op de foto v.l.n.r. Maria van Nassau, Burgemeester Peter de Baat van Montferland, ereburger Paul Peters, locoburgemeester Josef Gietemann van Kleve, burgemeester Christoph Fleischhauer van Moers, Gedeputeerde Conny Bieze van Gelderland, Sjaak Kamps, secretaris van de Euregio Rijn-Waal, Roel Visser, ereburger van Apeldoorn en Louise Henriette van Oranje.

 

 

Dorothee Feller gekozen tot nieuwe voorzitter Deutsch-Niederländische Gesellschaft Münster

© B. van der Avoort/DNG

Op Landgoed Singraven bij Denekamp is Regierungspräsidentin van Münster Dorothee Feller unaniem gekozen tot nieuwe voorzitter van de Deutsch-Niederländische Gesellschaft Münster. In haar laudatio voor Jan Bernard van Heek, die na 16 jaar afscheid nam van zijn rol als voorzitter, bedankte zij hem voor zijn onvermoeibare inzet voor een betere verstandhouding en voor de grensoverschrijdende samenwerking tussen Nederlanders en Duitsers in de grensstreek.

“Onder leiding van Jan Bernard van Heek zijn er talloze evenementen georganiseerd die een bijdrage hebben geleverd aan de Duits-Nederlandse culturele uitwisseling. Vooral de ondersteuning van jonge musici is belangrijk voor hem. Van Heek wordt zeer gewaardeerd door de mensen om hem heen. Hij heeft zijn rol als voorzitter met hart en ziel vervuld”, aldus zijn opvolger. Tegelijkertijd met Van Heek werd ook Peter Paziorek, jarenlang vicevoorzitter en voormalig Regierungspräsident van Münster, uitgezwaaid. Lothar von Bönninghausen werd geïnstalleerd als zijn opvolger.

De Deutsch-Niederländische Gesellschaft ziet zichzelf als vereniging voor iedereen die geïnteresseerd is in het onderhouden van Duits-Nederlandse betrekkingen in het grensgebied van Nederland, Noordrijn-Westfalen en Nedersaksen. Persoonlijke ontmoetingen en discussies, studiereizen, excursies en lezingen bieden verdiepende kennis van geschiedenis, cultuur en bedrijfsleven. Bovendien bevorderen deze bijeenkomsten het wederzijdse begrip en dragen zij bij aan het opbouwen en intensiveren van vriendschappelijke banden.

Al in 1932 richtten kooplieden in nauwe samenwerking met de stad Münster de ‘Duits-Nederlandse vereniging’ in Münster op. Tegelijkertijd was in Enschede een soortgelijke vereniging ontstaan. Beide organisaties werkten nauw met elkaar samen. Na de Tweede Wereldoorlog legden de Duitsers weer contact met Nederland, wat in 1951 leidde tot de heroprichting van de Deutsch-Niederländische Gesellschaft in Münster. De circa 220 actieve leden van de vereniging zijn vertegenwoordigers uit het bedrijfsleven, de politiek, van onderwijsinstellingen en overheden en particulieren uit beide landen.

Op de foto v.l.n.r.: Dr. Lothar von Bönninghausen (vice-voorzitter), prof. dr. med. Rudolf Menningen (tweede vice-voorzitter), de nieuwe voorzitter Dorothee Feller,  directeur Servaas van der Avoort en Joris Bengevoord (assessor).

Foto: (c) B. van der Avoort/DNG

Eerste Grenslandconferentie tussen Noordrijn-Westfalen en Nederland: “Het afbouwen van grenzen verrijkt mensen”

(c) Land NRW/R. Sondermann

Op uitnodiging van Stephan Holthoff-Pförtner, minister van Europese Zaken, en Raymond Knops, staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, tevens verantwoordelijk voor grensoverschrijdende samenwerking, zijn op 9 mei meer dan 300 actoren, actief op het gebied van grensoverschrijdende samenwerking, bijeen in Venlo voor de eerste Grenslandconferentie tussen Noordrijn-Westfalen en Nederland.

Minister Holthoff-Pförtner en staatssecretaris Knops hadden tijdens de eerste Regeringsdialoog tussen Nederland en Noordrijn-Westfalen in november besloten tot de organisatie van de Grenslandconferentie. Minister Holthoff-Pförtner: “De Grenslandconferentie is een nieuwe mijlpaal in de intensivering van onze betrekkingen met Nederland. Eenmaal per jaar zullen in de toekomst alle belangrijke partners bijeenkomen om gezamenlijk de prioriteiten van de grensoverschrijdende samenwerking vast te leggen. Ik hoop dat de Grenslandconferentie zich zal ontwikkelen tot een soort ‘familiereünie’ tussen onze landen.”

“Belangrijk dat inwoners van de grensregio zich Euregionale burgers voelen”

De conferentie werd geopend door Antoin Scholten, burgemeester van Venlo en voorzitter van euregio rijn-maas-noord. Hij liet aan de hand van een aantal voorbeelden zien dat de grens tussen Nederland en Duitsland in Venlo nauwelijks nog bestaat. Raymond Knops, zelf ook opgegroeid in de grensregio, pleitte hartstochtelijk voor initiatieven die jongeren laten kennismaken met hun Duitse leeftijdsgenoten: “Ik bewaar goede herinneringen aan een uitwisseling die ik als 12-jarige met de voetbalclub in Kempen had. Die ervaring zal ik nooit meer vergeten, en juist omdat jongeren tegenwoordig niet meer zo gemakkelijk met Duitse radio en televisie in aanraking komen, is het belangrijk dat ze via andere wegen hun Duitse buren leren kennen.” Volgens Theo Bovens, Commissaris van de Koning van de Provincie Limburg, is het belangrijk dat inwoners van de grensregio’s, en ook de komende generaties, zich Euregionale burgers blijven voelen. “Ze moeten zich blijven interesseren voor de andere kant van de grens; de grens mag niet in hun hoofden terechtkomen. Grenzen maken mensen armer, en het afbouwen van grenzen verrijkt mensen. En daarmee maak je de wereld rijker.”

GrensInfoPunten gaan intensiever samenwerken met arbeidsbemiddelingsorganisaties

Daarna werd een aantal resultaten van het grensoverschrijdende werk van de afgelopen tijd gepresenteerd. Eén concreet resultaat betrof de GrensInfoPunten, die aan de grens van Nederland met Noordrijn-Westfalen en Nedersaksen liggen. Deze bieden niet alleen praktische hulp en informatie over werken, wonen en studeren over de grens aan de ongeveer 48.000 grensarbeiders, maar ook aan werkgevers, stagiairs en studenten. Tot nu toe was het niet mogelijk om via de GrensInfoPunten directe arbeidsbemiddeling aan te bieden. Dit gaat nu veranderen. In sommige grensregio’s is met onmiddellijke ingang al een arbeidsbemiddelingsbureau opgericht bij de GrensInfoPunten, in andere regio’s wordt hier momenteel nog aan gewerkt. Daarnaast zijn minister Holthoff-Pförtner en staatssecretaris Knops op de Grenslandconferentie overeengekomen de financiering van de GrensInfoPunten ook na 2020 te waarborgen.

Betere diploma-erkenning voor pedagogisch medewerkers

Een nieuwe personeelsovereenkomst in Noordrijn-Westfalen zal het mogelijk maken dat Nederlandse pedagogisch medewerkers kinderopvang in de toekomst als ‘sozialpädagogische Fachkraft in einer Kindertageseinrichtung’ worden erkend en op een Duits kinderdagverblijf aan de slag kunnen gaan. Net als in het verleden moeten geïnteresseerden contact opnemen met de desbetreffende Bezirksregierung om de gelijkwaardigheid van hun diploma te laten controleren. Anders dan in het verleden kan de Bezirksregierung nu echter “gedeeltelijke toegang” verlenen op grond van de EU-wetgeving, d.w.z. belangstellenden de mogelijkheid bieden om op een kinderdagverblijf te werken zonder de volledige gelijkwaardigheid van hun opleiding aan de Duitse opleiding vast te stellen. De nieuwe verordening is sinds maart 2019 van kracht. Ook in Duitsland opgeleide docenten zouden in de toekomst gemakkelijker in Nederland moeten kunnen werken.

Concessie-overeenkomst voor intercity tussen Eindhoven en Düsseldorf ondertekend 

Daarnaast ondertekenden Stientje van Veldhoven, Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat, en Hendrik Wüst, minister van Verkeer van Noordrijn-Westfalen, voorafgaand aan de Grenslandconferentie de concessie-overeenkomst voor de rechtstreekse intercityverbinding tussen Eindhoven en Düsseldorf. Deze zal vanaf 2025 gaan rijden. Op basis van deze overeenkomst kan het Verkehrsverbund Rhein-Ruhr (VRR) de aanbesteding van een concessie voor deze treinverbinding ter hand nemen.

Intensivering van uitwisseling tussen Nederlands en Duitse jongeren

Bovendien gaven minister Holthoff-Pförtner en staatssecretaris Knops op de Grenslandconferentie het startsein voor een jeugdprogramma dat gericht is op het intensiveren van de uitwisseling tussen de twee landen. “Onbegrensd” is de naam van het programma, dat bedoeld is om een breed spectrum aan ontmoetingen van jongeren op het gebied van sport en cultuur, maar ook tussen scholen, mogelijk te maken. Belangstellenden kunnen zich onmiddellijk kandidaat stellen.

‘Grenslandaward’: prijs voor grensoverschrijdende initiatieven

Tot slot zijn minister Holthoff-Pförtner en staatssecretaris Knops overeengekomen een ‘Grenslandaward’ uit te reiken aan speciale grensoverschrijdende initiatieven. De prijs zal jaarlijks worden uitgereikt.

Volgende Grenslandconferentie in Duisburg

Tijdens de conferentie bespraken de deelnemers een toekomstige grensagenda gericht op de arbeidsmarkt, onderwijs en vervoer. De plannen omvatten onder andere de invoering van een grensoverschrijdend semesterticket voor Duitse studenten aan Nederlandse universiteiten. De volgende Grenslandconferentie zal in 2020 in Duisburg plaatsvinden.

 

Foto (c) Land NRW/R. Sondermann

Nederlandse doden in Düsseldorf herdacht

Ieder jaar worden op 4 mei op het grootste Nederlandse ereveld in Noordrijn-Westfalen, begraafplaats Stoffeln/Südfriedhof in Düsseldorf, de Nederlanders herdacht die in Noordrijn-Westfalen zijn omgekomen in de Tweede Wereldoorlog.

Op het ereveld liggen 1230 Nederlanders begraven en op vier stenen in een portaal staan de namen van nog eens 483 mensen die hier in massagraven zijn begraven of waarvan de begraafplaats onbekend is. Nog steeds komen er nabestaanden naar Düsseldorf om hun familieleden te herdenken. Dit jaar waren er bijna 80 gasten uit Nederland aanwezig. Na korte toespraken door de Nederlandse consul Hans van den Heuvel en de Oberbürgermeister van Düsseldorf, de heer Geisel, ging de predikant van de Nederlandse protestantse kerk in Duitsland, dominee Adriaanse, de aanwezigen voor in gebed. Daarna werden kransen gelegd en bezochten de aanwezigen het graf van de eigen naaste om daar nog even te zijn en bloemen te leggen.

De bijeenkomst werd traditioneel afgesloten met een gezamenlijke koffietafel waar de verhalen met elkaar worden gedeeld.

Koningsdagreceptie 2019: Nederland en Noordrijn-Westfalen zijn “ziemlich beste Freunde”

V.l.n.r. Gedeputeerde Ger Koopmans van de Provincie Limburg, Hans van den Heuvel, waarnemend consul-generaal in Dusseldorf, John Berends, commissaris van de Koning in de Provincie Gelderland, Stephan Holthoff-Pförtner , minister van Europese Zaken van NRW, Jaap Smit, commissaris van de Koning in de Provincie Zuid-Holland, Andries Heidema, commissaris van de Koning in de Provincie Overijssel, consul-generaal van de Verenigde Staten, Fiona Evans

Op uitnodiging van waarnemend consul-generaal Hans van den Heuvel bezochten talrijke Nederlandse en Duitse gasten op maandag 29 april de Koningsdagreceptie in het Van der Valk Airporthotel in Düsseldorf.

Van den Heuvel startte met een lofzang op de nauwe banden tussen Nederland en Duitsland. “Deze worden gekenmerkt door een hoge mate aan vertrouwen en wederzijds respect. Nederland en Noordrijn-Westfalen zijn tegenwoordig ‘ziemliche beste Freunde’”, aldus Van den Heuvel. Hij keek terug op de geslaagde regeringsdialoog in november 2018, waar minister-president Mark Rutte en minister-president van Noordrijn-Westfalen Armin Laschet over diverse grensoverschrijdende thema’s spraken. “Nederland en Noordrijn-Westfalen zijn een lichtend voorbeeld van hoe grensoverschrijdende samenwerking in Europa er in de praktijk uit kan zien.”

Minister van Europese Zaken van de deelstaat Noordrijn-Westfalen, dr. Stephan Holthoff-Pförtner, liet aan de hand van enkele statistieken over grensarbeiders zien hoe normaal het voor Nederlanders, Duitsers en andere Europeanen geworden is om de grens over te steken. “Deze cijfers laten zien hoe vanzelfsprekend het voor veel mensen is om aan de andere kant van de grens te wonen en te werken, en hoe weinig invloed de grens op ons dagelijkse leven heeft. En dat moet zo blijven”, aldus Holthoff-Pförtner. Hij pleitte ervoor deze grens nog verder te laten verdwijnen: “De regeringen van Noordrijn-Westfalen en Nederland spannen zich in om deze grens steeds minder zichtbaar te maken. Dat geldt niet alleen voor de fysieke grens, maar ook voor de grens in ons hoofd en in ons hart. De samenwerking tussen Noordrijn-Westfalen en Nederland is vaak beter dan die tussen Noordrijn-Westfalen en menig Duitse deelstaat.”

Ook Andries Heidema, Commissaris van de Koning in Overijssel, sprak over de serieuze, duurzame samenwerking tussen Nederland en Noordrijn-Westfalen. “Deze samenwerking willen we inhoudelijk verder ontwikkelen, bijvoorbeeld op het gebied van circulaire economie en energie”, aldus Heidema. Met het oog op de naderende Brexit benadrukte hij dat de grensregio’s laten zien hoe Europa door grensoverschrijdende samenwerking juist beter en sterker wordt. Daarbij is ook een rol voor de provincies weggelegd: “Ik hoop dat dat de nieuwe Provinciale Staten wederom veel aandacht voor grensoverschrijdende samenwerking zullen hebben, en kijk net als dr. Stephan Holthoff-Pförtner uit naar de allereerste Grenzlandkonferenz, die op 9 mei in Venlo plaatsvindt”, sloot Heidema af.

Foto’s: (c) Consulaat-generaal Düsseldorf, Peter Schaffrath/Caroline Prang.

Personen v.l.n.r op de grote foto:

Gedeputeerde Ger Koopmans van de Provincie Limburg, Hans van den Heuvel, waarnemend consul-generaal in Dusseldorf, John Berends, commissaris van de Koning in de Provincie Gelderland, Stephan Holthoff-Pförtner , minister van Europese Zaken van NRW, Jaap Smit, commissaris van de Koning in de Provincie Zuid-Holland, Andries Heidema, commissaris van de Koning in de Provincie Overijssel, Fiona Evans, consul-generaal van de Verenigde Staten.

Verkeersministers NRW roepen regering op tot verbetering Rijn als transportroute

Samen met Baden-Württemberg, Hessen, Rijnland-Palts en Saarland roept Noordrijn-Westfalen de Duitse regering op om de optimaliseringsmaatregelen voor het lossen van binnenvaartschepen op de Midden- en Nederrijn snel uit te voeren. Op de conferentie van de ministers van Verkeer in Saarbrücken op 5 april hebben de deelstaten de desbetreffende motie aangenomen.

Ook in de intentieverklaring tussen Nederland en Noordrijn-Westfalen van 19 november 2018 vormt de binnenvaart een belangrijk speerpunt. De partners zijn nu overeengekomen te zullen onderzoeken of en hoe de partners van de werkagenda van de intentieverklaring een bijdrage aan de realisatie van de optimaliseringmaatregelen kunnen leveren. Hierbij kan gedacht worden aan de uitwisseling van ervaringen over de aanpak van duurzaamheid en het gebruik van alternatieve brandstoffen.

Minister van Verkeer Hendrik Wüst onderbouwde de motie met het belang van de Rijn als transportroute: “De Rijn is voor de buurlanden net zo belangrijk als snelwegen en spoorlijnen. De warme zomer met lange periodes van laag water heeft aangetoond dat enorme transportcapaciteiten veel te snel verloren gaan als we geen preventieve maatregelen nemen en de losdiepte standaardiseren. De maatregelen uit het Bundesverkehrswegeplan 2030 moeten nu snel worden uitgevoerd.”

De ministers van Verkeer roepen de regering op om vaart te maken met de uitbreiding. De vacatures hiervoor zouden snel moeten worden gepubliceerd en ingevuld. Daarnaast vragen de ministers van Verkeer aan de regering om extra banen voor waterwegprojecten op te nemen in de organigrammen voor 2020 en de jaren daarna. Wüst nam ook contact op met het landelijke ministerie van Verkeer en moedigde het aan om gezamenlijk een actieplan voor de waterwegen in Noordrijn-Westfalen te ontwikkelen.

Knelpunten oplossen

De binnenscheepvaart op de Rijn kampt met een tweetal knelpunten waar het gaat om lossen van de lading. Op het deel tussen Mainz en St. Goar is bij lage en gemiddelde waterstanden sprake van een geuldiepte van slechts 1,90. Deze is dus 0,20 m lager dan in de twee aangrenzende delen van de rivier. Ook aan de Nederrijn, tussen Duisburg en Stürzelberg, is een verbetering van de losmogelijkheden en bodemstabilisatie noodzakelijk. Beperkte losdiepte bij lage waterstanden is slecht voor de rendabiliteit van de scheepvaart.  Gestreefd wordt naar een permanente geuldiepte van tenminste 2,10 meter van Basel naar Rotterdam.

Na een technische beoordeling door de Duitse Rijksdienst voor Waterwegen en Scheepvaart (WSV) kunnen de knelpunten in principe met relatief kleine waterbouwkundige ingrepen worden opgelost. Beide projecten werden opgenomen in het Bundesverkehrswegeplan 2030.

De twee verbeterpunten zijn van groot belang voor alle bedrijven langs de Rijncorridor en voor de Moezel en de Saar. Zij zorgen voor voorzieningszekerheid, verlagen de transportkosten en zorgen voor minder vrachtverkeer op de wegen. Industrie, binnenvaart en consumenten zijn afhankelijk van de Rijn als efficiënte transportroute.