Grensoverschrijdende samenwerking centraal tijdens Algemeen Overleg in Den Haag

Op woensdag 11 maart vond er in de Tweede Kamer een Algemeen Overleg over grensoverschrijdende samenwerking plaats met minister Raymond Knops van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Aanwezig waren daarnaast Monica den Boer (D66), Stieneke van der Graaf (ChristenUnie), Jan Middendorp (VVD), Harry van der Molen (CDA), Nevin Özütok (GroenLinks) en Erik Ziengs (VVD). Tijdens het overleg werd de voortgang van de grensoverschrijdende samenwerking besproken.

Op 9 maart stuurde minister Knops de Tweede Kamer al een Kamerbrief over deze voortgang en de ontwikkelingen in de grensregio’s.

Belang van Duits op school

Een belangrijk thema tijdens het Algemeen Overleg was de positie van het schoolvak Duits in het nieuwe curriculum van het middelbaar onderwijs. Volgens Van der Molen stelt het kabinet Duits gelijk aan alle andere vreemde talen. Dat zou volgens hem niet het geval moeten zijn, omdat het de taal van een buurland is. Knops bevestigde dat kennis van elkaars taal en cultuur zeer belangrijk is en dat deze kennis al op jonge leeftijd moet worden ontwikkeld. Hij ziet op dit vlak een belangrijke rol weggelegd voor projecten rondom grensoverschrijdende jongerenevenementen: “We geloven namelijk dat als je jongeren bekendmaakt met de grensregio en ze in contact brengt met de buren aan de andere kant van de grens, de kans groter is dat ze uiteindelijk zullen kiezen voor zo’n taal en dat ze daar ook de meerwaarde van inzien”, aldus Knops.

Grensoverschrijdende gezondheidszorg  

Ook de grensoverschrijdende samenwerking op het gebied van de gezondheidszorg werd besproken. In verschillende regio’s werken Nederlandse en Duitse ambulancediensten al samen, maar er treden regelmatig problemen op in de vorm van diploma’s van ambulancemedewerkers die in het buurland niet erkend worden en de verschillende bevoegdheden die Nederlandse en Duitse ambulancemedewerkers hebben. Volgens Knops gaan de ministeries van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en Justitie en Veiligheid in juni in gesprek met de betrokken Duitse ministeries en belanghebbenden over het borgen van de grensoverschrijdende spoedzorg.

Ook de huidige ontwikkelingen rondom het coronavirus werden hier aangehaald. Özütuk informeerde in dit verband naar hoe de grensoverschrijdende informatievoorziening in crisissituaties zoals deze zo goed mogelijk georganiseerd kan worden.

Knops zegde daarnaast toe schriftelijke informatie te gaan leveren over de keuzemogelijkheden op het gebied van zorgverzekeringen voor grensarbeiders.

DigiD voor buitenlandse grensarbeiders

Een belangrijk ander thema was het verstrekken van een DigiD aan grensarbeiders die buiten Nederland wonen. Middendorp wees erop dat zij daar volgens de Raad van State recht op hebben. Er ontstaan echter problemen bij grensarbeiders die in Nederland werken, buiten Nederland wonen en niet de Nederlandse nationaliteit hebben, omdat bij hen niet zo gemakkelijk de identiteit vastgesteld kan worden. Knops bevestigde dit. Volgens hem wordt op dit moment onderzocht of buitenlandse grensarbeiders via de DigiD-buitenlandbalie een DigiD kunnen ontvangen.

Grensoverschrijdende diploma-erkenning en geldigheid Nederlands noodrijbewijs

Andere thema’s die tijdens het Algemeen Overleg aan bod kwamen, waren onder andere het grensoverschrijdende openbaar vervoer, de erkenning van met name mbo-diploma’s aan de andere kant van de grens, het Nederlandse noodrijbewijs voor 75-plussers dat aan de andere kant van de grens niet geldig is en eHerkenning voor ondernemers die grensoverschrijdend zakendoen. Özütok vroeg eveneens aandacht voor de grensoverschrijdende aanpak van hooligans.

Rondetafelgesprek

Ter voorbereiding op het algemeen overleg vond een week eerder, op 4 maart, op uitnodiging van de Tweede Kamercommissie Binnenlandse Zaken een rondetafelgesprek over grensoverschrijdende samenwerking plaats. Hierbij waren diverse vertegenwoordigers uit de grensstreek aanwezig, onder andere Andy Dritty (gedeputeerde Provincie Limburg), Karel Groen (directeur Eems-Dollard Regio), Ulrich Francken (voorzitter Euregio Rijn-Waal), Cigdem Zantingh Akcelik (Rijnland Instituut) en Hildegard Schneider (Maastricht University/ITEM).

Aan de hand van concrete voorbeelden lieten zij zien waar er langs de landsgrenzen nog werk aan de winkel is, zoals op het gebied van onderwijs, op de arbeidsmarkt en op het gebied van grensoverschrijdend ambulancevervoer. EUREGIO-voorzitter Rob Welten riep de Tweede Kamer tijdens het gesprek op om meer oog te hebben voor de specifieke belangen van de Nederlandse grensregio’s. “Grensoverschrijdende samenwerking is de basis voor de Europese integratie”, aldus Welten.

 

Minister Knops beantwoordt Kamervragen grensoverschrijdende coronabestrijding

In een Kamerbrief van 25 maart 2020 gaat minister Raymond Knops van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties in op Kamervragen die werden gesteld over de grensoverschrijdende bestrijding van het coronavirus.

Onder andere aan bod kwamen de waarborging van het transport van goederen en diensten over Nederlandse, Belgische en Duitse landsgrenzen. Daarnaast gaf hij aan dat er momenteel geen signalen zijn dat Duitsland de grens met Nederland zal sluiten. In de kamerbrief werd bovendien aangekondigd dat Nederlandse maatregelen voor tijdelijke aanvullende inkomensondersteuning voor Nederlandse zzp’ers die in Duitsland wonen en in Nederland werken, momenteel worden uitgewerkt.

De volledige kamerbrief kan hieronder worden gedownload

beantwoording-feitelijke-vragen-naar-aanleiding-van-kamerbrief-over-de-situatie-in-de-grensregios (1)

Maike Hajjoubi: “Positieve ontwikkelingen vasthouden en blijven aanjagen”

Sinds 1 maart 2020 is Maike Hajjoubi directeur van de euregio rijn-maas-noord. Een kans die ze met beide handen heeft aangegrepen. In gesprek met Grenspost Düsseldorf vertelt ze hoe de eerste maand in haar nieuwe functie is bevallen en welke uitdagingen op het gebied van grensoverschrijdende samenwerking er volgens haar nog op stapel staan.

Sinds 1 maart bent u directeur van de euregio rijn-maas noord. Waarom past deze baan zo goed bij u?

Samengevat in één zin: omdat mijn hart klopt voor grensoverschrijdende samenwerking. Voordat ik bij de euregio kwam werken, was ik zelf 16 jaar lang grenspendelaar. Ik woon al vanaf mijn geboorte in de euregio rijn-maas-noord, ken de Duitse en Nederlandse (zaken-)cultuur en spreek beide talen vloeiend. Ik heb ervaring met het leidinggeven aan multiculturele teams, ben pragmatisch en denk in kansen.

Wat zijn uw belangrijkste taken als directeur van de euregio rijn-maas-noord?

Als directeur vertegenwoordig ik de euregio rijn-maas-noord en help de leden van de euregio bij het behartigen van hun gezamenlijke belangen. Ik help bij het opzetten, ontwikkelen en uitvoeren van programma’s en projecten rondom grensoverschrijdende samenwerking. Ik maak me sterk voor de vergroting van de bekendheid van de euregio en haar activiteiten en breng mensen aan beide kanten van de grens in contact met elkaar. Daartoe onderhoud ik contacten met ministeries, verenigingen, vertegenwoordigers uit het bedrijfsleven, provincies en andere partners. Ik coördineer de werkzaamheden van commissies en werkgroepen en ben verantwoordelijk voor het personele en financiële management van de euregio.

Hoe bevalt uw baan tot nu toe? Hoe is uw eerste indruk?

De eerste indruk is erg positief. Ik heb een fijn, gemotiveerd team en interessante en afwisselende werkzaamheden. Als gevolg van de coronacrisis verloopt de inwerkperiode momenteel alleen wel iets moeizamer dan gepland.

Welke onderwerpen zijn momenteel belangrijk voor de euregio rijn-maas-noord?

Belangrijk zijn onderwerpen zoals de grensoverschrijdende arbeidsmarkt, met name in de zogeheten krapteberoepen. Ook grensoverschrijdende mobiliteit en infrastructuur zijn belangrijke thema’s op de agenda. Maar we zijn ook actief in de grensoverschrijdende onderwijssector. Het spreken van de buurtaal en het begrijpen van de cultuur van de ander vormt de basis voor succesvolle grensoverschrijdende samenwerking, die het beste al vroeg gelegd wordt. Met het project euregio-Xperience brengen we mbo-leerlingen bijvoorbeeld direct in contact met het buurland.

Andere onderwerpen waarmee wij en de aangesloten gemeenten ons bezighouden zijn klimaatbescherming, milieu en energie, openbare orde, veiligheid, gezondheid en sociale zaken, cultuur en sport, bedrijfsleven, toerisme, communicatie en digitalisering.

Er is steeds meer belangstelling voor grensoverschrijdende samenwerking. Op 11 maart was er bijvoorbeeld een Algemeen Overleg over grensoverschrijdende samenwerking in de Tweede Kamer. Hoe ziet u deze ontwikkeling?

Uiteraard heel positief. We zijn op de goede weg – heel goed zelfs. Helaas zijn er nog altijd te veel obstakels die bij de grensoverschrijdende samenwerking overwonnen moeten worden. De coronacrisis en de uiteenlopende (nationale) aanpak van de landen maken dit eens te meer duidelijk. We doen goed werk met veel inzet, en er is nog genoeg te doen.

Wat zijn volgens u de grootste uitdagingen voor de Nederlands-Duitse samenwerking?

Ik denk dat de grootste uitdaging voor de komende jaren vooral is om de positieve ontwikkelingen vast te houden en op alle politieke niveaus te blijven aanjagen. De samenwerking met het mkb is ook belangrijk om te waarborgen dat bedrijven nieuwe producten en diensten over de landsgrenzen heen kunnen ontwikkelen.

Voor onze werkzaamheden is het belangrijk dat we beslissingen die de regio betreffen in de regio kunnen blijven nemen en er voldoende financiële middelen beschikbaar zijn om het groeiende aantal grensoverschrijdende initiatieven op passende wijze te kunnen steunen. Bijvoorbeeld in het nieuwe INTERREG-programma dat momenteel wordt voorbereid en waarvan de euregio partner is.

Welke Nederlandse eigenschap weet u als Duitse het meest te waarderen?

Ik houd van het Nederlandse pragmatisme. Wij Duitsers maken alles altijd zo ingewikkeld. In dat opzicht kunnen we nog veel van onze buren leren.


Waar kijkt u in uw nieuwe functie het meest naar uit?

Naar de afwisseling, de vele inkijkjes in alle lagen van het openbare leven, en naar de kennismaking met veel nieuwe mensen die grensoverschrijdende samenwerking net zo’n warm hart toedragen als ik.

‘Cross-Border Task Force Corona’ een feit

Foto (c) Land NRW

Op 20 maart is een Cross-Border Task Force Corona tussen Noordrijn-Westfalen, Nederland en België opgericht. Doel van de taskforce is om het grensoverschrijdende crisisbeheer in de strijd tegen het coronavirus beter op elkaar af te stemmen.

Minister-president van Noordrijn-Westfalen Armin Laschet: “In tijden van crisis zijn het uitwisselen van informatie en gecoördineerde actie over de grenzen heen van essentieel belang. De taskforce kan snel afspraken maken en reageren op nieuwe ontwikkelingen. Het feit dat we deze taskforce in zo’n korte tijd hebben kunnen opzetten, onderstreept de nauwe samenwerking tussen de buurlanden. We profiteren van bewezen en betrouwbare structuren die we al voor de crisis hebben ontwikkeld.”

Wederzijdse afstemming activiteiten

De taskforce moet de wederzijdse uitwisseling van informatie verbeteren, maatregelen synchroniseren en zaken van gemeenschappelijk belang voor het crisisbeheer verhelderen. Daarbij staat met name de situatie in de grensregio’s met betrekking tot het grensverkeer en de beschikbaarheid van bedden op de intensive care centraal. Eerder stuurden burgemeesters op initiatief van de Duitse Kreis Borken een brandbrief naar de Duitse regering dat de coronamaatregelen in het grensgebied gelijkgetrokken moesten worden. Dit om te voorkomen dat Duitsers bijvoorbeeld massaal de grens oversteken om te winkelen en Nederlanders de grens over rijden om te tanken.

Tijdens de eerste bijeenkomst van de nieuwe taskforce werd al overeenstemming bereikt over de uitwisseling van situatierapporten en de wederzijdse coördinatie van de behoefte aan maatregelen in de grensregio’s. Verduidelijkt werd dat zowel in Nederland, Duitsland en België de inachtneming van sociale afstand een belangrijke strategie in de bestrijding van het coronavirus vormt.

Naast de Staatskanzlei van Noordrijn-Westfalen zijn deskundigen van verschillende ministeries van de deelstaat Noordrijn-Westfalen en uit Nederland en België, de ministeries van Buitenlandse Zaken, de ambassades, de politie en de betrokken ministeries in de taskforce vertegenwoordigd. Ook vertegenwoordigers van de deelstaat Nedersaksen en de Duitse ambassades in Nederland en België nemen deel aan de taskforce. Voorlopig zal de taskforce regelmatig per telefoonconferentie bijeenkomen en in geval van acute nieuwe situaties binnen korte tijd informatie kunnen uitwisselen.

Nederlandse landsgrenzen vooralsnog open

De Nederlandse landsgrenzen blijven vooralsnog wel open. In een Kamerbrief geeft minister Raymond Knops van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties aan dat Nederland vooralsnog niet de noodzaak ziet om beperkende maatregelen aan de Nederlandse landsgrenzen met Duitsland en België in te stellen. “Het is in het algemene belang van burgers en bedrijven dat de grenzen met onze buurlanden openblijven en dat de grensregio’s aan weerszijden gezamenlijk optrekken. Dit is bijvoorbeeld belangrijk voor de continuïteit van de medische zorg en de distributie van onder andere levensmiddelen. Het kabinet wil daarom in de grensregio’s belemmeringen voor grenswerkers voorkomen en een vrije doorgang van goederentransport blijven waarborgen.” Duitsland voerde op 16 maart wel al restricties in voor de grenzen met Oostenrijk, Zwitserland, Denemarken, Frankrijk en Luxemburg. Niet-essentiële reizen naar Nederland worden wel afgeraden.

Foto: (c) Land NRW

Grenspost Düsseldorf organiseert Nederlands Taalcafé

Wanneer Nederlanders en Duitsers met elkaar samenwerken, is het handig wanneer ze allebei kennis van elkaars taal hebben. Grenspost Düsseldorf gaat daarom vanaf nu op regelmatige basis een ‘Taalcafé Nederlands’ organiseren. De eerste editie vindt plaats op dinsdag 3 maart.

Het Taalcafé is een soort ‘Stammtisch’, waar Nederlanders en Duitsers in ongedwongen sfeer in het Nederlands met elkaar kunnen praten. Zo krijgen de Duitse aanwezigen de kans om hun Nederlands te oefenen. Voor de eerste editie zijn verschillende bestuurders en ambtenaren van onder andere de Duitse ministeries en Bezirke uitgenodigd, die allemaal al basiskennis van het Nederlands hebben.

Het Taalcafé zal elke twee maanden in Düsseldorf plaatsvinden.

“Op (inter)nationaal niveau zou meer belang gehecht moeten worden aan grensoverschrijdende samenwerking op lokaal en regionaal niveau”

Nederland en Duitsland werken op talloze vlakken met elkaar samen. Zo ook op cultureel gebied. Hoe gaat dat vanuit de grensprovincies precies in zijn werk? Lin Verbrugge is beleidsmedewerker cultuur bij Provincie Limburg en houdt zich o.a. bezig met grensoverschrijdende samenwerking, die in belangrijke mate gericht is op culturele samenwerking met Duitsland. In gesprek met Grenspost Düsseldorf schetst ze hoe Provincie Limburg grensoverschrijdende culturele projecten ondersteunt en wat belangrijke voorwaarden zijn voor een goede grensoverschrijdende culturele samenwerking.

Grensoverschrijdende samenwerking is onderdeel van het nieuwe beleidskader cultuur van de Provincie Limburg. Als beleidsmedewerker cultuur bij Provincie Limburg houdt u zich hier onder andere mee bezig. Kunt u hier iets meer over vertellen?

Aangejaagd door de kandidatuur van Maastricht voor Europese Culturele Hoofdstad 2018 heeft de samenwerking tussen culturele en overheidspartners in de Euregio Maas-Rijn de afgelopen jaren een boost gekregen. Daarom had het cultuurbeleid van Provincie Limburg in de afgelopen jaren een focus op Euregionale culturele samenwerking. Met ons nieuwe Beleidsprogramma Cultuur 2020-2021 hebben we het effect hiervan willen uitbreiden tot de gebieden waar wij de meeste duurzame kansen zien, te weten Vlaanderen en Noordrijn-Westfalen.

De basis van ons cultuurbeleid is dat grensoverschrijdende culturele samenwerking een meerwaarde heeft voor zowel het culturele veld als het publiek. Bovendien kunnen grensregio’s zich hiermee profileren en onderscheiden. In dit kader neem ik bijvoorbeeld deel aan bijeenkomsten met Duitse en Belgische overheidspartners. Doel van deze bijeenkomsten is om goede randvoorwaarden voor grensoverschrijdende culturele samenwerking te creëren en in stand te houden en concrete projecten mogelijk te maken. Tijdens deze gesprekken vervul ik een ambassadeursfunctie voor het Limburgse culturele veld. Een voorbeeld hiervan is onze ambtelijke deelname in de jury van het regionale culturele subsidieprogramma (RKP) van Noordrijn-Westfalen in de regio Aken. Grensoverschrijdende projecten genieten in het kader van dit programma hoge prioriteit.

Op welke manier ondersteunt Provincie Limburg grensoverschrijdende cultuurprojecten? Kunt u eens enkele projecten noemen?

Wij richten ons vooral op het stimuleren en ondersteunen van grensoverschrijdende culturele samenwerkingsprojecten. Hiervoor hebben wij dan ook een subsidieregeling. Van deze laagdrempelige regeling wordt veel gebruikgemaakt, ook door Duitse initiatiefnemers. Ook zij kunnen subsidie aanvragen – mits er sprake is van samenwerking met een Limburgse partner.

Met onze regeling hebben wij bijgedragen aan allerlei kleine en grote projecten: van gezamenlijke concerten van muziekgezelschappen tot de graffitimanifestatie UNFRAMED en van Poetry SLAM-festival Borderlines tot meerjarige museumsamenwerkingen. Een goed voorbeeld van dat laatste is het project ‘Naar het museum!’ van het Zweckverband Region Aachen. Dit initiatief ging in 2017 met een combiticket en bijbehorende marketingcampagne voor acht Duitse musea van start. In 2019 hebben in totaal 28 musea uit het hart van de Euregio Maas-Rijn zich aangesloten bij dit project, waaronder 7 musea uit de regio Parkstad. Het project – tevens een Euregionaal netwerk – werd in 2019 door ons ondersteund en heeft de ambitie om een Euregionale museumkaart te gaan aanbieden.

Wat al deze projecten kenmerkt is dat de grensoverschrijdende culturele samenwerking is ontstaan vanuit of gedragen wordt door de betrokken culturele partners uit Limburg én die van over de grens.

Waar valt op het gebied van grensoverschrijdende cultuursamenwerking wat u betreft nog terrein te winnen?

Op het gebied van kennisuitwisseling. Mijns inziens is er over en weer vrij weinig kennis over bijvoorbeeld de manier waarop het cultuurbeleid in de partnerlanden is ingericht, zowel op nationaal, regionaal als gemeentelijk niveau, en welke impact dit precies heeft. En dat terwijl je die context vaak wel nodig hebt om goed met elkaar te kunnen samenwerken. Ook ten aanzien van actuele vraagstukken in de culturele sector zelf kunnen we zeker nog van elkaar leren.

Met het oog op duurzaamheid en efficiëntie in het brede (nationale) kader van internationalisering zou er bovendien veel meer belang gehecht moeten worden aan grensoverschrijdende samenwerking op lokaal en regionaal niveau. Daar gebeurt het namelijk echt.

Wat zijn volgens u belangrijke voorwaarden voor een goede culturele samenwerking tussen Nederland en Duitsland?

Voor een geslaagde samenwerking op cultureel vlak is het volgens mij essentieel dat de betrokken partners aan beide zijden van de grens profijt hebben van de samenwerking. Er moet sprake zijn van een win-winsituatie – of in elk geval uitzicht daarop. Directe successen zijn helaas zeldzaam, meestal moeten beide partijen over een lange adem beschikken.

Wat waardeert u als Nederlandse aan Duitsers?

Alles eigenlijk – de taal, de cultuur. Misschien vooral vanwege de overeenkomsten die wij met elkaar hebben. Hierbij geloof ik dat onze ‘verschillen’, onze wederzijdse typische eigenschappen, vaak ook complementair zijn aan elkaar. Dat is een vruchtbare bodem voor samenwerking.

Wat vindt u het leukste aspect van grensoverschrijdende samenwerking?

Het samenwerken met Duitse collega-ambtenaren en mensen uit de culturele sector in Duitsland geeft mij een ander referentiekader. Ik vind het leuk om mijn horizon te verbreden.

Nederland en Noordrijn-Westfalen loven samen Grenslandprijs uit

Tijdens de Grenslandconferentie in mei 2019 kondigde minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties Raymond Knops (toen nog staatssecretaris) de komst van de prijs al aan.

Onderlinge verschillen overbruggen en nader tot elkaar komen

Nederland en de Duitse deelstaat Noordrijn-Westfalen werken steeds intensiever met elkaar samen, bijvoorbeeld wanneer het gaat over de arbeidsmarkt, mobiliteit, onderwijs en jongerenevenementen. Innovatieve projecten die Nederland en Duitsland dichter bij elkaar brengen én houden – of dat nu op lokaal, regionaal of nationaal niveau gebeurt – verdienen extra aandacht. Daarom heeft het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties de Grenslandprijs in het leven geroepen.

Voor de prijs komen projecten in aanmerking die zich op bijzondere wijze inzetten voor de samenwerking tussen Nederland en Noordrijn-Westfalen, waarmee ze laten zien dat ze de onderlinge verschillen weten te overbruggen en zo nader tot elkaar komen.

De inzendingen worden beoordeeld door een deskundige jury. Deze bestaat uit personen die zich persoonlijk inzetten voor grensoverschrijdende samenwerking. De drie finalisten krijgen drie weken voor de Grenslandconferentie bericht en mogen hun project op de Grenslandconferentie presenteren. Het winnende project ontvangt 5.000 euro en wordt tijdens de conferentie bekendgemaakt.

Voorwaarden en aanmelding

Alleen projecten die in ieder geval betrekking op Nederland en Noordrijn-Westfalen hebben en uiterlijk eind november 2019 van start zijn gegaan en niet voor mei 2019 geëindigd zijn, kunnen meedoen. De Grenslandprijs is bedoeld voor projecten; personen kunnen uitsluitend bij wijze van uitzondering worden onderscheiden.

Projecten moeten zich uiterlijk 6 maart 2020 schriftelijk aangemeld hebben. Meer informatie over deelname en aanmelding is hier te vinden.

Foto: Minister Raymond Knops. (c) Rijksoverheid / Arenda Oomen Fotografie.

Duitse ICE vernoemd naar Euregio Maas-Rijn

Copyright: Deutsche Bahn AG / Pierre Adenis

Op 17 februari kreeg een ICE-trein van de Deutsche Bahn officieel de naam ‘Euregio Maas-Rhein’. Armin Laschet, minister-president van Noordrijn-Westfalen, Theo Bovens, Gouverneur van de Provincie Limburg, Ronald Pofalla, lid van de Raad van Bestuur van de afdeling Infrastructuur van Deutsche Bahn, en Oliver Paasch, minister-president van de Duitstalige Gemeenschap in België, doopten gezamenlijk de trein.

De Euregio Maas-Rijn bestaat uit de Nederlandse provincie Limburg, de Regio Aken, de Duitstalige Gemeenschap in België en de Belgische provincies Limburg en Luik, en is al 44 jaar een lichtend voorbeeld van grensoverschrijdende samenwerking. Met het vernoemen van de ICE naar dit orgaan wil de Deutsche Bahn haar waardering hiervoor uitspreken.

“Perfecte Europese proeftuin in hart van Europa”

“De ‘Euregio Maas-Rhein’ is als eerste ICE naar een gemeenschappelijke Europese grensregio vernoemd en daarmee net zo uniek als de regio zelf. Want de Euregio Maas-Rijn, met vijf partnerregio’s in drie landen, was en is een perfecte Europese proeftuin – en dat in het hart van Europa. Hier worden samenwerkingen getest die als voorbeeld voor heel Europa kunnen dienen. Op het moment wordt hier bijvoorbeeld een grensoverschrijdend e-ticket voor het openbaar vervoer ontwikkeld. Noordrijn-Westfalen ondersteunt dit project met meer dan twee miljoen euro”, aldus Laschet. “Het vernoemen van de ICE naar deze regio staat symbool voor grensoverschrijdende mobiliteit – met de trein als milieuvriendelijk vervoersmiddel. De regering van Noordrijn-Westfalen wil samen met de landelijke regering en de Deutsche Bahn het vervoer per trein verbeteren, onder andere door het netwerk van de regionale treinen en de lightrail verder uit te bouwen en te investeren in bestaande sporen in Noordrijn-Westfalen. Deutsche Bahn investeert daar dit jaar 1,5 miljard euro in.”

150 Europese steden  bereikbaar per trein

“Onze treinen verbinden mensen in heel Europa met elkaar. Vanuit Duitsland kun je ongeveer 150 Europese steden met de trein bereiken. Met de naam ‘Euregio Maas-Rhein’ symboliseert deze ICE het samengroeien van Europa. De ICE’s 3 zijn onze snelste treinen. Ze rijden tussen Berlijn en München, Frankfurt en Amsterdam, Brussel en Parijs”, aldus Pofalla.

Aantal internationale verbindingen uitgebreid

De ICE ‘Euregio Maas-Rhein’ zal in de toekomst binnen twee uur van Keulen naar Brussel en v.v. rijden. De afgelopen jaren heeft de Deutsche Bahn haar internationale verbindingen verder uitgebreid. In 2019 groeide het aantal reizigers tussen Frankfurt en Brussel met 14 procent; tussen Frankfurt en Amsterdam zelfs met 17 procent.

Foto: (c) Deutsche Bahn AG / Pierre Adenis

Enschede en Münster slaan handen ineen voor grensoverschrijdende Arbeidsmarktconferentie

‘Let’s open our work’, dat is het motto van de Arbeidsmarktconferentie 2020 die op 16 september 2020 zal plaatsvinden op luchthaven Münster/Osnabrück. De conferentie, bedoeld voor Nederlandse en Duitse bedrijven, is een initiatief van burgemeester Onno van Veldhuizen van Gemeente Enschede en Oberbürgermeister Markus Lewe van Stadt Münster. Centraal staan de mogelijkheden en kansen voor werkgevers en werknemers in de Euregio. De conferentie, onder het motto ‘Let’s open our work’, zal plaatsvinden op vliegveld Münster/Osnabrück. 

De conferentie zal concrete informatie bieden: hoe kunnen werkgevers vakkrachten of afgestudeerden aan de andere kant van de grens überhaupt bereiken? Welke voorwaarden zijn er voor het werken in het buurland? “Onze regio moet aan beide kanten van de grens samengroeien toe één economische regio en leefomgeving. Daar hoort natuurlijk een zo grenzeloos mogelijke arbeidsmarkt bij”, aldus Lewe. Samen met Van Veldhuizen ondertekende hij in 2017 een ‘Letter of intent’. Daarin werd de samenwerking van de gemeenten Münster en Enschede op het gebied van arbeidsmarkt en op andere terreinen, zoals bestuur, veiligheid, mobiliteit en onderwijs, vastgelegd. “Ons streven is om werkgevers en werknemers te laten zien welke kansen er met de stap naar het buitenland kunnen ontstaan. De arbeidsmarktconferentie is een volgende bouwsteen daarvoor“, aldus Van Veldhuizen.

Conferentie ter bevordering van grensoverschrijdende uitwisseling

De gemeenten Enschede en Münster werken momenteel aan de totstandkoming van een officieel stedenpartnerschap. Nu al werken spelers uit elkaars gemeentelijke organisaties en de universiteiten en hogescholen samen. Ook beide burgemeesters hebben al eens van werkplek geruild. Met de arbeidsmarktconferentie moet de uitwisseling ook in de economie en op de arbeidsmarkt verder worden gestimuleerd.

Lezingen, best practices, informatie over werkcultuur en netwerken

Het programma zal bestaan uit lezingen, best practice-voorbeelden en informatie over de werkcultuur in het buurland, en biedt daarnaast veel ruimte voor netwerken. De conferentie wordt met een informele borrel afgesloten. Uitnodigingen voor werkgevers en stakeholders in de regio worden nog verstuurd, maar belangstellenden kunnen voor nadere informatie nu alvast terecht bij Peter Schildkamp van Arbeidsmarkt en Economie van de gemeente Enschede (p.schildkamp@enschede.nl) en Monika Jürgensmeier van het Jobcenter Münster (juergensmeier@stadt-muenster.de).

3+3-overleg over grensoverschrijdende actualiteiten

Op 30 januari 2020 vond in de Lutte een 3+3-overleg tussen drie Commissarissen van de Koning en drie Regierungspräsidentinnen plaats. Het doel van dit halfjaarlijkse overleg is de bevordering van de grensoverschrijdende samenwerking tussen Nederland en Duitsland. Hoofdthema’s waren deze keer de bestrijding van georganiseerde grensoverschrijdende criminaliteit en de toekomst van de Grenslandagenda.

Na de opening van de vergadering door Commissaris van de Koning van de Provincie Overijssel, Andries Heidema, sprak Mona Molenaar, projectleider internationaal van het Regionaal Informatie en Expertise Centrum Oost-Nederland (RIEC) over de werkwijze en ervaringen rondom het Grensoverschrijdend Informatieplein Enschede-Gronau. De grensstreek is bij uitstek een gebied dat gekenmerkt wordt door ondermijnende activiteiten. Wat volgende was een intensieve bestuurlijke discussie over het onderwerp ‘Ondermijning’. Er is te weinig zicht op de grensoverschrijdende fenomenen op dit vlak. Afgesproken is dat dit thema nadrukkelijker op de Grenslandagenda wordt geplaatst. Zo wordt er binnenkort een overleg georganiseerd tussen de vertegenwoordigers van het RIEC en medewerkers van de Bezirke Münster, Düsseldorf en Köln die voor de bestrijding van witwassen verantwoordelijk zijn. Ook zal het RIEC voorstellen doen om de grensoverschrijdende aspecten van de georganiseerde criminaliteit in beeld te gaan brengen.

Vervolgens kwam de Grenslandagenda uitgebreid aan bod. Het 3+3 overleg is door de Stuurgroep GROS (minister Knops, minister Holthoff-Pförtner, Commissaris van de Koning van de Provincie Limburg Bovens) gevraagd om advies over de voortgang en de toekomst van de Grenslandagenda. Voor dit punt waren eveneens de vertegenwoordigers van de vier euregio’s langs de grens met Noordrijn-Westfalen aanwezig. Bij het bespreken van de voortgang werd duidelijk dat thema’s niet te snel moesten worden geschrapt. Aandacht en verdieping voor de thema’s veiligheid en onderwijs blijven van belang. Maar gericht op de toekomst moet op de Grenslandconferentie op 28 mei in Duisburg ook duidelijk worden welke thema’s nadrukkelijk aan bod moeten komen in 2021. Aangegeven werd dat een verkenning rondom de thema’s klimaat/energie en natuur de voorkeur heeft. Aandacht voor de governance van dit proces blijft eveneens van grote betekenis.

Uiteraard werd daarnaast ook gesproken over actuele grensoverschrijdende projecten. Het volgende 3+3-overleg vindt plaats op 7 september 2020 in het Bezirk Münster.