Nieuwe subsidieregeling grensoverschrijdende jongerenevenementen van kracht

Het stimuleren van contact tussen jongeren in de grensregio’s: dat is het doel van de subsidieregeling grensoverschrijdende jongerenevenementen van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK), die op 1 januari 2020 in werking is getreden.

De subsidiëring van dergelijke evenementen moet een bijdrage leveren aan de overbrugging van taalbarrières en cultuurverschillen en daarmee belemmeringen op het gebied van grenzeloos werken en studeren wegnemen. Nieuw is dat door middel van deze regeling nu ook subsidies kunnen worden verstrekt aan een provincie, gemeente, waterschap of openbaar lichaam.

Voor kalenderjaar 2020 is een totaal subsidiebedrag van € 150.000 beschikbaar. Dit bedrag is verdeeld in een subsidieplafond van € 75.000 voor evenementen die plaatsvinden van 1 januari tot en met 30 juni 2020 en € 75.000 voor evenementen die plaatsvinden van 1 juli tot en met 31 december 2020.  Subsidieaanvragen voor het eerste tijdvak moeten tussen 1 januari en 31 januari 2020 worden ingediend; aanvragen voor evenementen in de tweede helft van dit jaar moeten tussen 1 juli en 31 juli 2020 binnen zijn. Volledige aanvragen worden op volgorde van binnenkomst behandeld.

Subsidiabele kosten en aanvraag

De subsidiabele kosten zijn maximaal € 50 per deelnemer aan de activiteit waarvoor subsidie wordt aangevraagd. De maximale subsidie per evenement bedraagt € 15.000. De minister van BZK kan subsidies verstrekken voor evenementen op het gebied van sport en cultuur waar Nederlandse jongeren Duitse of Belgische jongeren treffen, die voor de jongeren kosteloos toegankelijk zijn en waar aandacht wordt gevraagd voor de verschillen in taal en cultuur. Het aanvraagformulier kan via het e-mailadres onbegrensd@minbzk.nl worden aangevraagd.

Wisseling van de wacht bij Grenspost Düsseldorf: een-tweetje voor Provincie Overijssel

Het jaar 2020 begint voor Grenspost Düsseldorf met een personele wijziging. Na 3,5 jaar als Deutschlandbeauftragte van de provincie Overijssel het gezicht te zijn geweest van de vooruitgeschoven post draagt Ingrid Groenewegen per 1 januari 2020 het stokje over aan haar opvolger Raimon Reuter. Groenewegen blijft zich echter inzetten voor grensoverschrijdende samenwerking en zal vanuit het Provinciehuis in Zwolle vooral de coördinatie van de Nederlands-Duitse betrekkingen op zich nemen en intensief betrokken blijven bij de samenwerking met het aangrenzende Münsterland. Dat doet ze in een ‘tandem’ met Raimon Reuter, die vooral het gezicht van de Provincie Overijssel in Duitsland zal worden. Dé gelegenheid voor een interview met dit nieuwe duo vol dadendrang.

Ingrid, jouw rol binnen Grenspost Düsseldorf zal vanaf het komend jaar dus een andere zijn. Kun je hier nog iets meer over vertellen?

“Overijssel wil nog sterker gaan inzetten op grensoverschrijdende samenwerking met Noordrijn-Westfalen en Nedersaksen, zowel intern als extern. Dat betekent dat we ons vanuit Overijssel zelfs met twee mensen sterk kunnen gaan maken voor de bevordering van samenwerking over de Nederlands-Duitse landsgrenzen heen.
Grenspost Düsseldorf bestaat nu 3,5 jaar en in die periode heb ik me samen met de collega-Deutschlandbeauftragten van de andere grensprovincies beziggehouden met de opbouw van de vooruitgeschoven post. Het pionierswerk is nu gedaan: voor mij een mooie gelegenheid om het stokje over te dragen aan Raimon Reuter, die vanaf volgend jaar veel de weg op zal gaan en het nieuwe ‘uithangbord’ van Overijssel bij Grenspost Düsseldorf zal worden. En ik verheug me op mijn taak als coördinator grensoverschrijdende samenwerking in Zwolle. Nog niet bij iedereen zit grensoverschrijdende samenwerking automatisch ‘tussen de oren’ en daar wil ik graag verandering in brengen.”

Raimon, naar welk aspect van jouw nieuwe baan als Duitslandbeauftragter voor de Provincie Overijssel kijk je het meest uit?

“Ik kijk ernaar uit om vanuit Düsseldorf als verbinder tussen de provincie Overijssel, Noordrijn-Westfalen en Nedersaksen aan de slag te gaan. Onder de streep blijf je werken met en in twee verschillende systemen en manieren van aanpak. Je moet een weg zien te vinden om verschillen te overbruggen en om te zetten in gezamenlijke acties en resultaten. In de nieuwe constellatie vormen wij dan ook een mooi tandem en vullen wij elkaar perfect aan. Ingrid met haar ervaringen van de afgelopen jaren en haar Nederlandse roots vanuit Zwolle, en ik met mijn ervaringen in het grensoverschrijdend lobbying en mijn Duitse wortels vanuit Düsseldorf.“

Ingrid, als je terugkijkt op de afgelopen drieënhalf jaar, waar ben je dan het meest trots op?

“Ik ben er trots op dat we Grenspost samen met de provincies Gelderland en Limburg hebben kunnen opbouwen. We zijn helemaal bij nul begonnen en inmiddels weten de mensen ons te vinden. In Düsseldorf zijn we een begrip en de meerwaarde wordt gezien. Doordat we zichtbaar zijn in Duitsland zelf zijn de lijntjes vele malen korter geworden en beschikken we nu als grensprovincies gezamenlijk over een echt mandaat.
Ook kijk ik vol tevredenheid terug op de totstandkoming van de Oost-Nederland – Münsterlandsamenwerking. Wij wilden meer contact met de direct aangrenzende Kreise, omdat we multilevel meer met elkaar kunnen bereiken. Uiteindelijk heeft dat geresulteerd in een mooi samenwerkingsprogramma met 10 partners met allerlei projecten en initiatieven, van mobiliteit, regionale economie tot grensoverschrijdende arbeidsmarkt en onderwijs, zelfs gekoppeld aan de Regiodeal Twente waar we mee aan de slag gaan.”

Raimon, wat gaat voor jou de grootste uitdaging zijn de komende jaren?

“We hebben zowel met Noordrijn-Westfalen als met Nedersaksen een samenwerkingsagenda en in de regio´s is de samenwerking de afgelopen jaren geïntensiveerd en werden er nieuwe grensoverschrijdende initiatieven en programma´s opgezet. Het pionierswerk is gedaan, de weg geplaveid. Nu gaan wij een nieuwe en uitdagende fase in. Nu moeten wij de weg ook bewandelen. De agenda´s en initiatieven vragen in de komende jaren om doorpakken en samen toewerken naar de beoogde resultaten.”

Ingrid, terugkijkend mag je concluderen dat de wind wat betreft grensoverschrijdende samenwerking de afgelopen tijd erg mee heeft gezeten. Hoe kijk jij hier tegenaan?

“Het is een mooie intensieve tijd geweest. Er was veel politieke aandacht voor grensoverschrijdende samenwerking. Het is mooi om daarop terug te kunnen kijken en het is belangrijk dat die aandacht blijft. Want er gebeurt al jaren heel veel in de grensstreek. Grensoverschrijdend samenwerken is geen nieuw fenomeen. Europa wordt in de grensstreek geleefd. Vijftien jaar geleden voerden vooral de belemmeringen de boventoon; nu kijken we samen heel pragmatisch vooral naar kansen, cross-overs en wat we samen juist wel kunnen doen. Dat is een andere benadering. Het glas is halfvol en niet meer halfleeg. Doordat we elkaar steeds beter leren kennen zijn we steeds beter in staat om kansen te benutten. Het geeft veel voldoening dat je daar onderdeel van mag zijn.”

Raimon, op welke terreinen binnen de grensoverschrijdende samenwerking valt er volgens jou nog winst te boeken?

“Als je terugkijkt naar de afgelopen 15 jaar is de samenwerking nu op een hoogtepunt qua bewustwording. Daardoor komen er steeds meer onderwerpen op tafel die grensoverschrijdend relevant zijn. De grens speelt op politiek niveau inderdaad een veel kleinere rol dan vijftien jaar geleden. Maar voor burgers en bedrijven in de grensregio valt er nog genoeg winst te boeken. Dat ondervind ik trouwens zelf als grensganger aan de lijve. Het GrensInfoPunt is een mooi voorbeeld van hoe je drempels grensoverschrijdend dan wel kunt wegnemen. Hoe je een initiatief gezamenlijk vertaald naar een duurzame oplossing. Ik ben dan ook erg blij dat de structurele financiering is gegarandeerd.”

Foto rechts: (c) Grenspost Düsseldorf/Studio Schaffrath.

Jaaroverzicht 2019

Wie schnell die Zeit vergeht… Het Beneluxjaar in Nordrhein-Westfalen loopt ten einde. Voor het team van Grenspost Düsseldorf – de vertegenwoordiging van Gelderland, Limburg, Overijssel en Zuid-Holland in Duitsland – de gelegenheid terug te blikken op de belangrijkste gebeurtenissen en mijlpalen op het gebied van grensoverschrijdende samenwerking uit het afgelopen jaar. Te beginnen bij het werkbezoek van Duits ambassadeur in Nederland Dirk Brengelmann en diens collega Wepke Kingma, Nederlands ambassadeur in Duitsland, aan de EUREGIO. Met het bezoek moest de grensoverschrijdende samenwerking in Berlijn en Den Haag nog nadrukkelijker onder de aandacht worden gebracht. Rode draad hiervoor werd gevormd door de intensievere samenwerking tussen Oost-Nederland en het Münsterland.

Nog meer hoog bezoek kwam er toen Staatssekretär für Bundes- und Europaangelegenheiten Dr. Mark Speich en zijn medewerkers van de ‘Landesvertretung Nordhrein-Westfalen beim Bund’ een bezoek aan Gelderland brachten om meer te weten te komen over flexwerken en digitale besluitvorming.

Het jaar 2019 was een jaar dat werd bekroond met de Nederlands-Duitse Regeringsconsultaties. Voor de derde keer kwamen de nationale regeringen van Nederland en Duitsland bijeen om gemeenschappelijke plannen op belangrijke politieke beleidsterreinen een push te geven – met name op het gebied van de versterking en eenwording van Europa, de gezamenlijke inspanningen voor veiligheid en defensie, klimaat, milieu en energie en digitalisering.

De Grenslandconferentie, georganiseerd op initiatief van Stephan Holthoff-Pförtner, minister van Europese Zaken van Noordrijn-Westfalen, en Raymond Knops, waarnemend minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, tevens verantwoordelijk voor grensoverschrijdende samenwerking, is een nieuwe mijlpaal in de intensivering van de Nederlands-Duitse betrekkingen en zal in de toekomst 1x per jaar plaatsvinden. De conferentie is bedoeld om de gezamenlijke prioriteiten van grensoverschrijdende samenwerking vast te leggen en om te zetten. Tijdens de eerste Grenslandconferentie in Venlo werd de Concessieovereenkomst voor de intercity tussen Eindhoven en Düsseldorf ondertekend.

Ook in breder bestuurlijk perspectief werd de samenwerking tussen Nederland en Duitsland bekrachtigd: de ‘Politieke verklaring tot samenwerking’ tussen de Benelux-landen en Noordrijn-Westfalen werd vernieuwd. De hernieuwde politieke verklaring omvat nauwere samenwerking op het gebied van interne veiligheid, energie, de chemische industrie, de arbeidsmarkt en arbeidsmobiliteit, vervoer, transport, logistiek, crisismanagement en rampenbestrijding, klimaatverandering en digitalisering. Ze bevat voor het eerst concrete themavelden waar grensoverschrijdende samenwerking expliciet gewenst is.

Ter bevordering van de grensoverschrijdende samenwerking stelden de grensprovincies Gelderland, Overijssel en Limburg hun collegeprogramma´s en coalitieakkoorden voor het eerst ook in het Duits beschikbaar. Hierin beschrijven de provincies onder andere hun doelen op het gebied van samenwerking met Duitsland en de invulling van hun rol als grensprovincie.

Het onderwerp mobiliteit stond centraal tijdens de ondertekening van de Grensoverschrijdende Werkagenda verkeer en mobiliteit, een dossier waarin Noordrijn-Westfalen en Nederland al meer dan 10 jaar succesvol samenwerken. In Zwolle maakten de deelnemende partijen de weg vrij voor een nog betere samenwerking op het gebied van verkeer, mobiliteit en logistiek, waaronder het openbaar vervoer op de korte afstand.

Ook tijdens het overleg Mobility NL – NRW bleek dat er op het gebied van mobiliteit veel ontwikkelingen zijn, met als ‘hot items’ smart mobility, logistiek, duurzaamheid en spoorverbindingen. De Rijn-Alpen-Corridor kwam eveneens aan bod. Hier wordt sinds een aantal jaren interregionaal samengewerkt tussen de regio’s en de havens. De conferentie ‘Zukunft denken – Mobilität vernetzen‘ draaide op haar beurt om diverse last-mile oplossingen voor de logistiek, verschillende apps voor personenvervoer, alsmede de inzet van nieuwe technieken voor het oplossen van mobiliteitsvraagstukken.

Hoogwater stopt niet bij de grens en dat was dan ook de aanleiding voor de zevende Nederlands-Duitse conferentie ‘Water zonder grenzen/Wasser ohne Grenzen’. Tijdens de bijeenkomst werd een vernieuwde bestuurlijke samenwerkingsovereenkomst getekend en werden onderzoeksresultaten van de gezamenlijke studie ‘Overstromingsrisico grensoverschrijdende dijkringen aan de Niederrhein’ gepresenteerd. Hieruit bleek onder meer dat beide landen ten aanzien van hoogwaterbescherming van elkaar afhankelijk zijn en dat blijvende samenwerking noodzakelijk is.

De voordelen van het ‘uitgummen van de grens’ werden ook nog eens benadrukt tijdens de presentatie van het portal met grensoverschrijdende statistieken van het CBS. In het portal is arbeidsmarktinformatie vrij beschikbaar voor alle gebruikers en het laat onder andere zien waar grensarbeid veel voorkomt en gestimuleerd moet worden.

In juni vormde het Gouvernement in Maastricht het decor van de Euregionale Conferentie, waar 150 deelnemers uit het bedrijfsleven, de culturele sector, het onderwijs en van de overheid samen bekeken hoe, door het wegdenken van de grens, de stedelijke samenwerking in de Euregio Maas-Rijn kan worden verbeterd. De conferentie diende als eerste aanzet om met de steden in de Euregio Maas-Rijn een Euregionale agenda te ontwikkelen, met daaronder een uitvoeringsprogramma.

Tevredenheid heerste er over de waarborging van de structurele financiering van de GrensInfoPunten. Staatssecretaris Tamara van Ark van Sociale Zaken en Werkgelegenheid sloot daartoe in november een overeenkomst met vertegenwoordigers van de grensregio´s. De tien infopunten aan de Nederlands-Duitse en Nederlands-Belgische grens bieden dienstverlening aan werknemers die werken, wonen of studeren in een van de buurlanden, dit van plan zijn of dit in het verleden gedaan hebben.

Daarnaast was er ruimte voor informeel samenzijn tijdens de jaarlijkse Koningsdagreceptie in Düsseldorf, de Nieuwjaarsborrel en de Sinterklaasborrel. Deze stonden allemaal in het teken van netwerken en de sterke band tussen de Nederlandse grensprovincies en de deelstaten Noordrijn-Westfalen en Nedersaksen.

Veel aandacht voor samenwerking Gelderland en NRW tijdens Eindejaarsbijeenkomst Euregio Rijn-Waal

Meer grensoverschrijdende samenwerking voor Gelderland en Noordrijn-Westfalen 

Eregasten waren dit jaar John Berends, Commissaris van de Koning van de provincie Gelderland, en Birgitta Radermacher, Regierungspräsidentin van de Bezirksregierung Düsseldorf. Zij gingen met Euregio Rijn-Waal-voorzitter Ulrich Francken in gesprek over de samenwerking in de grensregio en lieten zien dat zij goed op elkaar ingespeeld zijn. Radermacher gaf het belang aan van samenwerking op de gebieden waterveiligheid, rampenbestrijding en arbeidsmarkt. Deze onderwerpen konden rekenen op instemming van de Commissaris van de Koning. Hij vulde aan dat ook op de gebieden mobiliteit, grensoverschrijdende ondermijning en stikstof behoefte is aan een goede samenwerking.

Voor beide bestuurders was het eveneens duidelijk dat het leren van de buurtaal meer aandacht mag krijgen op de scholen. In de regio Düsseldorf is daarom een aanvraagprocedure voor zogenoemde Euregio-profielscholen gestart. Deze scholen stimuleren het leren van de buurtaal en –cultuur, bijvoorbeeld door uitwisselingen met partnerscholen over de grens. Berends benadrukte het belang van talenkennis in de grensregio en hoopt dat er een oplossing voor het lerarentekort aan weerszijden van de grens gevonden wordt. Tot slot benadrukte hij dat het voor de regio belangrijk is dat er vanuit de regio zelf ook accenten in de grensoverschrijdende samenwerking gezet worden.

Euregio Rijn-Waal erepenning voor Jakob Voss

Francken overhandigde tijdens de bijeenkomst de Euregio Rijn-Waal Erepenning 2019 aan Jakob Voss uit Kranenburg. De erepenning wordt jaarlijks afwisselend aan een Duitse of Nederlandse inwoner verleend die zich op een bijzondere manier inzet voor de grensoverschrijdende samenwerking. Uit de laudatie die Ulrich Francken voor Jakob Voss uitsprak bleek duidelijk hoezeer Jakob Voss zich altijd voor duurzame grensoverschrijdende contacten en verbindingen heeft ingezet. In 1999 nam hij bijvoorbeeld het initiatief voor een trinationale en daarmee unieke stedenband. De stedenband tussen de gemeenten Kranenburg, Groesbeek, Ubbergen en het Hongaarse Körmend hield tot 2017 stand en was uiterst succesvol.

Euregio-voorzitter Ulrich Francken overhandigt Jakob Voss de Euregio Rijn-Waal Erepenning 2019. (c) Euregio Rijn-Waal

Daarnaast nam hij als eerste officiële Duitse vertegenwoordiger aan een herdenkingsbijeenkomst naar aanleiding van de Tweede Wereldoorlog in Ubbergen deel. Deze uitnodiging leidde tot een belangrijke traditie, die nog steeds in ere wordt gehouden. Als bestuurslid van de Nederlandse ‘Stichting de Thornsche Molen’ heeft Voss er mede voor gezorgd dat de tijdens de oorlog verwoeste molen weer werd opgebouwd. De molen is zowel voor fiets- en wandeltoeristen als voor bijvoorbeeld scholieren een belangrijk Nederlands-Duits ontmoetingspunt geworden.

Voss reageerde verheugd en gaf aan dat het voor hem altijd belangrijk was om iets op gang te brengen dat blijvend zou zijn. “Daarvoor is het belangrijk dat wij ons realiseren dat de regio voor ons allen een thuis is. Als wij elkaar waarderen werkt een vreedzame en respectvolle samenleving gegarandeerd”, aldus Voss.

Vier fotografen in de prijzen gevallen

Tijdens de Eindejaarsbijeenkomst huldigde Francken bovendien de winnaars van de jaarlijkse fotowedstrijd. Het motto was deze keer ‘Blik over de grens’. De 38 deelnemende fotografen zijn deze uitdaging aangegaan en hebben hun favoriete plek in het buurland gefotografeerd. Na een eerste selectie door het Dagelijks Bestuur was het vervolgens aan het publiek om de winnaars te bepalen.

De winnaars van de fotowedstrijd met Euregio-voorzitter Ulrich Francken. (c) Euregio Rijn-Waal

Uiteindelijk kwamen de foto’s ‘Heidelandschap op de Posbank’ van Johannes Weyers en  ‘Spoorbrug bij Griethausen’ van Rens Hubers als winnende foto’s uit de bus. Ook waren er twee tweede prijzen. Deze gingen naar Sonja Jonkhout voor haar foto ‘Zicht op de kerk in Elten’ en naar Bertus van het Hekke voor zijn foto ‘Grensoverschrijdende blik op de ondergaande zon’ bij Millingen aan de Rijn. De fotografen hebben resp. € 200,- en € 100,- gewonnen.

Foto bovenaan artikel: Eregasten Birgitta Radermacher, Regierungspräsidentin van de Bezirksregierung Düsseldorf, en John Berends, Commissaris van de Koning van de provincie Gelderland, in gesprek met Euregio-voorzitter Ulrich Francken over de grensoverschrijdende samenwerking. (c) Euregio Rijn-Waal

Provincie Limburg ondersteunt expertisecentrum ITEM met 3 miljoen

De komende vijf jaar ontvangt het Limburgse Institute for Transnational and Euregional cross border cooperation and Mobility (ITEM) ter ondersteuning drie miljoen euro van de Provincie Limburg. ITEM draagt volgens de provincie bij aan de economische versterking van Limburg en aan een beter vestigingsklimaat voor de Euregio.

Prof. Hildegard Schneider, bestuurder van ITEM, is blij met de financiële ondersteuning. “ITEM heeft boven verwachting een plek veroverd in het werkveld van grensoverschrijdende mobiliteit”, aldus Schneider. “Ons werk wordt op lokaal niveau gewaardeerd, maar ook in Den Haag en Brussel.” “Het belangrijkste is dat we voor meer bewustzijn gezorgd hebben”, aldus prof. dr. Anouk Bollen-Vandenboorn, directeur van ITEM.

In 2015 werd het interdisciplinaire centrum opgezet vanuit de Universiteit Maastricht. Dit gebeurde in samenwerking met Provincie Limburg, Zuyd Hogeschool, Euregio Maas-Rijn, Gemeente Maastricht en NEIMED. Doel was om vanuit de wetenschap een bijdrage te leveren aan de ontwikkeling van een goed functionerende transnationale samenleving.

Gevolgen van wetgeving voor grensregio’s

Eind november bracht het ITEM haar jaarlijkse Grenseffectenrapportage uit, waarmee inzichtelijk wordt gemaakt welke gevolgen nationale en Europese wetgeving op de grensregio’s heeft. Deze effectenbeoordeling helpt beleidsmakers op regionaal, nationaal en Europees niveau bij het nemen van beslissingen waar grensregio’s bij betrokken zijn. In de rapportage wordt zowel bestaande als toekomstige wetgeving geanalyseerd.

De rapportage werd gepresenteerd tijdens de tweedaagse ITEM-conferentie op 21 en 22 november in Enschede, die in samenwerking met Provincie Overijssel georganiseerd werd. Thema was ‘Bouwen aan grensoverschrijdende samenwerking’. Aanwezig waren onder andere Commissaris van de Koning van Overijssel Andries Heidema, burgemeester van Enschede Onno van Veldhuizen, de Duitse ambassadeur in Nederland Dirk Brengelmann en Duits parlementslid Otto Fricke.

Nieuwe ideeën voor grensoverschrijdende mobiliteit tijdens conferentie ‘Zukunft denken – Mobilität vernetzen‘

Op 4 december vond in Essen de conferentie ‘Zukunft denken – Mobilität vernetzen‘ plaats. Circa 700 deelnemers uit de mobiliteitssector, studenten en scholieren discussieerden op uitnodiging van verkeersminister Hendrik Wüst van Noordrijn-Westfalen en het ‘Bündnis für Mobilität Nordrhein-Westfalen’ over de mobiliteit van de toekomst.

Voor minister Wüst was de conferentie een bijeenkomst met vele oude bekenden en experts, waarmee gesproken kon worden over de kansen die de digitalisering biedt – en hoe deze het beste benut kunnen worden. “De kansen liggen er en we hebben de plicht om ze te grijpen”, aldus Wüst.

Foto: Simon Bierwald/INDEED Photography

Oplossingen voor de mobiliteit van de toekomst

De deelnemers spraken tijdens diverse discussierondes onder andere over slimme, gebruiksvriendelijke en duurzame oplossingen voor mobiliteitsvraagstukken. Aan bod kwamen bijvoorbeeld diverse last-mile oplossingen voor de logistiek en verschillende apps voor personenvervoer (MaaS, Mobility as a Service). Veel mobiliteitsoplossingen waren live te bekijken, en met behulp van virtual reality-brillen kon een blik in de toekomst geworpen worden. Ook gaven diverse onderzoekers en trendwatchers hun visie op de toekomst van de mobiliteit. De deelnemers hadden volop gelegenheid om met elkaar te netwerken en de aanwezige studenten en scholieren kregen een goed beeld van de mogelijkheden die er op het gebied van mobiliteit zijn.

Foto: Simon Bierwald/INDEED Photography

“Conferentie heeft veel opgeleverd voor grensoverschrijdende mobiliteit”

Belangrijk was de vraag hoe mobiliteitsvraagstukken met behulp van nieuwe technieken op een andere manier opgepakt kunnen worden, en hoe overheden daarop moeten inspelen. Volgens Coen Mekers, senior beleidsstrateeg mobiliteit bij de Provincie Gelderland, zijn dat thema’s die ook in de samenwerking tussen de Nederlandse provincies en het Rijk met Noordrijn-Westfalen op het gebied van mobiliteit en infrastructuur aan de orde komen. “De conferentie heeft dan ook veel opgeleverd. We hebben veel inzicht gekregen in de ideeën die Noordrijn-Westfalen heeft en hoe het Ministerie van Verkeer van Noordrijn-Westfalen bepaalde zaken wil aanpakken. Bovendien hebben we kennisgemaakt met diverse interessante instanties en personen, die mogelijkheden voor nieuwe allianties bieden. Dit gaat zeker nuttig zijn voor de bestaande samenwerking met Noordrijn-Westfalen op het gebied van mobiliteit en infrastructuur”, aldus Mekers. Volgens hem is het van belang om investeringen flexibel te plannen, om op die manier goed en snel in te kunnen spelen op toekomstige ontwikkelingen en technische mogelijkheden. “Om verder te komen zullen we daarnaast meer gebruik moeten maken van data”, besluit Mekers.

Foto: Simon Bierwald/INDEED Photography

EuregioRail: Onderzoek naar directe treinverbinding tussen Zwolle en Münster

De EUREGIO start samen met de provincie Overijssel, het Zweckverband SPNV Münsterland (ZVM) en het Zweckverband Nahverkehr Westfalen-Lippe (NWL) een onderzoek naar de mogelijkheden van een directe treinverbinding tussen Zwolle en Münster vanaf 2027. Het onderzoek richt zich op het verduurzamen, versnellen en comfortabeler maken van de treinverbinding. De eerste resultaten zijn eind 2020 beschikbaar.

Met het verbeteren van de verbinding Zwolle-Münster en Dortmund-Enschede wordt de capaciteit vergroot, worden de reistijden verkort, komen er betere aansluitingen en verbetert de luchtkwaliteit door dieseltreinen te vervangen door elektrische treinen. De trein is daarmee een aantrekkelijk alternatief voor de auto. Het zorgt ervoor dat universiteiten en hogescholen aan beide zijden van de grens beter verbonden zijn, het vergemakkelijkt de arbeidsmobiliteit en bevordert de regionale economie.

Meer reizigers

Op dit moment is een overstap in Enschede nodig voor een reis van Münster (D) naar Zwolle. De laatste jaren is het aantal passagiers dat de grens passeert op de route Münster-Enschede al gestegen van 4.000 naar 10.000 per dag. De huidige concessie voor deze route loopt af in 2026. Eerdere studies hebben aangetoond dat het mogelijk is om rechtstreekse treinen tussen Zwolle en Münster in te zetten als het traject Münster-Enschede geëlektrificeerd wordt en station Enschede wordt aangepast. Dit levert ongeveer 75.000 extra passagiers per jaar op met een groei naar 310.000 passagiers per jaar in de komende jaren. Hierbij is alleen het effect van een rechtstreekse treinverbinding beschouwd. Nu wordt ook onderzocht wat een snellere en frequentere verbinding betekent voor de regio’s Münsterland, Twente en Zwolle en welke infrastructuur daarvoor nodig is. Daarnaast zorgt de vervanging van dieseltreinen door zero-emissie treinen op het traject Münster-Enschede voor een CO2-besparing, verbetering van de luchtkwaliteit, vermindering van geluidsoverlast voor de omgeving en een comfortabelere reis.

Europese steun

De Europese Unie ondersteunt het onderzoek naar de verbinding Zwolle-Münster met een subsidie vanuit INTERREG. Daarnaast dragen gemeente Enschede, Kreis Coesfeld, Kreis Steinfurt, Kreis Borken, Regio Achterhoek, Regio Twente, Regio Zwolle, Stadt Osnabrück en Stadt Münster bij.

Succesvolle Sinterklaasborrel van Grenspost Düsseldorf

Op donderdag 28 november organiseerden de provincies Gelderland, Overijssel, Limburg en Zuid-Holland een grensoverschrijdende borrel in Sinterklaassferen. Bij brouwerij Uerige in Düsseldorf stonden de pepernoten, erwtensoep en chocoladeletters klaar voor een gezellige avond.

Diverse Nederlandse en Duitse gemeentebestuurders, vertegenwoordigers van de Nederlandse provincies en Duitse deelstaten, zakenrelaties en andere betrokkenen kwamen bij elkaar om op zijn Nederlands te ‘borrelen’ en te netwerken. Met de Sinterklaasborrel wilde Grenspost Düsseldorf de contacten die de ‘Deutschlandbeauftragten’ in Düsseldorf hebben opgedaan en de achterban van de provincies Limburg, Gelderland, Overijssel en Zuid-Holland de kans geven om op informele wijze met elkaar in contact te komen. De borrel belichaamde bovendien het gezamenlijke optreden van de vier provincies in Düsseldorf.

 

Foto’s: (c) Grenspost Düsseldorf/Studio Schaffrath.

CBS lanceert portal met grensoverschrijdende statistieken

Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) heeft samen met Duitse en Vlaamse statistiekbureaus een grensoverschrijdend open data portal ontwikkeld. Het portal werd op 28 november gelanceerd en is hier te bekijken. Doel is om grensoverschrijdende arbeidsinformatie beschikbaar te stellen voor overheden, bedrijven en burgers.

Het portal combineert allerlei soorten gegevens op laagregionaal niveau voor Nederland, de Duitse deelstaten Noordrijn-Westfalen en Nedersaksen en België. Aan Duitse kant werkte het CBS samen met het Statistisches Landesamt Nordrhein-Westfalen (IT.NRW) en het Landesamt für Statistik Niedersachsen (LSN). Het portal is het resultaat van twee projecten rondom arbeidsmarktdata, die zijn uitgevoerd binnen de Europese INTERREG-programma’s Deutschland-Nederland en Vlaanderen-Nederland.

Vrij toegankelijk en bestemd voor verschillende soorten gebruikers

“Je moet het portal zien als één grote verzameling op elkaar afgestemde data over inwoners, economie en arbeidsmarkt van regio’s aan beide zijden van de grens”, licht projectleider Johan van der Valk van het CBS toe. “Het portal is voor iedereen vrij toegankelijk en bestemd voor diverse soorten gebruikers.” Overheden, bedrijven, maar bijvoorbeeld ook werkzoekenden kunnen online informatie uit het portal halen die voor hen van belang is. Bedrijven kunnen er vinden hoeveel afgestudeerden met een voor hen relevante opleiding aan de andere kant van de grens wonen. Werkzoekenden kunnen zien welke bedrijfssectoren voor hen interessant zijn. Ook het aantal grenspendelaars is bekend. “We weten hoeveel mensen in Duitsland of België wonen en in Nederland werken en andersom. En dus ook in welke regio’s grensarbeid veel voorkomt en waar het belangrijk is dit te stimuleren”, aldus Van der Valk.

“Beschikbaarheid van grensoverschrijdende data helpt grensgebieden vooruit”

Dieter Begaß, hoofd van de afdeling Economie, Wetenschap en Europa van de gemeente Aken, is enthousiast over het nieuwe portal. “Onze regio heeft een enorm potentieel aan arbeidskrachten, ondernemingen en onderwijsinstellingen. Alleen door gedetailleerde kennis van naburige regio’s kunnen we zien waar samenwerking voor ons voordeel oplevert en kansen benutten”, legt hij uit. “Vergelijkbare data op economisch gebied kunnen waardevolle kennis opleveren over verschillende aspecten van de arbeidsmarkt, de economie en het onderwijs. Die informatie is interessant voor het bestuur, de wetenschap, de politiek en de burger. We kunnen de ontwikkeling van het grensoverschrijdende economisch gebied daar aanzienlijk mee vooruit helpen.”

Effecten van beleid in de praktijk

Op dit moment wordt er samen met lokale en provinciale overheden gewerkt aan twee concrete toepassingen voor de regio Zuid-Limburg/Aachen en Oost-Nederland/Münster. Daarmee wordt duidelijk hoe van de data in het portal bruikbare informatie voor lokale en regionale overheden aan de grens gemaakt kan worden. Voor beide regio’s wordt de economische situatie in kaart gebracht en worden veranderingen gemonitord. Hiermee kunnen overheden zien hoe beleidsmaatregelen in de praktijk uitpakken.

“Nederlanders en Duitsers vormen een winning team wanneer culturele sterktes met elkaar verbonden worden”

Grensoverschrijdende samenwerking is booming in de Achterhoek. Daar werd in 2016 namelijk Grenzhoppers opgericht, een netwerk waarin maar liefst 360 Nederlandse en Duitse gemeenten, organisaties en ondernemers zich samen sterk maken voor samenwerking met de buren. Wat zijn belangrijke thema’s? En wat willen de Grenzhoppers precies bereiken? Nicky Eppich, coördinator van de Grenzhoppers en Adviseur Public Affairs & Internationaal bij gemeente Winterswijk, vertelt er meer over.

Mevrouw Eppich, kunt u kort eens uitleggen wat Grenzhoppers precies is? Wie mag zich erbij aansluiten? En wat wordt er zoal georganiseerd?

“Grenzhoppers is vanuit de gemeenten Aalten, Winterswijk en Oost Gelre bottom-up opgericht. Het is een vrijwillig netwerk waar mensen die grensoverschrijdend samen willen werken, elkaar kunnen ontmoeten. Het Grenzhoppers-netwerk bestaat uit gemeenten, (culturele) organisaties, burgers en ondernemersverenigingen. Iedereen is welkom. We hebben inmiddels ook leden vanuit andere streken, zoals Limburg, Overijssel en Drenthe. Zij haken aan om te ontdekken hoe we het netwerk hebben opgezet en om samen te werken.”

“Binnen het netwerk wordt er binnen vier themagebieden – toerisme, economie/arbeidsmarkt, cultuur & onderwijs en sport & gezondheid – gewerkt aan de realisatie van concrete projectideeën ten behoeve van de Nederlands-Duitse samenwerking in de Regio Achterhoek en de Kreis Borken. Elke 6-8 weken organiseren we per onderwerp een werkgroepbijeenkomst. Daarnaast vindt er elk jaar een plenaire netwerkbijeenkomst voor alle Grenzhoppers plaats en is er een cross border-meeting voor onze ondernemers. Daarbij nodigen we ook de politiek uit.”

Waarom werd Grenzhoppers opgericht? Wat wil het netwerk precies bereiken?

“Langs de grenzen van ons land wordt natuurlijk al jaren grensoverschrijdend samengewerkt, maar dat gebeurt altijd ad hoc. Muziekverenigingen die elkaar weten te vinden, een grensoverschrijdend voetbaltoernooi, een Internationale vrouwendag: het gaat of ging vaak in golfbewegingen. Vaak wist men elkaar niet te vinden of waren mensen niet op de hoogte van het bestaan van vergelijkbare initiatieven in het buurland. Daardoor is het wiel heel vaak opnieuw uitgevonden.”

“De Grenzhoppers zijn dan ook opgericht om een strategische, duurzame en toekomstgeoriënteerde grensoverschrijdende samenwerking te realiseren – en dat in een stevige, creatieve en innovatieve regio. Met andere woorden: elkaar ontmoeten, kennis uitwisselen en praktische grensoverschrijdende projecten realiseren. Je merkt dat hoe vaker je elkaar ziet, hoe beter het contact wordt. Dat zie je bijvoorbeeld ook bij de burgemeesters die elkaar nu regelmatig ontmoeten. Ze pakken makkelijker de telefoon om een collega-burgemeester uit het andere land op te bellen als ze een vraag hebben. Binnen het netwerk spreekt iedereen overigens zijn eigen taal, zoals we dat hier in de EUREGIO eigenlijk altijd doen, en dat gaat prima.”

Wat zijn belangrijke thema’s voor Grenzhoppers?

De thema’s die we in de werkgroepen gedefinieerd hebben, zijn van groot belang. Daarnaast is uit onderzoek gebleken dat er twee aspecten zijn die voor ondernemers een belemmering vormen bij het grensoverschrijdende samenwerken: taal en cultuur. Om ondernemers te helpen bij het grensoverschrijdend zakendoen, hebben we de Grenzhoppers Business School opgezet. Hier organiseren we taal- en cultuurworkshops. Daarnaast worden er korte cursussen gegeven op het gebied van Duits-Nederlandse zakelijke communicatie of juridische grensoverschrijdende vraagstukken.”

“Laatst hebben we bijvoorbeeld een cursus Duits voor winkelpersoneel gegeven. Hier werd zeer positief op gereageerd: de cursus was binnen twee dagen volgeboekt. Verder proberen wij de grensstreek wat dichter bij Den Haag te brengen. We nodigen regelmatig Kamerleden uit om een dagje mee te lopen, om ze zo de mogelijkheid te geven de belemmeringen en uitdagingen in de praktijk mee te maken.”

Hoe gaat het nu met de grensoverschrijdende samenwerking in de Achterhoek?

De grensoverschrijdende samenwerking in het algemeen heeft in de afgelopen jaren een enorme vlucht genomen. Dat heeft te maken met mensen die binnen het Grenzhoppers-netwerk actief zijn, met de collega’s van de EUREGIO die met de Grenzhoppers samen de krachten bundelen, met de collega’s van Grenspost Düsseldorf, maar ook met de bestuurders die in de grensstreek op het gebied van grensoverschrijdende samenwerking het voortouw nemen. In de Achterhoek is dat bijvoorbeeld de burgemeester van Winterswijk, Joris Bengevoord. In Kreis Borken hebben we Dr. Christoph Holtwisch, burgemeester van Vreden. Dat zijn netwerkers, ambassadeurs op het gebied van grensoverschrijdende samenwerking. Zij kunnen anderen enthousiasmeren en grensoverschrijdende projecten naar een hoger niveau brengen. En inmiddels weet ook minister Raymond Knops van het bestaan van de Grenzhoppers. Hij heeft aangegeven volgend jaar een dagje stage te willen lopen bij het netwerk.”

Wat zijn volgens u belangrijke voorwaarden voor een goede samenwerking tussen Nederland en Duitsland?

“Vertrouwen, geduld en begrip voor elkaars verschillen. Hoe langer je samenwerkt, hoe beter je de verschillen tussen de landen begrijpt. Op een gegeven moment begrijp je de reactie van je Duitse of Nederlandse collega tijdens een vergadering veel beter, en verandert irritatie in begrip voor elkaar. Hiërarchieën bestaan in Duitsland bijvoorbeeld sterker dan in Nederland, zeker als je werkt met collega’s van overheden. Beslissingen die je als Nederlandse ambtenaar meestal snel kunt nemen hebben in Duitsland vaak meer tijd nodig, omdat meerdere leidinggevenden iets moeten vinden van het proces of het onderwerp. Dat kan vertragend werken.”

Wat waardeert u als Duitse aan de Nederlanders? En wat kunnen Nederlanders volgens u van Duitsers leren?

“Ik heb inmiddels twee nationaliteiten en woon al 26 jaar in Nederland, waardoor ik soms niet meer weet of ik me meer Duits of Nederlands voel. De verschillen tussen de landen vervagen voor mij steeds meer. Ik denk wel dat Duitsers iets kunnen leren van de pragmatische aanpak die Nederlanders vaak hanteren. “We zien wel waar het schip strandt”, in plaats van alles tot in detail te willen uitzoeken voordat ze beginnen. Een voordeel van de gestructureerde aanpak van de Duitsers is echter wel dat ze efficiënter vergaderen en dat hun vergaderingen vaak dus korter zijn.”

“Nederlandse collega’s gaan heel vriendschappelijk met elkaar om: ze tutoyeren elkaar en vertellen wat ze in het weekend hebben gedaan. Duitsers waarderen dat. Nederlanders kunnen daarentegen leren van de respectvolle manier waarop Duitsers met elkaar omgaan: niet meteen erop los bulderen, maar elkaar terughoudend en met respect leren kennen. Ik denk daarom dat als je iets op een Nederlands-Duitse manier aanpakt en de culturele verschillen en sterktes met elkaar verbindt, je een winning team vormt.”

Wat vindt u persoonlijk het leukste aspect van grensoverschrijdende samenwerking?

“Er zit veel energie in grensoverschrijdende samenwerking. Dat vind ik steeds weer verbazingwekkend mooi! Mensen zijn jaren, soms hun leven lang bezig om de grensstreek nog mooier te maken. Dat je zo veel verschillende mensen leert kennen en dat je steeds weer voor nieuwe uitdagingen staat, dat je kleine en soms grotere successen boekt waardoor grensbelemmeringen steeds wat vervagen – ook dat vind ik mooi.”