Dinxperwick en Heimatverein Suderwick winnaars Heimatpreis NRW

Het plaatsnamenbord van Dinxperwick

Dinxperlo en Suderwick: twee grensdorpen en bijzondere buren. De beide plaatsjes, in de volksmond ook wel ‘Dinxperwick’ genoemd, zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden en vormen een ruimtelijke eenheid. De dorpsgrens is tegelijkertijd de landsgrens en verloopt direct langs drie Nederlandse straten. Als waardering voor het verbindende werk mogen deze twee grensdorpen op 6 augustus de ‘Heimatpreis’ van deelstaat Noordrijn-Westfalen in ontvangst nemen.

Oorspronkelijk zou het ‘Heimat-Kongress’ dat om de twee jaar wordt gehouden, op 28 maart in Wuppertal plaatsvinden. De coronapandemie gooide echter roet in het eten en de uitreiking van de Heimatpreis werd uitgesteld. Ina Scharrenbach, minister van ‘Heimat, Kommunales, Bau und Gleichstellung van NRW zal deze nu in het kader van haar ‘Heimat-Tour’ echter alsnog uitreiken en de winnaars persoonlijk een bezoek brengen.

Heemkundevereniging Suderwick en burgerinitiatief Dinxperwick mogen de eerste prijs en daarmee 12.500 euro tegemoetzien, integratief muziek- en vluchtelingenproject behaalde de tweede plaats en ontvangt 8.000 euro en Dorfgemeinschaft Referinghausen uit Medebach wint 5.000 euro voor het project ‘Digitale Heimatstube’ waarmee de geschiedenis in de vorm van historische documenten digitaal tot leven wordt gewekt.

Landräte, provincies en gemeenten bespreken voortgang programma grensoverschrijdende samenwerking Oost-Nederland – Münsterland

De jaarlijkse bijeenkomst tussen de provincies Gelderland en Overijssel, de regio’s Achterhoek en Twente en de Duitse Kreise Warendorf, Coesfeld, Steinfurt en Borken, de stad Münster, de Bezirksregierung Münster en de EUREGIO heeft inmiddels traditie. In coronatijden ontmoetten zij elkaar op maandag 8 juni – deels digitaal – in  het kader van het gezamenlijk memorandum over grensoverschrijdende samenwerking. Er stonden onderwerpen als buurtaalonderwijs, samenwerking in de zorg en digitalisering op de agenda.

Nadat de voorzitter Landrat Dr. Olaf Gericke (Kreis Warendorf) de deelnemers verwelkomd had werd door Eduard Hüffer (honorair consul in Münster) en Christoph Almering (directeur EUREGIO) een korte inleiding gegeven. Daarna volgde een verslag van de programmaleider Gerd Reuter over de uitvoering van het Memorandum op basis van het voortgangsrapport. Overeengekomen werd dat het Memorandum zich in de toekomst op voorstel van de Winterswijkse burgemeester Joris Bengevoord (Achterhoek) ook aan het thema tolerantie en vertrouwen zal wijden.

18 initiatieven op vier themagebieden

Het programma Oost-Nederland bevat 18 initiatieven binnen de themagebieden arbeidsmarkt, onderwijs, economie en mobiliteit. De coronapandemie heeft grote invloed gehad op de voortgang van de projecten. Landrat Dr. Kai Zwicker (Kreis Borken) wees op de door corona veroorzaakte gespannen situatie van de gemeentelijke budgetten. Maar meerdere initiatieven zijn inmiddels toch uitgegroeid tot volwassen projecten.

Aandacht voor buurtaalonderwijs

Een van de successen binnen deze samenwerking is de succesvolle gezamenlijke lobby richting de regering in Den Haag waarin aandacht werd gevraagd voor het belang van Duits in het voortgezet onderwijs oftewel het belang van de buurtaal in het grensgebied. Gedeputeerde Peter van ’t Hoog (Provincie Gelderland) bedankte de Landräte voor hun constructieve bijdrage aan het politiek debat over het belang van buurtaal.  Hij acht het ook passend om de verdere ontwikkelingen bij de wederzijdse erkenning van diploma’s op Benelux-niveau (inclusief NRW) te blijven volgen. NRW zou daarbij kunnen aansluiten.

Programmaleider Gerd Reuter ging daarnaast in op de initiatieven rondom het versterken van grensoverschrijdende informatie over mogelijkheden met betrekking tot mbo- en hbo-onderwijs in het buurland door middel van een digitaal informatieplatform en op innovatieve mobiliteitsconcepten zoals het grensoverschrijdend inzetten van drones.

Meer ruimte voor samenwerking in de zorg

Tegen de achtergrond van de coronapandemie stelde Regiovoorzitter Onno van Veldhuizen (Twente) voor om de grensoverschrijdende samenwerking in de zorgsector uit te breiden. Dit initiatief werd verwelkomd door meerdere partners. Dorothee Feller, Regierungspräsidentin van de Bezirksregierung Münster zei hierover: “De ervaringen met de coronapandemie in de afgelopen maanden zouden grensoverschrijdend moeten worden verzameld. De verantwoordelijke contactpersonen uit de volksgezondheidszorg zouden informatie moeten uitwisselen; dit gebeurt al grensoverschrijdend als we het hebben over rampenbestrijding. Dit zou ook mogelijk moeten zijn bij een pandemie.”

Focus op digitalisering

Dat er meer nadruk op specifieke thema’s binnen het programma kwam te liggen werd eveneens duidelijk. Het belang van digitalisering bleek groot na presentatie van het succesvolle project ‘digitalisering bij scholen’. Landrat Dr. Christian Schulze Pellengahr (Kreis Coesfeld) berichtte over de positieve feedback die hij had ontvangen vanuit de scholen. Ook in bredere economische zin werd dit belang nog eens onderstreept door gedeputeerde Roy de Witte (Provincie Overijssel), die dit thema aanhaalde naar aanleiding van de gesprekken tussen Oost NL en de Wirtschaftsförderungen in het Münsterland. Hij pleitte dan ook voor een grensoverschrijdend investeringsprogramma.

Grenslandmonitor

Toon Bom (Regio Twente) en Edwin van de Wiel (Kennispunt Twente) sloten de bijeenkomst af met een presentatie over de Grenslandmonitor. Een monitor die op basis van de gegevens uit het Grenslandportaal van het CBS inzicht geeft in grensoverschrijdende effecten op het gebied van economie, onderwijs, arbeidsmarkt en mobiliteit. Dit doet zij door middel van het weergeven van trends aan de hand van gezamenlijke data specifiek voor het gebied Oost-Nederland – Münsterland. Deze gegevens kunnen een solide basis vormen voor het beleid. Het project is inmiddels ook opgemerkt in Brussel en zou als voorbeeld kunnen gaan dienen voor langs de gehele grens.

De algehele afdronk van de bestuurlijke bijeenkomst was positief en de samenwerking binnen het memorandum wordt dan ook als continu proces gezien. De ambtelijke werkgroep die bij het opstellen van het memorandum betrokken was, bestaande uit vertegenwoordigers van alle betrokken instanties, blijft zich de komende tijd samen met de programmaleider inzetten voor de verdere voortgang en uitvoering van het programma.

“Van buren goede buren maken”

Gouverneur Theo Bovens

Sinds 2011 zit Theo Bovens in het zadel als Gouverneur (commissaris van de koning) van de Provincie Limburg. Een rol die hij al negen jaar met verve vervult – niet in de laatste plaats omdat internationalisering en grensoverschrijdende samenwerking hierin een belangrijke plek innemen. Grenspost Düsseldorf ging met hem in gesprek over het belang van ‘goede buren’.

U bent geboren en getogen in Maastricht: de Duitse (en Belgische) grens waren nooit ver weg. Hoe was het voor u om in de grensstreek op te groeien?

“Hoewel ik nog heb meegemaakt dat er aan de grens slagbomen stonden en er douanecontroles waren, heb ik de grens ook in mijn kinderjaren nooit als grens ervaren. Ook omdat er grensoverschrijdende familiebanden bestonden. Mijn oma was Duitse, afkomstig uit Aken. Het was de normaalste zaak van de wereld om de grens over te steken om te winkelen en voor familiebezoek. En daar was ik niet de enige in: de Limburgse bevolking is redelijk internationaal van afkomst. Er zijn maar weinig Limburgers die twee of drie generaties lang alleen Limburgers in hun stamboom hebben. Bovendien groeide ik op met de Duitse televisie. Op zaterdag keken we met het gezin naar de Duitse sport en de televisieshows die vele malen groter en interessanter waren dan de Nederlandse tegenhangers.”

Tegenwoordig is het voor jongeren lang niet meer zo vanzelfsprekend om in aanraking te komen met de Duitse taal. Hoe kijkt u daar tegenaan?

“Daar maak ik me wel zorgen over. Het is bijna niet meer mogelijk om nog op natuurlijke wijze met Duits op te groeien. Tegenwoordig moet je langs tientallen kanalen zappen voordat je een Duitse zender tegenkomt. Vroeger stonden deze bij de eerste drie. Het is op scholen niet meer altijd vanzelfsprekend dat er iets met Duits wordt gedaan, daarin moeten zij toch worden aangespoord. Hierin zijn zeker nog stappen te maken.”

Waarom is de functie van Gouverneur u op het lijf geschreven?

“Ik vind de enorme breedte en de variëteit van de functie het leukst. En het persoonlijke contact met heel veel verschillende soorten mensen. En dat is dan ook meteen hetgeen ik tijdens de coronacrisis het meest heb gemist. In deze functie schud je al snel duizenden handen per jaar en spreek je mensen face-to-face. Als dat dan gedurende een paar maanden grotendeels wegvalt, realiseer je je des te meer wat je eigenlijk mist.”

Zou u ook commissaris van de koning van een andere provincie kunnen zijn?

“Ik ben Limburger in hart en nieren en woon en werk in een provincie die vrij overzichtelijk is en waar alle maatschappelijke organisaties ook op provinciale schaal georganiseerd zijn. Dat maakt dat ik me als een vis in het water voel. In een provincie als bijvoorbeeld Noord-Holland zou ik waarschijnlijk minder op mijn plek zijn, omdat de structuren daar wat diffuser onduidelijker zijn. Bijvoorbeeld een stad als Amsterdam met bijna een miljoen inwoners brengt natuurlijk andere uitdagingen met zich mee dan Maastricht met 120.000 inwoners.”

Wat vindt u het leukste aspect van grensoverschrijdende samenwerking?

“Dat je probeert van buren goede buren te maken die beter zijn dan verre vrienden. Niet voor niets hebben we in Limburg in het kader van 75 jaar bevrijding meteen gezegd dat we de vieringen samen met de Duitsers wilden oppakken. En, ik leen hier maar even een uitspraak van Armin Laschet: “dat je probeert om van Nederland en Duitsland zoveel mogelijk één economische ruimte te maken”. Dat er grensoverschrijdende gebieden ontstaan, waarin je cultuurverschillen als een rijkdom ervaart en grenzen worden afgebroken. Het realiseren van deze economische ruimte kan op twee manieren: door het harmoniseren van regelgeving of door het bouwen van bruggetjes en het vinden van achterdeurtjes. Dat maakt het ingewikkeld, maar ook leuk.”

Dan deed het u vast een beetje pijn toen de grens met België tijdens de coronacrisis werd gesloten.

“Dat heeft me zelfs echt teleurgesteld. Met pijn in mijn hart keek ik naar de roadblocks op de grenzen en andere fysieke afsluitingen. Dat is eigenlijk echt niet meer van deze tijd. Mocht er een tweede golf komen, dan heb ik mij voorgenomen om er letterlijk alles aan te doen om te voorkomen dat de grenzen opnieuw worden gesloten.”

Het is gelukkig wel gelukt om de grens met Duitsland open te houden.

“Daar ben ik dan ook heel bij mee. De samenwerking in de bilaterale teams was heel goed en allemaal vanuit de overtuiging om de grens open te willen houden. Wat ik wel vervelend vond, is dat we af en toe Duitsers moesten ontmoedigen om naar Nederland te komen. Dat had uiteraard niets met de nationaliteit te maken, maar puur met het vermijden van drukte. En een groot aantal bezoekers in Limburg is nu eenmaal Duits. En dat is positief: het is volstrekt normaal geworden dat Duitsers de Nederlandse grens oversteken en vice versa.”

Wat is voor u terugblikkend een van de belangrijkste verworvenheden in de Nederlands-Duitse samenwerking?

“Dat we er een heel eind in zijn geslaagd om het Duitse vijandbeeld af te breken. Hier gaan we op 10 december met een conferentie over ‘Zivilcourage’ en weerbaarheid in de samenleving nog mee verder. De politiesamenwerking verloopt goed, net als de samenwerking in de gezondheidszorg. En tijdens de recente brand in natuurgebied de Meinweg was een telefoontje naar de Duitse brandweer voldoende om hulp in te schakelen. Een andere mijlpaal is natuurlijk dat het buurlandenbeleid sinds 2017 is opgenomen in het regeerakkoord, waar dat twee kabinetten eerder niet lukte. Ik durf wel te stellen dat Grenspost Düsseldorf en het feit dat er al zoveel met Noordrijn-Westfalen werd samengewerkt, dit proces gemakkelijker hebben gemaakt.”

De goede samenwerking met Noordrijn-Westfalen is echter niet alleen voor de grensprovincies van belang.

“Dat klopt. Er zijn meer provincies die belang hebben bij een goede relatie met deze deelstaat. Dat is niet alleen aan de grens zo, maar ook in de rest van Nederland. We proberen dan ook steeds meer om ook andere provincies mee te nemen. We maken ons niet alleen sterk voor de burgers in onze grensregio, maar ook voor de mensen in de rest van Nederland. We bedrijven feitelijk geen regionale politiek, maar voeren internationaal beleid ten behoeve van het hele land. We hebben bijvoorbeeld gepleit voor een goede treinverbinding tussen Heerlen en Aken, die lang werd gezien als een regionale kwestie. Het betreft hier echter wel de verbinding van de Randstad naar het Duitse achterland en vice-versa. Dat internationale karakter mag nog wel wat meer worden benadrukt.”

Op welk vlak van grensoverschrijdende samenwerking valt er volgens u nog het meest te winnen?

“Boodschappen doen of vakantie vieren in Duitsland is voor inwoners van de grensstreek de normaalste zaak van de wereld. Ook werken in Duitsland wordt steeds gemakkelijker, alleen moet je de mensen nog wel zover krijgen dat ze ook in Duitsland willen en gaan werken. En ondernemers zover dat ze producten niet in Groningen bestellen, maar dichter bij huis in Jülich. De open grenzen moeten we wat dat betreft nog wat meer tussen de oren krijgen. De afgelopen tijd hebben we vaak gehoord dat de voedselketens weer Nederlands zouden moeten worden. Waarom zouden die niet Duits-Nederlands kunnen zijn? We denken soms nog te veel nationaal en te weinig in 360 graden. Op dat vlak is er nog wel wat winst te boeken.”

Ondertussen bij de buren: Covid-19 in Nordrhein-Westfalen (versie 29 juni 2020)

Wat gebeurt er op het gebied van Covid-19 allemaal in Noordrijn-Westfalen?  Wat zijn de actuele cijfers, welke maatregelen zijn er van kracht en op welke punten bestaan er overeenkomsten en verschillen met de Nederlandse aanpak ter bestrijding van het coronavirus? In dit Covid rapport NRW 29 juni 2020 houden we de ontwikkelingen regelmatig bij. Het rapport is op 29 juni 2020 voor het laatst bijgewerkt.

NS: mogelijkheden voor nieuwe internationale Intercity naar Aken in 2025

Vanaf 2025 zijn er mogelijkheden voor de komst van een nieuwe internationale Intercity naar Aken. Deze trein kan dan gaan rijden op de route van Den Haag via Rotterdam en Eindhoven waar de trein vervolgens via Heerlen de grens overgaat. Dat blijkt uit een inventarisatie door NS. Wel moet eerst aan een aantal voorwaarden worden voldaan op het gebied van financiering en infrastructuur waarover NS in gesprek wil met het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, de regio’s en ProRail.

Aken is een populaire bestemming en biedt internationale treinreizigers een aansluiting op het Duitse hogesnelheidsnetwerk, met bestemmingen als Keulen, Düsseldorf en Frankfurt. Ook voor binnenlandse reizigers op het traject tussen Den Haag en Limburg betekent de rechtstreekse verbinding reistijdwinst en minder overstappen. De verbinding is een belangrijke stap in het uitbreiden van het aantal grensoverschrijdende treinverbindingen.

Betere verbinding van grensregio met Randstad

In de Nederlands-Duitse grensregio is een betere aansluiting op de Randstad een langgekoesterde wens. Een plan om de Intercity Heerlen-Amsterdam door te trekken naar Aken viel eerder af, vanwege de nadelige gevolgen voor een grote groep binnenlandse reizigers in ‘de tienminutentrein’ tussen Eindhoven en Amsterdam. Van het alternatief profiteren al bij aanvang dagelijks 1.250 internationale reizigers van en naar Aken en nog eens 2.000 reizigers op het binnenlandse deel van het traject. De verwachting is dat dit aantal na introductie van de trein snel zal toenemen. De reistijd op het traject kan daarmee tot 25 minuten korter worden.

Nieuwe treinen

Voor de nieuwe verbinding met Aken wil NS gebruik maken van de nieuwe Intercity ICNG, die geschikt kan worden gemaakt voor inzet in Duitsland. Door het hoge comfort en een reistijd van drie uur tussen Den Haag en Aken is de trein een goede concurrent voor de auto. En met aansluitingen in Aken op Thalys en ICE, ook een alternatief voor vliegen binnen Europa.

NS gaat de komende tijd met overheden in gesprek over deze nieuwe verbinding. De trein kan grotendeels gebruik maken van bestaande infrastructuur, toch zullen er naar verwachting enkele aanpassingen nodig zijn. Ook zal, zoals vaak bij de introductie van een grensoverschrijdende trein, de nieuwe verbinding niet kostendekkend zijn. NS wil hierover afspraken maken, zodat de nieuwe treinen tijdig besteld kunnen worden. Reizigers krijgen dan niet alleen een nieuwe internationale verbinding, maar reizen ook met een gloednieuwe trein.

Op de foto: een impressie van de nieuwe Intercity ICNG

Provincies pleiten voor meer en snellere treinen richting Duitsland

De provincies Limburg, Gelderland, Overijssel, Noord-Brabant en Zuid-Holland pleiten in een gezamenlijke brief aan staatssecretaris Stientje van Veldhoven van Infrastructuur en Waterstaat en Enak Ferlemann, parlementair staatssecretaris bij het Bondsministerie van Verkeer en Digitale infrastructuur samen met de deelstaat Noordrijn-Westfalen voor meer en snellere treinen naar Duitsland.

De brief is ondertekend door de gedeputeerden Christianne van der Wal (Provincie Gelderland), Hubert Mackus (Provincie Limburg), Christophe van der Maat (Provincie Noord-Brabant), Bert Boerman (Provincie Overijssel) en Floor Vermeulen (Provincie Zuid-Holland). Hendrik Wüst ondertekende namens het Ministerium für Verkehr van de deelstaat Noordrijn-Westfalen.

Belang van internationale spoorverbindingen

In de brief benadrukken de Nederlandse en Duitse ondertekenaars het belang van onderlinge spoorverbindingen: “In internationaal en Europees verband kunnen snelle, betrouwbare verbindingen per spoor een wezenlijke bijdragen leveren aan onze mobiliteits- en duurzaamheidsdoelen. Zij kunnen een prima alternatief vormen voor het kortere afstand autoverkeer en voor het langere afstand vliegverkeer en wegtransport. De uitwerking van een Green Deal door de Europese Commissie biedt voor ons kansen om de noodzakelijke verbeteringen in het internationale spoorvervoer te realiseren.” Volgens hen kan het spoor een belangrijke bijdrage leveren aan een vlotter, veiliger en schoner goederentransport tussen Nederland en Duitsland en in Europa.

Verdere ontwikkeling van regionale grensoverschrijdende trajecten

De vijf provincies en Noordrijn-Westfalen vragen in de brief aandacht voor de verdere ontwikkeling en verbetering van diverse regionale grensoverschrijdende trajecten. Daarbij gaat het om de verbindingen Zwolle-Münster, Enschede-Dortmund, Eindhoven-Venlo-Düsseldorf, Aken-Maastricht-Luik en Arnhem-Düsseldorf. Volgens de ondertekenaars hebben deze projecten (in)direct voordeel van een duidelijk en afgestemd kader op de nationale schaalniveaus en zijn ze belangrijk voor het Europese netwerk. Daardoor kan de bereikbaarheid per trein in de grensregio’s verbeterd worden.

Verbeteren en versnellen van langeafstandsverbindingen

Daarnaast komt het verbeteren en versnellen van de langeafstandsverbindingen Amsterdam-Frankfurt, Amsterdam-Aken en Den Haag/Rotterdam-Düsseldorf/Keulen in de brief aan bod. Ook stippen de ondertekenaars een substantiële versnelling van de verbinding Amsterdam – Berlijn aan, bijvoorbeeld via Zwolle of Arnhem. Op dit moment rijdt deze trein via Apeldoorn en Hengelo en hebben reizigers ruim zes uur nodig om tussen beide hoofdsteden te reizen. Waar mogelijk zou tot slot onderzocht moeten worden in hoeverre bestaande binnenlandse langeafstandsverbindingen doorgetrokken kunnen worden tot over de grens.

Goederenvervoer essentieel voor toekomstbestendige ontwikkelingen

Op het gebied van goederenvervoer krijgen de Betuweroute en de noordtak hiervan en het onderzoek naar de 3RX-verbinding aandacht. Deze verbinding zou van Antwerpen via Roermond en Venlo naar Duisburg lopen. Volgens de Nederlandse provincies en Noordrijn-Westfalen is goederenvervoer per spoor “de meest duurzame vorm van transport over langere afstanden. Het is daarmee essentieel voor een toekomstbestendige ontwikkeling van onze economieën.”

Samenwerking vijf Nederlandse provincies en Verkeersministerie van Noordrijn-Westfalen

De brief is mede te danken aan de al jaren bestaande samenwerking van de vijf Nederlandse provincies en het Verkeersministerie van Noordrijn-Westfalen op het gebied van mobiliteit en verkeer. Dit heeft de afgelopen jaren onder andere geleid tot verbetering van grensoverschrijdend openbaar vervoer, verbetering in de uitwisseling van verkeersinformatie en tot een nauwere samenwerking tussen de verkeerscentrales.

Limburgs winkelaanbod profiteert van buitenlandse koopkracht

Duitsers en Belgen steken graag de grens over om te winkelen en recreëren in Limburg. Dat is ook te merken aan de uitgaven die zij in deze provincie doen en de bijdrage die zij daarmee aan de Limburgse koopkracht leveren. Met name voor niet-dagelijkse producten als kleding en elektronica trekt Limburg fors meer koopkracht aan van buiten de provincie dan dat er afvloeit. Dat blijkt uit het grensoverschrijdend ‘Koopstromenonderzoek 2019’ dat de provincie Limburg in nauwe samenwerking met diverse partijen liet uitvoeren. Aan het onderzoek namen ruim 30.000 respondenten deel.

Dat de Limburgse winkelgebieden populair zijn bij het Duitse publiek, blijkt ook uit het rapportcijfer van de Duitse bezoekers. Waar de Limburgers hun winkelgebieden zelf een 7,8 geven, waarderen de Duitsers deze met bijna 8,2. Ingezoomd op de aankooplocaties in Limburg die relatief veel bestedingen uit het buitenland halen, valt vooral het Designer Outletcenter in Roermond op met circa € 123 miljoen uit het buitenland. Ook het centrum van Venlo met bestedingen van bijna € 74 miljoen uit het buitenland en de Maastrichtse binnenstad met bijna € 50 miljoen zijn geliefd.
De Duitse bestedingen in Limburg zijn sinds het vorige Koopstromenonderzoek in 2009 echter wel gedaald. Uit een indicatieve vergelijking met het onderzoek uit 2009 blijkt dat circa 10 procent minder niet-dagelijkse bestedingen vanuit Duitsland en overig Nederland komt.

Limburgers besteden minder over de grens

Limburgers shoppen op hun beurt ook minder in het buitenland. Voor de dagelijkse boodschappen is dit naar schatting 10 procent minder, terwijl dit voor niet-dagelijkse boodschappen oploopt tot 40 procent minder. Ondanks dat is de onderlinge koopkrachtontwikkeling tussen Limburg en het buitenland nog steeds substantieel en bovengemiddeld. Limburg weet anno 2019 per saldo fors meer niet-dagelijkse bestedingen (excl. toerisme en online) van buiten de provincie aan te trekken (ruim € 1 miljard) dan dat er afvloeit (circa € 321 miljoen). De toevloeiing is ruim 3 keer zo groot als de afvloeiing. Limburgs winkelaanbod drijft daarmee sterk op bestedingen uit het buitenland.

Het veldwerk van dit koopstromenonderzoek is uitgevoerd in de periode voor de coronacrisis en laat dus zien hoe de winkelgebieden zich ontwikkelden tot vlak daarvoor. Hoewel de economische impact in deze fase niet te voorspellen is, wordt verwacht dat deze groot zal zijn.

Duitse btw-verlaging op komst

Een andere factor die hierin een rol zou kunnen gaan spelen is de tijdelijke btw-verlaging die de Duitse Bondsregering begin juni heeft aangekondigd. Vanaf 1 juli tot en met 31 december 2020 zal het hoge btw-percentage van 19 naar 16 procent en het lage btw-percentage van 7 naar 5 procent worden verlaagd. Daarmee komt het Duitse btw-tarief nog lager te liggen dan het Nederlandse, dat 21 resp. 9 procent bedraagt. Vincent Pijnenburg, lector Cross-Border Business Development bij Fontys, laat zijn licht hierover schijnen: “De prijs is slechts één factor om over de grens te consumeren. Denk daarnaast aan factoren als: ander productaanbod, openingstijden, parkeeraanbod en het ‘fun’ aspect. De btw-verhoging in Nederland van 6 naar 9 procent per 1 januari 2019 heeft tegen de verwachtingen in geen gevolgen gehad voor Duitse toevloeiing naar Limburg. Ik verwacht daarom dat de btw-verlaging in Duitsland weinig teweeg zal brengen wat betreft grensoverschrijdend consumentengedrag.” Daarnaast geldt dat de corona-uitbraak ervoor gezorgd heeft dat mensen minder de drukte opzoeken en de e-commerce flink is toegenomen. “Ik kan me voorstellen dat mensen blijvend meer producten online zullen bestellen en dus minder fysiek gaan inkopen”, aldus Pijnenburg.

Lene ter Haar over grensoverschrijdende cultuursamenwerking: “Er zou nog veel meer kunnen”

Lene ter Haar

Cultuurwetenschapper met grensoverschrijdende samenwerking in het bloed. Dat is Lene ter Haar, senior medewerker cultuur en communicatie bij het Nederlandse consulaat-generaal in Düsseldorf, in één zin samengevat. Ze groeide op in München als dochter van een Nederlandse vader en een Duitse moeder en is al twintig jaar actief in verschillende functies in de culturele sector. Getriggerd door hoe kunst en cultuur ons hedendaags bestaan bespiegelen, analyseren, interpreteren en ook doorkruisen – en dat over de Nederlands-Duitse landsgrenzen heen. Een interview met deze bezige bij.

“Ik ben in München opgegroeid met een Nederlandse vader en een Duitse moeder. Daarom heb ik ook een dubbele nationaliteit. In de jaren 90, toen ik op de middelbare school zat, nodigde mijn vader al Nederlandse schrijvers uit om lezingen in München te geven. Ik herinner me nog goed een lezing van Cees Noteboom, of een keer bij de Chinees achteraf met Connie Palmen. Grappig dat ik nu toevallig op een soortgelijk spoor zit.”

Wat zijn uw belangrijkste taken als senior medewerker cultuur en communicatie bij het Nederlandse consulaat-generaal in Düsseldorf?

“Ik heb een aanjagersfunctie voor de Duits-Nederlandse culturele uitwisseling, met een focus op beeldende kunst, literatuur en creatieve economie, in nauwe samenwerking met de Nederlandse ambassade in Berlijn en het consulaat-generaal in München. Ook adviseer ik het consulaat-generaal in Düsseldorf met betrekking tot communicatie. Het is mijn taak om de afstand die er wel degelijk is, te overbruggen.”

“Concreet vul ik mijn dag met het opbouwen van netwerken in het ambtsgebied van het consulaat-generaal in Düsseldorf – grofweg tussen Bremen en Saarbrücken –, met het initiëren en faciliteren van uitwisseling en met het agenderen van innovatieve ontwikkelingen op cultureel gebied aan beide kanten van de grens. Onderzoek naar best practices en briljante cultuuruitingen in Nederland hoort er ook bij. Ook beoordeel ik subsidieaanvragen die via onze cultuursubsidieregeling binnenkomen. Bovendien ligt er intern, op het consulaat-generaal in Düsseldorf, een belangrijke taak om cultuur als belangrijk beleidsterrein te vertegenwoordigen en culturele ontwikkelingen binnen de grotere dynamiek van buitenlandse zaken een plek te geven.”

Wat vindt u het leukste aspect van grensoverschrijdende samenwerking?

““Een grens is een wens om verder te gaan”, zo luidt een Loesje-spreuk. Dat herken ik wel, zowel persoonlijk als vanuit mijn professie. Daar komt bij dat de van oudsher bestaande (culturele) verbindingen in het grensgebied door onze centraal georganiseerde staten allerminst vanzelfsprekend zijn. Als grensgebied heb je de keuze om je als periferie of – zoals men in Nederland weleens met een knipoog en een traan zegt – ‘Randland’ te definiëren, of om door middel van de samenwerking over de grens nieuwe centra te vormen. De Euregio’s doen dit al decennia met bravoure en er zijn inmiddels velen die het belang ervan onderkennen.”

“Dit gebeurt echter niet vanzelf. Ik vind het prachtig om deze beweging op cultureel gebied aan te jagen en erover te communiceren. Op een gegeven moment ontstaat er in de samenwerking een moment waarop 1+1 = 3 wordt: je beseft dat er vanuit iedereens verschillen een nieuwe samenhorigheid ontstaat, waardoor het project én de deelnemers eraan groeien.”

“Ook is Duitsland méér dan alleen Berlijn: dat wordt weleens vergeten. Veel kansen voor Nederlandse kunstenaars en cultuurmakers liggen buiten de grote centra als Berlijn of Frankfurt: in 2019 waren Nederlandse cultuurmakers uit alle disciplines in meer dan 600 Duitse steden te gast. Veel kansen liggen in het directe grensgebied en zijn relatief dichtbij. Zo dichtbij zelfs dat je deze wel eens over het hoofd zou kunnen zien.”

U maakt deel uit van de jury ‘Kooperationsprojekte Benelux’ van Noordrijn-Westfalen. Kunt u hierover iets meer vertellen?

“Cultuur heeft een verbindende rol, en die is juist in deze tijd weer actueel en urgent. Dat wordt aan beide kanten van de grens onderschreven. De deelstaat Noordrijn-Westfalen ondersteunt daarom internationale culturele samenwerking, met een focus op Frankrijk, Polen en de Benelux. Ik zit als internationale expert in de jury – een hele eer! Twee keer per jaar worden aanvragen beoordeeld die via de Bezirksregierungen worden ingediend. Het is erg interessant om daar met een jury van drie experts en met behulp van advies van de specialisten van het ministerie van Cultuur van Noordrijn-Westfalen over te discussiëren. Afgelopen maand vond de vergadering vanwege corona voor het eerst digitaal plaats, en dat ging best goed. Alleen de lekkere Duitse broodjes bij de lunch moesten we missen… Ik verbaas me er wel over dat er niet meer aanvragen vanuit het grensgebied binnenkomen. Hier ligt mijns inziens zeker een kans!”

Kunt u een aantal actuele projecten noemen? Welk grensoverschrijdend cultuurproject was bijzonder geslaagd?

“Er speelt heel veel. Opmerkelijk is zeker het initiatief van de regio’s Aken en Maastricht voor een grensoverschrijdende museumkaart. Mijn laatste afspraak voor de coronalockdown was met prof. Christiane Vaessen, directrice van Zweckverband Aachen en tevens honorair consul voor Nederland, en prof. Hildegard Schneider, hoogleraar Europees recht aan de Universiteit van Maastricht en medeoprichter van het Instituut voor Transnationale en Euregionale Grensoverschrijdende Mobiliteit (ITEM). Onderwerp was het starten van een haalbaarheidsstudie naar een dergelijke kaart, aangezien de pilot Naar het museum! zeer positief is ontvangen. Ook de Rijksoverheid wil hieraan bijdragen. Hopelijk kan dit spoedig worden opgepakt en dit initiatief worden uitgerold over de hele grensstreek. In het Zuid-Duitse-Zwitserse-Franse grensgebied is een soortgelijke kaart al heel succesvol. Stel je voor dat er over twee jaar een vergelijkbare kaart is waarmee je grensoverschrijdend kan museumhoppen! Een prachtig initiatief voor burgers, maar ook voor de aantrekkelijkheid van de regio’s.”

“Daarnaast ben ik samen met Dutch Culture bezig met een verkenning van het subsidiestelsel voor culturele samenwerking. Welke mogelijkheden zijn er, waar zijn obstakels? Een ander pionierstraject waarbij ik betrokken ben, is het initiatief van de provincies Overijssel en Gelderland om met het Landschaftsverband Lippe tot een gezamenlijk cultuurbeleid te komen. Zó kom je echt een stap verder.”

Waar valt er op het gebied van grensoverschrijdende cultuursamenwerking wat u betreft nog terrein te winnen?

“Er is behoefte aan het verdiepen en duurzaam verstevigen van het netwerk en de contacten die tijdens ontmoetingen en kennismakingen zijn opgedaan. Dat geldt ook voor het delen en uitwisselen van kennis, met name vanuit de meer decentrale gebieden. Daarnaast experimenteren we, naast de incidentele projectsubsidies, met de inzet van langer durende, inhoudelijke en in die zin duurzame projecten. Een jaarlijks terugkerende literatuurreeks bij het Literaturhaus Köln bijvoorbeeld, ‘Köln am Meer’, of een serie discussies onder de naam ‘Diverse Gespräche’. Een grensoverschrijdende cultuurmanifestatie zoals het Schrittmacher Festival Heerlen/Aken of het Münsterland Festival dat gedeeltelijk zijn, is natuurlijk mooi. Maar er zou nog veel meer kunnen.”

Wat zijn volgens u belangrijke voorwaarden voor een goede cultuursamenwerking tussen Nederland en Duitsland?

“Op tijd en met open vizier met elkaar in gesprek gaan. Een goede voorbereiding en het onderkennen van elkaars verschillen. In vergelijking met Nederland is cultuur in Duitsland een ‘slow business’. Men hecht aan goede voorbereiding, persoonlijk contact en een gezamenlijk vormgegeven inhoudelijk traject gebaseerd op vertrouwen en een gedeelde inhoudelijke visie. ‘Even’ een mailtje sturen een week voor een opening werkt daar meestal averechts. Naast vele positieve verhalen zijn er ook tal van voorbeelden waar de communicatie als gevolg van cultuurverschillen opeens spaak loopt. Vaak is dat het moment dat er met het consulaat-generaal contact wordt gezocht. Dat geldt trouwens niet alleen voor cultuur, maar voor alle beleidsterreinen. De ‘Deutschlandbeauftragten’ van het consulaat-generaal in Düsseldorf spelen hier een belangrijke rol in.”

“Een prachtig concept vind ik wat Duitsers ‘kulturelle Bildung’ noemen. Cultuur is in dezen een onmisbaar onderdeel van de algemene opvoeding en van de persoonlijke ontwikkeling. Dat merk je in Duitsland aan alles. Zo speelt cultuur tevens een belangrijke rol in de politiek. Dat blijkt ook weer tijdens de coronacrisis. Zo hield Bondspresident Walter Steinmeier een welkomstwoord toen de Berlijnse ‘Philharmoniker’ op 1 mei voor het eerst na de coronalockdown weer optraden. Of dat er gesproken wordt over een ‘Konjunkturpaket für die Kultur’ en bondskanselier Angela Merkel op 9 mei 2020 in haar videopodcast cultuur een plek helemaal boven aan de prioriteitenlijst geeft.”

Vragen, opmerkingen of reacties op dit interview? Lene ter Haar is blij met de feedback: lene-ter.haar@minbuza.nl

Rotterdam wordt waterstofknooppunt voor Duitsland

Allard Castelein, CEO Havenbedrijf Rotterdam, (c) Havenbedrijf Rotterdam, Ernst Bode

Om de klimaatdoelstellingen te halen, zal vanaf ongeveer 2030 grootschalige import van duurzame energie, voornamelijk in de vorm van waterstof, noodzakelijk zijn. Noordwest-Europa zelf kan niet genoeg hernieuwbare energie opwekken om aan de vraag te voldoen. Rotterdam is de dichtstbijzijnde haven die een groot deel van deze groene energie voor Duitsland importeert, zoals nu het geval is met olie en kolen.

Om grote hoeveelheden waterstof te transporteren zijn nieuwe pijpleidingen nodig. Voor de industrie in Rotterdam wordt nu gewerkt aan een pijpleiding die vanaf 2023 producenten en klanten van waterstof met elkaar zal verbinden. De eerste gebruiker zal Shell zijn. Het bedrijf wil in 2023 een ecologische waterstoffabriek in gebruik nemen. De waterstof zal vanuit de fabriek via de nieuwe pijpleiding naar de Shell-raffinaderij worden getransporteerd.

De ecologische waterstoffabriek en de pijpleiding maken deel uit van een reeks projecten voor de productie, de import, het gebruik en het transport van waterstof, waar de haven van Rotterdam met verschillende partners aan werkt. Een van die projecten is RH2INE, waar de provincie Zuid-Holland en Noordrijn-Westfalen samen verantwoordelijk voor zijn. In januari 2020 is met 15 marktpartijen een Letter of Intent is ondertekend waarin de partners hebben afgesproken het goederentransport langs dit deel van de corridor Rhine-Alpine milieuvriendelijker te maken. Het streven op korte termijn is om in 2024 de eerste 10 schepen op waterstof op de belangrijke routes tussen de Rotterdamse haven en Keulen te laten varen. Op langere termijn moet de hele corridor voorzien zijn van duurzaam transport.

“Energie van de 21e eeuw”

Allard Castelein, CEO van het Havenbedrijf Rotterdam: “Waterstof is de energie van de 21e eeuw. In Noordwest-Europa kunnen we niet genoeg waterstof produceren. Daarom zullen grote hoeveelheden moeten worden geïmporteerd. Rotterdam zal hierin een centrale rol spelen, net zoals dat nu voor olie het geval is. Rotterdam speelt met de ontwikkeling van waterstofterminals een belangrijke rol bij de invoer van waterstof.”

Er zullen ook nieuwe pijpleidingen nodig zijn voor het vervoer van waterstof tussen Rotterdam en Duitsland, vergelijkbaar met de pijpleidingen die nu olie en olieproducten vervoeren, vervolgde Castelein. “Dit is essentieel voor de voorzieningszekerheid. In Rotterdam zelf zetten we nu vaart achter de plannen voor de aanleg van een openbaar waterstofnetwerk. Een dergelijke hoofdtransportleiding moet producenten en consumenten met elkaar verbinden. Dit creëert een markt en stimuleert de productie en het gebruik van waterstof. Rotterdam loopt dus voorop in de waterstofeconomie.”

Grootschalige import

In Noordwest-Europa wordt veel meer energie verbruikt dan lokaal duurzaam kan worden geproduceerd. De invoer van waterstof (of waterstofverbindingen) is daarom op grote schaal noodzakelijk. De Nederlandse overheid heeft Havenbedrijf Rotterdam gevraagd om de mogelijkheden voor overzeese import van waterstof te laten zien, zodat de haven van Rotterdam haar sleutelpositie voor internationale energiestromen kan behouden. Net als bij olie en steenkool voor Nederland, Duitsland en België kan via Rotterdam op grote schaal duurzame energie worden geïmporteerd.

De verwachting is dat de Nederlandse vraag naar waterstof in 2050 tot 15 megaton per jaar zal bedragen. Als de helft hiervan via Rotterdam wordt getransporteerd, is dat zeven megaton. De vraag naar waterstof via Rotterdam vanuit de buurlanden (met name Duitsland) zal in 2050 naar verwachting ongeveer 13 megaton bedragen. De benodigde productie in en import via Rotterdam zal daarom 20 megaton bedragen. Voor een dergelijk productievolume is een windcapaciteit van 200 gigawatt nodig. Vandaag de dag wordt er één gigawatt aan windenergie opgewekt in het Nederlandse deel van de Noordzee. Dit zou kunnen oplopen tot 60-70 gigawatt in 2050. Het grootste deel van de waterstof moet dus worden geïmporteerd. Hiervoor zijn importterminals en pijpleidingen nodig, zoals die momenteel worden gebruikt voor olie(producten). Vanaf 2030 is grootschalige import en transport naar het achterland gepland om de industrie in Geleen, Limburg en Noordrijn-Westfalen van duurzame energie te kunnen voorzien.

Havenbedrijf Rotterdam heeft onlangs richtlijnen voor waterstof ontwikkeld waarin de bovengenoemde ontwikkelingen op basis van diverse studies van grote bedrijven en (internationale) instellingen uit de energiesector worden beschreven en gekwantificeerd.

Waterstofleiding in Rotterdam

Havenbedrijf Rotterdam en Gasunie willen gezamenlijk een waterstofleiding door het Rotterdamse haven- en industriegebied aanleggen en exploiteren. De definitieve beslissing over de aanleg is gepland voor de eerste helft van 2021. De Rotterdamse waterstofleiding moet in de toekomst worden aangesloten op de nationale backbone voor waterstof, die door Gasunie wordt ontwikkeld. Er is ook een aansluiting op de pijpleidingen in Duitsland gepland.

Op de foto: Allard Castelein, CEO Havenbedrijf Rotterdam, (c) Havenbedrijf Rotterdam, Ernst Bode

Ministers Jens Spahn en Hugo de Jonge bezoeken Radboudumc

Op 15 mei ontving het Radboudumc in Nijmegen minister Hugo de Jonge (Volksgezondheid, Welzijn en Sport) en zijn Duitse collega en Bundesminister für Gesundheit Jens Spahn. Ook Dirk Brengelmann, Duits ambassadeur in Nederland, was aanwezig. Het bezoek stond in het teken van de samenwerking tussen Nederland en Duitsland tijdens de coronacrisis, onder andere op het gebied van ziekenhuiszorg en wetenschappelijk onderzoek.

Tijdens het bezoek werden er onder andere presentaties gehouden over het onderzoek naar de effecten van een tuberculosevaccin (BCG-vaccin) op het coronavirus. Ook het DynaMore project, waarin de psychologische gevolgen van de coronacrisis onderzocht worden, kwam aan bod.

“De samenwerking tussen Europese politici en wetenschappers is een van de sleutels om deze crisis te overwinnen. Dit virus kent geen grenzen, daarom mag ook de strijd tegen het virus geen grenzen kennen. Hier kunnen onderzoekers, ook over de Duits-Nederlandse landsgrenzen heen, samenwerken, onderzoek doen naar vaccins en op zoek gaan naar de beste behandelmethode”, aldus Spahn. Ook benadrukte hij het belang van open grenzen in Europa. “Het deed me goed om weer eens in Nederland te zijn. De vrijheid om te reizen, over de grenzen heen, in heel Europa, is een van de grootste verworvenheden. Zodra het weer mogelijk is moeten we de grenzen weer openen, net zoals we er ook in zijn geslaagd om de Nederlands-Duitse grens open te houden.”

Accepteer marketing cookies om deze content te zien.

Daarnaast bedankte minister de Jonge zijn Duitse collega voor de intensivecarebedden die Duitsland beschikbaar stelde voor Nederlandse coronapatiënten. “Duitsland heeft ons fantastisch geholpen toen we het in Nederland eigenlijk niet meer aankonden”, aldus De Jonge. In Duitsland liggen nu nog drie besmette Nederlanders op de intensive care.