Succesvolle Sinterklaasborrel van Grenspost Düsseldorf

Op donderdag 28 november organiseerden de provincies Gelderland, Overijssel, Limburg en Zuid-Holland een grensoverschrijdende borrel in Sinterklaassferen. Bij brouwerij Uerige in Düsseldorf stonden de pepernoten, erwtensoep en chocoladeletters klaar voor een gezellige avond.

Diverse Nederlandse en Duitse gemeentebestuurders, vertegenwoordigers van de Nederlandse provincies en Duitse deelstaten, zakenrelaties en andere betrokkenen kwamen bij elkaar om op zijn Nederlands te ‘borrelen’ en te netwerken. Met de Sinterklaasborrel wilde Grenspost Düsseldorf de contacten die de ‘Deutschlandbeauftragten’ in Düsseldorf hebben opgedaan en de achterban van de provincies Limburg, Gelderland, Overijssel en Zuid-Holland de kans geven om op informele wijze met elkaar in contact te komen. De borrel belichaamde bovendien het gezamenlijke optreden van de vier provincies in Düsseldorf.

 

Foto’s: (c) Grenspost Düsseldorf/Studio Schaffrath.

CBS lanceert portal met grensoverschrijdende statistieken

Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) heeft samen met Duitse en Vlaamse statistiekbureaus een grensoverschrijdend open data portal ontwikkeld. Het portal werd op 28 november gelanceerd en is hier te bekijken. Doel is om grensoverschrijdende arbeidsinformatie beschikbaar te stellen voor overheden, bedrijven en burgers.

Het portal combineert allerlei soorten gegevens op laagregionaal niveau voor Nederland, de Duitse deelstaten Noordrijn-Westfalen en Nedersaksen en België. Aan Duitse kant werkte het CBS samen met het Statistisches Landesamt Nordrhein-Westfalen (IT.NRW) en het Landesamt für Statistik Niedersachsen (LSN). Het portal is het resultaat van twee projecten rondom arbeidsmarktdata, die zijn uitgevoerd binnen de Europese INTERREG-programma’s Deutschland-Nederland en Vlaanderen-Nederland.

Vrij toegankelijk en bestemd voor verschillende soorten gebruikers

“Je moet het portal zien als één grote verzameling op elkaar afgestemde data over inwoners, economie en arbeidsmarkt van regio’s aan beide zijden van de grens”, licht projectleider Johan van der Valk van het CBS toe. “Het portal is voor iedereen vrij toegankelijk en bestemd voor diverse soorten gebruikers.” Overheden, bedrijven, maar bijvoorbeeld ook werkzoekenden kunnen online informatie uit het portal halen die voor hen van belang is. Bedrijven kunnen er vinden hoeveel afgestudeerden met een voor hen relevante opleiding aan de andere kant van de grens wonen. Werkzoekenden kunnen zien welke bedrijfssectoren voor hen interessant zijn. Ook het aantal grenspendelaars is bekend. “We weten hoeveel mensen in Duitsland of België wonen en in Nederland werken en andersom. En dus ook in welke regio’s grensarbeid veel voorkomt en waar het belangrijk is dit te stimuleren”, aldus Van der Valk.

“Beschikbaarheid van grensoverschrijdende data helpt grensgebieden vooruit”

Dieter Begaß, hoofd van de afdeling Economie, Wetenschap en Europa van de gemeente Aken, is enthousiast over het nieuwe portal. “Onze regio heeft een enorm potentieel aan arbeidskrachten, ondernemingen en onderwijsinstellingen. Alleen door gedetailleerde kennis van naburige regio’s kunnen we zien waar samenwerking voor ons voordeel oplevert en kansen benutten”, legt hij uit. “Vergelijkbare data op economisch gebied kunnen waardevolle kennis opleveren over verschillende aspecten van de arbeidsmarkt, de economie en het onderwijs. Die informatie is interessant voor het bestuur, de wetenschap, de politiek en de burger. We kunnen de ontwikkeling van het grensoverschrijdende economisch gebied daar aanzienlijk mee vooruit helpen.”

Effecten van beleid in de praktijk

Op dit moment wordt er samen met lokale en provinciale overheden gewerkt aan twee concrete toepassingen voor de regio Zuid-Limburg/Aachen en Oost-Nederland/Münster. Daarmee wordt duidelijk hoe van de data in het portal bruikbare informatie voor lokale en regionale overheden aan de grens gemaakt kan worden. Voor beide regio’s wordt de economische situatie in kaart gebracht en worden veranderingen gemonitord. Hiermee kunnen overheden zien hoe beleidsmaatregelen in de praktijk uitpakken.

“Nederlanders en Duitsers vormen een winning team wanneer culturele sterktes met elkaar verbonden worden”

Grensoverschrijdende samenwerking is booming in de Achterhoek. Daar werd in 2016 namelijk Grenzhoppers opgericht, een netwerk waarin maar liefst 360 Nederlandse en Duitse gemeenten, organisaties en ondernemers zich samen sterk maken voor samenwerking met de buren. Wat zijn belangrijke thema’s? En wat willen de Grenzhoppers precies bereiken? Nicky Eppich, coördinator van de Grenzhoppers en Adviseur Public Affairs & Internationaal bij gemeente Winterswijk, vertelt er meer over.

Mevrouw Eppich, kunt u kort eens uitleggen wat Grenzhoppers precies is? Wie mag zich erbij aansluiten? En wat wordt er zoal georganiseerd?

“Grenzhoppers is vanuit de gemeenten Aalten, Winterswijk en Oost Gelre bottom-up opgericht. Het is een vrijwillig netwerk waar mensen die grensoverschrijdend samen willen werken, elkaar kunnen ontmoeten. Het Grenzhoppers-netwerk bestaat uit gemeenten, (culturele) organisaties, burgers en ondernemersverenigingen. Iedereen is welkom. We hebben inmiddels ook leden vanuit andere streken, zoals Limburg, Overijssel en Drenthe. Zij haken aan om te ontdekken hoe we het netwerk hebben opgezet en om samen te werken.”

“Binnen het netwerk wordt er binnen vier themagebieden – toerisme, economie/arbeidsmarkt, cultuur & onderwijs en sport & gezondheid – gewerkt aan de realisatie van concrete projectideeën ten behoeve van de Nederlands-Duitse samenwerking in de Regio Achterhoek en de Kreis Borken. Elke 6-8 weken organiseren we per onderwerp een werkgroepbijeenkomst. Daarnaast vindt er elk jaar een plenaire netwerkbijeenkomst voor alle Grenzhoppers plaats en is er een cross border-meeting voor onze ondernemers. Daarbij nodigen we ook de politiek uit.”

Waarom werd Grenzhoppers opgericht? Wat wil het netwerk precies bereiken?

“Langs de grenzen van ons land wordt natuurlijk al jaren grensoverschrijdend samengewerkt, maar dat gebeurt altijd ad hoc. Muziekverenigingen die elkaar weten te vinden, een grensoverschrijdend voetbaltoernooi, een Internationale vrouwendag: het gaat of ging vaak in golfbewegingen. Vaak wist men elkaar niet te vinden of waren mensen niet op de hoogte van het bestaan van vergelijkbare initiatieven in het buurland. Daardoor is het wiel heel vaak opnieuw uitgevonden.”

“De Grenzhoppers zijn dan ook opgericht om een strategische, duurzame en toekomstgeoriënteerde grensoverschrijdende samenwerking te realiseren – en dat in een stevige, creatieve en innovatieve regio. Met andere woorden: elkaar ontmoeten, kennis uitwisselen en praktische grensoverschrijdende projecten realiseren. Je merkt dat hoe vaker je elkaar ziet, hoe beter het contact wordt. Dat zie je bijvoorbeeld ook bij de burgemeesters die elkaar nu regelmatig ontmoeten. Ze pakken makkelijker de telefoon om een collega-burgemeester uit het andere land op te bellen als ze een vraag hebben. Binnen het netwerk spreekt iedereen overigens zijn eigen taal, zoals we dat hier in de EUREGIO eigenlijk altijd doen, en dat gaat prima.”

Wat zijn belangrijke thema’s voor Grenzhoppers?

De thema’s die we in de werkgroepen gedefinieerd hebben, zijn van groot belang. Daarnaast is uit onderzoek gebleken dat er twee aspecten zijn die voor ondernemers een belemmering vormen bij het grensoverschrijdende samenwerken: taal en cultuur. Om ondernemers te helpen bij het grensoverschrijdend zakendoen, hebben we de Grenzhoppers Business School opgezet. Hier organiseren we taal- en cultuurworkshops. Daarnaast worden er korte cursussen gegeven op het gebied van Duits-Nederlandse zakelijke communicatie of juridische grensoverschrijdende vraagstukken.”

“Laatst hebben we bijvoorbeeld een cursus Duits voor winkelpersoneel gegeven. Hier werd zeer positief op gereageerd: de cursus was binnen twee dagen volgeboekt. Verder proberen wij de grensstreek wat dichter bij Den Haag te brengen. We nodigen regelmatig Kamerleden uit om een dagje mee te lopen, om ze zo de mogelijkheid te geven de belemmeringen en uitdagingen in de praktijk mee te maken.”

Hoe gaat het nu met de grensoverschrijdende samenwerking in de Achterhoek?

De grensoverschrijdende samenwerking in het algemeen heeft in de afgelopen jaren een enorme vlucht genomen. Dat heeft te maken met mensen die binnen het Grenzhoppers-netwerk actief zijn, met de collega’s van de EUREGIO die met de Grenzhoppers samen de krachten bundelen, met de collega’s van Grenspost Düsseldorf, maar ook met de bestuurders die in de grensstreek op het gebied van grensoverschrijdende samenwerking het voortouw nemen. In de Achterhoek is dat bijvoorbeeld de burgemeester van Winterswijk, Joris Bengevoord. In Kreis Borken hebben we Dr. Christoph Holtwisch, burgemeester van Vreden. Dat zijn netwerkers, ambassadeurs op het gebied van grensoverschrijdende samenwerking. Zij kunnen anderen enthousiasmeren en grensoverschrijdende projecten naar een hoger niveau brengen. En inmiddels weet ook minister Raymond Knops van het bestaan van de Grenzhoppers. Hij heeft aangegeven volgend jaar een dagje stage te willen lopen bij het netwerk.”

Wat zijn volgens u belangrijke voorwaarden voor een goede samenwerking tussen Nederland en Duitsland?

“Vertrouwen, geduld en begrip voor elkaars verschillen. Hoe langer je samenwerkt, hoe beter je de verschillen tussen de landen begrijpt. Op een gegeven moment begrijp je de reactie van je Duitse of Nederlandse collega tijdens een vergadering veel beter, en verandert irritatie in begrip voor elkaar. Hiërarchieën bestaan in Duitsland bijvoorbeeld sterker dan in Nederland, zeker als je werkt met collega’s van overheden. Beslissingen die je als Nederlandse ambtenaar meestal snel kunt nemen hebben in Duitsland vaak meer tijd nodig, omdat meerdere leidinggevenden iets moeten vinden van het proces of het onderwerp. Dat kan vertragend werken.”

Wat waardeert u als Duitse aan de Nederlanders? En wat kunnen Nederlanders volgens u van Duitsers leren?

“Ik heb inmiddels twee nationaliteiten en woon al 26 jaar in Nederland, waardoor ik soms niet meer weet of ik me meer Duits of Nederlands voel. De verschillen tussen de landen vervagen voor mij steeds meer. Ik denk wel dat Duitsers iets kunnen leren van de pragmatische aanpak die Nederlanders vaak hanteren. “We zien wel waar het schip strandt”, in plaats van alles tot in detail te willen uitzoeken voordat ze beginnen. Een voordeel van de gestructureerde aanpak van de Duitsers is echter wel dat ze efficiënter vergaderen en dat hun vergaderingen vaak dus korter zijn.”

“Nederlandse collega’s gaan heel vriendschappelijk met elkaar om: ze tutoyeren elkaar en vertellen wat ze in het weekend hebben gedaan. Duitsers waarderen dat. Nederlanders kunnen daarentegen leren van de respectvolle manier waarop Duitsers met elkaar omgaan: niet meteen erop los bulderen, maar elkaar terughoudend en met respect leren kennen. Ik denk daarom dat als je iets op een Nederlands-Duitse manier aanpakt en de culturele verschillen en sterktes met elkaar verbindt, je een winning team vormt.”

Wat vindt u persoonlijk het leukste aspect van grensoverschrijdende samenwerking?

“Er zit veel energie in grensoverschrijdende samenwerking. Dat vind ik steeds weer verbazingwekkend mooi! Mensen zijn jaren, soms hun leven lang bezig om de grensstreek nog mooier te maken. Dat je zo veel verschillende mensen leert kennen en dat je steeds weer voor nieuwe uitdagingen staat, dat je kleine en soms grotere successen boekt waardoor grensbelemmeringen steeds wat vervagen – ook dat vind ik mooi.”

Kabinet en provincies investeren in GrensInfoPunten

De GrensInfoPunten worden vanaf volgend jaar structureel gefinancierd. Staatssecretaris Tamara van Ark van Sociale Zaken en Werkgelegenheid sloot daartoe op 25 november in Nijmegen een overeenkomst met vertegenwoordigers van de grensregio’s.

Het kabinet en de regio’s dragen vanaf 2020 ieder jaarlijks een miljoen euro bij. Voor de centrale back office, uitgevoerd door de Sociale Verzekeringsbank, stelt het Rijk per jaar negen ton beschikbaar. Daarnaast dragen onder andere de provincies Overijssel, Gelderland, Limburg en Noord-Brabant, arbeidsmarktregio’s Twente en Achterhoek en diverse grensgemeenten bij.

Ook de financiering aan Duitse kant lijkt rond te zijn. Christoph Almering, directeur-bestuurder van de EUREGIO in Gronau/Enschede en een van de medeondertekenaars van de overeenkomst, zei hierover: “De signalen voor de toekomst van het grenspendelaars-advies zijn ook aan Duitse kant heel positief. Noordrijn-Westfalen en Nedersaksen hebben zich bereid verklaard een stabiele financiering te garanderen.“

Verschillende regels per land

De tien infopunten aan de Nederlands-Duitse en Nederlands-Belgische grens bieden dienstverlening aan werknemers die werken, wonen of studeren in een van de buurlanden, dit van plan zijn of dit in het verleden gedaan hebben. Ruim 20.000 Nederlanders pendelen dagelijks voor werk tussen Nederland en Duitsland of België en bijna 80.000 mensen uit deze buurlanden werken in Nederland. Nog eens duizenden Nederlanders wonen vlak over de grens. De regels voor het opbouwen van pensioen, het betalen van belastingen of de ziektekostenverzekering verschillen per land. Dit geldt ook voor zaken als diplomawaardering, het halen van een rijbewijs, de regels bij ontslag of de hoogte van de kinderbijslag. Het is door deze verschillen lang niet altijd duidelijk wat wonen of werken over de grens betekent voor iemands persoonlijke situatie.

“Arbeidsmarkt stopt niet bij de grens”

“Het is belangrijk om de hobbels die er zijn om over de grens te werken of wonen zoveel mogelijk weg te nemen met goede en gemakkelijk beschikbare informatie. Daar voorzien de GrensInfoPunten in”, aldus staatssecretaris Van Ark. “Door structureel te investeren in deze loketten laat het kabinet zien dat het belang hecht aan een goed functionerende grensoverschrijdende arbeidsmarkt. De arbeidsmarkt stopt niet bij de grens, maar biedt juist mogelijkheden voor werknemers, bedrijven en regio’s aan beide zijden. Daar kunnen we nog veel meer gebruik van maken.”

Daar is Gedeputeerde van de Provincie Overijssel voor Energie, Milieu en Arbeidsmarkt Tijs de Bree het mee eens. “Als provincie Overijssel willen we dit soort barrières wegnemen. Het GrensInfoPunt draagt bij aan het bevorderen van een grensoverschrijdende arbeidsmarkt, en aan een sterkere, internationale economie”, zegt De Bree. “Informatieverstrekking is daarin een belangrijk onderdeel. Het GrensInfoPunt voorziet daar in, en blijkt succesvol. Vandaar dat wij meewerken aan een structurele financiering.”

Samenwerking tussen diverse organisaties

Onder andere de provincies, de SVB, het UWV, de Belastingdienst, het CAK en partnerorganisaties in Duitsland en België werken samen in de GrensInfoPunten. Er zijn loketten in Terneuzen, Maastricht, Bergen op Zoom, Baarle Nassau, Eindhoven, Bad Nieuweschans en, over de grens, in Aachen-Eurode, Mönchengladbach, Kleef en Gronau. Digitaal biedt de website www.grensinfo.nl informatie.

Nederlandse en Duitse ondernemers komen samen op tiende Duits-Nederlandse Handelsdag

Op woensdag 13 november vond in het stadion van voetbalclub Borussia Mönchengladbach de tiende editie van de Duits-Nederlandse Handelsdag plaats. Er waren ruim 600 Nederlandse en Duitse ondernemers en 54 exposanten aanwezig.

De dag werd georganiseerd door de Industrie-und Handelskammer (IHK) Mittlerer Niederrhein, de Kamer van Koophandel, de Duits-Nederlandse Handelskamer, het Nederlands Consulaat-Generaal in Düsseldorf, de IHK Aachen, de IHK Duisburg-Wesel-Kleve en NRW.International. Ook de provincie Limburg maakte als sponsor van en deelnemer aan de Handelsdag zijn opwachting. Gedeputeerden Joost van den Akker (Economie, Onderwijs en Sport) en Andy Dritty (Ruimte, Wonen en Europa) waren namens de provincie aanwezig.

Het evenement werd afgetrapt met een gespreksronde tussen enkele prominenten, waaronder Stephan Holthoff-Pförtner, minister van Europese Zaken van Noordrijn-Westfalen, IHK-bestuurder Jürgen Steinmetz en de Limburgse gedeputeerde Van den Akker. Ook Edo Offerhaus (MKB Nederland) en Rodrique Engering (Kamer van Koophandel) sloten aan. Gespreksonderwerpen waren de samenhang tussen bedrijven in de grensregio, digitalisering en de goede samenwerking tussen Nederland en Duitsland.

“Samenwerking tussen beide landen is voorbeeldig”

“Nederland is voor de economie van Noordrijn-Westfalen de belangrijkste exportpartner”, aldus Steinmetz. “Ik roep Nederlandse bedrijven dan ook op om de weg naar Noordrijn-Westfalen, en in het bijzonder de regio Niederrhein, te blijven inslaan.” Holthoff-Pförtner stond in de gespreksronde stil bij de vriendschap tussen Nederland en Duitsland. Hij noemde de samenwerking tussen beide landen “voorbeeldig”. Gedeputeerde Van den Akker was het daarmee eens en riep op om de samenwerking ook op andere gebieden te verstevigen.

Na de gespreksronde was het tijd om ter ere van de tiende verjaardag van de Handelsdag een taart aan te snijden. De Nederlandse en Duitse ondernemers hadden daarna de kans om diverse workshops te volgen en aan B2B-matchmakings deel te nemen. Ook konden diverse infostands bezocht worden, waar volop gelegenheid tot het inwinnen van informatie, contacten leggen en netwerken was.

Foto: © Provincie Limburg / Dirk Plees

Overleg Mobility NL-NRW: veel ontwikkelingen op gebied van grensoverschrijdende mobiliteit

Op 7 november vond tussen de provincies Gelderland, Overijssel, Limburg, Noord-Brabant en Zuid-Holland, vertegenwoordigers van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en een afvaardiging van het ministerie van verkeer van Noordrijn-Westfalen het mobiliteitsoverleg Mobility NL-NRW plaats. Wat gebeurt er allemaal op het gebied van grensoverschrijdende mobiliteit, en welke onderwerpen stonden er tijdens deze bijeenkomst op de agenda? Coen Mekers, senior beleidsstrateeg mobiliteit bij de Provincie Gelderland, vertelt er meer over.

In februari 2019 hebben Nederlandse en Duitse bestuurders de Werkagenda Mobility NL-NRW ondertekend, waarin de belangrijkste onderwerpen op het gebied van grensoverschrijdende mobiliteit zijn opgenomen. Deze agenda is onderbouwd met een werkprogramma met daarin de concrete activiteiten voor de komende maanden en jaren. “Onderwerpen die in de agenda aan bod komen zijn onder meer verkeer en vervoer op spoor, wegen en water, Smart Mobility en mobiliteitsmanagement, de Europese TEN-T corridors en innovatieve en duurzame aandrijftechnieken”, zegt Mekers. “’Hot items’ zijn vooral Smart Mobility, logistiek en duurzaamheid. Ook spoorverbindingen staan hoog op de agenda.”

Belangrijke stappen gezet

Sinds de ondertekening zijn er belangrijke stappen gezet: de thema’s uit de werkagenda zijn geconcretiseerd in een bijbehorend werkprogramma en er zijn expert meetings georganiseerd over logistiek, binnenvaart en duurzame brandstoffen. “Daarnaast is sinds september de nieuwe werkgroep Smart Mobility Solutions actief, die al concrete acties aan het werkprogramma heeft toegevoegd. Er is bijvoorbeeld een bijeenkomst georganiseerd over autonome voertuigen”, aldus Mekers.

Grensoverschrijdende pilots, workshops en expert meetings

Aan welke projecten wordt op dit moment concreet gewerkt? Als eerste noemt Mekers de grensoverschrijdende Mobility as a Service (MaaS)-pilot voor openbaar vervoer tussen Limburg en Aken. “Bovendien vinden er triple-helix workshops plaats rond de ervaringen met geautomatiseerd vervoer en wordt tot maart 2020 een grensoverschrijdende pilot met betrekking tot de uitbreiding van truck parkings gedetailleerd uitgewerkt. Daarnaast wordt er bij de afstemming van concrete spoorverbindingen en bij projecten op het gebied van duurzame alternatieve brandstoffen voor de scheepvaart en de ontwikkeling van Clean Energy Hubs intensief samengewerkt”, legt Mekers uit. Ook staan er voor het eerste halfjaar van 2020 verschillende expert meetings voor ov-tarieven, fietsroutes, logistieke netwerken en MaaS gepland.

Ook EGTC Rhine-Alpine belangrijk thema tijdens mobiliteitsoverleg

Op de Rijn-Alpen-corridor wordt sinds een aantal jaren interregionaal samengewerkt tussen de regio’s en de havens: de EGTC Rhine-Alpine. De Gelderse gedeputeerde Christianne van der Wal werd op 8 november tot voorzitter verkozen. De partners in de EGTC gaan uit van het motto ‘One corridor – One strategy’. De focus ligt daarbij op grensoverschrijdende onderwerpen, een groene ontwikkeling van de corridor, robuustheid van de corridor, slimme mobiliteit en het verminderen van geluidsoverlast. Volgens Mekers is ook de ontwikkeling van de corridor een belangrijk thema in de werkagenda met Noordrijn-Westfalen. “We bespreken gezamenlijke standpunten en kijken samen naar de mogelijkheden van Europese cofinanciering van projecten”, legt Mekers uit.

“Succesvol voorbeeld van grensoverschrijdende samenwerking”

Mobility NL-NRW bestaat al ruim tien jaar. Mekers is erg tevreden over de ontwikkeling die het mobiliteitsoverleg heeft doorgemaakt. “De collega’s aan beide zijden van de grens zijn erg enthousiast. Ze tonen veel inzet en daardoor kunnen bestaande mobiliteitsvraagstukken en problemen goed opgepakt worden. Er wordt op een gestructureerde manier samengewerkt en men heeft veel vertrouwen in elkaar”, aldus Mekers. Volgens hem is Mobility NL-NRW inmiddels een succesvol voorbeeld van grensoverschrijdende samenwerking. Vertrouwen en communicatie zijn de sleutel tot dit succes: “Daardoor lukt het elk keer weer om de verschillen in structuur, regelgeving, procedures en taal en cultuur te overbruggen. Daardoor kunnen we efficiënt op de inhoud focussen”, sluit Mekers af.

Het jaarlijks Bestuurlijk Overleg tussen de minister voor verkeer van Noordrijn-Westfalen en de Gedeputeerden van de provincies zal eind januari 2020 in Noordrijn-Westfalen plaatsvinden. Het volgende Ambtelijk Coördinatie Overleg staat voor eind maart 2020 in Nederland gepland.

Europese onderscheiding voor kunst- en cultuurproject taNDem

(c) EUREGIO

Met het kunst- en cultuurproject taNDem heeft de EUREGIO de tweede plaats behaald bij de uitreiking van de grensoverschrijdende Europese award ‘Sail of Papenburg’. De awards worden uitgereikt aan grensoverschrijdende projecten op het gebied van culturele samenwerking in grensregio’s. Het grensoverschrijdende kunst- en cultuurproject taNDem steunt projecten van Duits-Nederlandse kunstenaarstandems.

De eerste prijs ging naar de Spaans-Portugese grensregio Galicië – Norte de Portugal.

De prijsuitreiking vond plaats tijdens de jaarlijkse conferentie van de Association of European Border Regions (AEBR) in Dresden. AEBR, de overkoepelende organisatie van de Europese grensregio’s, reikt de prijs jaarlijks uit aan projecten op verschillende vlakken van grensoverschrijdende samenwerking. Dit jaar stond de ‘Sail of Papenburg’ in het teken van ‘Grensoverschrijdende cultuur, het creeren van vertrouwen over de landsgrenzen heen’.

“Een geweldige onderscheiding voor het EUREGIO-team en de projectpartners. Ze hebben allemaal goed werk verricht en doen dat nog steeds omdat het project nog op volle toeren draait. Voor ons is het ook de bevestiging dat cultuur een zeer belangrijke rol speelt bij het samengroeien van de regio over de grens heen, omdat we op deze wijze de cultuur en de taal van onze buren beter leren begrijpen. Dit is hoe Europa kan slagen“, aldus Christoph Almering, directeur-bestuurder van de EUREGIO.

De projectleider van taNDem, Desiree Brüning, is heel blij met het resultaat: “Het is niet alleen een mooie waardering voor ons werk om kunstenaars in de grensregio samen te brengen, maar ook voor de vele deelnemers zelf. Het succes van dit project is voor een groot deel te danken aan het enthousiasme waarmee de kunstenaars zich op creatieve en innovatieve wijze voor onze grensregio inzetten. Dat zoiets op Europees niveau wordt erkend, vind ik natuurlijk erg mooi!”

taNDem is onderdeel van het INTERREG V-project “Kunstverbinding – Kunstverbindung”. In dit project hebben de EUREGIO, Cultuur Oost, Münsterland e.V., Emsländische Landschaft e.V., de stad Osnabrück, Landkreis Osnabrück en de provincies Gelderland en Overijssel hun krachten gebundeld om het kunst- en cultuurlandschap in het grensgebied te promoten.

Foto: (c) EUREGIO
De prijsuitreiking van de ‘Sail of Papenburg 2019’ vond op 25 oktober plaats in bijzijn van juryvoorzitter Bernhard Bramlage, de minister-president van Saksen Michael Kretschmer en de nieuw gekozen president van de AGEG, Ann-Sofi Backgren.

Grenspost Düsseldorf organiseert ‘Sinterklaasborrel’

In navolging van de Grenspost Nieuwjaarsborrel van vorig jaar organiseren de provincies Gelderland, Overijssel en Limburg op 28 november 2019 een Sinterklaasborrel. Bij brouwerij Uerige in Düsseldorf zijn geïnteresseerden van 17.00-20.00 uur van harte welkom om in een ongedwongen sfeer te netwerken, uiteraard onder het genot van typisch Nederlandse en Duitse lekkernijen.

Met de Sinterklaasborrel wil Grenspost Düsseldorf de contacten die de ‘Deutschlandbeauftragten’ in Düsseldorf hebben opgedaan en de achterban van de provincies Limburg, Gelderland en Overijssel de kans geven om op informele wijze met elkaar in contact te komen. De borrel belichaamt bovendien het gezamenlijke optreden van de drie provincies in Düsseldorf.

Foto: (c)Udo Leist

Leren van de buren: Wirtschaftsministerium NRW brengt bezoek aan Gelderland

Op 10 oktober was een afvaardiging van het ministerie van Economische Zaken van Noordrijn-Westfalen te gast in de Provincie Gelderland. Reinhold Rünker, plaatsvervangend economisch directeur-generaal economisch beleid van het ministerie, en beleidsmedewerker Patrick Gütschow lieten zich in aanwezigheid van consul-generaal Hans van den Heuvel bijpraten over de stappen die die Provincie Gelderland op het gebied van circulaire economie heeft gemaakt.

Op het Provinciehuis in Arnhem gaf de directrice van de provincie Gelderland, Henrice Wittenhorst een inleiding op het economisch beleid van de provincie. Aansluitend was het woord aan Willem Huntink, programmaleider circulaire economie. Hij ging in op de nieuwe stappen die de provincie na de provinciale verkiezingen op dit vlak wil zetten. “In plaats van circa 60 kleinere projecten in de zogenaamde ‘1000 bloemen variant’ willen we toe naar de uitvoering van een aantal grotere projecten op het gebied van grondstoffen, CO2-reductie en economie”, aldus Huntink.

Zijn verhaal over de recycling van kunstgrasmatten aan het einde van hun levensduur zorgde voor herkenning bij de Duitse delegatie, die tegen dezelfde problematiek aanloopt. Afgesproken is dat gekeken wordt welke Gelderse bedrijven en instellingen voor een oplossing zouden kunnen zorgen.

Verder werd er van gedachten gewisseld over de verschillen in afvalwetgeving. In Duitsland worden alle importgoederen bij de grens gecontroleerd op aanwezigheid van giftige stoffen en wordt ook gekeken, hoe recyclebaar deze goederen zijn. Een aanpak die de provincie Gelderland ook interessant vindt. “Op deze manier kun je al voordat de spullen het land binnenkomen inventariseren waar mogelijk problemen zouden kunnen ontstaan”, zegt Huntink.

Goed voorbeeld doet goed volgen

De algemene conclusie was dat er ook vanuit de INTERREG-programma´s meer aandacht moet komen voor circulaire economie. Daarom spraken de aanwezigen de wens uit om op de lange termijn samen te kijken hoe in dit kader meer gezamenlijke projecten kunnen worden opgezet. Een voorbeeld daarvan is het INTERREG Europe project Di-Plast, waarin digitale circulaire economie voor de plasticindustrie centraal staat.

Bedrijfsbezoeken

De middag stond in het teken van een drietal bedrijfsbezoeken op Industriepark Kleefse Waard (IPKW) in Arnhem. Na een presentatie van hoofd Commercie van IPKW Marc Hiddink toog het gezelschap naar Platowood, een bedrijf dat snelgroeiend hout verduurzaamt waardoor het de eigenschappen krijgt van tropisch hardhout. Dit kan vervolgens worden gebruikt voor onder andere gevelbekleding, interieurbouw en kozijnen.
Het tweede bedrijf op de agenda was Alucha. Het heeft zich gespecialiseerd in de recycling van papierslib tot olie en andere waardevolle reststoffen.
Het derde en laatste bezoek van de dag vond plaats bij Save Plastics, waar afvalplastic in de vorm van nieuwe producten een tweede leven krijgt.

Circulaire waardetoevoeging in Bottrop

De afspraak in Arnhem krijgt al op korte termijn een vervolg. Op 13 november vindt namelijk in het Duitse Bottrop in aanwezigheid van staatssecretaris van Economische Zaken Christoph Dammerman de aftrap plaats van het project Prosperkolleg over ‘Zirkuläre Wertschöpfung’, circulaire waardetoevoeging.

Nederlands-Duitse regeringsconsultaties: samen sterk

Foto (c) Bundesregierung/Denzel

Op 2 oktober kwamen de regeringen van Nederland en Duitsland voor de derde keer bijeen om gezamenlijke plannen op belangrijke politieke beleidsterreinen een impuls te geven. Daarbij stonden vier thema’s centraal die beide landen na aan het hart gaan: de versterking en eenwording van Europa, de gezamenlijke inspanningen voor veiligheid en defensie, klimaat, milieu en energie en digitalisering.

Voor aanvang van de dialoog op het Kanzleramt ontving de Duitse Minister van Buitenlandse Zaken Heiko Maas zijn Nederlandse ambtgenoot Stef Blok. Hier lag de nadruk vooral op de gezamenlijke versterking van het multilateralisme en de EU.

Op de Algemene Vergadering in New York was Maas eind september gastheer van een bijeenkomst van de Alliantie voor Multilateralisme. Stef Blok presenteerde het initiatief ‘Paris Call for Trust in Cyberspace’ en onderstreepte de sterke betrokkenheid van Nederland bij een nauwere internationale samenwerking. Beide landen willen de alliantie met concrete resultaten vooruithelpen en zo de internationale orde verdedigen, vormgeven en – waar nodig – hervormen.

Maas en Blok spraken ook over Europese kwesties: voor Nederland en Duitsland is de eerbiediging van de rechtsstaat een van de belangrijkste doelstellingen. Daarom steunen de twee landen gezamenlijk de inspanningen om een periodieke collegiale toetsing (PPR) van de rechtsstaat in te stellen als mechanisme voor een constructieve en inclusieve dialoog tussen de lidstaten. Het is het resultaat van een initiatief van Duitsland, Nederland en België. Een andere belangrijke kwestie is klimaat- en milieubescherming: Duitsland zet zich in voor de uitvoering van de strategische agenda van de EU. In de toekomstige Europese Commissie krijgt Frans Timmermans de verantwoordelijkheid voor de ‘European Green Deal’.

Regeringsconsultaties versterken partnerschap op kerngebieden

Het derde regeringsoverleg tussen Duitsland en Nederland was het grootste tot nu toe. Beide regeringen hebben een Politieke verklaring aangenomen waarin de prioriteiten van de gemeenschappelijke agenda worden uiteengezet. Beide landen zijn gecommitteerd aan het versterken van de Europese Unie als internationale speler, het verbeteren van haar slagkracht en het verstevigen van de sociale cohesie.

Op het gebied van veiligheid en defensie streven Nederland en Duitsland ernaar de effectiviteit van het gemeenschappelijk veiligheids- en defensiebeleid van de Europese Unie verder te ontwikkelen en te versterken. De landen zijn gecommitteerd aan de coherente invoering van defensie-initiatieven zoals de Permanente Gestructureerde samenwerking (PESCO), het Europees Defensiefonds en de Gecoördineerde jaarlijkse evaluatie inzake defensie. Daarnaast streven de landen naar nauwe samenwerking met niet-EU partners in het kader van de deelname van derde staten aan PESCO.

Op het gebied van klimaat, milieu en energie komt er meer ruimte voor regionale projecten, bijvoorbeeld waar het gaat om de ontwikkeling van offshore windenergieprojecten of de ontwikkeling van de rol van waterstof. Wat de digitalisering betreft wordt er in de verklaring onder meer gesproken over het creëren van een Europese Health Data Space. Hierin kunnen gezondheidsgegevens vrij worden uitgewisseld, terwijl de relevante beginselen van gegevensveiligheid en -bescherming worden nageleefd. De bilaterale dialoog over eHealth, het gebruik van gezondheidsgegevens en nieuwe technologieën, zoals kunstmatige intelligentie in de zorg, wordt voortgezet.

In de grensregio moeten mensen gaan profiteren van praktische voordelen. Duitsland en Nederland willen grensbelemmeringen voor burgers en bedrijven wegnemen. In die context moeten de mogelijkheden van het Benelux-verdrag voor grensoverschrijdende samenwerking tussen publieke organen langs de Nederlands-Duitse grens worden onderzocht. Ook moet de uitwisseling tussen jongeren worden geïntensiveerd om elkaar beter te leren kennen en taalverschillen te overbruggen.
Daarnaast moet de samenwerking tussen de Nederlandse en Duitse politie verder worden ontwikkeld, vooral in de strijd tegen georganiseerde misdaad. Dit moet worden bereikt door gezamenlijke bilaterale acties te intensiveren, inlichtingen uit te wisselen en door nauwer samen te werken bij de bijdragen aan EU-missies.

Foto: (c) Bundesregierung/Denzel