Osnabrück nieuwe voorzitter stedendriehoek MONT

Osnabrück heeft het voorzitterschap van het netwerk MONT overgenomen. Tot dit samenwerkingsverband behoren de steden Münster, Osnabrück en Netwerkstad Twente, met o.a. de steden Enschede, Hengelo en Almelo. De focus van de samenwerking ligt momenteel op het beter bereikbaar maken en verkeerstechnisch beter ontsluiten van het Duits-Nederlandse grensgebied.

In een topoverleg stond de wens om de spoorweginfrastructuur uit te breiden en belemmeringen op de arbeidsmarkt weg te nemen centraal. Voor dit overleg ontving burgemeester Wolfgang Griesert van Osnabrück zijn collega-burgemeesters Onno van Veldhuizen uit Enschede, Sander Schelberg uit Hengelo, Markus Lewe uit Münster en Christoph Almering, directeur-bestuurder van de EUREGIO, in het Steinwerk aan de Heger Tor. Griesert bedankte Onno van Veldhuizen voor zijn inzet, met name voor de belangrijke regionale en landelijke verkeersverbindingen, waar veel vooruitgang is geboekt. Ook de onderlinge relatie in de stedendriehoek kon door de ambtenarenuitwisseling in het kader van het project “Ken je buren” worden verdiept.

Bundeling van krachten

De bijeenkomst was de eerste die onder leiding van Griesert plaatsvond, want het voorzitterschap ging voor de komende twee jaar over van Enschede naar Osnabrück. “We willen de EUREGIO versterken als een leefbare woon- en economische regio en, als de grote steden in de grensregio, de gezamenlijke verantwoordelijkheid hiervoor nemen”, benadrukte Griesert. “We bundelen onze krachten om ons ten aanzien van de verbetering van de infrastructuur, de stedelijke mobiliteit en een grensoverschrijdende arbeidsmarkt in Den Haag, Berlijn en Brussel te laten horen.”

Oplossingen voor mobiliteit

Met betrekking tot de treinverbinding Berlijn-Amsterdam alsmede de verbinding Münster-Enschede-Zwolle benadrukt burgemeester Markus Lewe uit Münster de belangrijke rol van de spoorweginfrastructuur voor de regionale ontwikkeling: “Alleen zo kunnen de steden en mensen in Europa samengroeien en de economische nadelen van grensregio’s worden vereffend.” De partners van het stedennetwerk hebben ook oog voor oplossingen voor de stedelijke mobiliteit van morgen: “Hier betreden we onbekend terrein. We proberen samen te onderzoeken of en hoe bijvoorbeeld drones aan de oplossing van stedelijke logistieke problemen kunnen bijdragen”, legt Onno van Veldhuizen uit. “Net als bij elektromobiliteit willen we de innovatieve kracht van de regio met zijn wetenschappelijke en onderzoeksinstituten ondersteunen.”

Afbouwen van grensbelemmeringen

Met betrekking tot de regionale economie en de arbeidsmarkt vult Sander Schelberg uit Hengelo aan: “We werken samen aan het afbouwen van de grensbelemmeringen. Voor mij omvat dit vooral de onderlinge diploma-erkenning. Als we daarin slagen, heeft de Europese integratie verdere vooruitgang geboekt.”

Uitdagingen oplossen met samenwerking

Christoph Almering, directeur-bestuurder van de EUREGIO, weet het zeker: “We kunnen de uitdagingen op Europees, landelijk en regionaal niveau alleen oplossen met partnerschap en regionale samenwerking. Het vertrouwen dat is gegroeid gedurende vele jaren van samenwerking, helpt ons niet alleen om grenzen te overwinnen, maar ook samen voor de belangen van de regio in te staan.”

Foto: Gemeente Osnabrück, Simon Vonstein

De burgemeester van Enschede, Onno van Veldhuizen, draagt het voorzitterschap van het MONT netwerk over aan burgemeester Wolfgang Griesert. Aan de bijeenkomst hebben deelgenomen (v.l.n.r) Erik Stok (Hengelo), Dinand de Jong, Christoph Almering (beiden EUREGIO), Dr. Helga Kreft-Kettermann (Münster), burgemeester Onno van Veldhuizen (Enschede), burgemeester Wolfgang Griesert (Osnabrück), burgemeester Dr. Markus Lewe (Münster), Toon Bom (Enschede), burgemeester Sander Schelberg (Hengelo) en Dr. Claas Beckord (Osnabrück)

Nederlands-Duits milieunetwerk om tafel

Sinds 1992 werken de provincies Gelderland, Limburg, Noord-Brabant, Overijssel en het milieuministerie van de deelstaat Noordrijn-Westfalen structureel samen op het gebied van milieu. In het kader daarvan vond op 29 november jongstleden het bestuurlijk overleg plaats, waarin onder meer de actualisering van de Gemeenschappelijke Verklaring Milieusamenwerking aan bod kwam. Aanwezige bestuurders waren Eric Geurts (gedeputeerde Provincie Limburg), Annemieke Traag (gedeputeerde Provincie Overijssel), Anne-Marie Spierings (gedeputeerde Provincie Noord-Brabant) en staatssecretaris Dr. Heinrich Bottermann (ministerie van Milieu van NRW).

Aan deze aangepaste Gemeenschappelijke verklaring Milieusamenwerking is het thema landbouw toegevoegd, omdat de provincies deze onderwerpen in de grensoverschrijdende samenwerking meer willen benadrukken.

Daarnaast stemden de bestuurders in met het werkprogramma voor 2019, met daarin onder andere de onderwerpen milieu en gezondheid, de samenwerking tussen Atlas Leefomgeving en het Umweltportal.NRW, natuurbeheer, circulaire economie en de ENCORE conferentie.

Gouvernement verduurzaamt

Na de ondertekening van de Gemeenschappelijke Verklaring kregen de aanwezigen uitleg over het project ‘Verduurzaming van het Gouvernement’ in Maastricht, een verbouwing die moet zorgen dat het provinciehuis het huidige Energielabel G mag inruilen voor Energielabel B. Tijdens de rondleiding kwam niet alleen de verbouwing, maar ook de geschiedenis van Limburg en het Gouvernement aan bod, waar in 1992 het Verdrag van Maastricht is ondertekend.

Reactivering spoorlijn Kleve-Nijmegen definitief van de baan

Er zullen de komende tijd geen treinen tussen Kleve en Nijmegen gaan rijden. “De reactivering van de lijn is definitief van de baan”, aldus Wolfgang Spreen, Landrat van Kreis Kleve, tijdens een zitting van de Commissie voor Milieu en Ruimtelijke Ordening, in bijzijn van burgemeester Günter Steins van Kranenburg en vertegenwoordigers van de gemeente Berg en Dal en de Provincie Gelderland. De meest recente gesprekken in Berg en Dal deden alle (Duitse) hoop teniet.

“De vertegenwoordigers van Nederlandse zijde, met name van de gemeente Berg en Dal, hebben duidelijk gemaakt dat reactivering niet gewenst is. Ze willen er in ieder geval in deze zittingsperiode niet meer over praten”, aldus Spreen over het voorlopige einde van de grensoverschrijdende gesprekken. “De Nederlandse kant richt zich op grensoverschrijdend busvervoer en de uitbreiding van de snelle fietsroute. De fietslorrie moet behouden blijven en het spoor moet worden gebruikt voor toeristische doeleinden”, zegt Spreen.

In een brief bevestigt de Provincie Gelderland, die verantwoordelijk is voor het openbaar vervoer, dit standpunt. De gemeente Berg en Dal ziet een spoorlijn door het heringerichte centrum van Groesbeek als een belangrijk struikelblok. De stad Nijmegen wilde zich bovendien concentreren op de uitbreiding van het Centraal Station en het station Heyendael bij de Radboud Universiteit.

Studie: 3400 reizigers per dag

De Provincie Gelderland had opdracht gegeven voor een onderzoek naar mogelijke passagiersaantallen op de route Kleve-Nijmegen, waarbij ook rekening moest worden gehouden met een nauwere samenwerking tussen de Hochschule Rijn-Waal en de Radboud Universiteit en de groeiende bevolking in de grensregio. De studie voorspelt een aantal van ongeveer 3400 reizigers per dag. Het cijfer is bijna identiek aan de resultaten van een andere studie in 2013.

De Provincie Gelderland stelt in de Statenbrief dat trein en bus bij gelijktijdige exploitatie elkaar zouden beconcurreren. Het aantal nieuwe reizigers dat met deze ontwikkeling dan wordt aangetrokken blijft beperkt tot zo´n 800 die daadwerkelijk grensoverschrijdend zullen reizen.

De Duitse partners (Kranenburg, Stadt Kleve, Kreis Kleve, Verkehrsverbund Rhein Ruhr (VRR) en Nordrhein-Westfalen) hebben aangegeven dat ze het betreuren dat de Provincie Gelderland geen verdere studie wil laten doen naar de reactivering van de spoorlijn. In het plan van NRW was dat namelijk als langetermijndoel opgenomen. Daarbij is vermeld dat er tot aan de reactivering moet worden ingezet op een snelle busverbinding.

“Als de gemeenten in de regio het onderling niet eens zijn, heeft het weinig zin om verder te praten”, aldus Sjaak Kamps, directeur van de Euregio Rijn-Waal, die het bemiddelingsproces in goede banen leidde. “Tot aan de reactivering van de spoorlijn hadden nog diverse obstakels moeten worden overwonnen”, benadrukte hij. “Het is jammer dat het proces niet zover komt dat we een antwoord kunnen geven op het kosten-batenvraagstuk.”

Mochten de Duitse partijen besluiten om zelf verder onderzoek te doen naar de reactivering van het spoor aan Duitse zijde, kan de Provincie Gelderland besluiten om aan deze studie mee te werken. De studie zelf en de uitkomsten ervan zouden dan aanleiding kunnen zijn voor een nieuwe discussie over de reactivering van het spoor, aldus de Provincie Gelderland in de Statenbrief.

Euregio: SB 58 is een succes

Euregio-directeur Kamps wees ook op de positieve ontwikkelingen in het grensoverschrijdende openbaar vervoer: “We zijn blij dat de snelbuslijn 58 een succesnummer is geworden.” Deze bus rijdt tussen Nijmegen en Emmerich. Naast het verder verbeteren van deze lijn wil de Euregio ook verbindingen zien tussen Emmerich en Doetinchem. “Het zou goed zijn als de Provincie Gelderland hierin een actieve rol zou kunnen spelen”, aldus Sjaak Kamps.

Overzicht van beschikbare documenten

De Statenbrief
https://gelderland.stateninformatie.nl/document/7025706/3#search=%22kleve%22

De brief van de gemeente Berg en Dal
https://gelderland.stateninformatie.nl/document/7025707/2/BOC_-_Bijlage_brief_Gemeente_Berg_en_Dal_geen_reactivering_voormalige_spoorlijn_Nijmegen-Kleve_%28PS2018-751%29

De brief van Landtag NRW

https://gelderland.stateninformatie.nl/document/7025708/2/BOC_-_Bijlage_brief_Landtag_Nordrhein-Westfalen_Reactivierung_der_Bahnlinie_Kleve-Nijmegen_%28PS2018-751%29

De brief van Verkehrsverbund Rhein-Ruhr (VRR)

https://gelderland.stateninformatie.nl/document/7025709/2/BOC_-_Bijlage_brief_Verkehrverbund_Rhein-Ruhr_brief_Reactivierng_Bahnlinie_Kleve-Nijmegen_%28PS2018-751%29

De notitie reizigersaantallen OV Nijmegen Kleve

https://gelderland.stateninformatie.nl/document/7025710/1/BOC_-_Bijlage_notitie_reizigersaantallen_OV_Nijmegen-Kleve_%28PS2018-751%29

Stuurgroep ‘Grenzhoppers’ ondertekent strategiedocument grensoverschrijdende samenwerking

De stuurgroep van Grenzhoppers, de zogeheten ‘NL 5 / D 6 + 2’, heeft een strategiedocument over grensoverschrijdende samenwerking 2019 – 2022 ondertekend. Op 26 november 2018 kwamen elf burgemeesters en gemeenteraadsleden uit de Achterhoek en Kreis Borken daartoe bijeen in Groenlo.

De bijeenkomst werd getekend in het bijzijn van de Landrat van Kreis Borken, Dr. Kai Zwicker. De EUREGIO, adviserend lid van deze groep, werd vertegenwoordigd door Joris Bengevoord, burgemeester van de gemeente Winterswijk.

Ambities voor grensoverschrijdende samenwerking

Annette Bronsvoort, burgemeester van de gemeente Oost Gelre, waartoe Groenlo behoort, verwelkomde de leden in de onlangs geopende brouwerij ‘Brouwersnös’ in de gemeente Oost Gelre. “Vandaag ontmoeten we elkaar in een informele sfeer. We hebben de ambitie om intensief over de landsgrenzen heen samen te werken en dat bevestigen we vandaag door dit document te ondertekenen”, zei ze in haar openingsspeech. De groep ‘NL 5 / D 6 +2’ werd dit jaar opgericht. De ‘Grenzhoppers’ werden gelanceerd in de zomer van 2016.

Actief op zes werkvelden

Het strategiedocument bestaat uit zes thema’s: arbeidsmarkt, bedrijfsleven, onderwijs, toerisme/cultuur, sport en mobiliteit. De bedoeling is dat de burgemeesters uit de stuurgroep Nederlands-Duitse bestuurlijke tandems gaan vormen. De deelnemende gemeenten hopen dat dit zal leiden tot een intensievere grensoverschrijdende samenwerking.  “Het doel van dit document is om de grensoverschrijdende samenwerking en lobby in de grensregio Achterhoek- Kreis Borken op de genoemde thema’s te sturen”, aldus Nicky Eppich van Grenzhoppers. “Per thema wordt er een Duits-Nederlands bestuurders-duo gevormd dat zich samen met de Grenzhoppers werkgroepen gaat inzetten voor specifieke knelpunten binnen dit thema.
Binnen het werkveld Economie/Arbeidsmarkt zal in december 2018 de Grenzhoppers School worden opgericht. De school zal cursussen en workshops gaan aanbieden voor ondernemers, culturele instellingen of horeca op het gebied van taal en cultuur. “Dit zijn de grootste twee obstakels in ons grensgebied”, aldus Eppich.

Stuurgroep ‘NL 5 / D 6 +2’

Tot de ‘NL 5’ behoren de Nederlandse burgemeesters Annette Bronsvoort (burgemeester van de gemeente Oost Gelre), Joris Bengevoord (burgemeester van de gemeente Winterswijk), Anton Stapelkamp (burgemeester van de gemeente Aalten), Joost van Oostrum (burgemeester van de gemeente Berkelland) en Otwin van Dijk (burgemeester van de gemeente Oude IJsselstreek). De “D 6” bestaat uit Dr. Christoph Holtwisch (burgemeester van Vreden), Peter Nebelo (burgemeester van Bocholt), Michael Carbanje (burgemeester van Isselburg), Jürgen Bernsmann (burgemeester van Rhede), Mechtild Schulze-Hessing (burgemeester van Borken) en Christian Vedder (burgemeester van Südlohn). De toevoeging ‘+ 2’ staat voor de adviserende leden. Dat zijn Dr. Kai Zwicker, Landrat van Kreis Borken, en Christoph Almering, directeur-bestuurder van de EUREGIO.

Op de foto: v.l.n.r – 1e rij: Dr. 1. Kai Zwicker (Landrat Kreis Borken), Annette Bronsvoort (burgemeester Gemeente Oost Gelre), Joris Bengevoord (burgemeester Gemeente Winterswijk), Dr. Christoph Holtwisch (burgemeester Gemeente Vreden), Bert Kuster (wethouder Gemeente Oude IJsselstreek), Anton Stapelkamp (burgemeester Gemeente Aalten). 2e rij: Michael Carbanje (burgemeester van Isselburg), Jürgen Bernsmann (burgemeester van Rhede), Norbert Nießing (wethouder Stadt Borken), Peter Nebelo (burgemeester van Bocholt), Christian Vedder (burgemeester van Südlohn), Joost van Oostrum (burgemeester van Berkelland)

Jubileum voor de Euregio´s: “gemeenschappelijk ‘laboratorium’ voor Europa

Stephan Holthoff-Pförtner, minister van Europese Zaken van de deelstaat Noordrijn-Westfalen, heeft vertegenwoordigers van de vier Euregio’s en andere actoren op het gebied van grensoverschrijdende samenwerking uit Noordrijn-Westfalen, Nederland en België uitgenodigd voor een gedachtewisseling in de Staatskanzlei in Düsseldorf. Aanleiding is het jubileum van drie van de vier Euregio’s: de EUREGIO in Gronau viert dit jaar haar 60ste verjaardag, de euregio rijn-maas-noord is al 40 jaar gevestigd in Mönchengladbach en de Euregioraad van de Euregio Rijn-Waal is al 40 jaar gevestigd in Kleve.

Europaminister Stephan Holthoff-Pförtner: “De Euregio’s in de grensregio’s Noordrijn-Westfalen/Nederland/België zijn een succesmodel ‘made in the heart of Europe’. Wat de EU en de Europese integratie op grote schaal betekenen, is dagelijkse kost in de bijna dertig Euregio’s in Duitsland, waar mensen van verschillende nationaliteiten dagelijks grenzen oversteken, samenwerken en samenleven. De Euregio’s zijn ons gemeenschappelijk ‘laboratorium’ voor Europa.”

Euregio, de afkorting voor Europese regio, is de naam van grensoverschrijdende samenwerkingsverbanden op lokaal of regionaal niveau die economische, sociale en culturele samenwerking bevorderen. Het doel van de Euregio’s is het versterken van de regio´s en het wegnemen van grensbelemmeringen.

Tijdens een paneldiscussie besprak de minister de prestaties en de toekomst van de Euregio’s met Michael Dejozé, directeur van de Euregio Maas-Rijn, Ulrich Francken, burgemeester van Weeze en voorzitter van de Euregio Rijn-Waal, Antoin Scholten, burgemeester van Venlo en vice-voorzitter van de Euregio Rijn-Maas-Noord, en Rob Welten, burgemeester van de gemeente Borne en voorzitter van de EUREGIO in Gronau.

De aanwezigen wisselden van gedachten over de stand van zaken van grensoverschrijdende samenwerking en actuele projecten, zoals over de onderwerpen ‘buurtaal’ en ‘sociaal-culturele ontmoetingen’. Een ander onderwerp waren de GrensInfoPunten (GIPs). Deze zijn te vinden langs de grens van Nederland en Noordrijn-Westfalen en bieden praktische hulp en informatie aan ongeveer 40.000 grenspendelaars, maar ook aan werkgevers, stagiaires en studenten over de onderwerpen werken, wonen of studeren over de grens. Tijdens het eerste regeringsoverleg tussen Nederland en Noordrijn-Westfalen in Düsseldorf vorige week hadden minister Holthoff-Pförtner en zijn Nederlandse collega-staatssecretaris Raymond Knops de financiering van de GrensInfoPunten op de lange termijn veiliggesteld.

Eerste regeringsdialoog tussen Nederland en NRW werpt vruchten af

Op 19 november jl. kende de Nederlands-Duitse samenwerking een première: voor het eerst in de geschiedenis vond een overleg plaats tussen afvaardigingen van de twee regeringen. De minister-president van Noordrijn-Westfalen, Armin Laschet, ontving  Mark Rutte, vergezeld door de minister van Economische Zaken en Klimaat, Eric Wiebes, de minister van Infrastructuur en Waterstaat, Cora van Nieuwenhuizen, de staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstraat, Stientje van Veldhoven, en de staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, Raymond Knops, in Düsseldorf. Op de agenda stonden in het bijzonder de bilaterale en Europese samenwerking. Beide presidenten zijn het erover eens dat deze regeringsontmoeting ook een signaal voor de Europese politiek is.

Minister-president Armin Laschet: “Ons eerste regeringsoverleg is een nieuwe impuls voor de betrekkingen tussen goede buren. Minister-president Rutte en ik willen meer dan dat: we willen een sterk signaal afgeven voor Europa. Nederland en Noordrijn-Westfalen willen laten zien dat we Europa in de praktijk nog beter en sterker kunnen maken: door een beleid dat de banden tussen de landen van de Europese Unie op het gebied van handel, mobiliteit en vervoer, wetenschap, onderwijs en onderzoek nog sterker maakt. Zo creëren we meer Europa. En dus meer welvaart, meer vrijheid en meer veiligheid voor onze burgers.”

Gezamenlijke intentieverklaring over samenwerking op het gebied van mobiliteit en verkeer ondertekend

In het kader van de regeringsdialoog zijn de ministeries van Verkeer van Nederland en Noordrijn-Westfalen in een gezamenlijke intentieverklaring overeengekomen om hun samenwerking op het gebied van mobiliteit en verkeer, met name op het gebied van de binnenvaart, verder te intensiveren. Dit is de eerste keer dat beide landen een vervoersovereenkomst hebben ondertekend. Aan Nederlandse zijde hebben de minister van Infrastructuur en Waterstaat, Cora van Nieuwenhuizen en de staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat, Stientje van Veldhoven, en voor Noordrijn-Westfalen de minister van Verkeer en Waterstaat Hendrik Wüst getekend.

De verklaring onderstreept de intentie om de hechte samenwerking verder te intensiveren en de multimodale transportverbindingen, in het bijzonder tussen de zeehavens en de economische centra in het achterland, te versterken. Bovendien zullen beide partijen de digitalisering in havens en transportketens bevorderen. Daartoe moeten de havens in de toekomst intensiever informatie uitwisselen over hun initiatieven en conceptideeën Een belangrijk element is ook de elektronische vrachtbrief. Noordrijn-Westfalen is reeds lid van een desbetreffende werkgroep van de Benelux-Unie en werkt aan de implementatie van de elektronische vrachtbrief.

Ook werd overeengekomen dat beide partijen zullen deelnemen aan de trinationale werkgroep die zich bezighoudt met de spoorverbinding tussen Antwerpen en de Metropolregion Rhein-Ruhr en andere spoorverbindingen tussen de landen. De regering van Noordrijn-Westfalen juicht het toe dat Nederland ook bereid is tot gesprekken over de realisatie van een spoorverbinding naar Antwerpen.

Grenslandconferentie gepland

Minister van Europese Zaken Stephan Holthoff-Pförtner en staatssecretaris Knops van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties bespraken de grensoverschrijdende samenwerking. Zij namen kennis van de verkenning over de governance die op verzoek van beide minister-presidenten in de aanloop naar de regeringsdialoog is opgesteld. De bewindspersonen zijn het eens over de verdere ontwikkeling van de organisatie (governance) van grensoverschrijdende samenwerking. Deze ontwikkeling voorziet onder meer in de organisatie van een jaarlijkse ‘Grenslandconferentie’. Deze conferentie is bedoeld om eens per jaar alle relevante actoren uit de grensregio van Nederland en Noordrijn-Westfalen samen te brengen en thematische prioriteiten voor grensoverschrijdende samenwerking in een ‘grensagenda’ vast te leggen. De lancering is gepland voor het voorjaar van 2019, in de aanloop naar de verkiezingen voor het Europees parlement.

Versterking van de samenwerking op het gebied van economisch en energiebeleid

Minister van Economie en Digitalisering Prof. Dr. Andreas Pinkwart sprak met minister van Economische Zaken Eric Wiebes over de toekomstige ontwikkeling van de chemische industrie en de verdere implementatie van de gezamenlijke strategie voor chemische stoffen. De ministers benadrukken dat de gezamenlijke trilaterale chemische strategie van Neerland, Vlaanderen en Noordrijn-Westfalen kan bijdragen tot het vergroten van het internationale concurrentievermogen van de sector.

Beide ministers van Economische Zaken bespraken ook het belang van een duurzame waterstofeconomie en zijn het erover eens dat waterstof een belangrijke bouwsteen kan zijn voor een duurzame industrie en het energiesysteem van de toekomst. Waterstof kan op een klimaatvriendelijke manier worden geproduceerd en bijdragen aan de integratie van fluctuerende hernieuwbare energie in het systeem. Waterstof kan snel en kosteneffectief bijdragen aan de vermindering van de uitstoot van broeikasgassen in een breed scala van toepassingen in zowel de industriële als de transportsector.

Toekomst van de GrensInfoPunten

Minister Holthoff-Pförtner en staatssecretaris Knops bespraken ook kwesties in verband met de grensoverschrijdende arbeidsmarkt. Zij delen in het bijzonder de opvatting dat werknemers en werkgevers, maar ook leerlingen en studenten, die over de grens in het buurland pendelen of van plan zijn dit te doen, een goede en betrouwbare informatie-infrastructuur nodig hebben om deze stap te kunnen zetten. Zij waarderen in dezen het werk van de GrensInfoPunten (GIPs) aan de grens van Nederland en Noordrijn-Westfalen. Deze bieden praktische hulp en informatie over de grenzen heen aan ongeveer 40.000 grensarbeiders, werkgevers, stagiairs en studenten over de onderwerpen werken, wonen of studeren. De bewindslieden stellen daarom het besluit van het comité van toezicht van het INTERREG-programma Duitsland-Nederland, om vervolgfinanciering van de GIPs tot eind 2020 mogelijk te maken, zeer op prijs. De staatssecretaris en de minister bekrachtigen hun voornemen om de GIPs aansluitend een duurzame financiële basis te verschaffen. Zij komen in beginsel met elkaar overeen dat de financiering evenredig uit Duitse en Nederlandse middelen dient plaats te vinden. Daarbij zal aan Nederlandse zijde het Rijk de helft bijdragen en afspraken maken met provincies en grensregio’s om tot een sluitende financiering te komen. De deelstaat Noordrijn-Westfalen zal aan Duitse zijde de financiële hoofdverantwoording voor de financiering van de GIPs op zich nemen, waarbij ook afspraken zullen worden gemaakt met de grensregio’s voor hun financieel aandeel. De Nederlandse regering zal reeds met ingang van het jaar 2019 middelen voor de financiering van de GIPs ter beschikking stellen die voor een kwaliteitsslag van de dienstverlening en digitale informatievoorziening ingezet kunnen worden. De regering van Noordrijn-Westfalen zal ervoor zorgen dat het deelstaatparlement vanaf het begrotingsjaar 2021 de nodige financiële bijdragen beschikbaar stelt.

Mark Rutte en Armin Laschet tijdens de voetbalwedstrijd (c) Land NRW/Ralph Sondermann

Toekomstige regeringsdialogen

Tijdens de eerste buitenlandse reis van minister-president Laschet aan Nederland in september 2017 waren de beide premiers overeengekomen dat de beide regeringen regelmatig met elkaar van gedachten zouden wisselen. De regeringsdialogen zullen in de toekomst op regelmatige basis worden voortgezet. Na de regeringsdialoog in het Landeshaus woonden Armin Laschet en Mark Rutte en een aantal andere bewindspersonen ´s avonds de Nations League voetbalwedstrijd tussen Nederland en Duitsland in het stadion van Gelsenkirchen bij.

De intentieverklaring kan hier worden nagelezen
De verkenning GROS-governance NRW-NL hier
en het Communique hier

Foto boven: (c) Land NRW/Mark Hermenau

 

Regeringsdialoog tussen Nederland en Noordrijn-Westfalen in Düsseldorf

Op maandag 19 november vindt in Düsseldorf overleg plaats tussen afvaardigingen van de regeringen van Nederland en de Duitse deelstaat Noordrijn-Westfalen. Tijdens deze regeringsdialoog, die voor de  eerste keer plaatsvindt, wordt gesproken over het versterken en verdiepen van de strategische samenwerking op verschillende terreinen.

Na de ontvangst van de Nederlandse delegatie op de Staatskanzlei door minister-president Laschet en een afvaardiging van de Noordrijn-Westfaalse regering volgen verschillende bilaterale gesprekken. De beide ministers-presidenten zullen spreken over het belang van grensoverschrijdende samenwerking, maar ook over de gemeenschappelijke uitdagingen waar Nederland en Noordrijn-Westfalen voor staan, zoals op het gebied van veiligheid, energietransitie en mobiliteit van goederen en personen. Aansluitend aan de bilaterale gesprekken is er een plenaire zitting voorzien in het Landeshaus en wordt een intentieverklaring getekend over samenwerking op het gebied van mobiliteit en verkeer.

Naast minister-president Rutte en minister-president Laschet nemen aan Nederlandse zijde deel: minister Wiebes (Economische Zaken en Klimaat), minister Van Nieuwenhuizen (Infrastructuur en Waterstaat), staatssecretaris Harbers (Justitie en Veiligheid), staatssecretaris Knops (Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties) en staatssecretaris Van Veldhoven (Infrastructuur en Waterstaat). Aan de zijde van Noordrijn-Westfalen nemen deel: minister Pinkwart (Economische Zaken), minister Wüst (Verkeer), minister Holthoff-Pförtner (Europa) en minister Stamp (Vluchtelingen, Integratie).

Na het regeringsoverleg wonen beide ministers-presidenten en enkele ministers en staatssecretarissen in Gelsenkirchen de Nations League-wedstrijd tussen Duitsland en Nederland bij.

Haven Rotterdam dringt bij Duitse regering aan op voltooiing Betuwelijn

De haven van Rotterdam maant de Duitse regering tot actie om het Duitse deel van de Betuwelijn te voltooien. Het Nederlandse deel van deze grensoverschrijdende goederentransportroute is al sinds 2007 klaar, terwijl de Duitsers nog steeds bezig zijn met het regelen van de benodigde vergunningen.

In een brief aan de Duitse minister van Verkeer Andreas Scheuer (CSU) en de minister van Verkeer van de deelstaat Noordrijn-Westfalen Hendrik Wüst (CDU) schrijft Allard Castelein, hoofd van de grootste Europese haven: “Het baart ons grote zorgen dat er al jaren geen noemenswaardige vooruitgang is geboekt bij de Betuwelijn, in economisch opzicht het belangrijkste Nederlands-Duitse spoorwegproject.” Tot op heden zijn er op het Duitse deel van de goederenspoorlijn, tussen Emmerich en Oberhausen, alleen maar voorbereidende werkzaamheden uitgevoerd.

Slechts één van de twaalf vergunningen binnen

Nederland en Duitsland spraken in 1992 in het verdrag van Warnemünde af dat de spoorverbinding tussen het Ruhrgebied en Rotterdam uitgebreid zou worden. Havenbaas Castelein wijst er in de brief op dat Nederland sindsdien 4,7 miljard euro heeft geïnvesteerd in de verbinding tot aan de Duitse grens, die al sinds 2007 in gebruik is. Aan de Duitse kant stagneert het project echter: van de twaalf benodigde vergunningen is er pas één verleend. Gemeenten langs de beoogde route vrezen onder andere voor geluidsoverlast.

Economische schade

De vertragingen bij de uitbreiding van de Betuwelijn hebben in beide landen al tot grote economische schade geleid. In plaats van de voorspelde 160 goederentreinen per dag passeren nu slechts 100 treinen dagelijks de Nederlands-Duitse grens bij Emmerich. En nog steeds “kan niemand ons een officiële openingsdatum of een geplande realisatiedatum voor het Duitse deel van de Betuwelijn geven”, klaagt de Rotterdamse haven.

Tijd voor de uitvoering

In een reactie laat minister Hendrik Wüst weten: “De Duitse gemeenten aan de Betuwelijn hebben al succesvol met de spoorwegen onderhandeld over de thema’s geluidsoverlast en brandveiligheid. Er worden goede gesprekken gevoerd. Nu is het tijd voor de uitvoering. Er kan echter niet precies gezegd worden wanneer het Duitse deel van de Betuwelijn zal zijn voltooid, omdat we niet kunnen uitsluiten dat er juridische stappen zullen worden ondernomen tegen het planningsbesluit van de EBA.” Het Eisenbahnbundesamt (EBA) beslist over het bouwproject.

Bezoek Mark Rutte

Minister-president Mark Rutte bezoekt op 19 november de hoofdstad van Noordrijn-Westfalen, Düsseldorf, en heeft daar een ontmoeting met de premier van deze deelstaat, Armin Laschet. De uitbreiding van de Betuwelijn staat tijdens deze besprekingen weliswaar op de agenda, maar komt slechts zijdelings aan bod.

Lees verder bij de Rheinische Post.

Duitse verkeersminister zet sein op groen voor verdubbeling spoor tussen Venlo en Viersen

In het kader van het ‘Bundesverkehrswegeplan’, het Duitse nationale verkeersplan, heeft minister Scheuer van Verkeer op 6 november verschillende spoorwegprojecten gepresenteerd die de komende jaren met voorrang moeten worden uitgevoerd. In totaal 44 van deze projecten werden de afgelopen maanden onder de loep genomen en onderzocht op hun rendabiliteit. Dit ook in het licht van de onlangs door minister Scheuer voorgestelde ‘Deutschlandtakt’, een optimale dienstregeling waarmee mensen vaker, sneller en beter hun bestemming kunnen bereiken. Eén van de projecten die een voorkeursbehandeling zal krijgen is de verdubbeling van het spoor tussen Venlo en Viersen.

Bovendien moet de spoorverbinding Venlo-Viersen worden aangesloten op het spoor naar Duisburg. Daarmee moet een rechtstreekse spoorverbinding met de havens van Antwerpen, Rotterdam en Amsterdam mogelijk worden gemaakt.

Volgens Omroep Venlo moet in 2025 op de lijn Eindhoven-Düsseldorf een Intercity gaan rijden die de reistijd met 20 minuten verkort. Na de realisering van het dubbele spoor wordt de reistijd nog eens 10 minuten korter.

Foto: (c) BMVI

25 jaar grensoverschrijdende politiesamenwerking: “Partners zijn vrienden geworden”

In 1993 riep het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Sport van de Duitse deelstaat Nedersaksen de Regionale Verbindungsstelle (RVSt) in het leven. Dit bureau is gevestigd in Lingen/Ems en heeft als doel om structuur aan te brengen in de grensoverschrijdende uitwisseling van informatie. Op 5 november werd het jubileum officieel gevierd met een ceremonie in de Friedenssaal van het stadhuis in Osnabrück. Naast burgemeester Wolfgang Griesert waren onder andere Landespolizeidirektor Knut Lindenau, politiecommissaris Bernhard Witthaut en Gery Veldhuis, bij de Nederlandse politie verantwoordelijk voor de samenwerking met Duitsland, aanwezig.

hHet RVSt verwerkt per jaar meer dan 6.700 verzoeken om politieondersteuning uit Nederland en Duitsland – inclusief talrijke persoonscontroles en vertaal- en tolkdiensten. Daarnaast analyseren de medewerkers de politiesituatie van de veiligheidsdiensten die in het grensgebied werkzaam zijn. Er worden per jaar gemiddeld honderd situatieschetsen gemaakt. Daarnaast biedt het team ondersteuning bij opsporingswerk, maar ook bij grotere operaties of grensoverschrijdende doorzoekingen.

Witthaut benadrukte in zijn toespraak: “Het regionale verbindingsbureau verwezenlijkt tot op zekere hoogte het idee van een Europese politiemacht zonder grenzen. Respect en vertrouwen hebben de basis gelegd voor een nauwe en vriendschappelijke samenwerking. De bundeling van informatie, de centrale evaluatie ervan en de gerichte overdracht van informatie aan de hulpdiensten door een coördinerende eenheid is de sleutel tot succesvolle grensoverschrijdende samenwerking.”

Gery Veldhuis was het roerend met zijn collega eens: “Het RVSt is en blijft een belangrijke schakel in de Duits-Nederlandse samenwerking in vele grote en kleine zaken. Hiermee zijn we in staat om snel politie-informatie uit te wisselen en, waar nodig, te zorgen voor coördinatie en contact in strafrechtelijke onderzoeken.”

Op het moment dat het Verdrag van Enschede in werking trad – dat de politie en de rechterlijke macht verstrekkende bevoegdheden gaf – werd ook het takenpakket van het RVSt en de afdeling Internationale Samenwerking uitgebreid.

Voorbeelden van de uitbreiding en verdere ontwikkeling van de grensoverschrijdende samenwerking zijn de twee succesvolle EU-projecten ‘Grensoverschrijdende politieteams’ (GPT) en de ‘Zentrale Ermittlungsgruppe Wohnungseinbruchdiebstahl’ (ZEG WED) van de Polizeidirektion Osnabrück. Het GPT-team vierde zijn 10-jarig jubileum op 1 juni 2018. De teams met Duitse en Nederlandse politieagenten kwamen meer dan 15.000 keer in actie. Meer dan 5.200 strafbare feiten en ongeveer 2.000 administratieve overtredingen werden opgespoord en beboet. In de loop der jaren is ongeveer 350 kilo verdovende middelen met een marktwaarde van meer dan 8 miljoen euro in beslag genomen. De ZEG WED is een speciale onderzoeksgroep die inmiddels twee jaar bestaat. Vanuit Osnabrück probeert zij criminele netwerken van mobiele inbrekersbendes in de driehoek Nedersaksen, Noordrijn-Westfalen en Nederland op te sporen.

De RVSt is tegelijkertijd het centrale verbindingsorgaan van het Landeskriminalamt (LKA) Niedersachsen en het Bundeskriminalamt van de Nederlandse Recherche- en Informatiedienst (NRID) en van de politiebureaus in de verschillende regio’s in Nederland en van de grenskantoren van de federale politie in Bunde en Bad Bentheim.

V.l.n.r.: Gerry Feldhuis, Bernhard Witthaut, Elly Heus, Wolfgang Griesert, Philip Brauch, das Team der Regionalen Verbindungsstelle mit Mark Plassonke, Tiemen Hansman, Hans-Michael Schoemaker. Foto (c) Polizei Osnabrück